Enkele minuten voor de start van het interview vergaapt Adrien Trebel zich nog aan de supercup van 1978, die Anderlecht over twee duels won tegen het grote Liverpool van Graeme Souness, Kenny Dalglish, Alan Hansen en Ray Clemence. Trebels eigen trofeekast kan wat extra zilverwerk gebruiken. Een beker met Standard, een landstitel en een Belgische supercup met Anderlecht, dat is het . Op het einde van het seizoen zal Trebel, als zijn buikspieren mee willen, de kaap van de 300 profwedstrijden ronden. Bijeengeraapt met Nantes in de Ligue 1 en Ligue 2, Standard en Anderlecht. 'Wat ik mij nog meer kan wensen? Dat ik om de zoveel tijd vooruitgang blijf boeken. Ik wil Anderlecht iets teruggeven, ik wil aan de voorzitter tonen dat ik zijn vertrouwen waard ben. En als de kans zich voordoet, hoop ik hogerop te geraken.'

Sven Kums en ik willen aan iedereen tonen dat we wél een goed duo vormen.

Adrien Trebel

Eind augustus heb je een contractverlenging tot 2023 getekend. Hebben de ploegen die geïnteresseerd waren jou niet kunnen overtuigen?

ADRIEN TREBEL: 'Aan de voorstellen lag het zeker niet, want die bleven maar binnenstromen. Vanuit Engeland, Duitsland en Spanje. En had ik echt veel geld willen verdienen, dan speelde ik nu in een of andere Golfstaat. Ik was klaar voor een nieuwe uitdaging. Op voorwaarde dat ik bij een club zou terechtkomen die minstens op hetzelfde niveau staat als Anderlecht. Dat wil zeggen: voor de titel spelen en elk jaar in Europa actief zijn. Maar ik kreeg enkel aanbiedingen van middenmoters en clubs die zich in de onderste regionen van het klassement ophouden. Anderlecht bood mij een nieuw project aan in een vertrouwde omgeving. De coach en het bestuur geloven in mij en ik heb een goede feeling met mijn ploegmaats. Waarom zou ik dan absoluut moeten vertrekken? Aan Olivier Deschacht heb ik ooit gevraagd waarom hij nooit is vertrokken. Hij zei: 'Ik heb opportuniteiten gehad om Anderlecht te verlaten, maar ik kon mij sportief niet verbeteren. Dan kun je evengoed blijven.' Ik geef hem geen ongelijk.'

Van het nieuwe Anderlechtbestuur kreeg je de toestemming om te onderhandelen met andere ploegen. Daar lag het dus niet aan.

TREBEL: 'In een van mijn eerste gesprekken met Marc Coucke kreeg ik de garantie dat de directie mij niet zou tegenhouden. Zijn argumentatie was duidelijk: 'Wij willen dat je blijft, maar als jij je niet meer honderd procent voelt op Anderlecht, dan is het beter dat je vertrekt.' Met Herman Van Holsbeeck was er afgesproken dat ik mijn transfer zou krijgen en Coucke stond erop om de beloftes van het vorige bestuur te respecteren. Ik weet niet of elke nieuwe clubeigenaar hetzelfde gedaan zou hebben. Hij heeft mij niet aan het lijntje gehouden en dat heeft mij geraakt.'

Stoort het jou dat de media schreven dat je de best betaalde speler bent van Anderlecht?

TREBEL: 'Neen. Ze schrijven wat ze willen. Ik trek mij daar niets van aan. Ik spreek enkel over het sportieve - de rest laat ik aan anderen over.'

PLATGEDRUKTE BUIKSPIEREN

Je sukkelt al weken met een buikspierblessure, maar tot voor Lokeren bleef je gewoon spelen. Hoe moet het verder?

TREBEL: 'Ik ben op consultatie geweest bij verschillende specialisten en die vertelden allemaal min of meer hetzelfde. Er is een kans dat de blessure zomaar weggaat, maar ze kan ook lang blijven duren. Gelukkig riskeer ik niets: het is geen spier en ik kan dus niets afscheuren. Met de medische staf doen we er alles aan om de blessure onder controle te houden. Dat wil zeggen: zorgen dat ik de pijn zo weinig mogelijk voel. Sommige dagen gaat het goed en denk ik dat ik er vanaf ben. De dag erna sta ik op met hevige pijnscheuten.'

Adrien Trebel: 'Ik kreeg afgelopen zomer alleen aanbiedingen van middenmoters. Dan kon ik beter bij Anderlecht blijven.', BELGAIMAGE - CHRISTOPHE KETELS
Adrien Trebel: 'Ik kreeg afgelopen zomer alleen aanbiedingen van middenmoters. Dan kon ik beter bij Anderlecht blijven.' © BELGAIMAGE - CHRISTOPHE KETELS

Ben je je lichaam niet tot de limiet aan het pushen?

