Decennialang was Griekenland een voetbalgekke natie zonder noemenswaardige resultaten op internationaal niveau. Tot 2004, toen de Zuid-Europeanen onder leiding van de Duitse tovenaar Otto Rehhagel en op basis van defensief spel Europees kampioen werden.

Vervolgens teerden de Grieken bij elke loting op die wondere junimaand en misten ze sinds 2006 geen groot toernooi meer. Griekenland groeide uit tot de luis in de pels van eender welk land - niet zozeer omdat ze goed voetbalden, maar omdat ze de tegenpartij beletten goed te voetballen.

In 2010 volgde Fernando Santos Rehhagel op en de Portugees liet de succesformule onaangeroerd: verdedigen in plaats van aanvallen om met het kleinste verschil te winnen. Op het WK in Brazilië was Griekenland dan ook één penaltyreeks verwijderd van een plaats bij de beste acht.

Omwenteling

Toch liet die historische prestatie bij een deel van de achterban een bittere nasmaak achter. Waarom zou Griekenland geen succes kunnen boeken met aantrekkelijk voetbal, vroeg de pers zich hardop af. Zelfs Ioannis Topalidis, die als assistent aan de zijde van Rehhagel het EK had gewonnen met ultradefensief voetbal, riep op tot een tactische omwenteling. Wegens persoonlijke vetes waren ook de bobo's van de federatie en Santos elkaar liever kwijt dan rijk. Na de uitschakeling door Costa Rica werd Santos, die zelf zijn vertrek al had aangekondigd, zelfs niet uitgenodigd voor het afsluitend diner.

Glimmend van trots stelden de bondsbonzen vervolgens Claudio Ranieri voor als nieuwe sterke man, iemand met internationale naam en faam maar zonder affiniteit met het complexe Griekse voetbal. De Italiaan kon ook niet meer rekenen op kapitein en vechtjas Giorgios Karagounis, de laatste overlever van het mirakel uit 2004. Bovendien kampte topspits Kostas Mitroglou met blessures en experimenteerde Ranieri zelf erop los. Zijn ouderwetse 4-2-4 en rotatiekeuzes resulteerden in een valse start van jewelste op weg naar Euro 2016: één punt uit drie wedstrijden.

Het Griekse elftal, een decennium lang gekend voor continuïteit en stabiliteit, was in de herfst van 2014 een stuurloos schip dat finaal botste tegen de Faeröer Eilanden. Na amper vier wedstrijden verdween Ranieri als een dief in de nacht uit Griekenland.

Crisis

Uiteraard was de plotse vrije val van de Ethniki ook verstrengeld met het financiële onweer boven Griekenland. Achterstallige loonuitbetalingen, zoals Jacky Mathijssen aan den lijve ondervond, en faillissementen stapelden zich op. Het grootste slachtoffer was traditieclub AEK Athene, dat de rekening gepresenteerd kreeg voor jarenlang mismanagement.

Giorgios Karagounis, Belga Image
Giorgios Karagounis © Belga Image

Het gemiddeld toeschouwersaantal in de eerste klasse daalde in zes jaar van 7.600 naar 3.100 bezoekers. Charleroi slaagde er zelfs in international Sotiris Ninis naar België te lokken. De periode waarin wereldtoppers zoals Rivaldo kwamen uitbollen in Griekenland, was voorgoed verleden tijd.

Uit noodzaak moesten clubs daarom teruggrijpen naar hun vruchten van de jeugdopleiding. Geen sinecure want door de opeenvolgende kwalificaties van het nationaal elftal en de grote geldstromen, had geen enkele club zich bekommerd om de toekomst op lange termijn.

Het grootste pijnpunt was echter de waas van match fixing die rond het monopolie van Olympiakos Piraeus hangt. Eigenaar Evangelos Marinakis wordt nog steeds genoemd als de spilfiguur zijn in een grootschalig netwerk van omkoop- en afperspraktijken.

2015 moest het jaar van de wederopstanding worden maar de Grieken gooiden op de Faeröer hun laatste waterkans op kwalificatie te grabbel. Opnieuw stuurde het legioen amateurs een Griekse bondscoach de laan uit: de Uruguayaan Sergio Markarian was na twee duels al de kop van Jut. De Grieken sloten uiteindelijk hun campagne af op de laatste plaats in de groep, een wereld van verschil met de loting in februari 2014 toen de Grieken nog samen met België ingedeeld waren in pot 1.

