Flashback naar begin september 2008. Op de luchthaven Sant Elia van de Sardijnse hoofdstad Cagliari is het aan de bar aanschuiven. Een man staat ontspannen te kletsen met een ober. Tot hij de nieuwe gast ziet en spontaan roept: 'Wie we daar hebben! Wat doe jij hier?'

De journalist is net terug van vakantie, en repliceert: 'En jij?' 'Ach, ik ben trainer van Cagliari. Voorzitter Massimo Cellino heeft me gevraagd. Het zal zijn tijd wel duren. De eerste wedstrijd hebben we verloren, de tweede ook. Als we nog eens verliezen, gooit hij me eruit, maar ik wilde de kans om een eersteklasser te trainen niet laten schieten. Als het verkeerd loopt, ga ik iets anders doen, geen probleem.'

Het is een anekdote die aangeeft hoe Massimiliano Allegri in elkaar zit, een inkijk ook op een persoonlijke relatie met een journalist die dateert van veel eerder, toen hij ook al eens in Cagliari was, maar dan als speler.

Vijftien jaar eerder heeft Cagliari onder leiding van Bruno Giorgio best een goed ploegje dat in dat seizoen 1993/94 een straf parcours rijdt in de UEFA Cup. In de 1/8 finales neemt het de maat van het KV Mechelen van doelman Michel Preud'homme, in de kwartfinales gaat Juventus eraan, pas in de halve finales moet het zijn meerdere erkennen in de latere winnaar Internazionale.

Cagliari is dan twee jaar in handen van de jonge voorzitter Massimo Cellino, een prille dertiger en in zijn vrije tijd leadgitaarspeler bij zijn eigen rockband. Het is de ploeg van de Belgisch-Braziliaanse spits Luis Oliveira en van tal van jonge talenten, begeleid door Gianfranco Matteoli, de ervaren krijger op het middenveld die van Inter is overgekomen. Een van die talenten is een fijnbesnaarde technisch vaardige middenvelder die bij Pescara werd weggehaald: de 26-jarige Massimiliano Allegri. Zijn probleem is zijn positie in het team. Hij is op zijn best op de plek waar Matteoli opereert, waardoor hij wel eens naar een andere positie moet uitwijken of op de bank belandt. Niet dat dat zijn humeur aantast. In die twee jaar bij Cagliari woont Allegri in het chique Hotel Mediterraneo, waar zich ook de journalisten plegen op te houden die naar Cagliari afreizen voor de wedstrijden. In tegenstelling tot 90 procent van de voetballers heeft de flegmatieke middenvelder een vlot contact met de media. Je kan gewoon met hem babbelen, bij het ontbijt of tijdens de lunch aanschuiven. Hij kan lachen met de grapjes die in die tijd de ronde doen over zijn amoureuze verwikkelingen. Op zijn 24e bedacht hij zich namelijk twee dagen voor zijn geplande huwelijk, en blies hij het hele gebeuren af, tot grote consternatie van zijn aanstaande bruid en de genodigden.

Een liplezer ontcijfert de woorden van de voorzitter. 'We hebben goed gespeeld.' Allegri haalt opgelucht adem.

Die gave van zelfrelativering maakt hem tot een van de meest geliefde spelers bij de pers uit die periode. Een rechtmatig erfgenaam van de flamboyante trainer Giovanni Galeone, die geldt als zijn mentor, en hem tot vandaag wel eens adviseert. Met Galeone belandde Allegri als speler op de radar, toen ze in 1992 met Pescara de promotie vierden, en het jaar daarop het behoud in de Serie A verzekerden (al werd de trainer kort voordien ontslagen). Over dat team zei Galeone een paar jaar geleden nog: 'Nooit heb ik betere spelers getraind dan toen. Als Allegri een pass van 47 meter moest trappen, belandde die bal exact 47 meter ver. Hij was een sterke persoonlijkheid. In de kleedkamer was hij de baas en het voorbeeld. Men noemde hem een moeilijk man, maar alleen met moeilijke karakters win je prijzen. Hij las de match terwijl hij op het veld liep. Anderen snappen het niet tevoren, en ook niet erna.'

