Stel: bedrijf X is actief in de automobielindustrie en is gevestigd in een van de dominante landen op die markt. Het maakt auto's die er spuuglelijk uitzien, een volle minuut nodig hebben om op te trekken van 0 naar 100 km, een krakkemikkige wegligging hebben en op autosalons meewarig bekeken worden door de bezoekers. Ze worden alleen verkocht aan chauffeurs die zich geen deftige wagen kunnen permitteren, want de auto's van X zijn spotgoedkoop. Maar dan komt er, bij wijze van deus ex machina, een puissant rijke Rus of Arabier langs die een gat in de markt ziet. Hij koopt bedrijf X voor veel te veel geld op, schakelt vervolgens een gerenommeerd headhuntersbureau in en gaat daarna de beste medewerkers bij de concurrentie weghalen. Ze kunnen bij X het vijf- of tienvoudige verdienen van wat ze tot dan toe aan salaris hadden. X maakt nu veel betere wagens, maar blijft die verkopen aan lage prijzen. Kortom, X maakt gigantische verliezen, maar dat kan de eigenaar voorlopig niet deren. Hij wil de concurrentie kapotknijpen, daarna zien we wel.
...

Stel: bedrijf X is actief in de automobielindustrie en is gevestigd in een van de dominante landen op die markt. Het maakt auto's die er spuuglelijk uitzien, een volle minuut nodig hebben om op te trekken van 0 naar 100 km, een krakkemikkige wegligging hebben en op autosalons meewarig bekeken worden door de bezoekers. Ze worden alleen verkocht aan chauffeurs die zich geen deftige wagen kunnen permitteren, want de auto's van X zijn spotgoedkoop. Maar dan komt er, bij wijze van deus ex machina, een puissant rijke Rus of Arabier langs die een gat in de markt ziet. Hij koopt bedrijf X voor veel te veel geld op, schakelt vervolgens een gerenommeerd headhuntersbureau in en gaat daarna de beste medewerkers bij de concurrentie weghalen. Ze kunnen bij X het vijf- of tienvoudige verdienen van wat ze tot dan toe aan salaris hadden. X maakt nu veel betere wagens, maar blijft die verkopen aan lage prijzen. Kortom, X maakt gigantische verliezen, maar dat kan de eigenaar voorlopig niet deren. Hij wil de concurrentie kapotknijpen, daarna zien we wel.Een realistisch scenario? Ik dacht het niet. Hoe kapitalistisch ook, in de economie gelden regeltjes: geschreven en ongeschreven. Systematisch en jaren na elkaar bewust zwaar verlies draaien om de concurrentie de loef af te steken, wordt er afgestraft. Zaakvoerders zouden in de cel belanden. Ze zouden ook geen toppersoneel kúnnen aanwerven, omdat er in contracten beperkingen staan qua overstappen naar andere bedrijven in dezelfde sector: concurrentiebeding. De markt is vrij, tot die markt op zich bedreigd wordt en dan worden er protectionistische maatregelen genomen. Zo gaat dat in de economie. Je kunt je in eender welke industrie niet eender wat permitteren, ook al heb je alle geld van de wereld.In het voetbal kan dat, wonderbaarlijk genoeg, wel. Neem Manchester City. Of Chelsea. AS Monaco en PSG. En de mecenassen hoeven niet altijd uit Rusland of Azië te komen. Neem KV Oostende, om een voorbeeld dichter bij huis te noemen. In het voetbal kan één man met veel geld een club in handen nemen en een eenmansbeleid voeren. In het voetbal staat sportief prestige boven een gezond en evenwichtig financieel beleid.Daarom introduceerde de UEFA in 2011 Financial Fair Play, een systeem om de clubs te dwingen op termijn break-even te draaien. Zogezegd om hen tegen zichzelf te beschermen, maar eigenlijk vooral om de geloofwaardigheid van het voetbal te vrijwaren. Toch blijven clubs als Man. City en PSG monsterbedragen betalen op de transfermarkt en