K omt isj nor 't ploin! Dor moeje zoin! Oan 't Oileg Hert speltj wit en zwert! Bij elke thuismatch weerklinkt aan de Aalsterse Heilig Hartkerk nog altijd Iendracht Veroit, hét volkslied van Eendracht Aalst, geschreven door 'keizer carnaval' Kamiel Sergeant. Maar de boxen in het afgeleefde Pierre Cornelisstadion kraken en heel veel volk komt er niet meer nor 't ploin. In april degradeerde Den Iendracht naar de tweede amateurklasse. Na zijn wonderjaar 1995 groeide de volkse carnavalsclub uit tot een speelbal van inhalige, malafide en onbekwame figuren.
...

K omt isj nor 't ploin! Dor moeje zoin! Oan 't Oileg Hert speltj wit en zwert! Bij elke thuismatch weerklinkt aan de Aalsterse Heilig Hartkerk nog altijd Iendracht Veroit, hét volkslied van Eendracht Aalst, geschreven door 'keizer carnaval' Kamiel Sergeant. Maar de boxen in het afgeleefde Pierre Cornelisstadion kraken en heel veel volk komt er niet meer nor 't ploin. In april degradeerde Den Iendracht naar de tweede amateurklasse. Na zijn wonderjaar 1995 groeide de volkse carnavalsclub uit tot een speelbal van inhalige, malafide en onbekwame figuren. Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de club, die op 25 juni valt, maakte Louis De Pelsmaeker (80) op vraag van Eendracht Aalst een film over de eeuw van wit-zwart. De oud-sportjournalist van de VRT woont al jaar en dag in het naburige Erembodegem. Tot vorige week was zijn schoonzoon CEO in het Pierre Cornelisstadion. De Pelsmaeker begon aan zijn filmproject met één veelzeggende voorwaarde: 'Ik wilde het enkel doen als ik me zou mogen beperken tot wat binnen de groene rechthoek gebeurd is. Anders kom je uit bij een scenario waarin zelfs regisseur Alfred Hitchcock zijn gading zou vinden, met omkoperij, corruptie en veroordelingen.' Turbulentie lijkt onlosmakelijk verbonden met Eendracht Aalst. Ook dik 25 jaar geleden was dat al de analyse, toen ene René De Witte een boek maakte over de club. Hij koos als ondertitel: De woelige geschiedenis van Eendracht Aalst 1919-1991. In dat boek staat dat Eendracht Aalst gesticht werd in - hoe kan het ook anders? - een café: Bij Jan de Gendarm, aan het Esplanadeplein. Dat gebeurde dus in de zomer van 1919, vlak na de Eerste Wereldoorlog. 'De club is opgericht door oud-strijders', vertelt Yves Janssens (61), huisfotograaf bij Eendracht Aalst én verzamelaar van alles wat met de club te maken heeft. ' Den Iendracht komt voort uit andere Aalsterse clubjes. Zij speelden tijdens de oorlog matchen om geld in te zamelen voor de krijgsgevangenen. Die krijgsgevangenen droegen een wit-zwart tenue. Daarom koos Eendracht Aalst die clubkleuren.'Uit de absolute beginjaren van Eendracht Aalst is geen levende ziel meer over. Maar een Eendrachter die in de jaren 30 al bij de club speelde, is er wel nog: Dolf Flips, 94 jaar en de oudste nog levende ex-speler van Den Iendracht. Hij kwam tijdens de jaren 40 in de eerste ploeg, toen Aalst debuteerde op het hoogste niveau. Wanneer Flips in zijn zetel, geflankeerd door zijn wederhelft, probeert herinneringen aan die periode op te diepen, kraakt zijn geheugen. 'In de spits moest ik soms Karel Voogt vervangen', weet hij wel nog. 