Dit verhaal verscheen in Sport/Voetbalmagazine van 5 maart 2014.

Stil, het hoofd voorovergebogen, naar de grond starend. Zo zat de achttienjarige Yaya Gnégnéri Touré op een zaterdagochtend in juni 2001 op het vliegtuig van Abidjan naar Parijs. Samen met vier Ivoriaanse lotgenoten op weg naar het voetbalgeluk in Europa. In hun bagage: de hoop van een hele familie... en een paar teenslippers. Zijn kompanen heetten Gilles Yapi Yapo, Arsène Né, Jocelynn Péhé en Venance Zézéto, allen door de Franse coach en spelersmakelaar Jean-Marc Guillou opgeleid aan de gereputeerde jeugdacademie van ASEC Mimosas, in een buitenwijk van Abidjan.

Touré getuigde over die vlucht in de Belga Sportdocumentaire over de eerste lichting Ivorianen bij SK Beveren (2001-2006): "Ik zat daar maar, keek niet naar de televisie, sliep niet. In die zes uren naar Parijs dacht ik maar één ding: als ik daar aankom, wat moet ik dan doen om te slagen? Hoe kan ik mijn ouders helpen?"

Dat de jongen zo dacht, hoeft niet te verbazen. Hij groeide als devote moslim op in een groot gezin, moeder was ziek, vader kwam aan de kost als militair, maar een royaal loon hing daar niet aan vast.

Voetballen deed Yaya met zijn broers. Een van hen was de twee jaar oudere Kolo, hij effende het pad richting het jeugdopleidingscentrum ASEC Mimosas. Yaya bleef evenwel tot zijn vijftiende voetballen bij Les Inconditionnels, de club waar ook Aruna Dindane zijn eerste voetbalpasjes zette. Les Inconditionnels was de club van de volkse wijk Adjamé, terwijl ASEC Mimosas zijn opleidingscentrum in het rijkere stadsgedeelte Sol Béni installeerde. In een onderlinge partij tussen beide jeugdteams liet Yaya zich opmerken.

Maar terwijl iets oudere talenten als Kolo Touré, Zézéto, Dindane en Yapi Yapo uitblonken bij de ploeg die in 1998 nog de Afrikaanse Champions League won, zou Yaya nooit een minuut voor het eerste elftal van Mimosas spelen. Hij trainde liever mee met de jongeren in de academie, zo verklaart Guillou althans. Volgens Boubacar Barry Copa, toen doelman bij Mimosas, was Yaya echter de inzet in een dispuut tussen clubvoorzitter Roger Ouégnin en Guillou.

Die laatste zette hem dan maar als 'extratje' op de lijst van eerste vertrekkers in het samenwerkingsproject met SK Beveren. Yaya besefte daar en dan dat het avontuur pas echt begon met de ondertekening van dat eerste profcontract. "Nu kan mijn familie eindelijk gelukkig zijn", zei hij toen.

Een mislukt debuutjaar

De komst van de vijf Ivorianen van ASEC Mimosas was het startschot voor een project dat vijf jaar zou duren en in totaal 23 Ivoriaanse voetballers naar Beveren overvloog. Maar het scheelde niet veel of die kleurrijke bladzijde in de clubgeschiedenis werd nooit geschreven. In het eerste seizoen na de overname van Guillou als sportief verantwoordelijke bij het financieel noodlijdende SK Beveren eindigde de club als laatste in de Belgische competitie. Balans: twee overwinningen op 34 wedstrijden, meer dan negentig tegendoelpunten, amper dertig stuks gemaakt. De Ivorianen konden niet overtuigen. Het was dat Eendracht Aalst en RWDM geen licentie meer kregen of Beveren was toen gedegradeerd en Guillou was met zijn project naar een andere club getrokken.

Dat het in dat eerste seizoen misliep, was voor weinigen een verrassing. Nog het minst voor Emilio Ferrera, in juni 2001 hoofdtrainer van SK Beveren. Hij had de ploeg ondanks financiële problemen en wanbetalingen toch in eerste klasse weten te houden, wat hem op de Freethiel enig krediet verschafte. Maar dat zijn visie op voetbal niet zou stroken met die van Guillou werd snel duidelijk.

