De Bundesliga geldt al jaren als een goudmijn, een competitie met clubs die doorgaans goed worden geleid en zich niet vergalopperen in buitenissige transfersommen. Maar ook hier blijken een aantal fundamenten te zijn gebouwd op los zand. Vorige week kondigden 13 van de 36 profclubs aan op een faillissement af te stevenen als er niet snel inkomsten komen. Sommige verenigingen gingen al een krediet aan in afwachting dat de laatste schijf van de televisiegelden wordt betaald.

De meeste Duitse verenigingen zijn dan ook voor een voortzetting van de competitie, zonder toeschouwers weliswaar, om zo toch de televisiegelden te krijgen. Het gaat om overleven, om eigenbelang. Er lekte zelfs al een plan uit om de laatste negen wedstrijden vanaf begin mei af te werken, al is dat inmiddels ontkend. Net zoals in andere toplanden is het 'tot nader order' wachten wanneer de competities kunnen hervat worden. Het is een thema dat in het voetbalmilieu belangrijker lijkt dan in het indijken van het coronavirus. In afwachting zijn vrijwel alle Duitse clubs aan het trainen. In groepjes en met de nodige afstand, zoals wordt benadrukt.

18 clubs in 1A is in wezen geen goeie zaak.

Als clubs zo zwaar in de problemen komen, heeft dat ook te maken met scheefgegroeide verhoudingen in het huishouden. Pronkerigheid en patserigheid gingen steeds meer de internationale voetbalwereld kenmerken. Dat Liverpool een recordomzet boekte en toch zijn personeel op technische werkloosheid zette, is verbijsterend. In de begroting van de toekomstige Engelse kampioen zou er tegen 50 miljoen euro gegaan zijn naar makelaars. Grenzen werden in deze opgeblazen wereld meer en meer overschreden, zonder dat iemand zich daar vragen bij stelde.

Op veel niveaus wordt nu geprobeerd competities te redden. De UEFA denkt na over een afwikkeling van de Champions Lague en Europa League, het gaat voorzitter Aleksander Ceferin er vooral om zoveel mogelijk van de geldstromen open te houden. Als er moet gekozen worden tussen gezondheid en commercie, dan moet de balans altijd naar het eerste overhellen. De UEFA geeft op geen enkele manier de indruk daar ook zo over te denken. De dreiging van Ceferin om Belgische clubs van het Europees toneel uit te sluiten als de competitie inderdaad wordt stopgezet, was een pijnlijke uitschuiver. Ook als het allicht nog tot een compromis zal komen.

Bijna nergens in Europa mag er op dit moment nog gevoetbald worden. De Pro League stelde wat dat betreft een voorbeeld, ook al moet die beslissing nog op de algemene vergadering van 15 april bekrachtigd worden. Met Club Brugge als kampioen (één nederlaag in 29 competitiewedstrijden) moet iedereen na zo'n overdonderend seizoen kunnen leven. Het zal anderzijds wel de financiële discrepantie tussen blauw-zwart en de concurrentie nog vergroten. Deelname aan de groepsfase van de CL levert Club 60 miljoen euro op. Dat zal in het Brugse huishouden niet tot een gebrek aan realisme leiden.

Hoe de competitie volgend seizoen moet hertekend worden, moet nog beslist worden. Een uitbreiding naar achttien clubs lijkt voor de hand te liggen, maar in wezen is dat geen goeie zaak. Daar heeft dit land geen voedingsbodem voor. Helemaal waanzin zou het zijn om dit als een wipplank te gebruiken voor een competitie met 20 clubs. Het zou leiden tot een kampioenschap op drie snelheden.

Eigenlijk zit 1A al met zestien clubs aan zijn limiet. Maar er lijkt geen alternatief te zijn, ook al om juridische procedures uit te sluiten. En sommige clubs komt het dan goed uit dat de play-offs worden afgeschoten. Al dan niet voorlopig. Zo is iedereen toch weer met zichzelf bezig. Ook in duistere tijden.

