In een kleine anderhalve eeuw internationaal voetbal troffen Oostenrijk en Hongarije elkaar al 137 keer, een Europees record. De Lage Landen komen daarna op een verdienstelijke tweede plaats met 127 ontmoetingen, met als startpunt 30 april 1905, toen er nog lang geen sprake was van een WK of EK. De eerste derby was zelfs de eerste officiële interland voor de Nederlanders die we zonder veel moeite wonnen op het Kiel van Beerschot. Eddy De Neve, die overleed in een Japans werkkamp op Indonesië tijdens de Tweede Wereldoorlog, was de eerste derbyheld met zijn vier doelpunten.
...

In een kleine anderhalve eeuw internationaal voetbal troffen Oostenrijk en Hongarije elkaar al 137 keer, een Europees record. De Lage Landen komen daarna op een verdienstelijke tweede plaats met 127 ontmoetingen, met als startpunt 30 april 1905, toen er nog lang geen sprake was van een WK of EK. De eerste derby was zelfs de eerste officiële interland voor de Nederlanders die we zonder veel moeite wonnen op het Kiel van Beerschot. Eddy De Neve, die overleed in een Japans werkkamp op Indonesië tijdens de Tweede Wereldoorlog, was de eerste derbyheld met zijn vier doelpunten. Wie de geschiedenisboeken induikt, vindt echter al een eerste ontmoeting terug in 1901, een interland die de FIFA weigert te erkennen omdat het Belgische team voornamelijk bestond uit Engelse uitwisselingsstudenten. Met interland 0 startte niettemin de traditie van de Coupe Vanden Abeele als wisselbeker. De winnaar van de derby verkreeg de eer om het kleinood, het 'koperen dingetje' in de volksmond, in bewaring te houden tot de volgende ontmoeting. Ook al bevond het voetbal zich nog in de eigen prehistorie, het burenduel slaagde er meteen in om de gemoederen te bedaren. Zo zakten 30.000 toeschouwers af naar Rotterdam voor de tweede editie, een record voor een voetbalwedstrijd buiten de Britse eilanden. Het Rotterdamsch Nieuwsblad omschreef de gekte rond de wedstrijd passend: 'Misschien niemand heeft kunnen denken dat zoo onze handelsstad in beroering kon komen voor iets wat louter vermaak lijkt'. In de volgende jaren ontmoetten de buurlanden elkaar met de regelmaat van de klok tijdens de lente, niet enkel uit vriendschap maar ook uit financiële overwegingen. Beide federaties genoten immers van de rijke inkomsten die de interlands genereerden en zochten elkaars gezelschap op bij feestelijkheden, zoals de opening van het Heizelstadion in 1930. De Olympische Spelen in 1920 bracht een eerste wedstrijd met inzet, zijnde een plaats in de olympische voetbalfinale. Ondanks de massale volksverhuizing vanuit het noorden naar Antwerpen trokken de Duivels op weg naar goud makkelijk het laken naar zich toe. Vanaf 1925 werd het Kiel ingeruild voor de Bosuil als Belgische locatie voor de jaarlijkse ontmoeting, een verhuis die niet naar de zin was van de Beerschotgezinde familie Vanden Abeele. Het 'koperen dingetje' stierf zo een stille dood.Ondanks de broederlijke rivaliteit bleef de derby niet ongevoelig voor politieke verschuivingen. Zo werd in 1929 de wedstrijd één maand uitgesteld door toenemende politieke spanningen tussen beide landen. Het onderwerp van discussie was het geheime plan van België en Frankrijk om Nederlands-Limburg tijdens een oorlog tegen Duitsland te bezetten. De eerste naoorlogse derby in 1946 werd niet toevallig bijna dag op dag één jaar na de bevrijding gespeeld in Amsterdam. Met de aanwezigheid van de koninklijke familie en de nagenoeg voltallige regering stond de derby symbool voor een Nederland dat recht krabbelde uit het oorlogspuin. Niet veel later begon de mythische status van de derby stilaan af te brokkelen. Door de introductie van het profvoetbal in Nederland sloot de federatie zijn profs die gevlucht waren naar Zuid-Europa opnieuw in de armen. De derby's helden zo al te vaak over in het voordeel van Oranje, wat de spanning niet ten goede kwam. Bovendien kregen vriendschappelijke interlands qua commerciële waarde concurrentie van de beginnende Europese club- en landencompetities. De frequentie van de derby