salarissen beloven die de waanzingrens ver overschrijden. Als ze al eens gestraft worden - in februari 2014 werd hen elk een monsterboete van 60 miljoen euro opgelegd, waarvan 40 miljoen voorwaardelijk - dan zal dat de eigenaar weliswaar een luide Arabische vloek aan de ontbijttafel ontlokken, maar hij zal er daarom geen zachtgekookt ei minder om eten. Zelfs de kaviaar blijft op het bord liggen. Zolang clubs niet effectief geschorst worden vanwege wanbeheer en uitgesloten van internationale competities, zal Financial Fair Play halfdode letter blijven.Stel nu: bedrijf Y is een relatieve nieuwkomer in diezelfde automobielindustrie, actief in een land dat internationaal nauwelijks iets voorstelt in deze branche. Neem, bijvoorbeeld, China. Een land waar de allerhoogste functionaris wil dat Chinese auto's de beste van de wereld worden. En het mag wat kosten. En de overheid zal dat allemaal wel een beetje faciliteren. En we lappen alle internationale verdragen aan onze laars. Dus koopt Y een medewerker van een buitenlands bedrijf, wiens contract van bepaalde duur bijna is afgelopen, over voor een veel te hoge som en betaalt het hem het vier- of vijfvoudige van zijn huidige salaris. Zal niet gebeuren in de échte wereld om de redenen die hierboven al werden aangehaald, wel in de fantasieliga die het internationale voetbal is geworden.Als Tianjin Quanjian, een club die dit seizoen voor het eerst zal uitkomen in de Chinese Super League, 20 miljoen euro transfergeld betaalt voor Axel Witsel - terwijl zijn contract bij Zenit Sint-Petersburg volgende zomer afloopt - en hem de volgende vier jaar 18 miljoen euro salaris zal betalen, plus premies, is dat waanzin. Economisch is het onmogelijk om break-even te draaien, laat staan winst te maken. Een voetbalclub draait in normale omstandigheden op vier bronnen van inkomsten: ticketing (verkoop van abonnementen en losse tickets), merchandising (verkoop van spelerstruitjes e.d.), sponsoring en reclame, en tv-gelden. Omdat clubs overal ter wereld systematisch boven hun stand leven - en te veel uitgeven aan transfers en lonen -, zijn die inkomsten uit tv-rechten steeds belangrijker geworden. Dat zal de eigenaar van Tianjin Quanjian, de fabrikant van kruidenmedicijnen Quanjin Nature Medicine, worst wezen. Omdat hij weet dat het president Xi Jinping worst zal wezen. Die wil namelijk van China een topvoetbalnatie maken. Een werk van lange adem, want de Chinese Volksrepubliek staat momenteel 82ste op de wereldranglijst. In het verleden mocht China nog maar één keer deelnemen aan het WK Voetbal en kwalificatie voor het wereldkampioenschap van volgend jaar in Rusland zit er niet direct aan te komen. Xi Jinping wil dat er twee dingen gebeuren: de Chinese competitie moet sterker worden (vandaar de aankoop van buitenlandse voetballers) en de jeugd moet massaal gaan voetballen. De Chinese voetbalbond telt momenteel minder leden dan de Belgische, om maar iets te zeggen. Dus moet die onderbouw gecreëerd worden, met als doel om over twaalf of zestien jaar mee te dingen naar de prijzen. De ultieme droom: de wereldbeker winnen in eigen land. Een ambitieus project.Het doet wat denken aan de amechtige pogingen van de Verenigde Staten om zichzelf op de voetbalkaart te zetten. In de jaren 70 gebeurde dat door uitbollende topvoetballers als Franz Beckenbauer, Johan Cruijff en Pelé voor veel zakgeld naar de States te lokken, maar het grote publiek ging nooit overstag. In 1994 organiseerde Amerika de wereldbeker. Ook dat leidde niet tot een voetbalhausse. En verder dan de achtste finales raakten