De Bundesliga geldt al jaren als een goudmijn, een competitie met clubs die doorgaans goed worden geleid en zich niet vergalopperen in buitenissige transfersommen. Maar ook hier blijken een aantal fundamenten te zijn gebouwd op los zand. Vorige week kondigden 13 van de 36 profclubs aan op een faillissement af te stevenen als er niet snel inkomsten komen. Sommige verenigingen gingen al een krediet aan in afwachting dat de laatste schijf van de televisiegelden wordt betaald. De meeste Duitse verenigingen zijn dan ook voor een voortzetting van de competitie, zonder toeschouwers weliswaar, om zo toch de televisiegelden te krijgen. Het gaat om overleven, om eigenbelang. Er lekte zelfs al een plan uit om de laatste negen wedstrijden vanaf begin mei af te werken, al is dat inmiddels ontkend. Net zoals in andere toplanden is het 'tot nader order' wachten wanneer de competities kunnen hervat worden. Het is een thema dat in het voetbalmilieu belangrijker lijkt dan in het indijken van het coronavirus. In afwachting zijn vrijwel alle Duitse clubs aan het trainen. In groepjes en met de nodige afstand, zoals wordt benadrukt. Als clubs zo zwaar in de problemen komen, heeft dat ook te maken met scheefgegroeide verhoudingen in het huishouden. Pronkerigheid en patserigheid gingen steeds meer de internationale voetbalwereld kenmerken. Dat Liverpool een recordomzet boekte en toch zijn personeel op technische werkloosheid zette, is verbijsterend. In de begroting van de toekomstige Engelse kampioen zou er tegen 50 miljoen euro gegaan zijn naar makelaars. Grenzen werden in deze opgeblazen wereld meer en meer overschreden, zonder dat iemand zich daar vragen bij stelde. Op veel niveaus wordt nu geprobeerd competities te redden. De UEFA denkt na over een afwikkeling van de Champions Lague en Europa League, het gaat voorzitter Aleksander Ceferin er vooral om zoveel mogelijk van de geldstromen open te houden. Als er moet gekozen worden tussen gezondheid en commercie, dan moet de balans altijd naar het eerste overhellen. De UEFA geeft op geen enkele manier de indruk daar ook zo over te denken. De dreiging van Ceferin om Belgische clubs van het Europees toneel uit te sluiten als de competitie inderdaad wordt stopgezet, was een pijnlijke uitschuiver. Ook als het allicht nog tot een compromis zal komen. Bijna nergens in Europa mag er op dit moment nog gevoetbald worden. De Pro League stelde wat dat betreft een voorbeeld, ook al moet die beslissing nog op de algemene vergadering van 15 april bekrachtigd worden. Met Club Brugge als kampioen (één nederlaag in 29 competitiewedstrijden) moet iedereen na zo'n overdonderend seizoen kunnen leven. Het zal anderzijds wel de financiële discrepantie tussen blauw-zwart en de concurrentie nog vergroten. Deelname aan de groepsfase van de CL levert Club 60 miljoen euro op. Dat zal in het Brugse huishouden niet tot een gebrek aan realisme leiden. Hoe de competitie volgend seizoen moet hertekend worden, moet nog beslist worden. Een uitbreiding naar achttien clubs lijkt voor de hand te liggen, maar in wezen is dat geen goeie zaak. Daar heeft dit land geen voedingsbodem voor. Helemaal waanzin zou het zijn om dit als een wipplank te gebruiken voor een competitie met 20 clubs. Het zou leiden tot een kampioenschap op drie snelheden. Eigenlijk zit 1A al met zestien clubs aan zijn limiet. Maar er lijkt geen alternatief te zijn, ook al om juridische procedures uit te sluiten. En sommige clubs komt het dan goed uit dat de play-offs worden afgeschoten. Al dan niet voorlopig. Zo is iedereen toch weer met zichzelf bezig. Ook in duistere tijden.