daalde zienderogen. Met interland 99 werd een dieptepunt bereikt: amper 9000 geïnteresseerden zakten af naar de Bosuil. De derby was toe aan een heropwaardering en kreeg die door de twee kwalificatiewedstrijden op weg naar het WK '74. Twee keer bleef het 0-0 en dankzij het scoreloos gelijkspel in Amsterdam mocht Nederland afreizen naar West-Duitsland. De dubbele ontmoeting zal echter altijd herinnerd worden door de Russische scheidsrechter Pavel Kazakov die net voor het einde van de wedstrijd een geldig doelpunt van Jan Verheyen afkeurde. Zonder deze blunder en dus ook zonder het totaalvoetbal van Oranje op het WK had de voetbalgeschiedenis mogelijk een volledig andere route gelopen. De rivaliteit bereikte door deze controverse opnieuw een piek die, geholpen door het lot, weer kon opborrelen in de kwalificatiestrijd voor het EK van 1976 en de wereldbeker van 1978. Drie keer op rij versperden Johan Cruijff en co onze Rode Duivels de toegang tot een groot toernooi.In het volgende decennium draaiden de rollen om: terwijl Oranje worstelde met een overgangsgeneratie die maar langzaam nieuw bloed verkreeg met het trio Rijkaard-Gullit-Van Basten, plukte België de vruchten van een eerste gouden generatie. In de herfst van 1985, terwijl het Belgisch voetbal nog zijn wonden likte na het Heizeldrama, stond een dubbele testwedstrijd op het programma tegen onze noorderbyren. Wie won, mocht naar de wereldbeker in Mexico. In een ijskoud Rotterdam verspeelden de Duivels op korte tijd de kwalificatie tot Georges Grün België in extremis richting Mexico kopte. Nederlands bondscoach Leo Beenhakker droop diep teleurgesteld af in de eindeloze catacomben van de Kuip, één van de iconische beelden uit de derbygeschiedenis.Na enkele jaren van windstilte werd de rivaliteit nieuw leven ingeblazen tijdens het WK van 1994 in de VS. In Orlando tikte de thermometer 40 graden aan, tropische temperaturen die beide supportersgroepen uitnodigden tot een intense verbroedering. De Nederlandse aanvalskracht stokte telkens voor het Belgische doel dankzij het uitmuntende optreden van doelman Michel Preud'homme. België won dan wel dankzij een doelpunt van Philippe Albert maar Preud'homme groeide door zijn capriolen uit tot de voorlopig laatste echte derbyheld. Vier jaar later koppelde het lot de Lage Landen opnieuw aan elkaar op het wereldtoneel. De kaarten waren nu duidelijk anders geschud. België had op weg naar de Coupe du Monde twee kansloze nederlagen geleden tegen Oranje en bondscoach Georges Leekens mikte met verdedigend voetbal in Parijs op een gelijkspel. De cynische sfeer culmineerde in het theaterstukje van Lorenzo Staelens die Patrick Kluivert een rode kaart opleverde. Het bloedeloze 0-0-gelijkspel werd aan Belgische zijde niettemin gevierd als een ware overwinning. Het nieuwe overaanbod aan ontmoetingen werd nog opgedreven door de organisatie van EURO 2000 door beide landen. Als teken van de goede verstandhouding speelden België en Nederland twee keer vriendschappelijk tegen elkaar als onderdeel van een eindeloze voorbereiding op het toernooi. Interland 121 leverde tijdens de vuurdoop van Robert Waseige als bondscoach een vooroorlogs 5-5-gelijkspel op, een bizarre wedstrijd die zowel door het scoreverloop als de intense maar respectvolle sfeer op het veld herinneringen opriep aan de beginjaren van de derby. De jubileumeditie 125 kwam er na een wachttijd van meer dan 8 jaar in augustus 2012, het laatste ijkpunt tot nu toe. Louis van Gaal, ook toen al op de bank, kende in Brussel een valse start van zijn tweede termijn aan het hoofd van Oranje. De Duivels van Marc Wilmots tikten zich op frivole wijze voorbij Nederland, het moment waarop alles definitief in elkaar begon te klikken op het veld voor de gouden generatie. De derby mag anno 2022 dan niet meer bol staan van politieke spanningen, onderhuidse rivaliteit of commerciële belangen, de decennialange geschiedenis blijft onlosmakelijk verbonden aan de interland. Wie weet volgt eind dit jaar een nieuw oranjerood hoofdstuk in de Qatarese woestijn.