"Et alors... hebben ze ons cadetten gestuurd?!", was Ferrera's reactie bij de eerste kennismaking met de vijf Ivorianen. Hij wordt er niet graag aan herinnerd, maar ook van Yaya Touré - de enige van de Ivoriaanse nieuwkomers met wat gestalte - was Emilio Ferrera geen grote fan. Ondanks zijn 1,91 meter te frêle om als defensieve middenvelder te spelen en te weinig direct in zijn spel, zo oordeelde de Brusselse tacticus. "Ferrera had graag dat de bal meteen diep ging, dat er snel omgeschakeld werd", vertelt diens toenmalige assistent Edy De Bolle, tegenwoordig werkzaam bij Sentower Park in Opglabbeek. "Touré zocht te vaak de korte combinatie, vond Emilio. Zijn tactiek stond in functie van de tegenstrever. Wat natuurlijk volledig tegen de zin van Guillou was, die altijd een 4-4-2 wilde zien en in de eerste plaats zijn Ivorianen verder wilde ontwikkelen."

Na amper drie speeldagen mocht Ferrera beschikken. Guillou en zijn Franse assistent Régis Laguesse namen het roer over, maar ook zij kregen de trein niet op de rails en in de winterstop ging SK Beveren op zoek naar een nieuwe T1. Dat werd Thierry Pister, ex-speler van de Waaslanders. Een 'coup' van het Beverse bestuur, dat profiteerde van de afwezigheid van Guillou - hij vloog geregeld heen en weer naar de academie in Abidjan - om zijn tanende macht nog eens te ontplooien.

Geen te beste beleidszet: net zoals Ferrera bleek Pister te rigide voor de bonte verzameling Afrikaanse talenten. "Ik waarschuwde Pister nog", doet De Bolle het relaas. "Je moet niet als een gek tegen ze staan roepen wanneer ze iets fout doen, dat heeft een averechts effect. Je moet hen motiveren. Pister hechtte veel belang aan discipline op het extrasportieve vlak: de auto's proper op de parking, iedereen met dezelfde trainingsoutfit,... Het was verspilde energie."

Hoewel Yaya Touré in zowat elke wedstrijd startte tijdens dat eerste seizoen, kon hij geen enkele keer scoren en kon hij zelden zijn ploeg op sleeptouw nemen. Integendeel: van Pister kreeg Yaya meer dan eens een veeg uit de pan. Te weinig arbeidslust op training, te weinig tactische discipline bij balverlies, zo luidde diens verdict.

"Soms was Yaya inderdaad nonchalant, maar dat had volgens mij te maken met het feit dat de ploeg niet draaide", getuigt De Bolle. "Bovendien was hij nog jong, het is logisch dat hij daarin nog moest evolueren." Pister kwam later terug op de gespannen verhouding met het Ivoriaanse goudhaantje: "Als je nu aan hem zou vragen wie de slechtste trainer is die hij ooit had, zal Yaya zeker zeggen: 'Dat zal Pister zijn. Die zette mij niet gewoon op de bank, die zette mij in de tribune.'"

Helleputte: het échte begin

Bij aanvang van de campagne 2002/03 trok Beveren alweer op zoek naar een nieuwe hoofdtrainer. Voornaamste profielvereiste: iemand die flexibel kon zijn in de omgang met een spelersgroep. Via Edy De Bolle kwam Guillou uit bij de dan 49-jarige Herman Helleputte, de goedlachse Kempische vaderfiguur die eerder zijn sporen verdiende als trainer van SK Lierse en Germinal Ekeren. Er hing een wel erg bijzonder aspect vast aan trainer worden van SK Beveren. Helleputte: "Winnen was niet het belangrijkste, offensief en combinatiegericht voetbal brengen wel. De aangebrachte Ivorianen moesten zich verder kunnen ontwikkelen. Lekker om te horen voor een coach, natuurlijk, dat je niet afgerekend werd op resultaten. (glimlacht)

"Het probleem was dat wij nooit echt wisten welke spelers er zouden overkomen van de Académie. Guillou schetste vooraf wel een profiel, dat meestal bleek te kloppen... op de lengte van de spelers na. (grijnst) We beseften dat er vooral defensieve versterking nodig was om de Ivorianen te laten renderen. Door de samenwerking met Arsenal (Guillou onderhield nauwe banden met zijn landgenoot Arsène Wenger, nvdr) kregen wij enkele huurlingen uit Engeland ter beschikking. Mannen met gestalte en karakter."