Herstel

Michael Skibbe, Belga Image
Michael Skibbe © Belga Image

Om uit het diepe dal te kruipen, koos de bond opnieuw voor een buitenlandse maar goedkopere naam. De Duitser Michael Skibbe kreeg in zijn thuisland echter al een tijdje geen noemenswaardige job meer vast en gezien de blijvende problemen op het vlak van financiën en geweld begonnen de Grieken met een bang hart aan de weg naar Rusland. Zo lag de competitie de afgelopen jaren meermaals stil wegens supportersagressie en geweld tegen scheidsrechters. Bovendien boekten Santos en Ranieri, beiden afgedankt in Athene, tegelijkertijd het grootste succes uit hun carrière met respectievelijk Portugal en Leicester City.

Niettemin wist Skibbe de verdeelde spelersgroep opnieuw voor zich te winnen en de defensieve stabiliteit uit het verleden te herstellen. Zonder al te spectaculair voetbal en met nog maar zeven overlevers van het WK in Brazilië won Griekenland drie kwalificatiewedstrijden op rij. De spelersgroep presteerde eindelijk weer volgens haar talent maar in november sloeg de twijfel toch opnieuw toe. Een vriendschappelijke nederlaag tegen Wit-Rusland werd afgewisseld met een gevleid gelijkspel tegen concurrent Bosnië. Tijdens dat thuisduel liet de achterban zich weer van zijn slechtste kant zien door een spottend spandoek over de gruweldaden in Srebrenica.

Zo kamperen de Grieken voorlopig op de 2de plaats die recht geeft op de play-offs. Ondanks die goede uitgangspositie blijft de publieke perceptie, net zoals in Nederland dat dezelfde overgangsfase meemaakt, dat het team op eender welk moment weer kan hervallen in oude gewoonten overeind.

Om verder uit haar existentiële crisis te kruipen doet het Griekse voetbal graag beroep op de mirakelgeneratie van 2004. Eerste Minister Alexis Tsipras stak volgens AGONAsport.com voor het duel tegen Bosnië de koppen samen met de sleutelspelers van toen, zoekend naar een lange termijnvisie die op dit moment niet vanuit de bond zal komen. De FIFA heeft door de opeenstapeling van corruptie en geweld immers de dagelijkse activiteiten van de federatie overgenomen.

Of de herinnering aan de Europese titel in 2004 een vloek dan wel een zegen is voor Griekenland 2.0, zal de toekomst moeten uitwijzen. Voorlopig doen de hoogdagen van het zo verguisde antivoetbal echter vooral denken aan een ver verleden.

