Karim Benzema

Vanavond staat hij al voor zijn 113e Champions Leaguewedstrijd. Het is een indrukwekkend cijfer dat begon op 6 december 2005 toen Benzema als Lyon-speler zijn debuut maakte op het kampioenenbal en al meteen in de basis werd gedropt tegen Rosenborg. Overal in Europa werd Benzema al de nieuwe grote ster van Frankrijk genoemd en die reputatie zette hij nog wat meer kracht bij door al meteen te scoren en Lyon naar een 2-1 overwinning te helpen. Ondertussen staat de teller al op 60 stuks en is hij de op drie na meest scorende speler in de Champions League.

Zlatan Ibrahimovic

Zou er ergens een lijstje zijn waar Zlatan niet in voorkomt? Hier ontbreekt hij alvast ook niet, want bij zijn Champions Leaguedebuut voor Ajax tegen Lyon op 10 maart 2002 scoorde de Zweed de enige twee goals voor de thuisploeg. Het werd 2-1 tegen de Zuid-Franse club. Daarmee bewees Zlatan dat hij voortaan altijd in de basis moest staan, want Koeman zette hem wel eens graag op de bank. Ibrahimovic was toen pas 20 jaar.

Wayne Rooney

Het debuut van Wayne Rooney overklast waarschijnlijk alle andere debuten in deze lijst, ook die van Håland, want de Engelsman maakte zijn debuut voor de A-ploeg van Manchester United.. in de Champions League op 28 september 2004. Het was een debuut zoals de meesten die wel zouden willen hebben, want het 19-jarige toptalent maakte al meteen een hattrick tegen Fenerbahçe. En het waren geen binnentikkers, hoor. Nee, er zat onder meer een goal vanuit de zestien én een vrije trap tussen. Manchester United won uiteindelijk vlot met 6-1.

Thomas Müller

De vorige spelers debuteerden allemaal in een groepswedstrijd, maar de 19-jarige Thomas Müller deed dat in de achtste finales van de grootste Europese beker. Op 10 maart 2009 mocht de jonge Duitser invallen bij een 4-1 tussenstand tegen Sporting Lissabon en hij pikte zelf ook eventjes zijn goal mee. Uiteindelijk werd het 7-1, maar op een echte basisplaats moest Müller wel nog even wachten. Die volgde pas het seizoen daarop.

Ryan Bertrand

Je moet niet altijd scoren op je debuut om die memorabel te maken, je kan de Champions League ook gewoon winnen bij je eerste optreden. Ryan Bertrand, een talentje van Chelsea, maakte namelijk zijn eerste minuten in de Champions League tijdens de gewonnen finale in 2012 in en tegen Bayern München. Het was de eerste en voorlopig laatste Champions League-ervaring van de Engelse linksachter, want hij vertrok niet veel later op uitleenbasis naar verschillende clubs en zit ondertussen bij Southampton. Maar hij kan wel tenminste zeggen dat hij ooit een finale van het kampioenenbal speelde en die ook won.

Slecht begonnen is half gewonnen

Uit deze lijst kan het nu misschien wel lijken dat het een must is om te scoren bij je debuut om dan een mooie carrière uit te bouwen, maar de twee groten der aarde bewijzen het tegendeel. Cristiano Ronaldo mocht voor de allereerste keer opdraven in zijn favoriete competitie in een uitwedstrijd van Manchester United tegen Stuttgart op 1 oktober 2003. Hoewel Ronaldo een penalty uitlokte en die gescoord werd door van Nistelrooy verloren de Mancunians in Duitsland met 2-1. Ondertussen is Ronaldo wel de topschutter aller tijden van de Champions League met 126 goals..

Zijn grote rivaal Messi beleefde ook niet zijn leukste avond bij zijn debuut bij de de grote jongens. Een al geplaatst Barcelona ging op bezoek bij het Oekraïense Sjachtar Donetsk en ging daar pijnlijk onderuit met 2-0. Messi mocht van coach Frank Rijkaard als diepe spits starten, maar het mocht dus niet baten. Maar ook hij heeft ondertussen al 112 keer de netten doen trillen in de Champions League, dus zo dramatisch was het allemaal niet.

Lees ook:

KRC Genk is in de Nachtmerrie League beland