Na afloop van de kampioenschapswedstrijd tegen Fiorentina (2-1) kreeg Massimiliano Allegri een amicale douche van zijn spelers., belgaimage
Na afloop van de kampioenschapswedstrijd tegen Fiorentina (2-1) kreeg Massimiliano Allegri een amicale douche van zijn spelers. © belgaimage

Sassuolo

Zo'n type heeft wel wat gemeen met Cagliari's flamboyante voorzitter Cellino, een man die leeft alsof er geen grenzen bestaan. Cellino, vandaag eigenaar van de Italiaanse tweedeklasser Brescia, had als voorzitter van Cagliari de bijnaam van mangia-allenatori. Vrij vertaald: een voorzitter die sneller van trainer wisselt dan van hemd. In 22 jaar veranderde hij bij Cagliari 36 keer van trainer. Soms haalde hij iemand terug die eerder dat seizoen al weggestuurd was, maar nog op de payroll stond, waardoor in totaal in die 22 jaar 27 trainers kwamen en gingen.

Met die man was Massimiliano Allegri een verbintenis aangegaan. Hij had voor hem zelfs Sassuolo voor verlaten, de goed gestructureerde club van Giorgio Squinzi waarmee hij van derde naar tweede klasse was gepromoveerd. Maar liever dan met het stabiele, van financiële problemen gespeende Sassuolo verder door te groeien, bezwijkt de jonge trainer voor de lokroep om voor het eerst een eersteklasser te coachen.

'Het spelersmateriaal dat hij me heeft gegeven, is goed, maar ik weet niet of ik de tijd zal krijgen om er iets mee te behalen. Dat hangt van Cellino af. Hij heeft respect voor me, maar ik zal er wel iets moeten voor teruggeven', vertelde Allegri, nog altijd in dat gesprek op de luchthaven van Cagliari begin september 2008.

Dat seizoen verloor Cagliari niet alleen de openingswedstrijd tegen Lazio, maar ook de daaropvolgende matchen tegen achtereenvolgens Siena, Juventus, Atalanta en, godbetert, Lecce. Kortom: vijf gespeeld, nul punten.

De week voor match zes, Cagliari-AC Milan, sijpelt door dat alleen een zege de trainer van de Sardijnse topklasser in het zadel kan houden. Allegri heeft al eens zoiets meegemaakt, bij toenmalig derdeklasser SPAL. Een wedstrijd die hij moest winnen om niet ontslagen te worden. Zijn opvolger zat die match al in de tribune. SPAL won, en de man in de tribune kon onverrichter zake naar huis.

Dit keer komt de gevraagde zege er niet. Cagliari-Milan eindigt op 0-0.

Na het laatste fluitsignaal zoomt de camera in op de eretribune. AC Milans sterke man, Adriano Galliani, stapt zuur kijkend weg, Cellino blijft applaudisseren en zegt iets tegen de persoon naast hem. Een liplezer ontcijfert zijn woorden: 'We hebben goed gespeeld.'

Opgelucht haalt Allegri adem. Een week later klopt hij Torino, en is de trein vertrokken. Cagliari eindigt dat seizoen verrassend negende, negentien punten boven de degradatiezone.

Mourinho

Opvallend zijn de prestaties van de in eerste klasse debuterende trainer tegen de grote namen van vandaag. Op de bank van het Milan waartegen hij zijn vel redde, zat toen Carlo Ancelotti, nu met Napoli Allegri's voornaamste belager.

Een andere grote naam dat jaar is de trainer die met Inter twee keer op rij kampioen wordt: José Mourinho. Dat seizoen is Massimiliano Allegri de enige coach in de Serie A die vier op zes pakt tegen de kampioen.