'Dat was niet gemakkelijk, Karel was goed, groot en sterk. Die had ook veel trok bij de mokkes ( de meisjes, nvdr).' De vrouw van Dolf beaamt dat: 'Karel is nog met ons gaan zwemmen in de Dender. Ik kon niet zwemmen, maar liet de kans toch niet schieten om mee te gaan.' Flips bleef zowat zijn hele carrière bij Den Iendracht en zag nog hoe in 1957 Michel Verschueren als snaak van 26 zijn intrede deed bij de club. Nu, 62 jaar later, haalt Mister Michel in Grimbergen, waar hij woont, een knipselmap boven waarin hij foto's en artikels bewaart uit zijn tijd in het Pierre Cornelisstadion. De man die later decennialang Anderlechtmanager zou zijn, werkte in de jaren 50 als turnleerkracht op het VTI van Aalst, het Vrij Technisch Instituut. 'Maar ik wilde ook fysiektrainer zijn bij een voetbalclub', vertelt hij. 'Toen Rik Geertsen trainer werd bij Aalst, op dat moment een tweedeklasser, overtuigde ik hem. Ook voorzitter Etienne Mertens was direct akkoord.' Mertens was een textielhandelaar. In die tijd was het logisch dat de sterke man van Den Iendracht uit die hoek kwam, de stad bulkte van de textielnijverheid. Ook in de jaren 50 al bleek Verschueren geen grijze muis. 'Een voetbaltraining in die tijd was: tien rondjes lopen, een matchke spelen, pinten drinken en naar huis gaan', vertelt hij. 'Maar ik voerde andere principes in, zoals interval- en powertraining. Ik kocht zestien rugzakken, vulde die met zand en liet de spelers daarmee de tribunes op en af lopen. Flips: 'Verschueren liet zich graag opmerken.' Populair maakte de fysiektrainer zich zo niet bij de spelers. 'Die sakkerden eerst, ' aldus Verschueren, 'maar gaandeweg voelden ze zich sterker worden. Algauw speelden we kampioen.' Intussen was Gaston Van der Elst uitgegroeid tot dé vedette van de ploeg. 'Gaston had een café op de Grote Markt, ' vertelt Verschueren, 'De Korenbloem. Daar ging ik elke middag twee pistolets eten en een tas melk drinken.' Aalst kruidde zijn terugkeer naar de eerste klasse met een tiende plaats. 'Ook het tweede jaar waren we goed bezig, ' vertelt Mister Michel, 'maar toen gebeurde dat accident met Blavier. ' Verschueren doelt op een zwarte bladzijde in de clubgeschiedenis: de match tussen Eendracht Aalst en Standard van 5 november 1961. In die wedstrijd was Arthur Blavier de scheidsrechter. Over hem houdt Verschueren nog altijd een aparte knipselmap bij. 'Wat hij in die match tegen Standard uitstak, was een echt schandaal.' Niet voor het eerst oogstte de Namenaar bij de Aalstenaars bakken kritiek met zijn arbitrage. Die zondag in 1961 sloot hij drie Aalstspelers uit, drie anderen verlieten het terrein. Daardoor stond Aalst maar met vijf man meer op het veld en moest de wedstrijd gestaakt worden. Ook De Pelsmaeker was er die dag bij. 'Blavier had duidelijk de intentie om Aalst te knevelen', vertelt hij. 'Een boer in het publiek ging uit pure colère thuis een schop halen. Blavier moest onder politiebegeleiding weggeleid worden.' In zijn verslag schreef Blavier over 'de schandalige houding van ene Michel Verschueren. Tijdens de tweede helft kwam hij weer het veld ingelopen om de spelers aan te zetten tot harde tacklings en de toeschouwers tot protest.' Verschueren, 58 jaar later: 'Daar gaan we niet te veel meer over zeggen. Blavier beweerde dat ik de spelers van het terrein wilde halen, maar ik wilde de ploeg net aanmoedigen.' Verschueren kreeg een lange schorsing. 'Maar ik nam een goede advocaat en na twee maanden was ik opnieuw bezig.' Ook verscheidene spelers werden voor lange tijd geschorst. Mede door hun afwezigheid eindigde wit-zwart dat seizoen laatste. Veel oudere fans blijven erbij dat Blavier Aalst toen een immense knak heeft gegeven. Op het eerder vermelde boek van René De Witte over de clubgeschiedenis prijkt als hoofdtitel zelfs: De Vloek van Blavier. Na die degradatie in 1962 duurde het tot 1991 eer Aalst het hoogste niveau terugzag. Het was in die periode, begin de jaren 90, dat Yvan De Smet (59) - Vantjen voor de vrienden - de vaste buschauffeur werd van de club. 