Na de 1-2-overwinning van Real Madrid op Bayern München verscheen in The New York Times een intrigerend artikel over Zinédine Zidane. Dat begon met de volgende zin: 'Hoe onwaarschijnlijk het ook mag klinken, het wordt misschien tijd dat we de mogelijkheid overwegen dat Zidane best wel een goeie coach is.'
...

Na de 1-2-overwinning van Real Madrid op Bayern München verscheen in The New York Times een intrigerend artikel over Zinédine Zidane. Dat begon met de volgende zin: 'Hoe onwaarschijnlijk het ook mag klinken, het wordt misschien tijd dat we de mogelijkheid overwegen dat Zidane best wel een goeie coach is.' Want als het over genieën aan de zijlijn gaat, dan hebben we al snel de mond vol van Pep Guardiola, José Mourinho, Mauricio Pochettino, Antonio Conte, Maurizio Sarri... Maar Zinédine Zidane? Neen, als we denken aan grote architecten die met hun ideeën het voetbal voorgoed veranderd hebben, doemt het beeld van de Franse kaalkop niet meteen op in onze hoofden. En toch staat hij op 26 mei in zijn derde Champions Leaguefinale op rij. Sluit hij die winnend af, dan is hij de eerste trainer in de geschiedenis die drie jaar na elkaar met 'de beker met de grote oren' mag pronken. En ja, hij staat nú al op gelijke hoogte met Guardiola en Mourinho, die elk de CL twee keer wonnen. Wat is het geheim van Zizou? Om een team dat het seizoen afsluit met een prijs scherp te houden, moet je een paar nieuwe spelers halen. Kwestie van de onderlinge concurrentie weer aan te wakkeren en opnieuw het beste in iedereen naar boven te halen. Het is een adagium als een ander in het voetbal, maar het geldt zeker niet voor het Real Madrid van Zinédine Zidane. Sinds hij in januari 2016 overnam van Rafael Benítez, is de kern van de Koninklijke nagenoeg ongewijzigd gebleven. In de zomer van 2016 kwam alleen Alvaro Morata (30 miljoen euro) erbij, en vorige zomer waren Theo Hernández (24 miljoen euro) en Dani Ceballos (16,5 miljoen euro) de belangrijkste twee versterkingen. Aan de uitgaande zijde vielen Jesé (in 2016 naar PSG) en vorige zomer Morata (Chelsea) en Danilo (Manchester City) te noteren. Het is slechts gerommel in de marge, want tot vaste waarde in de basiself van Zizou schopte geen enkele van hen het. Ook Pepe, einde contract, vertrok in juli 2017 na een jaar vol blessureleed naar Besiktas. Terwijl andere topclubs, geïnspireerd door de stijgende tv-inkomsten, de afgelopen jaren zwaar uithaalden op de transfermarkt, bleef het dus relatief kalm bij Real. Atypisch eigenlijk, zeker als je weet dat de voorzitter Florentino Pérez heet. Het is zelfs haast niet te geloven, maar Zidane zal in Kiev zo goed als hetzelfde elftal in de wei brengen als in de vorige twee CL-finales (zie veldjes). Alleen de in de zomer van 2016 vertrokken Pepe werd vervangen door Raphaël Varane en de in ongenade gevallen Gareth Bale moest plaats ruimen voor Isco. Dat is misschien wel de grootste verandering: waar Zidane in zijn eerste seizoen nog heilig overtuigd was van een 4-3-3 met de BBC in de voorlinie, opteerde hij gaandeweg steeds meer voor twee spitsen met Isco in hun rug. Door de blessuregevoeligheid van Bale deed ZZ dat eerst uit noodzaak, maar ook nu de Welshman al een tijdje opnieuw fit is, blijft hij gewoon aan de kant, prijskaartje van 100 miljoen euro of niet. Eigenlijk zijn negen spelers zeker van een basisplaats bij Zizou: de keeper ( Keylor Navas), vier verdedigers ( Dani Carvajal, Raphaël Varane, Sergio Ramos, Marcelo), drie middenvelders ( Luka Modric, Casemiro, Toni Kroos) en één spits ( Cristiano Ronaldo). Voor de overige twee posities is het kiezen tussen: Bale, Benzema, Isco, Lucas Vázquez en Marco Asensio. Het vertrouwen dat Zidane in zijn spelers heeft, lijkt onwrikbaar. Dat straalt en spreekt hij ook uit. De exponent daarvan is Keylor Navas. Zijn transfer naar de Spaanse hoofdstad had de Costa Ricaanse doelman te danken aan een schitterend WK in 2014, maar sindsdien heeft hij zijn criticasters nooit de mond kunnen snoeren. Tijdens elke transferperiode circuleren er in de media namen van potentiële vervangers, maar aan het einde van de rit blijft Navas gewoon tussen de palen staan. In de laatste wintermercato was het weer van dat: in december kondigde Marca al aan dat Kepa Arrizabalaga, de keeper van Athletic Club Bilbao, getekend had bij Real. Hij zou zelfs al een appartement gekocht hebben in Madrid, meldde de Spaanse sportkrant. Op een persconferentie in januari poneerde ZZ echter droogweg: 'Ik heb geen doelman nodig. Er zijn al twee jaar geen veranderingen en ik wil er nu ook geen. Ik ben tevreden met de kern die ik heb.' Dat soort openlijke steun moet de spelers deugd doen. Ook langs de zijlijn is ZZ een en al rustige vastheid. Zijn blik blijft vol vertrouwen, nooit raakt hij in paniek. Als een springveer op en neer gaan om iets duidelijk te maken aan zijn spelers, dat is niet aan hem besteed. Een volksmenner is hij ook niet, een ongeleid projectiel dat op de scheidsrechter afstuift al helemaal niet. Doorgaans staat hij naar een match te kijken als een alpinist die op een bergtop geniet van het uitzicht. Af en toe ontsnapt er een voorzichtige wenk, een discrete tip of een aanmoedigend ' Vamos!' uit zijn mond. En als het echt te bar wordt, wrijft hij eens over zijn kale knikker, als om zijn hersenen aan te sporen een oplossing te bedenken. Die oplossing is meestal... een wissel. Zijn vervangingen zijn voorspelbaar, maar op de een of andere manier doen ze de wedstrijd steevast kantelen. Hij is stilaan een meester in het beïnvloeden van het matchverloop. Haast instinctief voelt hij aan wat er moet gebeuren om het tij te doen keren. Zijn ingrepen ogen simpel, maar zijn heel vaak efficiënt. Dat is een gave die van hem best wel een goeie trainer maakt.