Fabio Silva is de volgende in het rijtje van torenhoge afkoopclausules. De Portugese tiener speelt nog geen heel seizoen in de Portugese eerste klasse, maar heeft wel al een afkoopclausule van 125 miljoen euro in zijn contract staan. Op zich is dat niet verwonderlijk. Porto volgt gewoon het voorbeeld dat eeuwige rivaal Benfica vorig seizoen stelde met de verkoop van hun goudhaantje João Félix voor 126 miljoen euro aan Atlético Madrid. De Portugese ster had toen een iets lagere clausule van 120 miljoen euro.

(On)betaalbaar?

Belgische clubs kunnen enkel dromen van zulke hoge bedragen. Spanje daarentegen gaat nog enkele niveaus hoger dan buurland Portugal. Een afkoopclausule van 200 miljoen euro is daar dagelijkse kost. Karim Benzema, die ondertussen al 31 jaar is, heeft er zelfs een van 1 miljard euro. Niemand die er ook maar aan zou denken om dat te betalen.

Dat de ploegen uit LaLiga zulke hoge afkoopclausules in hun contracten willen, komt om twee redenen. Ten eerste was er de transfersoap van Neymar. Toen de Braziliaanse ster van Barcelona naar PSG trok voor 222 miljoen euro, gingen alle alarmbellen af bij de Spaanse topclubs. De afkoopclausule van Neymar bedroeg namelijk 200 miljoen euro. Geen ploeg zou dat ooit betalen, dachten ze toen. Daar zaten ze dus even mis.

Omdat 200 miljoen euro voor een absolute topspeler dus blijkbaar betaalbaar is, zijn de afkoopclausules bij Barcelona de hoogte ingeschoten. Bij Barça is de gemiddelde afkoopclausule van een A-speler zo'n 300 miljoen euro. Sterkhouders als Griezmann (800 miljoen), Messi (700 miljoen), Sergio Busquets, Sergi Roberto en Gerad Piqué (allemaal 500 miljoen euro) zitten daar nog boven.

Bij Real Madrid waren die clausules al van een andere planeet. Daar ligt het gemiddelde rond de 400 miljoen euro met Benzema's miljard en maar liefst 5 spelers met een clausule van 700 miljoen of meer.

Zelfs bij de jeugd zijn er torenhoge afkoopclausules te vinden. Ansu Fati, het 'nieuwe wonderkind van Barcelona', heeft een afkoopclausule van 100 miljoen euro net zoals Mike van Beijnen, een onbekende speler van de B-ploeg van Barça.

Club compenseren

Dat spelers en zelfs jeugdspelers in Spanje een afkoopclausule hebben, is normaal. Verplicht is het niet, maar het is wel een gewoonte, aangezien Spaanse arbeiders, net zoals voetballers, de mogelijkheid hebben om zo een afkoopclausule in het contract te zetten. De idee daarachter is dat arbeiders/voetballers hun werkgever moeten kunnen vergoeden wanneer ze hun contract vroegtijdig beslissen te beëindigen. Waarom de bedragen dan zo hoog zijn, heeft te maken met het afschrikkingseffect om spelers zomaar te komen halen voor een veel te lage prijs.

Het is ook niet zo dat spelers enkel kunnen vertrekken wanneer het volledige bedrag betaald wordt. Vaak wordt een bedrag rond de clausule aanvaard, maar nog vaker gaan beide clubs en de speler akkoord met een veel lager bedrag, zolang alle partijen maar akkoord gaan.

Het is een typisch Spaans fenomeen. In andere landen, zoals in Engeland, bestaat er geen cultuur van afkoopclausules. De Engelse clubs zijn er bijvoorbeeld niet voor te vinden dat een speler zomaar uit eigen initiatief zich kan uitkopen. Torenhoge afkoopclausules bestaan er al helemaal niet. En ook in andere landen, zoals Italië en Duitsland, staan ze daar nog niet voor te springen.