'Toen ik bij Den Iendracht begon, ' vertelt Vantjen, 'was ik nog fervent supporter van Club Brugge en van Jan Ceulemans. Voor mij was het ongelofelijk toen Jan in 1992 zijn trainersdebuut maakte bij Eendracht Aalst. Plots zat mijn held naast mij op mijn bus. Onze eerste thuismatch met hem verloren we. Zijn eerste uitmatch was er een op Seraing. Ik was even zenuwachtig als hij. Drie keer moest Jan daar gaan kakken.' Het klikte meteen tussen Vantjen en de Caje. 'Jan is ne schaa jongen ( Aalsters voor 'een rare jongen', waarmee bedoeld wordt: een grapjas, nvdr). En ik oek. En Jan drinkt geiren een pintj. En ik oek. Kasteelbier was in de jaren 90 de sponsor van Eendracht Aalst. Vóór elke match dronk Jan twee Kasteelbierkes. Op stage dronk hij gin-tonic. Ik altijd pinten. Wie er dan het eerste zat was? Ha, dat weten wij niet meer, hé jongen.' Ook Gilles De Bilde (48) streek in 1992, als 21-jarige, neer bij Eendracht Aalst. Binnenin was De Bilde op dat moment al een Anderlechtman, maar toch voelde de Ket een groot respect voor zijn nieuwe coach met een Clubverleden. 'Toen iemand met zo'n staat van dienst me onder vier ogen liet blijken dat hij het enorm zag zitten met mij, gaf me dat dé duw om te exploderen.' 'De Caje was de ideale figuur voor Aalst', zegt De Pelsmaeker. 'Leven en laten leven, niet al te serieus zijn en een pintje drinken als het moet.' Met Ceulemans promoveerde Aalst in 1994 terug naar de eerste klasse. Daar begon Aalst - als promovendus - aan zijn meest legendarische jaargang ooit. Zo ging Den Iendracht met 2-3 winnen op het veld van het Club Brugge waaraan Vantjen en de Caje jarenlang zo hun hart verpand hadden. Vantjen: 'Aan Den Haring ( bekende rotonde in Aalst, nvdr) had je toen nog een supporterscafé van Club. Toen we daar op de terugweg van die match in Brugge passeerden, riepen de spelers: ' Vantjen, tuten hé!' Toen heb ik al claxonnerend drie keer rond die rotonde gereden. Sindsdien ben ik dat na elke overwinning blijven doen, één toertje per gemaakte goal.' De Bilde: 'We maakten het dat seizoen ook Anderlecht en Standard moeilijk. Nergens werden we van het kastje naar de muur gespeeld. We hadden toen een talentvolle mix van jong en oud, met Peter Van Wambeke, Kris Temmerman, Harold Meyssen, Yves Vanderhaeghe, Edi Krncevic en Godwin Okapara. ' Maar De Bilde was dé ster, begin 1995 kaapte hij als eerste Aalstspeler ooit zelfs de Gouden Schoen weg. De viering vond plaats in restaurant 't Laurierblad in Berlare, weet Vantjen nog: ' Patrick Orlans ( toen manager van de club, nvdr) riep mij daar nog op het podium om een paar vuile moppen te vertellen. Een zálige tijd was dat. Ik wou dat ik de klok kon terugdraaien.' Het successeizoen 1994/95 dompelde de Denderstad in een roes. 'In de zaal beneden in het stadion werd er elke week gevierd', zegt De Bilde. ' Willy Sommers en Jo Vally kwamen er optreden. We voetbalden 's zondags om drie uur, maar het feest duurde tot diep in de nacht.' En hoewel hij zelf niet zo'n fuifbeest was, ging zelfs De Bilde dat jaar met de spelersgroep mee naar dé hoogmis in Aalst: carnaval. 