Op 5 september 2009 gingen de Rode Duivels, met Wesley Sonck en Timmy Simons in de basis en Olivier Deschacht en Davy Schollen op de bank, met 5-0 verliezen in en tegen Spanje. Tien maanden later zou diezelfde Furia Roja in Zuid-Afrika haar allereerste (en voorlopig enige) wereldtitel ooit pakken.

De Spanjaarden startten die Twenty Ten Fifa Worldcup met een gerust gemoed. Ze waren twee jaar eerder al Europees kampioen geworden en tankten met een dertig op dertig in hun kwalificatiepoule nog wat extra vertrouwen.

Het toernooi begon voor iedereen met een kennismaking met het vervelende gezoem van de vuvuzela, maar voor Spanje vooral met een bummer. In de openingswedstrijd geraakte het niet door een Zwitserse muur en tot overmaat van ramp scoorde Gelson Fernandes aan de overkant wél. De ploeg van Vicente del Bosque verloor met 0-1 en moest meteen vol aan de bak.

In de daaropvolgende wedstrijden wist Spanje Honduras (2-0) en het Chili (2-1) van Marcelo Bielsa wel te verslaan. Van goudwaarde in die overwinningen: David Villa. Met drie bloedmooie doelpunten toonde de spits van Valencia zich in de poulefase de slotenbreker van dienst.

De vierde treffer in de poulefase kwam van de voet van Andrés Iniesta, de man die later in het toernooi nóg belangrijker zou blijken.

Altijd weer Villa

In de achtste finales wachtte een Iberische derby waarin de Spanjaarden het bij momenten knap lastig hadden met Cristiano Ronaldo en co. De inbreng van Fernando Llorente betekende een kantelmoment in de wedstrijd. De kracht van de boomlange Bask zorgde ervoor dat er verticaler kon gevoetbald worden. En dat loonde. De onvermijdelijke Villa zorgde voor het enige doelpunt en een plaats in de kwartfinale tegen Paraguay.

De wedstrijd tegen de Zuid-Amerikanen werd getekend door penalty's. Iets voor het uur maakte Gerard Piqué zo'n domme trekfout dat er zelfs geen (toen nog onbestaande) VAR nodig was om een strafschop toe te kennen. Casillas redde.

Drie minuten later kreeg Spanje er zelf eentje aan de overkant. Xabi Alonso scoorde, maar zijn elfmeter moest hernomen worden. Bij zijn tweede poging miste de middenvelder van Real Madrid. Uiteindelijk zou Spanje de wedstrijd winnen met 1-0.

Opnieuw hield het de nul, opnieuw maakte David Villa, ditmaal na een magistrale actie van Iniesta, het enige doelpunt van de wedstrijd.

Leider Puyol en verlosser Iniesta

Nog één wedstrijd scheidde de Spanjaarden van hun allereerste wereldbekerfinale ooit. In die halve finale kroonde een Catalaan zich onverwacht tot de held van de natie. Met een keiharde kopbal kegelde Carles Puyol Duitsland uit het toernooi.

Niet voor het eerst was het hoofd van de verdediger van doorslaggevend belang voor het succes van de Spanjaarden. Puyol was de onbetwistbare leider in de defensie die verder bestond uit zijn Barçamaatje Gerard Piqué, Realrivaal Sergio Ramos en Joan Capdevila, die in de herfst van zijn carrière nog in Lier zou belanden. Op weg naar de finale incasseerde het viertal amper twee treffers.

Ook in die laatste, allesbeslissende wedstrijd tegen Nederland slikte Spanje geen doelpunt. Maar het scoorde ook zelf niet. Verlengingen moesten dus voor de beslissing zorgen. Daarin was het tot minuut 116 wachten op de verlossing.

Cesc Fàbregas, supersub van dienst, vond Andrès Iniesta, die de bal overhoeks voorbij Maarten Stekelenburg knalde en Spanje zo naar de wereldtitel en zichzelf naar de onsterfelijkheid schoot.

El Blanquito was die avond in Johannesburg niet de enige held. Eind mei flaterde Iker Casillas in een oefenwedstrijd tegen Saudi-Arabië, zijn positie als nummer 1 werd in vraag gesteld. Anderhalve maand later hield hij zijn ploeg oog in oog met Arjen Robben twee keer recht, mocht hij als kapitein de wereldbeker in de lucht steken en kuste hij na de finale met tranen in de ogen interviewster Sara Carbonero vol op de mond. De Telecincojournaliste was zijn vriendin.