Dat Inter de terugwedstrijd op Sardinië met 2-1 verliest nadat het een feestje heeft gebouwd na de titel, is niet onlogisch. Meer indruk maakt het gelijkspel in Milaan op 10 januari 2009. Het is het eerste moment waarop de Toscaan een grote toekomst als trainer wordt voorspeld. Vooral wanneer hij na de rust met zijn ploeg vrank en vrij op de helft van de toekomstige kampioen gaat voetballen, trekken de voetbalkenners grote ogen. In tegenstelling tot de andere tegenstander laat Allegri zijn ploeg niet wijken naarmate de wedstrijd vordert. Ook wanneer Cagliari op voorsprong komt, en Mourinho naast Luis Figo, Zlatan Ibrahimovic en Julio Cruz nog twee aanvallers toevoegt en met drie diepe spitsen en twee vleugelaanvallers voetbalt, buigt Cagliari niet terug. Hun trainer weet dat een ploeg die zo sterk naar voor leunt, uit evenwicht is en achterin te pakken is. Daarom weigert hij om onder druk aanvallers te ruilen voor verdedigende spelers. Uiteindelijk maakt Ibrahimovic nog de gelijkmaker, maar als Cagliari's spitsen de kansen een beetje hadden benut had het met ruim verschil die wedstrijd gewonnen.

Trainers kunnen hooguit schade aan het team toebrengen.

Massimiliano Allegri

Na de wedstrijd krijgt Allegri applaus op alle banken. Er is lof voor zijn durf. Hij relativeert zijn inbreng, zoals hij ook later de impact van een trainer op een team zal minimaliseren. 'De verdienste komt de spelers toe, wij op de bank kunnen hooguit schade aan het team toebrengen.' Met de jaren wordt het zijn motto. Het toont de zelfrelativering van de man, ook al is er iets meer nodig dan jezelf relativeren om met Juventus jaar na jaar kampioen te worden.

Dat eerste seizoen als trainer in de hoogste klasse levert hem de Panchina d'Oro op, de titel van Trainer van het Jaar. Geen evidente prijs voor de negende in de Serie A en de trainer van een club als Cagliari. Meestal gaat die trofee naar de kampioenenmaker.

Na twee jaar wordt Allegri bij Cagliari weggeplukt door Milan, de ploeg tegen wie hij destijds zijn vel redde. De vraag is: wat was er van hem geworden als hij die bewuste wedstrijd niet had gelijkgespeeld, en ontslagen was door de voorzitter die hem als trainer wou omdat hij Allegri's bohemiengedrag op en naast het veld zo'n interessant profiel vond?

Al in zijn eerste jaar bij Milan wordt hij kampioen. Zijn eerste landstitel, tevens de laatste die de rossoneri wonnen. Nog meer verrassend is een paar jaar later zijn overstap naar Juventus, waar hij net als bij Milan een monument moest opvolgen dat een plaats had in het hart van de fans. Na drie opeenvolgende titels stapt Antonio Conte na de eerste dag van de voorbereiding op het nieuwe seizoen op. Bij zijn komst een dag later wordt Allegri uitgescholden. Niemand die toen voorspelde dat die man vandaag vijf jaar en evenveel titels later nog in functie zou zijn in Turijn.

Malmö

Wat hij de club, die al dominant was in eigen land, bijbracht, was succes op de Europese scène. Het Juventus dat hij bij zijn komst aantrof, had in Europese wedstrijden, hoe gek het ook moge klinken, faalangst.

Bij de rust van zijn eerste Europese wedstrijd, thuis op 16 september 2014 tegen het bescheiden Malmö ziet hij zijn spelers letterlijk bibberen, uit schrik dat ze weer het resultaat niet zullen kunnen forceren. Op rustige toon spreekt hij hen moed in. Het is geen peptalk, maar een herhaling van de opdrachten die ze tevoren afgesproken hebben. Het werkt. Na de rust scoort Carlos Tévez twee keer. Wanneer Juventus in een volgende wedstrijd na een uur 1-2 achter staat tegen Olympiacos, vindt het net als tegen Malmö de sleutel om de zaak te klaren en met 3-2 te winnen.

De grootste stunt zet de ploeg in de halve finales neer, door Real Madrid uit te schakelen. Voor de finale in Berlijn eist Allegri vijftien dagen opperste concentratie. Daar veegt Arturo Vidal lekker zijn voeten aan. De dag na de speech komt hij te laat, zichtbaar vermoeid. Prompt stuurt de trainer hem terug naar huis. Maar, pragmaticus als hij is, weet Allegri dat hij de speler nog nodig heeft voor de Europese finale. En dus mag Vidal na het seizoen vertrekken. Hij gaat naar Bayern.