Fabio Silva is de volgende in het rijtje van torenhoge afkoopclausules. De Portugese tiener speelt nog geen heel seizoen in de Portugese eerste klasse, maar heeft wel al een afkoopclausule van 125 miljoen euro in zijn contract staan. Op zich is dat niet verwonderlijk. Porto volgt gewoon het voorbeeld dat eeuwige rivaal Benfica vorig seizoen stelde met de verkoop van hun goudhaantje João Félix voor 126 miljoen euro aan Atlético Madrid. De Portugese ster had toen een iets lagere clausule van 120 miljoen euro. (On)betaalbaar?Belgische clubs kunnen enkel dromen van zulke hoge bedragen. Spanje daarentegen gaat nog enkele niveaus hoger dan buurland Portugal. Een afkoopclausule van 200 miljoen euro is daar dagelijkse kost. Karim Benzema, die ondertussen al 31 jaar is, heeft er zelfs een van 1 miljard euro. Niemand die er ook maar aan zou denken om dat te betalen. Dat de ploegen uit LaLiga zulke hoge afkoopclausules in hun contracten willen, komt om twee redenen. Ten eerste was er de transfersoap van Neymar. Toen de Braziliaanse ster van Barcelona naar PSG trok voor 222 miljoen euro, gingen alle alarmbellen af bij de Spaanse topclubs. De afkoopclausule van Neymar bedroeg namelijk 200 miljoen euro. Geen ploeg zou dat ooit betalen, dachten ze toen. Daar zaten ze dus even mis. Omdat 200 miljoen euro voor een absolute topspeler dus blijkbaar betaalbaar is, zijn de afkoopclausules bij Barcelona de hoogte ingeschoten. Bij Barça is de gemiddelde afkoopclausule van een A-speler zo'n 300 miljoen euro. Sterkhouders als Griezmann (800 miljoen), Messi (700 miljoen), Sergio Busquets, Sergi Roberto en Gerad Piqué (allemaal 500 miljoen euro) zitten daar nog boven. Bij Real Madrid waren die clausules al van een andere planeet. Daar ligt het gemiddelde rond de 400 miljoen euro met Benzema's miljard en maar liefst 5 spelers met een clausule van 700 miljoen of meer. Zelfs bij de jeugd zijn er torenhoge afkoopclausules te vinden. Ansu Fati, het 'nieuwe wonderkind van Barcelona', heeft een afkoopclausule van 100 miljoen euro net zoals Mike van Beijnen, een onbekende speler van de B-ploeg van Barça. Club compenserenDat spelers en zelfs jeugdspelers in Spanje een afkoopclausule hebben, is normaal. Verplicht is het niet, maar het is wel een gewoonte, aangezien Spaanse arbeiders, net zoals voetballers, de mogelijkheid hebben om zo een afkoopclausule in het contract te zetten. De idee daarachter is dat arbeiders/voetballers hun werkgever moeten kunnen vergoeden wanneer ze hun contract vroegtijdig beslissen te beëindigen. Waarom de bedragen dan zo hoog zijn, heeft te maken met het afschrikkingseffect om spelers zomaar te komen halen voor een veel te lage prijs. Het is ook niet zo dat spelers enkel kunnen vertrekken wanneer het volledige bedrag betaald wordt. Vaak wordt een bedrag rond de clausule aanvaard, maar nog vaker gaan beide clubs en de speler akkoord met een veel lager bedrag, zolang alle partijen maar akkoord gaan. Het is een typisch Spaans fenomeen. In andere landen, zoals in Engeland, bestaat er geen cultuur van afkoopclausules. De Engelse clubs zijn er bijvoorbeeld niet voor te vinden dat een speler zomaar uit eigen initiatief zich kan uitkopen. Torenhoge afkoopclausules bestaan er al helemaal niet. En ook in andere landen, zoals Italië en Duitsland, staan ze daar nog niet voor te springen.