Je moet ervoor naar Eupen, vanuit Gent de volle 200 kilometer, maar we deden het graag: twee uur heen en bijna drie uur terug vanwege files en wegwerkzaamheden. Niet alle dagen kom je immers iemand tegen die zich een persoonlijke vriend mag noemen van Dani Alves en door Pep Guardiola naar Barcelona werd gehaald. Iemand ook die de kleedkamer deelde met Lionel Messi, Xavi en Iniesta en eerder met Sergio Ramos en Jesús Navas. Twee keer won Adriano Correia de UEFA Cup en als lid van het dream team van Barça voegde hij later nog tweemaal de Champions League toe aan zijn palmares. Een oud-wereldkampioen met Brazilië ook, zij het met de U20.
...

Je moet ervoor naar Eupen, vanuit Gent de volle 200 kilometer, maar we deden het graag: twee uur heen en bijna drie uur terug vanwege files en wegwerkzaamheden. Niet alle dagen kom je immers iemand tegen die zich een persoonlijke vriend mag noemen van Dani Alves en door Pep Guardiola naar Barcelona werd gehaald. Iemand ook die de kleedkamer deelde met Lionel Messi, Xavi en Iniesta en eerder met Sergio Ramos en Jesús Navas. Twee keer won Adriano Correia de UEFA Cup en als lid van het dream team van Barça voegde hij later nog tweemaal de Champions League toe aan zijn palmares. Een oud-wereldkampioen met Brazilië ook, zij het met de U20. Maar vooral: iemand die zich niet te min voelt om zijn oude dag te slijten in de Oostkantons, met nog evenveel gretigheid en devotie als toen hij zijn profcarrière begon, haast twintig jaar geleden. Die blik in zijn ogen gezien toen Eupen onlangs in de slotfase naast Anderlecht kwam? Wat een energie. Adriano blijkt ook iemand die, ondanks alle succes, zijn bescheidenheid behoudt en rustig de tijd neemt om te praten. Over alles. Niet alleen over Messi of Pep, of succes, waarmee makkelijk is uit te pakken. Ook het verdriet om het verlies van ploegmaat Antonio Puerta komt ter sprake, net als de angst die daaruit even voortvloeide voor de trein weer verder denderde. Een trein die hem terugbracht naar Brazilië, voor velen het paradijs. Maar the moon heeft, weten we van Pink Floyd, ook een donkere kant, die hij niet onaangeroerd wil laten. Omdat daar, in Brazilië, zijn levensrad een onverwachte draai kreeg, eentje die hem naar KAS Eupen bracht.Je bent geboren in Curritiba, in het zuiden van Brazilië, en keerde in 2019 na veertien jaar Europa terug naar de topclub uit die stad, Atletico Paranaense. Wat bezielt een flinke dertiger om amper een jaar later dat contract te verbreken en naar België te komen? Adriano Correia: ( brede lach) 'Vindt u uw land niet leuk? Ik anders wel. Ik ben wat vroeger gekomen, onder meer om een huis te zoeken, en nu zijn we ons aan het settelen. Laat me het zo uitdrukken: Eupen is anders dan ik tot dusver gewoon was, na Sevilla, Barcelona en Istanboel. ( lacht) Maar de familie voelt zich hier goed en de kinderen ( hij heeft er drie, nvdr) zijn héél enthousiast. Ze spreken al Engels, Spaans en Portugees, nu volgt Frans.' Waarom verliet je het paradijs? Adriano: 'Het paradijs... Er is een zeer mooie kant aan Brazilië: het eten, het leven, vers fruit bij het ontbijt, ... Een goeie gids kan je in de grootste steden hoekjes tonen waar je versteld van staat. Het klimaat hier is voor mij echter niet veel anders. Ik kom uit het zuiden en het weer in Curritiba is vergelijkbaar met dat van hier. Misschien niet zo koud en er valt minder sneeuw, maar de temperatuur kan er op de hoger geleden gebieden ook onder nul gaan. 