Pure voetballiefhebbers als Arrigo Sacchi vinden het voetbal dat Allegri met Juventus brengt niet gedurfd genoeg, te veel gebaseerd op zekerheid. Maar qua tactisch vernuft en omgang met zijn spelers is de man uit Livorno top. Hij kan het beste uit een groep halen, ook als daar moeilijke karakters bij zijn. Geobsedeerd door tactiek is hij naar eigen zeggen niet. Hij werkt op inspiratie en leeft van plotse ingevingen, maar het eerste wat hij na een zege altijd doet, is de verdienste bij de spelers leggen.

Allegri is ook een intelligent man met een gevoel voor humor. 'Ik zie altijd de zon, ook als die niet schijnt', antwoordde hij een paar weken geleden laconiek op de vraag of hij na de nederlaag uit bij Atlético Madrid niet vreesde voor zijn ontslag. 'Dat is nu eenmaal mijn levensfilosofie. Toen ik hier vijf jaar geleden aankwam, vroeg men mij om de groepsfases in de Champions League te overleven. Tegenwoordig heeft Juventus elk jaar uitzicht op de finale van de CL.'

Interne video-opnames op het trainingscentrum tonen vaak een ontspannen trainer die zijn spelers uitdaagt in een partijtje basket. De verstandhouding tussen spelers en trainer is uitstekend. Op het veld paste hij de supervedette Cristiano Ronaldo naadloos in in een al goed lopende machine. Naast het veld is het wederzijdse respect tussen trainer en speler groot.

Met de jaren heeft Allegri wat meer afstand genomen, en geleerd dat je alleen door duidelijke afspraken te maken een winnend team creëert. Alleen komen de spelers zo te weinig in aanraking met zijn menselijke kant. Ze hebben een toptrainer, maar ze weten niet wat voor een fijn mens ze missen.

Je kan nu eenmaal ook niet alles hebben.

Paolo Condo en Geert Foutré

Prijzenpakker

Als speler kwam Massimiliano Allegri, op 11 augustus 1967 geboren in de Toscaanse havenstad Livorno, nooit uit voor een topclub. In de Serie A voetbalde hij voor Pescara, Pisa, Cagliari, Perugia en Napoli. Zijn trainersloopbaan vatte hij in 2003 aan bij vierdeklasser Aglianese, waar hij als speler het seizoen ervoor de schoenen aan de haak had gehangen. Daarna trainde hij de derdeklassers SPAL Ferrara, Grosseto en Sassuolo. Met die laatste club promoveerde hij in 2008 naar de Serie B. Na twee jaar Cagliari volgden drie en een half seizoen AC Milan, tot hij er in januari 2014 ontslagen werd. Sinds 16 juli 2014 is hij aan de slag bij Juventus, waarmee hij vijf titels en vier bekers veroverde en twee keer de CL-finale haalde. Zijn mentor Giovanni Galeone ziet hem na dit seizoen vertrekken, ondanks een nog lopend contract. 'Afgelopen zomer kon hij naar Arsenal, Chelsea, Manchester United en Real Madrid, maar hij weigerde omdat hij de CL wilde winnen met Juventus.'