Jeroen Dejonckere

Decennialang was Griekenland een voetbalgekke natie zonder noemenswaardige resultaten op internationaal niveau. Tot 2004, toen de Zuid-Europeanen onder leiding van de Duitse tovenaar Otto Rehhagel en op basis van defensief spel Europees kampioen werden. Vervolgens teerden de Grieken bij elke loting op die wondere junimaand en misten ze sinds 2006 geen groot toernooi meer. Griekenland groeide uit tot de luis in de pels van eender welk land - niet zozeer omdat ze goed voetbalden, maar omdat ze de tegenpartij beletten goed te voetballen. In 2010 volgde Fernando Santos Rehhagel op en de Portugees liet de succesformule onaangeroerd: verdedigen in plaats van aanvallen om met het kleinste verschil te winnen. Op het WK in Brazilië was Griekenland dan ook één penaltyreeks verwijderd van een plaats bij de beste acht. Toch liet die historische prestatie bij een deel van de achterban een bittere nasmaak achter. Waarom zou Griekenland geen succes kunnen boeken met aantrekkelijk voetbal, vroeg de pers zich hardop af. Zelfs Ioannis Topalidis, die als assistent aan de zijde van Rehhagel het EK had gewonnen met ultradefensief voetbal, riep op tot een tactische omwenteling. Wegens persoonlijke vetes waren ook de bobo's van de federatie en Santos elkaar liever kwijt dan rijk. Na de uitschakeling door Costa Rica werd Santos, die zelf zijn vertrek al had aangekondigd, zelfs niet uitgenodigd voor het afsluitend diner.Glimmend van trots stelden de bondsbonzen vervolgens Claudio Ranieri voor als nieuwe sterke man, iemand met internationale naam en faam maar zonder affiniteit met het complexe Griekse voetbal. De Italiaan kon ook niet meer rekenen op kapitein en vechtjas Giorgios Karagounis, de laatste overlever van het mirakel uit 2004. Bovendien kampte topspits Kostas Mitroglou met blessures en experimenteerde Ranieri zelf erop los. Zijn ouderwetse 4-2-4 en rotatiekeuzes resulteerden in een valse start van jewelste op weg naar Euro 2016: één punt uit drie wedstrijden. Het Griekse elftal, een decennium lang gekend voor continuïteit en stabiliteit, was in de herfst van 2014 een stuurloos schip dat finaal botste tegen de Faeröer Eilanden. Na amper vier wedstrijden verdween Ranieri als een dief in de nacht uit Griekenland.Uiteraard was de plotse vrije val van de Ethniki ook verstrengeld met het financiële onweer boven Griekenland. Achterstallige loonuitbetalingen, zoals Jacky Mathijssen aan den lijve ondervond, en faillissementen stapelden zich op. Het grootste slachtoffer was traditieclub AEK Athene, dat de rekening gepresenteerd kreeg voor jarenlang mismanagement. Het gemiddeld toeschouwersaantal in de eerste klasse daalde in zes jaar van 7.600 naar 3.100 bezoekers. Charleroi slaagde er zelfs in international Sotiris Ninis naar België te lokken. De periode waarin wereldtoppers zoals Rivaldo kwamen uitbollen in Griekenland, was voorgoed verleden tijd. Uit noodzaak moesten clubs daarom teruggrijpen naar hun vruchten van de jeugdopleiding. Geen sinecure want door de opeenvolgende kwalificaties van het nationaal elftal en de grote geldstromen, had geen enkele club zich bekommerd om de toekomst op lange termijn. Het grootste pijnpunt was echter de waas van match fixing die rond het monopolie van Olympiakos Piraeus hangt. Eigenaar Evangelos Marinakis wordt nog steeds genoemd als de spilfiguur zijn in een grootschalig netwerk van omkoop- en afperspraktijken.2015 moest het jaar van de wederopstanding worden maar de Grieken gooiden op de Faeröer hun laatste waterkans op kwalificatie te grabbel. Opnieuw stuurde het legioen amateurs een Griekse bondscoach de laan uit: de Uruguayaan Sergio Markarian was na twee duels al de kop van Jut. De Grieken sloten uiteindelijk hun campagne af op de laatste plaats in de groep, een wereld van verschil met de loting in februari 2014 toen de Grieken nog samen met België ingedeeld waren in pot 1. Om uit het diepe dal te kruipen, koos de bond opnieuw voor een buitenlandse maar goedkopere naam. De Duitser Michael Skibbe kreeg in zijn thuisland echter al een tijdje geen noemenswaardige job meer vast en gezien de blijvende problemen op het vlak van financiën en geweld begonnen de Grieken met een bang hart aan de weg naar Rusland. Zo lag de competitie de afgelopen jaren meermaals stil wegens supportersagressie en geweld tegen scheidsrechters. Bovendien boekten Santos en Ranieri, beiden afgedankt in Athene, tegelijkertijd het grootste succes uit hun carrière met respectievelijk Portugal en Leicester City.Niettemin wist Skibbe de verdeelde spelersgroep opnieuw voor zich te winnen en de defensieve stabiliteit uit het verleden te herstellen. Zonder al te spectaculair voetbal en met nog maar zeven overlevers van het WK in Brazilië won Griekenland drie kwalificatiewedstrijden op rij. De spelersgroep presteerde eindelijk weer volgens haar talent maar in november sloeg de twijfel toch opnieuw toe. Een vriendschappelijke nederlaag tegen Wit-Rusland werd afgewisseld met een gevleid gelijkspel tegen concurrent Bosnië. Tijdens dat thuisduel liet de achterban zich weer van zijn slechtste kant zien door een spottend spandoek over de gruweldaden in Srebrenica. Zo kamperen de Grieken voorlopig op de 2de plaats die recht geeft op de play-offs. Ondanks die goede uitgangspositie blijft de publieke perceptie, net zoals in Nederland dat dezelfde overgangsfase meemaakt, dat het team op eender welk moment weer kan hervallen in oude gewoonten overeind. Om verder uit haar existentiële crisis te kruipen doet het Griekse voetbal graag beroep op de mirakelgeneratie van 2004. Eerste Minister Alexis Tsipras stak volgens AGONAsport.com voor het duel tegen Bosnië de koppen samen met de sleutelspelers van toen, zoekend naar een lange termijnvisie die op dit moment niet vanuit de bond zal komen. De FIFA heeft door de opeenstapeling van corruptie en geweld immers de dagelijkse activiteiten van de federatie overgenomen. Of de herinnering aan de Europese titel in 2004 een vloek dan wel een zegen is voor Griekenland 2.0, zal de toekomst moeten uitwijzen. Voorlopig doen de hoogdagen van het zo verguisde antivoetbal echter vooral denken aan een ver verleden.Jeroen Dejonckere