Onder hen Liam Chilvers, John Halls, Steve Sidwell (nu Fulham), Igors Stepanovs en doelman Graham Stack - die later nog het wereldnieuws zou halen door een losgeslagen Antwerpsupporter tegen de grond te meppen. Uit Ivoorkust kwam ondertussen een tweede lichting jeugdtalenten over: Emmanuel Eboué, Arthur Boka en Mohammed Diallo.

"Guillou predikte steeds: hoe meer Ivorianen er zullen komen, hoe beter de ploeg zal draaien. En hij kreeg gelijk", erkent Helleputte. Om vat te krijgen op hun contingent Ivorianen deden De Bolle en Helleputte een beroep op spelverdeler Yapi Yapo, die door zijn landgenoten 'Excellence' genoemd werd. "Yapi Yapo was de baas, de kapitein. Hij was ook de eerste die voor de Ivoriaanse nationale ploeg opgeroepen werd. Yaya was ondanks zijn jonge leeftijd ook een leider, maar dan puur op het veld. Hij dwong dat af door zijn prestaties en zijn talent. Hij verloor zelden een bal. Simpel als het kan, moeilijk als het moet. Guillou was er steeds van overtuigd: Yaya zou een verbeterde versie worden van Patrick Vieira."

In zijn tweede seizoen in de Jupiler Pro League begon Touré steeds vaker tegenstanders, publiek en journalisten te imponeren met zijn combinatie van techniek, vista en présence. Toch verscheen de Ivoriaanse revelatie in de Belgische competitie zelden in de media. Helleputte: "Yaya was timide en sprak niet graag met de pers. Als ik hem zei dat een journalist een interview wilde, zei hij meestal: 'Non non, coach.' Dat was niet uit arrogantie, hij wilde gewoon met rust gelaten worden. Het enige wat hij deed, was voetballen en 's avonds met zijn kameraden op het appartement naar muziek luisteren en computerspelletjes spelen."

Een afwijkende persoonlijkheid

Stilaan pakte de mayonaise bij SK Beveren. Op de trainingen kon het er heftig aan toegaan, een clash van Britse fighting spirit en Afrikaanse onbezonnenheid. De Bolle: "De Engelsen vlogen er soms stevig in, net als de Ivorianen, en pas op: Afrikaanse tackles, dat is niet gezieverd. Ook Yaya liet zich daarin gelden. Eén keer stapte hij kwaad van het veld, nadat hij een trap had gekregen. Zonder iets te zeggen liep hij naar de kleedkamer en negeerde daarbij Guillou, die toevallig langs de lijn stond. Guillou riep hem terug, maar Yaya luisterde niet. Een opvallend moment, want normaal luisterden ze naar alles wat Guillou zei. Het typeert Yaya: een stille jongen, maar als hij iets in zijn hoofd had, liet hij dat duidelijk merken."

Vader Mory Touré wist dat al langer: "Yaya heeft al sinds zijn jonge jaren de drang naar perfectie. Als hij voor iets wil gaan, laat hij dat blijken." Om daar veelzeggend aan toe te voegen: "En als hij dat niet wil, ook." Moeder Touré was er ondertussen niet meer, na een aanslepende ziekte overleed ze in 2003. Ook die episode typeert hem: op de club merkten ze amper iets aan hun sterspeler. "De dood van zijn moeder was nochtans een zware klap", getuigt Barry Copa. "Yaya is gewoon een heel gereserveerde kerel, die niet graag te koop loopt met zijn gevoelens."

Buiten het voetbalveld verliep de aanpassing van de Ivorianen wisselvalliger. Gaande van zwartgeblakerde plafonds in hun appartementen - "ze organiseerden barbecues in hun keuken" - tot volledig toegetakelde wagens - "elke week stond er wel een nieuwe deuk in hun clubwagen of waren ze een vitrine binnen gereden" - en exuberante telefoonrekeningen - "Eboué had eens een factuur van 1000 euro. Die belde een hele nacht door naar Ivoorkust".