'Brazilië heeft ook een andere kant en gaandeweg ging die meer en meer door mijn hoofd spelen. Mijn vrouw en ik begonnen te twijfelen over waar onze toekomst lag: in Europa of in Brazilië. Een maand lang hebben we zitten dubben en alles van een jaar eerder kwam terug, toen ik nog in Istanboel zat. Ook toen al hadden we twijfels, of we niet beter onze toekomst in Europa zouden uitbouwen. Maar Istanboel? Drukke stad, economische problemen bij de club; uiteindelijk bleek bij Besiktas blijven geen optie. 'We hebben familie in Brazilië en de gezondheid van mijn moeder was niet zo goed, daarom besloten we terug te keren. Maar na een jaar dook de twijfel dus opnieuw op. Ik voelde me niet zo goed in het dagelijkse leven in Brazilië, ik miste Europa. Vijftien jaar was ik hier, mijn hele volwassen leven... Ik leek ontworteld in Brazilië en mijn kinderen al helemaal; zij hadden er nog nooit gewoond. Het kan vreemd klinken, maar er waren dagen dat ik me geen Braziliaan voelde. Ik miste de rust van Europa, de kwaliteit van het leven hier. Niet dat je ginder geen levenskwaliteit hebt, maar het is toch anders.' Wie geld heeft, kan toch goed leven in Brazilië? Adriano: ' Si y no. Veiligheid is een belangrijk thema, helaas. Hier weet je: je kinderen kunnen de straat op, je vrouw en jij kunnen naar de supermarkt, er gaat niks gebeuren. Daar ben je nooit helemaal zeker. In mijn stad gebeurde er minder dan in São Paulo of Rio, maar toch...' We waren eens te gast bij een directielid van Flamengo. De man had een lijfwacht en leefde in een afgeschermde zone, met bewaking aan de poort. Zijn villa was super de luxe, zijn angst permanent. Adriano: 'Ongelukkig genoeg is dat zo, ja. Het doet me pijn om het te zeggen, maar 90 procent van de Brazilianen zijn overlevers. En het erge is: de regering komt overal mee weg. Politici zijn vooral bezig met zichzelf, niet met de Brazilianen. Neem het WK 2014. In mijn ogen was dat er niet voor de Braziliaan, maar voor de buitenlander. Welke Braziliaan kan 100 euro besteden aan een voetbalwedstrijd? Omgerekend 500 real, als je er maar 850 verdient...' Wij waren verrast dat presidente Dilma Rousseff zo hard werd uitgefloten tijdens de openingswedstrijd van het WK. Adriano: 'Ik niet, geen enkele Braziliaan. De kans die ze daar hebben laten liggen om met dat geld het leven van de Brazilianen veel beter te maken... Wat hebben we aan een stadion in het midden van het Amazonegebied als daar geen ploeg is? Of in Brasilia? Dat ze iets nieuws bouwen in Rio of São Paulo, oké, maar hoeveel geld is er niet verspild? Ik zie dat het volk lijdt en probeert te overleven. Vandaar al het geweld en de schietpartijen. Wil je daar leven? Dat was mijn vraag. Uiteindelijk hebben we beslist om hier ons leven verder te zetten. Er zijn mij mooie dingen verteld over België. Daarom ben ik hier.' Je vader speelde een belangrijke rol in je jeugd. Vertel. Adriano: 'Hij was zelf een liefhebber, meer niet; een amateurvoetballer. Op een dag brak ik een beentje in mijn voet en mijn vader zei: 'Laten we hiervan profiteren om ook je andere voet te trainen. Als je echt prof wil worden, gaat dit je misschien onderscheiden van al die anderen'. Ik heb heel veel goeie trainers gehad en van allemaal iets opgestoken, ook hier vandaag nog in Eupen. Maar de beste ooit was mijn vader.' Wie was je idool? Adriano: 'Ik was fan van Palmeiras. Daarom: Roberto Carlos. Een anderen naam kwam er als kind niet uit mijn mond. Het leuke is dat ik hem later beter heb leren kennen en dat we vrienden zijn geworden. ( lacht) Je idool als vriend hebben, ongelooflijk, hé. Voor mij was hij één van de meest complete voetballers op zijn positie ooit.' Was naar Europa komen op je negentiende een makkelijke beslissing? Adriano: 'Een droom, dat alleszins. Het was in de periode waarin ik jeugdinternational was nadat ik op mijn zeventiende al mocht debuteren met de eerste ploeg in mijn stad. Ook omwille van mijn kalmte, denk