Flashback naar begin september 2008. Op de luchthaven Sant Elia van de Sardijnse hoofdstad Cagliari is het aan de bar aanschuiven. Een man staat ontspannen te kletsen met een ober. Tot hij de nieuwe gast ziet en spontaan roept: 'Wie we daar hebben! Wat doe jij hier?' De journalist is net terug van vakantie, en repliceert: 'En jij?' 'Ach, ik ben trainer van Cagliari. Voorzitter Massimo Cellino heeft me gevraagd. Het zal zijn tijd wel duren. De eerste wedstrijd hebben we verloren, de tweede ook. Als we nog eens verliezen, gooit hij me eruit, maar ik wilde de kans om een eersteklasser te trainen niet laten schieten. Als het verkeerd loopt, ga ik iets anders doen, geen probleem.' Het is een anekdote die aangeeft hoe Massimiliano Allegri in elkaar zit, een inkijk ook op een persoonlijke relatie met een journalist die dateert van veel eerder, toen hij ook al eens in Cagliari was, maar dan als speler. Vijftien jaar eerder heeft Cagliari onder leiding van Bruno Giorgio best een goed ploegje dat in dat seizoen 1993/94 een straf parcours rijdt in de UEFA Cup. In de 1/8 finales neemt het de maat van het KV Mechelen van doelman Michel Preud'homme, in de kwartfinales gaat Juventus eraan, pas in de halve finales moet het zijn meerdere erkennen in de latere winnaar Internazionale. Cagliari is dan twee jaar in handen van de jonge voorzitter Massimo Cellino, een prille dertiger en in zijn vrije tijd leadgitaarspeler bij zijn eigen rockband. Het is de ploeg van de Belgisch-Braziliaanse spits Luis Oliveira en van tal van jonge talenten, begeleid door Gianfranco Matteoli, de ervaren krijger op het middenveld die van Inter is overgekomen. Een van die talenten is een fijnbesnaarde technisch vaardige middenvelder die bij Pescara werd weggehaald: de 26-jarige Massimiliano Allegri. Zijn probleem is zijn positie in het team. Hij is op zijn best op de plek waar Matteoli opereert, waardoor hij wel eens naar een andere positie moet uitwijken of op de bank belandt. Niet dat dat zijn humeur aantast. In die twee jaar bij Cagliari woont Allegri in het chique Hotel Mediterraneo, waar zich ook de journalisten plegen op te houden die naar Cagliari afreizen voor de wedstrijden. In tegenstelling tot 90 procent van de voetballers heeft de flegmatieke middenvelder een vlot contact met de media. Je kan gewoon met hem babbelen, bij het ontbijt of tijdens de lunch aanschuiven. Hij kan lachen met de grapjes die in die tijd de ronde doen over zijn amoureuze verwikkelingen. Op zijn 24e bedacht hij zich namelijk twee dagen voor zijn geplande huwelijk, en blies hij het hele gebeuren af, tot grote consternatie van zijn aanstaande bruid en de genodigden. Die gave van zelfrelativering maakt hem tot een van de meest geliefde spelers bij de pers uit die periode. Een rechtmatig erfgenaam van de flamboyante trainer Giovanni Galeone, die geldt als zijn mentor, en hem tot vandaag wel eens adviseert. Met Galeone belandde Allegri als speler op de radar, toen ze in 1992 met Pescara de promotie vierden, en het jaar daarop het behoud in de Serie A verzekerden (al werd de trainer kort voordien ontslagen). Over dat team zei Galeone een paar jaar geleden nog: 'Nooit heb ik betere spelers getraind dan toen. Als Allegri een pass van 47 meter moest trappen, belandde die bal exact 47 meter ver. Hij was een sterke persoonlijkheid. In de kleedkamer was hij de baas en het voorbeeld. Men noemde hem een moeilijk man, maar alleen met moeilijke karakters win je prijzen. Hij las de match terwijl hij op het veld liep. Anderen snappen het niet tevoren, en ook niet erna.' Zo'n type heeft wel wat gemeen met Cagliari's flamboyante voorzitter Cellino, een man die leeft alsof er geen grenzen bestaan. Cellino, vandaag eigenaar van de Italiaanse tweedeklasser Brescia, had als voorzitter van Cagliari de bijnaam van mangia-allenatori. Vrij vertaald: een voorzitter die sneller van trainer wisselt dan van hemd. In 22 jaar veranderde hij bij Cagliari 36 keer van trainer. Soms haalde hij iemand terug die eerder dat seizoen al weggestuurd was, maar nog op de payroll stond, waardoor in totaal in die 22 jaar 27 trainers kwamen en gingen. Met die man was Massimiliano Allegri een verbintenis aangegaan. Hij had voor hem zelfs Sassuolo voor verlaten, de goed gestructureerde club van Giorgio Squinzi waarmee hij van derde naar tweede klasse was gepromoveerd. Maar liever dan met het stabiele, van financiële problemen gespeende Sassuolo verder door te groeien, bezwijkt de jonge trainer voor de lokroep om voor het eerst een eersteklasser te coachen. 