De naam van Yaya Touré valt echter zelden in die verhalen. Hij is een persoonlijkheid die zich niet laat samenvatten in ludieke anekdotes. Luc Kempen, de maker van de documentaire van Belga Sport, is het daar volledig mee eens: "Ik heb een heleboel archiefmateriaal van toen opgesnord en bijna al die beelden hebben één ding gemeen: Yaya die op zijn typische manier geruisloos door het beeld sloft of die in een hoekje computerspelletjes zit te spelen zonder één woord te zeggen."

Maar Yaya had één zwakke plek, weet De Bolle. "Stoemp! De zus van Helleputte maakte het eten op de club, telkens als er stoemp op het menu stond, was Yaya niet te houden."

Te duur voor Club en Anderlecht

In de terugronde van het seizoen 2002/03 kon SK Beveren enkele keren zwaar uithalen: 7-1 tegen Lierse, 6-0 tegen KV Mechelen en 3-0 tegen Anderlecht op de laatste speeldag. Beveren eindigde het seizoen op een veilige elfde plaats. En wat Guillou nog meer tevredenstelde: de Ivorianen werden beter. Dat ontging ook andere clubs niet. Anderlecht en Club Brugge informeerden naar een transfer van Touré, maar de vraagprijs van twee miljoen euro bleek een struikelblok. De middenvelder zelf gaf aan Guillou te kennen dat hij zich klaar voelde voor een stap hogerop.

In de voorbereiding op het seizoen 2003/04 belandde hij een week op stage bij Arsenal en deed mee in een oefenduel tegen Barnet. Wenger was overtuigd, maar door problemen met de werkvergunning kon een transfer naar de Premier League niet meteen doorgaan. Wenger en Guillou vroegen Touré nog een jaartje verder te rijpen bij Beveren. Een paar maanden later, in januari 2004, stonden afgevaardigden van de Oekraïense club Metaloerh Donetsk letterlijk met koffertjes vol roebels aan het bureau van Guillou.

Voor 2,3 miljoen euro werd Touré naar Oekraïne versluisd. Hij bleef er anderhalf seizoen, tot Olympiacos Piraeus hem kwam wegplukken. Trainer bij de Grieken was op dat moment Trond Sollied, de man die hem eerder zo graag bij Club Brugge wilde. Geld was geen issue meer. Ook niet voor Touré, die langs Olympiacos, AS Monaco en FC Barcelona zijn weg baande naar het rijke Man City en wist: zijn familie zou voortaan gelukkig zijn.

