Het is een hardnekkige gewoonte en Duitsland, de wereldkampioen van 2014, gaf daar in Rusland nog maar eens blijk van. Terwijl ze vier jaar eerder de hoofdvogel hadden afgeschoten, gingen de mannen van Joachim Löw er in 2018 al uit in de poulefase. Het wijst erop hoe zwaar het juk van de wereldtitel weegt.
...

Het is een hardnekkige gewoonte en Duitsland, de wereldkampioen van 2014, gaf daar in Rusland nog maar eens blijk van. Terwijl ze vier jaar eerder de hoofdvogel hadden afgeschoten, gingen de mannen van Joachim Löw er in 2018 al uit in de poulefase. Het wijst erop hoe zwaar het juk van de wereldtitel weegt. Uitgerekend Frankrijk, de wereldkampioen van 1998, was de eerste die de serie in gang zette. In 2002, op het WK in Japan en Zuid-Korea, werden ze na de groepsronde al naar huis gestuurd zonder dat ze zelfs één goal gemaakt hadden. In 2010 was het aan Italië, de kampioen van 2006, om het niet eens tot de achtste finales te schoppen. En vier jaar later viel het onoverwinnelijk geachte Spanje ook al in de groepsfase van zijn sokkel. In deze eeuw kon alleen Brazilië ontkomen aan het lot, dat wil dat de uittredende wereldkampioen niet door de eerste ronde geraakt: de Goddelijke Kanaries zegevierden in 2002 en haalden in 2006 toch de kwartfinales. Dat is dus de statistiek waar de Fransen van Didier Deschamps tegen opboksen wanneer ze vanavond/woensdag aan hun weg naar het WK van 2022 beginnen. Maar Les Bleus lijken, in tegenstelling tot hun voorgangers, in staat om een verlengstuk te breien aan hun succes. Misschien omdat deze ploeg niet geprogrammeerd was om al zo snel te oogsten. De Fransen kregen in Rusland vaak kritiek op hun spelstijl, maar zouden met nog meer zekerheden naar Qatar kunnen afreizen. Onder meer omdat Kylian Mbappé nog maar 22 jaar is, maar ook omdat een blik op de 23 Bleus die Sylvain Ripoll geselecteerd heeft voor de poulefase van het EK voor Beloften (die deze week in Hongarije plaatsvindt), toont dat Frankrijk een gouden toekomst heeft. Een selectie waaruit Ripoll spontaan een speler van het kaliber van Maxence Caqueret heeft weggelaten, het nieuwste goudhaantje van de jeugdopleiding van Lyon. Zijn afwezigheid is in Frankrijk het symbool geworden van de overvloed aan talenten die het Franse voetbal de laatste jaren telt. Men zegt dat de bondscoach van de Beloften voor de komende interlands tegen Denemarken, IJsland en Rusland een voorraad geniën ter beschikking heeft die in menige A-ploeg niet zouden misstaan. In de eerste plaats de spelmakers op het middenveld, Eduardo Camavinga (Rennes) en Houssem Aouar (Lyon), twee vedetten in de dop, die geen uitzondering zijn in een vroegrijpe selectie. De verwachte centrale as wordt verder gevormd door Jules Koundé (FC Sevilla) en Wesley Fofana (Leicester City). Voor het aanvallende spel zijn er veel mogelijkheden, maar dat draait allicht rond Jonathan Ikoné (Lille OSC), Amine Gouiri (Nice) of Odsonne Edouard (Celtic). Zij zijn allemaal titularis bij hun club en op termijn ook kandidaat voor een plek in het fanionteam van Frankrijk. Bij die ronkende namen hoort ook Adrien Truffert, de linksback van Rennes die eind februari door Roberto Martínez werd gepolst maar die besloot om voorlopig zijn avontuur bij de Franse Beloften verder te zetten. Een keuze van het hart voor een overvloed aan talent, die de laatste jaren de norm is geworden bij de Franse nationale ploeg. Les Bleus vatten dus zeker vol vertrouwen het komende drieluik aan, dat hen over 21 maanden naar Qatar moet voeren. Daar lijkt Frankrijk nu al een van de topfavorieten te zijn. De komende wedstrijden tegen Oekraïne (24/3), Kazachstan (28/3) en Bosnië-Herzegovina (31/3) zullen daar waarschijnlijk weinig aan veranderen.