Wanneer hij op 33-jarige leeftijd zijn schoenen aan de wilgen hangt na een bescheiden carrière als linksback, voornamelijk bij Estoril, weet Fernando Santos dat het beste nog moet komen. De Portugees, die ook De Ingenieur wordt genoemd omdat hij in het begin van zijn profcarrière afstudeerde aan de universiteit van Lissabon, is al snel klaar om zijn grijze cellen aan het werk te zetten vanaf de bank. Hij start zijn tweede carrière waar zijn eerste eindigde: bij Estoril. Het kost hem een kleine tien jaar om een eerste topjob te bemachtigen als coach van FC Porto. In drie jaar tijd leidt hij de club naar de landstitel, twee bekers en een kwartfinale in de Champions League.

In 2001 trekt hij naar Griekenland, dat zijn tweede thuis zal worden. Hij coacht eerst AEK en vervolgens Panathinaikos en pendelt tien jaar lang tussen de Griekse en Portugese dug-outs. Ondertussen treedt hij toe tot het selecte clubje trainers dat bij drie grote Portugese clubs - Porto, Benfica en Sporting - heeft gewerkt.

Hoewel Cristiano Ronaldo het hoogtepunt van zijn kunnen nadert en de Seleção op zoek is naar een nieuwe wind, is het Griekenland dat in 2010 Fernando Santos binnenhaalt als bondscoach. Sinds de Europese titel in 2004 is de Griekse nationale ploeg niet verder gekomen dan de groepsfase van een groot toernooi, maar Santos keert de trend. Op EURO 2012 bereikt Griekenland de kwartfinales, op het WK in Brazilië gaan ze eruit op strafschoppen in de achtste finales.

Het is voor Santos voldoende om weer naar zijn vaderland te verhuizen en plaats te nemen op de bank van de Seleção. Met negatief, maar efficiënt voetbal leidt hij Portugal op het EK in Frankrijk naar de eerste Europese titel. In 2019 wint Portugal de Nations League. Met meer goede spelers, maar niet noodzakelijk meer spel, lijkt Santos klaar om te mikken op een ongelooflijke dubbel.

Wanneer hij op 33-jarige leeftijd zijn schoenen aan de wilgen hangt na een bescheiden carrière als linksback, voornamelijk bij Estoril, weet Fernando Santos dat het beste nog moet komen. De Portugees, die ook De Ingenieur wordt genoemd omdat hij in het begin van zijn profcarrière afstudeerde aan de universiteit van Lissabon, is al snel klaar om zijn grijze cellen aan het werk te zetten vanaf de bank. Hij start zijn tweede carrière waar zijn eerste eindigde: bij Estoril. Het kost hem een kleine tien jaar om een eerste topjob te bemachtigen als coach van FC Porto. In drie jaar tijd leidt hij de club naar de landstitel, twee bekers en een kwartfinale in de Champions League.In 2001 trekt hij naar Griekenland, dat zijn tweede thuis zal worden. Hij coacht eerst AEK en vervolgens Panathinaikos en pendelt tien jaar lang tussen de Griekse en Portugese dug-outs. Ondertussen treedt hij toe tot het selecte clubje trainers dat bij drie grote Portugese clubs - Porto, Benfica en Sporting - heeft gewerkt. Hoewel Cristiano Ronaldo het hoogtepunt van zijn kunnen nadert en de Seleção op zoek is naar een nieuwe wind, is het Griekenland dat in 2010 Fernando Santos binnenhaalt als bondscoach. Sinds de Europese titel in 2004 is de Griekse nationale ploeg niet verder gekomen dan de groepsfase van een groot toernooi, maar Santos keert de trend. Op EURO 2012 bereikt Griekenland de kwartfinales, op het WK in Brazilië gaan ze eruit op strafschoppen in de achtste finales. Het is voor Santos voldoende om weer naar zijn vaderland te verhuizen en plaats te nemen op de bank van de Seleção. Met negatief, maar efficiënt voetbal leidt hij Portugal op het EK in Frankrijk naar de eerste Europese titel. In 2019 wint Portugal de Nations League. Met meer goede spelers, maar niet noodzakelijk meer spel, lijkt Santos klaar om te mikken op een ongelooflijke dubbel.