Stil, het hoofd voorovergebogen, naar de grond starend. Zo zat de achttienjarige Yaya Gnégnéri Touré op een zaterdagochtend in juni 2001 op het vliegtuig van Abidjan naar Parijs. Samen met vier Ivoriaanse lotgenoten op weg naar het voetbalgeluk in Europa. In hun bagage: de hoop van een hele familie... en een paar teenslippers. Zijn kompanen heetten Gilles Yapi Yapo, Arsène Né, Jocelynn Péhé en Venance Zézéto, allen door de Franse coach en spelersmakelaar Jean-Marc Guillou opgeleid aan de gereputeerde jeugdacademie van ASEC Mimosas, in een buitenwijk van Abidjan. Touré getuigde over die vlucht in de Belga Sportdocumentaire over de eerste lichting Ivorianen bij SK Beveren (2001-2006): "Ik zat daar maar, keek niet naar de televisie, sliep niet. In die zes uren naar Parijs dacht ik maar één ding: als ik daar aankom, wat moet ik dan doen om te slagen? Hoe kan ik mijn ouders helpen?" Dat de jongen zo dacht, hoeft niet te verbazen. Hij groeide als devote moslim op in een groot gezin, moeder was ziek, vader kwam aan de kost als militair, maar een royaal loon hing daar niet aan vast. Voetballen deed Yaya met zijn broers. Een van hen was de twee jaar oudere Kolo, hij effende het pad richting het jeugdopleidingscentrum ASEC Mimosas. Yaya bleef evenwel tot zijn vijftiende voetballen bij Les Inconditionnels, de club waar ook Aruna Dindane zijn eerste voetbalpasjes zette. Les Inconditionnels was de club van de volkse wijk Adjamé, terwijl ASEC Mimosas zijn opleidingscentrum in het rijkere stadsgedeelte Sol Béni installeerde. In een onderlinge partij tussen beide jeugdteams liet Yaya zich opmerken. Maar terwijl iets oudere talenten als Kolo Touré, Zézéto, Dindane en Yapi Yapo uitblonken bij de ploeg die in 1998 nog de Afrikaanse Champions League won, zou Yaya nooit een minuut voor het eerste elftal van Mimosas spelen. Hij trainde liever mee met de jongeren in de academie, zo verklaart Guillou althans. Volgens Boubacar Barry Copa, toen doelman bij Mimosas, was Yaya echter de inzet in een dispuut tussen clubvoorzitter Roger Ouégnin en Guillou. Die laatste zette hem dan maar als 'extratje' op de lijst van eerste vertrekkers in het samenwerkingsproject met SK Beveren. Yaya besefte daar en dan dat het avontuur pas echt begon met de ondertekening van dat eerste profcontract. "Nu kan mijn familie eindelijk gelukkig zijn", zei hij toen. De komst van de vijf Ivorianen van ASEC Mimosas was het startschot voor een project dat vijf jaar zou duren en in totaal 23 Ivoriaanse voetballers naar Beveren overvloog. Maar het scheelde niet veel of die kleurrijke bladzijde in de clubgeschiedenis werd nooit geschreven. In het eerste seizoen na de overname van Guillou als sportief verantwoordelijke bij het financieel noodlijdende SK Beveren eindigde de club als laatste in de Belgische competitie. Balans: twee overwinningen op 34 wedstrijden, meer dan negentig tegendoelpunten, amper dertig stuks gemaakt. De Ivorianen konden niet overtuigen. Het was dat Eendracht Aalst en RWDM geen licentie meer kregen of Beveren was toen gedegradeerd en Guillou was met zijn project naar een andere club getrokken. Dat het in dat eerste seizoen misliep, was voor weinigen een verrassing. Nog het minst voor Emilio Ferrera, in juni 2001 hoofdtrainer van SK Beveren. Hij had de ploeg ondanks financiële problemen en wanbetalingen toch in eerste klasse weten te houden, wat hem op de Freethiel enig krediet verschafte. Maar dat zijn visie op voetbal niet zou stroken met die van Guillou werd snel duidelijk. "Et alors... hebben ze ons cadetten gestuurd?!", was Ferrera's reactie bij de eerste kennismaking met de vijf Ivorianen. Hij wordt er niet graag aan herinnerd, maar ook van Yaya Touré - de enige van de Ivoriaanse nieuwkomers met wat gestalte - was Emilio Ferrera geen grote fan. Ondanks zijn 1,91 meter te frêle om als defensieve middenvelder te spelen en te weinig direct in zijn spel, zo oordeelde de Brusselse tacticus. "Ferrera had graag dat de bal meteen diep ging, dat er snel omgeschakeld werd", vertelt diens toenmalige assistent Edy De Bolle, tegenwoordig werkzaam bij Sentower Park in Opglabbeek. "Touré zocht te vaak de korte combinatie, vond Emilio. Zijn tactiek stond in functie van de tegenstrever. Wat natuurlijk volledig tegen de zin van Guillou was, die altijd een 4-4-2 wilde zien en in