'Het spelersmateriaal dat hij me heeft gegeven, is goed, maar ik weet niet of ik de tijd zal krijgen om er iets mee te behalen. Dat hangt van Cellino af. Hij heeft respect voor me, maar ik zal er wel iets moeten voor teruggeven', vertelde Allegri, nog altijd in dat gesprek op de luchthaven van Cagliari begin september 2008. Dat seizoen verloor Cagliari niet alleen de openingswedstrijd tegen Lazio, maar ook de daaropvolgende matchen tegen achtereenvolgens Siena, Juventus, Atalanta en, godbetert, Lecce. Kortom: vijf gespeeld, nul punten. De week voor match zes, Cagliari-AC Milan, sijpelt door dat alleen een zege de trainer van de Sardijnse topklasser in het zadel kan houden. Allegri heeft al eens zoiets meegemaakt, bij toenmalig derdeklasser SPAL. Een wedstrijd die hij moest winnen om niet ontslagen te worden. Zijn opvolger zat die match al in de tribune. SPAL won, en de man in de tribune kon onverrichter zake naar huis. Dit keer komt de gevraagde zege er niet. Cagliari-Milan eindigt op 0-0. Na het laatste fluitsignaal zoomt de camera in op de eretribune. AC Milans sterke man, Adriano Galliani, stapt zuur kijkend weg, Cellino blijft applaudisseren en zegt iets tegen de persoon naast hem. Een liplezer ontcijfert zijn woorden: 'We hebben goed gespeeld.' Opgelucht haalt Allegri adem. Een week later klopt hij Torino, en is de trein vertrokken. Cagliari eindigt dat seizoen verrassend negende, negentien punten boven de degradatiezone. Opvallend zijn de prestaties van de in eerste klasse debuterende trainer tegen de grote namen van vandaag. Op de bank van het Milan waartegen hij zijn vel redde, zat toen Carlo Ancelotti, nu met Napoli Allegri's voornaamste belager. Een andere grote naam dat jaar is de trainer die met Inter twee keer op rij kampioen wordt: José Mourinho. Dat seizoen is Massimiliano Allegri de enige coach in de Serie A die vier op zes pakt tegen de kampioen. Dat Inter de terugwedstrijd op Sardinië met 2-1 verliest nadat het een feestje heeft gebouwd na de titel, is niet onlogisch. Meer indruk maakt het gelijkspel in Milaan op 10 januari 2009. Het is het eerste moment waarop de Toscaan een grote toekomst als trainer wordt voorspeld. Vooral wanneer hij na de rust met zijn ploeg vrank en vrij op de helft van de toekomstige kampioen gaat voetballen, trekken de voetbalkenners grote ogen. In tegenstelling tot de andere tegenstander laat Allegri zijn ploeg niet wijken naarmate de wedstrijd vordert. Ook wanneer Cagliari op voorsprong komt, en Mourinho naast Luis Figo, Zlatan Ibrahimovic en Julio Cruz nog twee aanvallers toevoegt en met drie diepe spitsen en twee vleugelaanvallers voetbalt, buigt Cagliari niet terug. Hun trainer weet dat een ploeg die zo sterk naar voor leunt, uit evenwicht is en achterin te pakken is. Daarom weigert hij om onder druk aanvallers te ruilen voor verdedigende spelers. Uiteindelijk maakt Ibrahimovic nog de gelijkmaker, maar als Cagliari's spitsen de kansen een beetje hadden benut had het met ruim verschil die wedstrijd gewonnen. Na de wedstrijd krijgt Allegri applaus op alle banken. Er is lof voor zijn durf. Hij relativeert zijn inbreng, zoals hij ook later de impact van een trainer op een team zal minimaliseren. 