Pepe Reina

In de schaduw van uitblinkers als Iniesta en Villa ontpopte de op dat moment amper 21-jarige Sergio Busquets zich tot een ontzettend nuttige werkkracht. Pepe Reina noemde hem niet voor niets liefkozend de octopus van Badia.

Tijdens de viering van de wereldkampioenen aan de Puente del Rey in Madrid toonde de keeper van Liverpool overigens dat een derde doelman wel degelijk ontzettend belangrijk kan zijn. Reina ontpopte zich tot de koning van het feest. Tijdens zijn tien minuten durende speech had hij een bedankwoordje voorbereid voor élke speler in de groep, van Xavi over Carlos Marchena en David Silva tot Raúl Albiol.

Zelfs Fernando Torres, die op het WK geen noemenswaardige rol van betekenis speelde, kwam aan bod. 'Alles begon twee jaar en dertien dagen geleden, toen hij de winning goal maakte tegen Duitsland (in de EK-finale). Hij deed ons dromen, hij deed ons geloven en dáárom staan we hier vandaag met deze beker', brulde een uitzinnige Reina.

Veel veranderd

Vandaag is Spanje niet meer de machine die het ooit was. Heel wat sleutelspelers hingen hun schoenen aan de haak, zijn over hun hoogtepunt heen of besloten om hun interlandcarrière te beëindigen.

De jongens die vandaag deel uitmaken van de selectie zijn stuk voor stuk goede voetballers, maar Álvaro Morata is geen David Villa, Thiago Alcántara geen Andrés Iniesta en Raúl Albiol geen Carles Puyol.

Nog een belangrijk verschil: de elf die aan de aftrap kwamen in de finale tegen Nederland speelden nagenoeg allemaal voor Barça en Real. Joan Capdevila (Villarreal) en David Villa (Valencia) waren de enige vreemde eenden in de bijt. De ploeg waarmee Spanje in november Roemenië partij gaf, bestond uit voetballers van maar liefst zeven verschillende ploegen. Zeggen dat de machine dan op zijn minst iets minder geolied is, is een understatement.

Tien jaar later ziet de wereld er helemaal anders uit. De selectie van Luis Enrique wordt al lang niet meer genoemd bij de topfavorieten. De Spanjaarden moeten hopen dat er snel een nieuwe gouden lichting opstaat.