ik. Ik ben altijd iemand geweest die goed wist wat hij wilde bereiken, maar nooit zonder mijn geduld te verliezen. Ik respecteerde iedereen, luisterde en leefde ervoor. Geen drank, drugs, meisjes, maar focus, rust en religie. Ernstig religieus.' Naar het beeld van de zuiderse Braziliaan. Adriano: 'Waar ze meer gesloten zijn, klopt. Het noorden is warmer; meer strand, meer buiten, minder discipline. Drie jaar heb ik in de Braziliaanse eerste klasse gespeeld. De Copa Libertadores, het WK U20 met Brazilië waarin we de finale wonnen van Spanje en de halve van Argentinië ( brede glimlach); beter kan het niet, hé. We hadden een fantastische ploeg. De meerderheid zat al in Europa en we zijn later allemaal prof geworden.' Bij Sevilla kwam je een paar oude bekenden tegen en Sergio Ramos was er je ploegmaat. Adriano: 'Het was nog niet het super bekende Sevilla van nu, maar wat me aansprak, was het project. Ze waren een paar seizoenen eerder gezakt en hadden Monchi aangesteld om de club een nieuwe dynamiek te geven. Hij had een ongelooflijk oog voor onbekend talent. Ik kwam er terecht bij Dani Alves, Renato, Julio Baptista, Jesús Navas... Antonio Reyes was net verkocht aan Arsenal, ik werd aangetrokken als zijn vervanger. Romaric (ex-Beveren) kwam later ook. Wat een spectaculaire speler. Die had alles. Fysiek, techniek... hij was iemand voor Barcelona of Real Madrid. Jammer dat hij zijn potentieel nooit echt heeft benut.' De ene keer was je eerder aanvallend, een andere keer verdediger. Wat was de idee? Adriano: 'Eigenlijk ben ik gekomen als verdediger, maar Monchi vond dat ik meerdere rollen aankon op beide flanken. Ik was echt multi-inzetbaar, stond soms centraal, maar meestal aan de buitenkanten. Een van mijn kwaliteiten was en is dat ik van achteruit steun kon verlenen aan de aanval; zoals alle Braziliaanse flankverdedigers. Defensief heb ik heel veel moeten leren. Juande Ramos bracht ons naar een hoger niveau. We wonnen de UEFA Cup en de Europese Supercup tegen het dream team van Barça, we konden het zelf niet geloven. We waren zo sterk toen. Tot Antonio Puerta ons ontviel.' Voor de jongere lezers: Puerta was een enorm talent die tijdens een wedstrijd onwel werd en later in het ziekenhuis overleed. Stond jij ook op het veld? Adriano: 'Neen. Ik sukkelde met een knieletsel en zat thuis te kijken naar dat duel met Getafe. Verschrikkelijk. De hele week waren we alleen daar mee bezig. Eerst hopend dat hij nog recupereerde, daarna compleet van slag. Je weet dat je door moet, maar je hoofd staat er niet naar. Het heeft lang geduurd voor we ons weer op voetbal konden concentreren.' Sluipt er dan ook een angst in voor het eigen lichaam? Adriano: 'Ja. Want je wist: hij was grondig getest en Antonio had vooraf geen enkel signaal gekregen. Dat maakte ons ongerust. Hij wist nergens van en plots was het gedaan. Antonio had een enorm potentieel. Op zijn positie kon hij de beste worden.' Herinner je je het telefoontje van Barça nog? Adriano: 'Het was de voorzitter van Sevilla die belde: ' Adri, ik ga zeer direct zijn. Barcelona wil je, deed een bod en voor ons is dat goed, wij zijn er uit. Nu jij nog.' Ik schoot in de lach en antwoordde: ' Presi, mijn stuk in dit verhaal zal héél makkelijk zijn.' Je moet weten: Sevilla is een ploeg die verkoopt en de president had de reputatie een zeer moeilijk onderhandelaar te zijn. ( lacht) Ik begon wél te beven toen ik de telefoon neerlegde. Het begon te draaien in mijn hoofd. Barcelona, dat is niet alleen de beste club van Spanje, maar van de wereld. Waar kun je beter de stiel verder leren dan daar? Van wat toen de beste trainer ter wereld was: Pep Guardiola. ' Welke vraag word je nu het meeste gesteld: hoe was Pep, of hoe was Messi? Adriano: 'Hoe is Messi? ( lacht) Voor mij was hij ongelooflijk. Wat die al voor het voetbal heeft gedaan en hoe gevoelig hij is... Hij is rustig en timide, destijds meer dan nu. Na de geboorte van zijn eerste zoon werd hij wat meer open; de geboorte van zijn kinderen heeft hem deugd gedaan.' Was het een feestneus in de kleedkamer? Adriano: 'Hij deed mee. Zeker. Je hebt Zuid-Amerikanen nodig voor de salsa in een kleedkamer. Leo houdt van een grap, maar hij was vooral zeer competitief en veeleisend.' Snap je de kritiek aan zijn adres vandaag? Dat hij de kleedkamer manipuleert, regeert. De macht in handen heeft. Adriano: 'Dat is een interpretatie van mensen die hem en de interne zaken binnen de club niet kennen. Leo respecteert enorm de beslissingen van de voorzitter. Het bewijs daarvan is dat hij is gebleven. Als hij echt de boel zou sturen, waren er allicht andere dingen gebeurd.' Speelde die enorme clausule daar ook niet mee? Adriano: 'Ik denk dat de beslissing om weg te gaan voor hem een zeer moeilijke was. Barça is zijn leven, om de club op zo'n manier te verlaten... Ik ben blij voor hem en hoop dat hij dit jaar weer kan brengen wat hij al jaren doet. Hij wordt er door iedereen gesteund en op handen gedragen. Leo is de kapitein die door iedereen moet worden gevolgd. Als je ziet wat hij in een wedstrijd brengt, kun je onmogelijk minder dan dat doen. Toen ik er was, had hij enorm last van blessures en ik heb gezien hoe professioneel hij zich verzorgde; hoe hij ging letten op details, hoe hij oefeningen deed en een speciaal dieet ging volgen.' Minder vlees! Adriano: 'Een klein beetje misschien. ( lacht) Intussen zijn we een decennium verder en hij staat er nog. Net als Ronaldo, chapeau voor die twee. Zij zijn het voorbeeld dat je niet alleen talent nodig hebt om voor een Gouden Bal te vechten, maar ook discipline én denken aan het collectief. Dat is ook een deel van zijn succes, ons succes; een ploeg die resultaten wil halen, moet een ploeg zijn die aan mekaar hangt. Je trekt in sommige periodes meer op met je ploegmaats dan met je familie; de club is ons tweede huis. Dat neem je mee op het veld.' Hoe was Guardiola? Adriano: 'Eenvoudig. Hij leert je geen ingewikkelde dingen. Guardiola doet niks speciaals, maar zijn manier van overbrengen is delicaat. Hij doet dat met gevoel, zonder ingewikkelde theorieën en heel concreet. 'Vandaag gaan de verdedigers niet mee', zei hij dan. Dan mocht ik een of twee keer over de middellijn, niet meer. Zo hebben we Madrid vaak aangepakt.' De kritiek die hij nu krijgt in de Champions League is nochtans dat hij het soms te ingewikkeld maakt. Adriano: 'Pep is een winnaar en wie niet wint, krijgt kritiek. Was het bij Barça eenvoudiger? Hij won, en dat nam de kritiek weg. Hij had ook niet de minste spelers in zijn ploeg. Ze heten niet allemaal Xavi, Iniesta, Messi. Je moet een ploeg verzamelen, maar er ook een team van maken dat dezelfde voetbaltaal spreekt.' Na die twee UEFA Cups volgden twee keer Champions League en je bent vier keer Spaans kampioen geworden. Heb je van alles voldoende kunnen genieten? Adriano: 'Van mijn eerste staatskampioenschap tot het laatste: ik heb van alles genoten en telkens weer alsof het mijn eerste prijs was. Je weet nooit wanneer je een volgende kan pakken. Doe er alles voor, maximale energie, maar geniet ook. Dat kan ik nog steeds. Zelfs van dat gelijkspel op Anderlecht. De expressie op mijn gezicht is geen toeval, ik kan die energie opbrengen omdat het mijn passie is. Thuis praat ik niet graag over voetbal, maar als ik hier mijn kleren aantrek, word ik een ander man. Heel competitief. Zo lang mogelijk, tot zo lang mijn lichaam het toelaat.'