Man. City tegen Chelsea betekent evenveel als Abu Dhabi tegen Rusland en sjeik Mansour tegen Roman Abramovitsj. Sinds hun komst bij beide clubs stond er nauwelijks een plafond op de uitgaven qua transfers. Nu staan ze tegenover elkaar in de finale van het grootste Europese toernooi. Zou het de duurste finale ooit kunnen zijn?
...

Man. City tegen Chelsea betekent evenveel als Abu Dhabi tegen Rusland en sjeik Mansour tegen Roman Abramovitsj. Sinds hun komst bij beide clubs stond er nauwelijks een plafond op de uitgaven qua transfers. Nu staan ze tegenover elkaar in de finale van het grootste Europese toernooi. Zou het de duurste finale ooit kunnen zijn?Daarvoor berekenen we de totale uitgaven aan de basisopstelling. Voor deze finale moeten we echter nog teruggrijpen naar de terugwedstrijd in de halve finales. Bij Chelsea, dat toen uitkwam tegen Real Madrid, werd toen in totaal 343,8 miljoen euro uitgegeven aan de basisopstelling. De duurste was zonder meer Kai Havertz. De jonge Duitser werd vorige zomer nog voor 80 miljoen euro overgenomen van Bayer Leverkusen. Andere dure vogels zijn nog Jorginho (57 miljoen), Timo Werner (53) en Ben Chilwell (50). De basiself kostte Abramovitsj dus heel wat, maar drie spelers werden echter gratis binnengehaald. Voor Andreas Christensen (jeugd), Thiago Silva (transfervrij) en Mason Mount (jeugd) werd niets betaald.Manchester City betaalde echter nog meer voor zijn vaste 11 namen tegen PSG. Het gaat om maar liefst 479,1 miljoen euro. De portemonnee werd er onder meer opengedaan voor Kevin De Bruyne (76 miljoen euro), Ruben Dias (68), Riyad Mahrez (67,8) en John Stones (55,6). Niets werd uitgegeven aan Phil Foden, het toptalent uit de eigen jeugd. En ook voor Oleksandr Zintsjenko werd niet de grootste moeite gedaan. De Oekraïense linksachter werd in 2016 overgenomen van het Russische Ufa voor slechts 2 miljoen euro.In totaal werd dus 822,9 miljoen euro uitgegeven aan de 22 spelers die we zaterdag in de finale van de Champions League mogen verwachten. Een immens bedrag, maar ook een dat nog nooit werd overtroffen?Met 340 en 480 miljoen euro zijn Chelsea en Manchester City niet de duurste finalisten in de finale van het kampioenenbal. Die eer is weggelegd voor PSG in 2020. De 11 namen van Thomas Tuchel kostten toen maar liefst 600,4 miljoen euro. Dat is nog eens 120 miljoen euro meer dan de troepen van Pep Guardiola. Met slokoppen Neymar en Mbappé, die samen 347 miljoen euro en dus meer dan de hele ploeg van Chelsea kostten, gaat dat bedrag natuurlijk heel snel de hoogte in. Je zou dan verwachten dat die finale van 2020 in Lissabon makkelijk de prijs van duurste finale ooit krijgt, maar niets is minder waard. Aan de andere kant stond met Bayern echter de goedkoopste Champions Leaguewinnaar sinds 2010, het beginjaar voor deze tellingen. Voor de elf Duitse namen werd slechts 113,1 miljoen euro uitgegeven. De duurste speler was Manuel Neuer, die 30 miljoen euro opleverde voor Schalke 04. Verder zijn er maar liefst 3 spelers waar Bayern niets voor hoefde te betalen: Leon Goretzka (transfervrij), Thomas Müller (jeugd) en Robert Lewandowski (transfervrij).Daardoor blijft de finale van 2020 steken op een totaalbedrag van 713,1 miljoen euro, nog een ruime 100 miljoen onder de clash tussen Chelsea en City.Hoe verder we teruggaan in de tijd, hoe 'goedkoper' de finales worden. In 2019, de editie tussen Tottenham en Liverpool, stond er nog 515 miljoen euro op het veld. 11 jaar geleden, in 2010, ging het nog maar om 161 miljoen euro. Zoals hierboven vermeld, was PSG in 2020 de duurste finalist ooit in een CL-finale. Maar het kan ook met veel minder geld, zo bewijzen Bayern (opnieuw), Atlético Madrid en Borussia Dortmund. In 2010 nam Bayern het in Madrid op tegen Inter. Voor de elf namen die toen het veld opkwamen, werd maar 44 miljoen euro uitgegeven. Enkel voor Arjen Robben (25 miljoen euro), Daniel Van Buyten (8), Martín Demichelis (5) en Mark van Bommel (6) werd de geldbuidel opengetrokken. Nog beter deed Atlético het in 2014 tegen Real Madrid. 42 miljoen euro hadden de 11 Colchoneros toen gekost. Het hoogste bedrag was weggelegd voor Raúl García (13 miljoen euro). Aan de andere kant stond toen voor 408 miljoen euro op het veld bij Real Madrid. De goedkoopste ploeg van de laatste 11 jaar was echter Borussia Dortmund in 2013. In de finale moest Jürgen Klopp het opnemen tegen Bayern en daarvoor deed het beroep op een basisopstelling van 40,5 miljoen euro. Marco Reus, die was aangekocht voor 17 miljoen euro van Borussia Mönchengladbach, was veruit de duurste speler bij de Borussen. Maar die prestaties zijn alweer geleden van 2010, 2013 en 2014, ruim 7 jaar geleden. De voorbije jaren regeert het geld als nooit tevoren. Dat zien we ook duidelijk in de finale van zaterdag, met 800 miljoen euro de duurste ooit.Lijst met de vijf duurste CL-finales ooit.