Yanko Beekman

Op 5 september 2009 gingen de Rode Duivels, met Wesley Sonck en Timmy Simons in de basis en Olivier Deschacht en Davy Schollen op de bank, met 5-0 verliezen in en tegen Spanje. Tien maanden later zou diezelfde Furia Roja in Zuid-Afrika haar allereerste (en voorlopig enige) wereldtitel ooit pakken.De Spanjaarden startten die Twenty Ten Fifa Worldcup met een gerust gemoed. Ze waren twee jaar eerder al Europees kampioen geworden en tankten met een dertig op dertig in hun kwalificatiepoule nog wat extra vertrouwen. Het toernooi begon voor iedereen met een kennismaking met het vervelende gezoem van de vuvuzela, maar voor Spanje vooral met een bummer. In de openingswedstrijd geraakte het niet door een Zwitserse muur en tot overmaat van ramp scoorde Gelson Fernandes aan de overkant wél. De ploeg van Vicente del Bosque verloor met 0-1 en moest meteen vol aan de bak.In de daaropvolgende wedstrijden wist Spanje Honduras (2-0) en het Chili (2-1) van Marcelo Bielsa wel te verslaan. Van goudwaarde in die overwinningen: David Villa. Met drie bloedmooie doelpunten toonde de spits van Valencia zich in de poulefase de slotenbreker van dienst. De vierde treffer in de poulefase kwam van de voet van Andrés Iniesta, de man die later in het toernooi nóg belangrijker zou blijken.In de achtste finales wachtte een Iberische derby waarin de Spanjaarden het bij momenten knap lastig hadden met Cristiano Ronaldo en co. De inbreng van Fernando Llorente betekende een kantelmoment in de wedstrijd. De kracht van de boomlange Bask zorgde ervoor dat er verticaler kon gevoetbald worden. En dat loonde. De onvermijdelijke Villa zorgde voor het enige doelpunt en een plaats in de kwartfinale tegen Paraguay.De wedstrijd tegen de Zuid-Amerikanen werd getekend door penalty's. Iets voor het uur maakte Gerard Piqué zo'n domme trekfout dat er zelfs geen (toen nog onbestaande) VAR nodig was om een strafschop toe te kennen. Casillas redde. Drie minuten later kreeg Spanje er zelf eentje aan de overkant. Xabi Alonso scoorde, maar zijn elfmeter moest hernomen worden. Bij zijn tweede poging miste de middenvelder van Real Madrid. Uiteindelijk zou Spanje de wedstrijd winnen met 1-0. Opnieuw hield het de nul, opnieuw maakte David Villa, ditmaal na een magistrale actie van Iniesta, het enige doelpunt van de wedstrijd. Nog één wedstrijd scheidde de Spanjaarden van hun allereerste wereldbekerfinale ooit. In die halve finale kroonde een Catalaan zich onverwacht tot de held van de natie. Met een keiharde kopbal kegelde Carles Puyol Duitsland uit het toernooi.Niet voor het eerst was het hoofd van de verdediger van doorslaggevend belang voor het succes van de Spanjaarden. Puyol was de onbetwistbare leider in de defensie die verder bestond uit zijn Barçamaatje Gerard Piqué, Realrivaal Sergio Ramos en Joan Capdevila, die in de herfst van zijn carrière nog in Lier zou belanden. Op weg naar de finale incasseerde het viertal amper twee treffers.Ook in die laatste, allesbeslissende wedstrijd tegen Nederland slikte Spanje geen doelpunt. Maar het scoorde ook zelf niet. Verlengingen moesten dus voor de beslissing zorgen. Daarin was het tot minuut 116 wachten op de verlossing. Cesc Fàbregas, supersub van dienst, vond Andrès Iniesta, die de bal overhoeks voorbij Maarten Stekelenburg knalde en Spanje zo naar de wereldtitel en zichzelf naar de onsterfelijkheid schoot. El Blanquito was die avond in Johannesburg niet de enige held. Eind mei flaterde Iker Casillas in een oefenwedstrijd tegen Saudi-Arabië, zijn positie als nummer 1 werd in vraag gesteld. Anderhalve maand later hield hij zijn ploeg oog in oog met Arjen Robben twee keer recht, mocht hij als kapitein de wereldbeker in de lucht steken en kuste hij na de finale met tranen in de ogen interviewster Sara Carbonero vol op de mond. De Telecincojournaliste was zijn vriendin.In de schaduw van uitblinkers als Iniesta en Villa ontpopte de op dat moment amper 21-jarige Sergio Busquets zich tot een ontzettend nuttige werkkracht. Pepe Reina noemde hem niet voor niets liefkozend de octopus van Badia.Tijdens de viering van de wereldkampioenen aan de Puente del Rey in Madrid toonde de keeper van Liverpool overigens dat een derde doelman wel degelijk ontzettend belangrijk kan zijn. Reina ontpopte zich tot de koning van het feest. Tijdens zijn tien minuten durende speech had hij een bedankwoordje voorbereid voor élke speler in de groep, van Xavi over Carlos Marchena en David Silva tot Raúl Albiol.Zelfs Fernando Torres, die op het WK geen noemenswaardige rol van betekenis speelde, kwam aan bod. 'Alles begon twee jaar en dertien dagen geleden, toen hij de winning goal maakte tegen Duitsland (in de EK-finale). Hij deed ons dromen, hij deed ons geloven en dáárom staan we hier vandaag met deze beker', brulde een uitzinnige Reina.Vandaag is Spanje niet meer de machine die het ooit was. Heel wat sleutelspelers hingen hun schoenen aan de haak, zijn over hun hoogtepunt heen of besloten om hun interlandcarrière te beëindigen. De jongens die vandaag deel uitmaken van de selectie zijn stuk voor stuk goede voetballers, maar Álvaro Morata is geen David Villa, Thiago Alcántara geen Andrés Iniesta en Raúl Albiol geen Carles Puyol.Nog een belangrijk verschil: de elf die aan de aftrap kwamen in de finale tegen Nederland speelden nagenoeg allemaal voor Barça en Real. Joan Capdevila (Villarreal) en David Villa (Valencia) waren de enige vreemde eenden in de bijt. De ploeg waarmee Spanje in november Roemenië partij gaf, bestond uit voetballers van maar liefst zeven verschillende ploegen. Zeggen dat de machine dan op zijn minst iets minder geolied is, is een understatement.Tien jaar later ziet de wereld er helemaal anders uit. De selectie van Luis Enrique wordt al lang niet meer genoemd bij de topfavorieten. De Spanjaarden moeten hopen dat er snel een nieuwe gouden lichting opstaat.Yanko Beekman