de eerste plaats zijn Ivorianen verder wilde ontwikkelen." Na amper drie speeldagen mocht Ferrera beschikken. Guillou en zijn Franse assistent Régis Laguesse namen het roer over, maar ook zij kregen de trein niet op de rails en in de winterstop ging SK Beveren op zoek naar een nieuwe T1. Dat werd Thierry Pister, ex-speler van de Waaslanders. Een 'coup' van het Beverse bestuur, dat profiteerde van de afwezigheid van Guillou - hij vloog geregeld heen en weer naar de academie in Abidjan - om zijn tanende macht nog eens te ontplooien. Geen te beste beleidszet: net zoals Ferrera bleek Pister te rigide voor de bonte verzameling Afrikaanse talenten. "Ik waarschuwde Pister nog", doet De Bolle het relaas. "Je moet niet als een gek tegen ze staan roepen wanneer ze iets fout doen, dat heeft een averechts effect. Je moet hen motiveren. Pister hechtte veel belang aan discipline op het extrasportieve vlak: de auto's proper op de parking, iedereen met dezelfde trainingsoutfit,... Het was verspilde energie." Hoewel Yaya Touré in zowat elke wedstrijd startte tijdens dat eerste seizoen, kon hij geen enkele keer scoren en kon hij zelden zijn ploeg op sleeptouw nemen. Integendeel: van Pister kreeg Yaya meer dan eens een veeg uit de pan. Te weinig arbeidslust op training, te weinig tactische discipline bij balverlies, zo luidde diens verdict. "Soms was Yaya inderdaad nonchalant, maar dat had volgens mij te maken met het feit dat de ploeg niet draaide", getuigt De Bolle. "Bovendien was hij nog jong, het is logisch dat hij daarin nog moest evolueren." Pister kwam later terug op de gespannen verhouding met het Ivoriaanse goudhaantje: "Als je nu aan hem zou vragen wie de slechtste trainer is die hij ooit had, zal Yaya zeker zeggen: 'Dat zal Pister zijn. Die zette mij niet gewoon op de bank, die zette mij in de tribune.'" Bij aanvang van de campagne 2002/03 trok Beveren alweer op zoek naar een nieuwe hoofdtrainer. Voornaamste profielvereiste: iemand die flexibel kon zijn in de omgang met een spelersgroep. Via Edy De Bolle kwam Guillou uit bij de dan 49-jarige Herman Helleputte, de goedlachse Kempische vaderfiguur die eerder zijn sporen verdiende als trainer van SK Lierse en Germinal Ekeren. Er hing een wel erg bijzonder aspect vast aan trainer worden van SK Beveren. Helleputte: "Winnen was niet het belangrijkste, offensief en combinatiegericht voetbal brengen wel. De aangebrachte Ivorianen moesten zich verder kunnen ontwikkelen. Lekker om te horen voor een coach, natuurlijk, dat je niet afgerekend werd op resultaten. (glimlacht) "Het probleem was dat wij nooit echt wisten welke spelers er zouden overkomen van de Académie. Guillou schetste vooraf wel een profiel, dat meestal bleek te kloppen... op de lengte van de spelers na. (grijnst) We beseften dat er vooral defensieve versterking nodig was om de Ivorianen te laten renderen. Door de samenwerking met Arsenal (Guillou onderhield nauwe banden met zijn landgenoot Arsène Wenger, nvdr) kregen wij enkele huurlingen uit Engeland ter beschikking. Mannen met gestalte en karakter." Onder hen Liam Chilvers, John Halls, Steve Sidwell (nu Fulham), Igors Stepanovs en doelman Graham Stack - die later nog het wereldnieuws zou halen door een losgeslagen Antwerpsupporter tegen de grond te meppen. Uit Ivoorkust kwam ondertussen een tweede lichting jeugdtalenten over: Emmanuel Eboué, Arthur Boka en Mohammed Diallo. "Guillou predikte steeds: hoe meer Ivorianen er zullen komen, hoe beter de ploeg zal draaien. En hij kreeg gelijk", erkent Helleputte. Om vat te krijgen op hun contingent Ivorianen deden De Bolle en Helleputte een beroep op spelverdeler Yapi Yapo, die door zijn landgenoten 'Excellence' genoemd werd. "Yapi Yapo was de baas, de kapitein. Hij was ook de eerste die voor de Ivoriaanse nationale ploeg opgeroepen werd. Yaya was ondanks zijn jonge leeftijd ook een leider, maar dan puur op het veld. Hij dwong dat af door zijn prestaties en zijn talent. Hij verloor zelden een bal. Simpel als het kan, moeilijk als het moet. Guillou was er steeds van overtuigd: Yaya zou een verbeterde versie worden van Patrick Vieira." In zijn tweede seizoen in de Jupiler Pro League begon Touré steeds vaker tegenstanders, publiek en journalisten te imponeren met zijn combinatie van techniek, vista en présence. Toch verscheen de Ivoriaanse