'Ik droeg een blauwe salopette en een zwarte pruik. Ceulemans ging als monnik, met zo'n bruine pij en een koord rond zijn middel.' Ook liet De Bilde zich, net als zijn ploegmaats en Ceulemans, overtuigen om mee te werken aan een cd, een van de vele commerciële ideeën van Orlans. De Bilde zong één zin, die hij 25 jaar later nog altijd uit het hoofd blijkt te kennen: 'Het liedje heette Iendracht doe mor voesj en ik moest zingen: Ik ben de Gilles, 'k mauk rap een goal, pataat 't es binnen, 't komt op ientjen nie oan. ' Omdat op sportief vlak niks moest, lieten de Aalsterse fans hun humeur niet verknallen als de ploeg dan toch nog eens verloor. De Pelsmaeker: 'Wijlen Rik De Saedeleer ( ook een oud-sportjournalist, nvdr) klaagde in de jaren 90 eens dat het voetbalpubliek op de meeste plaatsen na een match niet meer zo lang bleef plakken als vroeger. Hij sakkerde: 'Tegenwoordig zitten er in de tribunes opgedirkte dames die mekaar proberen te overrulen met de mooiste mantel. Als de match gedaan is, zeggen zij tegen hun vent: 'Nu gaan we eens gezellig eten met zijn tweetjes.'' Er was maar één club, vond Rik, waar dat niet gold, en dat was Aalst. 'Daar wordt áltíjd gevierd', zei hij. In zijn goede periode toonde Eendracht Aalst hoe schoon sport kan zijn: de fans gingen uit de bol na een zege, maar vierden evengoed na een nederlaag.' Aalst eindigde dat seizoen als vierde en mocht zowaar Europa in. Daar wachtte Levski Sofia. De Ajuinen moesten eerst naar Bulgarije voor wat een legendarische avond zou worden. Hoewel de verplaatsing met het vliegtuig gemaakt werd, mocht buschauffeur Vantjen toch mee. 'Als entertainer', lacht hij. Vantjen stak een cameratoestel in zijn valies en legde de trip vast voor de eeuwigheid, een film die nog altijd op YouTube te bekijken is. Ging ook mee het vliegtuig op: een volledige karaoke-installatie. Die kwam geweldig van pas toen Aalst zijn Europees debuut dan ook nog eens winnend afsloot (1-2), de opmaat voor een onwaarschijnlijke feestnacht. Vantjen lacht: 'Wij hebben ginder toen stoten uitgestoken, beste vriend.' Zijn film toont hoe de Aalstdelegatie, onder wie toenmalig burgemeester Anny De Maght, polonaisegewijs door een eetzaal marcheerde, met het onvermijdelijke Iendracht Veroit door de karaoke-installatie galmend. Vantjen: 'Ik heb in die zaal ook nog onder een tafel gezeten en de benen vast gegrabbeld van de vrouw van de ambassadeur. ( lacht) Ik dacht dat het de benen waren van een vrouw van een van onze bestuurders.' Ook zijn thuismatch tegen Sofia won Aalst (1-0). Wéér een feestnacht, deze keer in eigen stad. Een krant schreef dat het Pierre Cornelisstadion die avond 'ongetwijfeld een van de gezelligste plekken in Europa' was. En over de Aalstenaars: 'Ze zijn zo zot, meneer.' Na Sofia wachtte AS Roma. Die club verkocht Aalst een 4-0-pandoering in Rome. In de terugmatch bleef het 0-0. De Europese campagne van 1995 zou een eenmalig avontuur blijken. Wie goed keek, zag al eerder aankomen dat het op termijn zou mislopen voor de Oost-Vlaamse club. 'De toenmalige voorzitter, Erik Goethals, had geen voetbalkennis', zegt De Bilde. 