de Amerikanen nog nooit. Moraal van het verhaal: 324 miljoen inwoners, veel goede wil, een marketingmachine en wat mecenassen volstaan niet om een voetbalcultuur uit te bouwen. Vandaag voetballen in de Major League Soccer nog altijd vooral middelmatige Amerikanen en hasbeens van zowat overal. Benieuwd of het in een land met 1,4 miljard inwoners wel planmatig van de grond kan komen.Sportief is dit een eerste klas begrafenis voor Axel Witsel. Daar hoeven we niet flauw over te doen. Dat kan ook makkelijk aangetoond worden. In tegenstelling tot de Europese competities - waar er geen limiet bestaat op het aantal buitenlandse spelers - zijn er in de Ping An Chinese Football Association Super League strenge restricties. Een spelerskern mag maximaal vijf buitenlanders tellen en een van die vijf moet dan nog een Aziaat zijn. Op het wedstrijdblad mogen maximaal vier buitenlanders ingevuld worden, inclusief één Aziaat. Bij Tianjin Quanjian zijn dat voorlopig drie Brazilianen, een Belg en een Zuid-Koreaan. 'Voorlopig', omdat de transfermarkt open is, de competitie start ginder pas in februari. Bij de Brazilianen de gewezen internationals Luís Fabiano en Jádson, respectievelijk 36 en 33 jaar oud. Daar komt dus een vorige week 28 geworden Belg bij, in de fleur van zijn voetballeven, die nu gaat voetballen bij een promovendus, in een stad met 14 miljoen inwoners op een oppervlakte die drie kleiner is dan België, met collega's die in de Jupiler Pro League niet eens de invallersbank zouden mogen opwarmen. Ach, hij is een volwassen jongen, het is zijn keuze om te gaan spelen voor een ploeg die hier moeite zou hebben om het behoud te verzekeren. Maar wel elke week met een brede glimlach naar de bank, dat weer wel. Ergerlijker is dat de Chinese Super League qua inkomende transfers de Europese topvoetballanden ver overtreft. Dus lopen er nu Braziliaanse internationals als Hulk (30), Ramires (29) en Oscar (25) rond. En verdient de Argentijn Carlos Tévez er op z'n 33ste 750.000 euro per week. Wie weet volgt de Spanjaard-van-Braziliaanse-origine Diego Costa (28) snel. Hij zou ploegmaat van Witsel kunnen worden: dat zou zijn huidige club, Chelsea, 90 miljoen euro opleveren en hem persoonlijk een weeksalaris van 700.000 euro (36,4 miljoen per jaar, arme Axel...) De door smog onzichtbaar geworden sky is the limit geworden, omdat er geen remmingen bestaan op het financiële vlak. Maar dus wel op het aantal buitenlanders.Het is een vreemde vaststelling: in het meest kapitalistische land ter wereld, de Verenigde Staten, bestaan er strenge regels inzake het financiële beheer van sportclubs. Denk aan de 'salary cap' in de NBA: daardoor krijg je een spannender, evenwichtiger competitie. Spelers worden er nog altijd rijkelijk betaald, maar clubs moeten zich aan een plafond houden dat van bovenaf opgelegd wordt. In het voormalige communistische China, nog altijd grotendeels een planeconomie, bestaat dat strenge toezicht dan weer niet.China is het goede en het slechte voorbeeld. Goed, omdat de doorgroei van eigen spelers niet belemmerd wordt door een te groot aantal goedkope buitenlandse B-spelers, zoals bij ons. Slecht, omdat het laissez-faire-principe er zwaar is doorgeslagen. Het maakt de noodzaak aan een wereldwijde en consequente toepassing van de principes van Financial Fair Play alleen maar groter. Door al die excessen stevent het voetbal af op een implosie. Hoog tijd om voetbal als een normale economische bedrijfstak te gaan beschouwen, met regels en afspraken. Zo'n salary cap zou al een eerste stap in de goede richting zijn.