Voor de tifosi van de bianconeri verwijst 11 september niet alleen naar wat er aan de andere kant van de Atlantische Oceaan gebeurde. Op die dag in 2011 werd namelijk de aftrap gegeven van Juventus-Parma, de eerste wedstrijd in het gloednieuwe Juventus Stadium. Antonio Conte, die nog maar pas aangesteld was bij de Oude Dame, zag zijn ploeg met 4-1 winnen. Om het feest compleet te maken werd ook het doelpunt van de bezoekers gemaakt door een Juventino: het was de jonge Sebastian Giovinco die op het einde van de wedstrijd een penalty omzette.

De arena van ongeveer 40.000 zitjes is sindsdien het symbool geworden van de zwart-witte dominantie in de Laars. Het seizoen 2011/12 heeft een einde gemaakt aan de heerschappij van de twee clubs uit Milaan, die de titels onder elkaar verdeeld hadden sinds het Calciopolischandaal, zes jaar eerder. Juventus werd dat seizoen kampioen zonder één keer te verliezen en eindigde sindsdien nog zes keer op rij op het hoogste schavot.

In die zeven seizoenen speelde het 134 matchen in de Serie A in zijn nieuwe onderkomen. Daarvan verloor het er slechts vijf. De eerste keer gebeurde dat in de herfst van 2012, toen het Inter van Diego Milito het stadion stil kreeg met koude 1-3-cijfers. Daarna konden alleen Sampdoria (1-2, twee goals van Mauro Icardi), Udinese (met een doelpunt van Cyril Théréau), Lazio en Napoli de drie punten wegkapen in Turijn. In zeven seizoenen maakte Juve gemiddeld 2,65 goals per thuismatch, scoorde het 300 keer en kan het het indrukwekkende gemiddelde voorleggen van 1 geïncasseerde goal per 185 minuten.

De lokale magie werd ook doorgetrokken in Europese confrontaties: in Europa verloren de bianconeri slechts twee keer op eigen veld. De eerste nederlaag, een 0-2 tegen het Bayern van Jupp Heynckes in 2013, was lang de uitzondering, tot een zekere Cristiano Ronaldo met een hattrick in april dit jaar een nieuwe pagina schreef in de geschiedenis. Zo werd een nieuwe Europese wet geboren: de ploeg die wint in het Juventus Stadium, wint de Champions League.

Voor de tifosi van de bianconeri verwijst 11 september niet alleen naar wat er aan de andere kant van de Atlantische Oceaan gebeurde. Op die dag in 2011 werd namelijk de aftrap gegeven van Juventus-Parma, de eerste wedstrijd in het gloednieuwe Juventus Stadium. Antonio Conte, die nog maar pas aangesteld was bij de Oude Dame, zag zijn ploeg met 4-1 winnen. Om het feest compleet te maken werd ook het doelpunt van de bezoekers gemaakt door een Juventino: het was de jonge Sebastian Giovinco die op het einde van de wedstrijd een penalty omzette. De arena van ongeveer 40.000 zitjes is sindsdien het symbool geworden van de zwart-witte dominantie in de Laars. Het seizoen 2011/12 heeft een einde gemaakt aan de heerschappij van de twee clubs uit Milaan, die de titels onder elkaar verdeeld hadden sinds het Calciopolischandaal, zes jaar eerder. Juventus werd dat seizoen kampioen zonder één keer te verliezen en eindigde sindsdien nog zes keer op rij op het hoogste schavot. In die zeven seizoenen speelde het 134 matchen in de Serie A in zijn nieuwe onderkomen. Daarvan verloor het er slechts vijf. De eerste keer gebeurde dat in de herfst van 2012, toen het Inter van Diego Milito het stadion stil kreeg met koude 1-3-cijfers. Daarna konden alleen Sampdoria (1-2, twee goals van Mauro Icardi), Udinese (met een doelpunt van Cyril Théréau), Lazio en Napoli de drie punten wegkapen in Turijn. In zeven seizoenen maakte Juve gemiddeld 2,65 goals per thuismatch, scoorde het 300 keer en kan het het indrukwekkende gemiddelde voorleggen van 1 geïncasseerde goal per 185 minuten. De lokale magie werd ook doorgetrokken in Europese confrontaties: in Europa verloren de bianconeri slechts twee keer op eigen veld. De eerste nederlaag, een 0-2 tegen het Bayern van Jupp Heynckes in 2013, was lang de uitzondering, tot een zekere Cristiano Ronaldo met een hattrick in april dit jaar een nieuwe pagina schreef in de geschiedenis. Zo werd een nieuwe Europese wet geboren: de ploeg die wint in het Juventus Stadium, wint de Champions League.