'De verdienste komt de spelers toe, wij op de bank kunnen hooguit schade aan het team toebrengen.' Met de jaren wordt het zijn motto. Het toont de zelfrelativering van de man, ook al is er iets meer nodig dan jezelf relativeren om met Juventus jaar na jaar kampioen te worden. Dat eerste seizoen als trainer in de hoogste klasse levert hem de Panchina d'Oro op, de titel van Trainer van het Jaar. Geen evidente prijs voor de negende in de Serie A en de trainer van een club als Cagliari. Meestal gaat die trofee naar de kampioenenmaker. Na twee jaar wordt Allegri bij Cagliari weggeplukt door Milan, de ploeg tegen wie hij destijds zijn vel redde. De vraag is: wat was er van hem geworden als hij die bewuste wedstrijd niet had gelijkgespeeld, en ontslagen was door de voorzitter die hem als trainer wou omdat hij Allegri's bohemiengedrag op en naast het veld zo'n interessant profiel vond? Al in zijn eerste jaar bij Milan wordt hij kampioen. Zijn eerste landstitel, tevens de laatste die de rossoneri wonnen. Nog meer verrassend is een paar jaar later zijn overstap naar Juventus, waar hij net als bij Milan een monument moest opvolgen dat een plaats had in het hart van de fans. Na drie opeenvolgende titels stapt Antonio Conte na de eerste dag van de voorbereiding op het nieuwe seizoen op. Bij zijn komst een dag later wordt Allegri uitgescholden. Niemand die toen voorspelde dat die man vandaag vijf jaar en evenveel titels later nog in functie zou zijn in Turijn. Wat hij de club, die al dominant was in eigen land, bijbracht, was succes op de Europese scène. Het Juventus dat hij bij zijn komst aantrof, had in Europese wedstrijden, hoe gek het ook moge klinken, faalangst. Bij de rust van zijn eerste Europese wedstrijd, thuis op 16 september 2014 tegen het bescheiden Malmö ziet hij zijn spelers letterlijk bibberen, uit schrik dat ze weer het resultaat niet zullen kunnen forceren. Op rustige toon spreekt hij hen moed in. Het is geen peptalk, maar een herhaling van de opdrachten die ze tevoren afgesproken hebben. Het werkt. Na de rust scoort Carlos Tévez twee keer. Wanneer Juventus in een volgende wedstrijd na een uur 1-2 achter staat tegen Olympiacos, vindt het net als tegen Malmö de sleutel om de zaak te klaren en met 3-2 te winnen. De grootste stunt zet de ploeg in de halve finales neer, door Real Madrid uit te schakelen. Voor de finale in Berlijn eist Allegri vijftien dagen opperste concentratie. Daar veegt Arturo Vidal lekker zijn voeten aan. De dag na de speech komt hij te laat, zichtbaar vermoeid. Prompt stuurt de trainer hem terug naar huis. Maar, pragmaticus als hij is, weet Allegri dat hij de speler nog nodig heeft voor de Europese finale. En dus mag Vidal na het seizoen vertrekken. Hij gaat naar Bayern. Pure voetballiefhebbers als Arrigo Sacchi vinden het voetbal dat Allegri met Juventus brengt niet gedurfd genoeg, te veel gebaseerd op zekerheid. Maar qua tactisch vernuft en omgang met zijn spelers is de man uit Livorno top. Hij kan het beste uit een groep halen, ook als daar moeilijke karakters bij zijn. Geobsedeerd door tactiek is hij naar eigen zeggen niet. Hij werkt op inspiratie en leeft van plotse ingevingen, maar het eerste wat hij na een zege altijd doet, is de verdienste bij de spelers leggen. Allegri is ook een intelligent man met een gevoel voor humor. 'Ik zie altijd de zon, ook als die niet schijnt', antwoordde hij een paar weken geleden laconiek op de vraag of hij na de nederlaag uit bij Atlético Madrid niet vreesde voor zijn ontslag. 'Dat is nu eenmaal mijn levensfilosofie. Toen ik hier vijf jaar geleden aankwam, vroeg men mij om de groepsfases in de Champions League te overleven. Tegenwoordig heeft Juventus elk jaar uitzicht op de finale van de CL.' Interne video-opnames op het trainingscentrum tonen vaak een ontspannen trainer die zijn spelers uitdaagt in een partijtje basket. De verstandhouding tussen spelers en trainer is uitstekend. Op het veld paste hij de supervedette Cristiano Ronaldo naadloos in in een al goed lopende machine. Naast het veld is het wederzijdse respect tussen trainer en speler groot. Met de jaren heeft Allegri wat meer afstand genomen, en geleerd dat je alleen door duidelijke afspraken te maken een winnend team creëert. Alleen komen de spelers zo te weinig in aanraking met zijn menselijke kant. Ze hebben een toptrainer, maar ze weten niet wat voor een fijn mens ze missen. Je kan nu eenmaal ook niet alles hebben. Paolo Condo en Geert Foutré