revelatie in de Belgische competitie zelden in de media. Helleputte: "Yaya was timide en sprak niet graag met de pers. Als ik hem zei dat een journalist een interview wilde, zei hij meestal: 'Non non, coach.' Dat was niet uit arrogantie, hij wilde gewoon met rust gelaten worden. Het enige wat hij deed, was voetballen en 's avonds met zijn kameraden op het appartement naar muziek luisteren en computerspelletjes spelen." Stilaan pakte de mayonaise bij SK Beveren. Op de trainingen kon het er heftig aan toegaan, een clash van Britse fighting spirit en Afrikaanse onbezonnenheid. De Bolle: "De Engelsen vlogen er soms stevig in, net als de Ivorianen, en pas op: Afrikaanse tackles, dat is niet gezieverd. Ook Yaya liet zich daarin gelden. Eén keer stapte hij kwaad van het veld, nadat hij een trap had gekregen. Zonder iets te zeggen liep hij naar de kleedkamer en negeerde daarbij Guillou, die toevallig langs de lijn stond. Guillou riep hem terug, maar Yaya luisterde niet. Een opvallend moment, want normaal luisterden ze naar alles wat Guillou zei. Het typeert Yaya: een stille jongen, maar als hij iets in zijn hoofd had, liet hij dat duidelijk merken." Vader Mory Touré wist dat al langer: "Yaya heeft al sinds zijn jonge jaren de drang naar perfectie. Als hij voor iets wil gaan, laat hij dat blijken." Om daar veelzeggend aan toe te voegen: "En als hij dat niet wil, ook." Moeder Touré was er ondertussen niet meer, na een aanslepende ziekte overleed ze in 2003. Ook die episode typeert hem: op de club merkten ze amper iets aan hun sterspeler. "De dood van zijn moeder was nochtans een zware klap", getuigt Barry Copa. "Yaya is gewoon een heel gereserveerde kerel, die niet graag te koop loopt met zijn gevoelens." Buiten het voetbalveld verliep de aanpassing van de Ivorianen wisselvalliger. Gaande van zwartgeblakerde plafonds in hun appartementen - "ze organiseerden barbecues in hun keuken" - tot volledig toegetakelde wagens - "elke week stond er wel een nieuwe deuk in hun clubwagen of waren ze een vitrine binnen gereden" - en exuberante telefoonrekeningen - "Eboué had eens een factuur van 1000 euro. Die belde een hele nacht door naar Ivoorkust". De naam van Yaya Touré valt echter zelden in die verhalen. Hij is een persoonlijkheid die zich niet laat samenvatten in ludieke anekdotes. Luc Kempen, de maker van de documentaire van Belga Sport, is het daar volledig mee eens: "Ik heb een heleboel archiefmateriaal van toen opgesnord en bijna al die beelden hebben één ding gemeen: Yaya die op zijn typische manier geruisloos door het beeld sloft of die in een hoekje computerspelletjes zit te spelen zonder één woord te zeggen." Maar Yaya had één zwakke plek, weet De Bolle. "Stoemp! De zus van Helleputte maakte het eten op de club, telkens als er stoemp op het menu stond, was Yaya niet te houden." In de terugronde van het seizoen 2002/03 kon SK Beveren enkele keren zwaar uithalen: 7-1 tegen Lierse, 6-0 tegen KV Mechelen en 3-0 tegen Anderlecht op de laatste speeldag. Beveren eindigde het seizoen op een veilige elfde plaats. En wat Guillou nog meer tevredenstelde: de Ivorianen werden beter. Dat ontging ook andere clubs niet. Anderlecht en Club Brugge informeerden naar een transfer van Touré, maar de vraagprijs van twee miljoen euro bleek een struikelblok. De middenvelder zelf gaf aan Guillou te kennen dat hij zich klaar voelde voor een stap hogerop. In de voorbereiding op het seizoen 2003/04 belandde hij een week op stage bij Arsenal en deed mee in een oefenduel tegen Barnet. Wenger was overtuigd, maar door problemen met de werkvergunning kon een transfer naar de Premier League niet meteen doorgaan. Wenger en Guillou vroegen Touré nog een jaartje verder te rijpen bij Beveren. Een paar maanden later, in januari 2004, stonden afgevaardigden van de Oekraïense club Metaloerh Donetsk letterlijk met koffertjes vol roebels aan het bureau van Guillou. Voor 2,3 miljoen euro werd Touré naar Oekraïne versluisd. Hij bleef er anderhalf seizoen, tot Olympiacos Piraeus hem kwam wegplukken. Trainer bij de Grieken was op dat moment Trond Sollied, de man die hem eerder zo graag bij Club Brugge wilde. Geld was geen issue meer. Ook niet voor Touré, die langs Olympiacos, AS Monaco en FC Barcelona zijn weg baande naar het rijke Man City en wist: zijn familie zou voortaan gelukkig zijn.