'Als we verloren hadden na een goede wedstrijd, zei hij soms: 'Iedereen krijgt toch zijn prim. Of weet je wat? Vandaag een extra prim!' Het kon niet op.' In 1996 trad Goethals af. Met zijn beursactiviteiten kwam hij in opspraak. Later zou hij veroordeeld worden. Volgens velen was de aftocht van Goethals een kantelpunt. Na zijn vertrek ging het met de club van kwaad naar erger. De Bilde: 'Er wordt nogal makkelijk gezegd dat de ondergang te wijten is aan Orlans, maar dat gaat wat ver. Aalst mag hem ook dankbaar zijn voor wat zich in de goede periode afspeelde. Maar Orlans maakte zeker ook fouten.' Er kwamen nog meer berichten over financiële (wan)praktijken. Toen ook Orlans de club had verlaten, werd ene Patrick De Cock manager. Maar hij belandde, net als Goethals, in de gevangenis. In 2002 volgde uiteindelijk de vereffening, waarbij Eendracht Aalst naar de derde klasse degradeerde. De veer van de club was definitief gebroken. Toen Aalst begin 2006 ook in de derde klasse ploeterde en laatste stond, schoot AA Gent te hulp. Die club zag in Aalst een potentiële satellietclub en stuurde beloftetrainer Etienne De Wispelaere naar het Pierre Cornelisstadion, samen met enkele van zijn spelers, onder wie Steve De Ridder en Dries Mertens, toen pas 18. De Wispelaere loodste de huidige Napolister naar de ware start van zijn voetbalcarrière. 'Ik ben maar zes maanden in Aalst geweest, ' vertelt Mertens, 'maar het was een heel mooie periode. Voor mij was het de eerste keer in een eerste ploeg, voetballen tegen échte mannen, terwijl ik nog zo klein was. Als je foto's uit die tijd terugziet, merk je hoe mijn bloeske véél te groot was.' Met Mertens en co pakte Aalst weer wat punten, maar net niet genoeg om de degradatie af te wenden.' Het bewoog Mertens tot tranen toe. 'Achteraf bekeken was die degradatie misschien wel beter voor mij', zegt hij. 'Ik had al een contract getekend waarin stond dat ik zou blijven als we ons zouden redden. Wie weet hoe was mijn carrière dán gelopen. En zelfs toen we zakten, wilde ik nog niet vertrekken. Ik voelde me lekker in Aalst en dacht toen echt nog niet dat ik profvoetballer zou worden. Maar De Wispelaere raadde me af om ook in de vierde klasse te blijven.' Mertens werd tot beste speler van het seizoen verkozen door de Aalstfans, die na zijn passage niet veel andere hoogtepunten meer voorgeschoteld kregen. 'Het is doodjammer om te zien waar de club zich nu bevindt', zegt De Bilde. 'Er is me al een paar keer gevraagd om terug te komen, als sportief directeur bijvoorbeeld, maar zo'n vraag sterft altijd een stille dood, want de chaos regeert bij Eendracht Aalst. Nochtans is het een club met veel potentieel. Ik ken kapitaalkrachtige mensen in het Aalsterse die je geen twee keer zou moeten vragen om erin te stappen áls het een serieus verhaal zou zijn.' Ondanks de woelige wateren waarin Eendracht Aalst zich bevindt, blijft de club wel een gevestigde waarde in de Denderstad. Tijdens de carnavalsstoet van dit jaar koos een van de grote groepen, Lotjonslos, de honderdste verjaardag van de club als thema. Het leverde Lotjonslos de eerste prijs op. In afwachting van een prijs die de club zelf nog eens behaalt, bekomt buschauffeur Vantjen nog altijd van de recente degradatie. 'Volgend seizoen moet ik mijn weg zoeken naar Spouwen-Mopertingen, menne jongen. ' Maar ondanks de sportieve miserie krijgt hij de Eendrachtmicrobe niet afgeschud. In december gaat hij met pensioen bij zijn busmaatschappij, maar ook nadien zal hij nog met Eendracht Aalst blijven rondrijden. 'En op mijn begrafenis mogen ze Iendracht Veroit draaien. En een wit-zwarte vlag over mijn kist leggen.' Opperfan Yves Janssens: 'Dat is het voordeel van Eendracht Aalstsupporter te zijn: je krijgt zoveel desillusie over je heen dat je met verlies en tegenslag leert om te gaan.'