Newcastle United FC, de club uit Newcastle upon Tyne in Noordoost-Engeland die 140 jaar geleden als Stanley werd opgericht, een jaar later van naam veranderde in Newcastle East End en in 1892 zijn huidige naam verwierf, is de rijkste voetbalclub ter wereld. De Geordies vieren feest, trekken de zwart-witte keffiyeh slordig rond het hoofd en dromen zich weg uit de onderste regionen van het klassement.
...

Newcastle United FC, de club uit Newcastle upon Tyne in Noordoost-Engeland die 140 jaar geleden als Stanley werd opgericht, een jaar later van naam veranderde in Newcastle East End en in 1892 zijn huidige naam verwierf, is de rijkste voetbalclub ter wereld. De Geordies vieren feest, trekken de zwart-witte keffiyeh slordig rond het hoofd en dromen zich weg uit de onderste regionen van het klassement. Een Saudisch staatsinvesteringsfonds kocht met 350 miljoen euro de club én heeft nog een kapitaal van 367 miljard euro achter de hand. Mbappé, Haaland, Kane, Grealish, Salah, Lukaku, De Bruyne, Neymar, ze zijn allen welkom in de studentenstad. Het recente verhaal van Newcastle United is niet het begin van een nieuwe tendens, eerder één die al jaren de voetbalwereld binnensluipt en tegenwoordig ook de resterende levenslijn voor clubs dreigt te worden. Chelsea deed het met Roman Abramovitsj, een Russisch-Israëlische oliemiljardair die onlangs nog een jacht van 140 meter met 8 verdiepingen kocht ter waarde van 496 miljoen euro. Leicester? De Thaise Srivaddhanaprabha-familie, tevens ook de eigenaars van OH Leuven. Manchester City? Abu Dhabi United Group, onder leiding van sjeik Mansour. Heel wat kapitaalkrachtige eigenaars laten hun geld stromen richting 'hun' club. Een investering als een ander, overzeese clubliefde of in sommige gevallen een handigheid om het imago wat te boosten, sportswashing dus. De Olympische Spelen in 1936, aan de vooravond van de tweede wereldoorlog, vond plaats in Berlijn. Arsenal nam een tijdje terug dan weer geld aan van Paul Kagame, de president van Rwanda, een van de armste landen ter wereld. Dertig miljoen euro shirtsponsor om de toeristenindustrie richting Rwanda te promoten en wij juichen binnen een jaar met z'n allen voor onze Rode Duivels in Qatar. Terug naar The Magpies, waar kroonprins Mohammad bin Salman met veel geld zichzelf een beter imago tracht te kopen. In 2020 kwam de Premier League nog tussenbeide wegens 'weinig garanties dat de Saoedische Staat zich afzijdig zou houden binnen de clubwerking', maar ondertussen werd de piratenzender beoutQ opgedoekt en de geblokkeerde televisiepartner van de premier League, de Qatarese beIN sports, gedeblokkeerd. De ban werd opgeheven en Newcastle United werd eigendom van de man die verdacht wordt van betrokkenheid bij de moord op journalist Jamal Khashoggi in Turkije. Voetbal is traditie maar ook big business. De aantrekkingskracht van kapitaalkrachtige investeerders is een logisch gevolg van de commercialisering en globalisering van het voetbal en soms ook de enige manier om bepaalde clubs mee te laten groeien. Geld doet voetballen, soms met tegenzin van de lokale supporter en de oververmoeide speler, en wij kijkers betalen mee. De financial fairplay (niet meer uitgeven dan je binnenkrijgt) probeert de boel wat onder controle te houden, het strafblad van de koper lijkt van ondergeschikt belang. Het wordt bijna een gewetensvraag: mogen de Magpies blij zijn met de grenzeloze aankoopmogelijkheden ongeacht van waar het geld komt? Of wordt de sfeer wat grimmiger als we gaan graven in het verleden van de kroonprins? En wat als het geld nu van een Amerikaans bedrijf zou komen? Of zit de bijklank van Saoedi-Arabië wat tegen? Het punt waar ethiek, sport en politiek samenkomt: een uitdaging, of eerder het vraagstuk van de kwadratuur van de cirkel?