TREBEL: 'Ik sleep die blessure al mee van in mijn laatste seizoen bij Standard. Ik vraag mij nu nog af hoe ik dat seizoen heb uitgespeeld. Om uit bed te geraken moest ik soms mijn benen met mijn twee handen opheffen. Mijn dagelijkse leven bestond uit pijnstillers, ontstekingsremmers, buik-en-rugspieroefeningen, acupunctuur, yoga... Toen ik bij Anderlecht aankwam, had ik geen last meer van mijn blessure. Sinds de match tegen Mouscron is de pijn helaas terug. '

Je begon de laatste weken vaak met 120 kilometer per uur aan een wedstrijd en na een uur zakte je weg. Is dat ook een gevolg van jouw kwaaltjes?

TREBEL: 'In het begin van het seizoen kon ik gemakkelijk 90 minuten aan. Van zodra mijn blessure weer opspeelde, was het laatste halfuur een beproeving. Na een tijdje voelde het aan alsof iemand met een gewicht van vijf kilo mijn buikspieren plat drukte. Tijdens de match moest ik de coach op de hoogte houden en indien mogelijk hield hij daar rekening mee. Tegen Cercle, bijvoorbeeld, deed ik teken dat het tijd was om mij te wisselen, maar Zakaria Bakkali was moe en ik heb de match moeten uitspelen.'

En nu?

TREBEL: 'Ik besef dat ik mijn lichaam niet mag mishandelen - uiteindelijk is dat het enige werkinstrument dat je hebt als voetballer - en ik weet dat een Kayembe en Sambi Lokonga klaar staan om mij te vervangen.'

ADRENALINESTOOT

Sven Kums en jij speelden enkele weken samen. Waarom werd er gezegd dat het moeilijk was om jullie beiden in de basisploeg in te passen?

TREBEL: 'Mensen denken dat we hetzelfde profiel hebben. We spelen zogezegd op dezelfde manier: we vragen de bal en verleggen het spel. Vroeger had je met Leander Dendoncker en Youri Tielemans twee totaal verschillende types. Dendoncker was een zuivere 6 en Tielemans een 8. Dat is blijven hangen. Sven en ik willen aan iedereen tonen dat we op het veld wél een goed duo kunnen vormen.'

Van jou wordt er veel verwacht. Onder René Weiler was je de pitbull die zich enkel met de balrecuperatie moest bezighouden. Ondertussen verlangen de fans van jou dat je scoort, assists geeft, het spel maakt en ballen verovert.

TREBEL: 'Weet je waarom de verwachtingen hoger liggen? Omdat Sofiane Hanni er niet meer is. Ik moest bij wijze van spreken niets meer doen dan de bal afpakken en Sofiane aanspelen... Kijk: de supporters mogen veel van mij eisen. Van de druk die mij wordt opgelegd, krijg ik zelfs een adrenalinestoot. Maar niemand mag van mij verwachten dat ik zoals Hanni tien spelers dribbel en de bal proper in doel leg. Ik ben ook geen Bakkali die op snelheid een halve ploeg kan uitschakelen. Ik moet de ploeg doen draaien, het ritme aangeven, de ruimte vinden tussen de linies en de link vormen tussen middenveld en aanval. Waar ik dringend aan moet werken zijn mijn statistieken.'

Moet je het ook niet soberder houden?

TREBEL: 'Klopt. Ik neem risico's in zones waar je gewoonlijk de meest voor de hand liggende oplossing moet zoeken. Maar de coach verwacht ook van mij dat ik situaties creëer die het blok van de tegenstander in tweeën kunnen breken. Ik las ooit een interview met Andrés Iniesta waarin hij letterlijk zei: 'Ik ben een speler die veel risico's neemt in stroken waar het niet hoeft. Maar als ik eruit kom, blijven er in het algemeen slechts vier verdedigers meer over.' Voilà!'

Adrien Trebel: 'Ik sleep mijn blessure al mee van in mijn laatste seizoen bij Standard.', BELGAIMAGE - CHRISTOPHE KETELS
Adrien Trebel: 'Ik sleep mijn blessure al mee van in mijn laatste seizoen bij Standard.' © BELGAIMAGE - CHRISTOPHE KETELS

Negen keer op de tien red je het ook. Maar tegen Cercle lag je met balverlies in de as van het veld aan de basis van het tweede tegendoelpunt.

TREBEL: ( knikt) 'Op die plek verlies ik zelden een bal, maar ik had beter moeten weten. Het stond 4-1. De match was zo goed als gespeeld. Met mijn actie heb ik het team in de problemen gebracht en ik vond het vooral sneu voor Thomas Didillon. Ik weet nog dat iedereen naar mij keek en dat er wat over en weer werd geroepen. En terecht. Mocht niemand iets gezegd hebben, zou ik dat abnormaal gevonden hebben. Ik heb er lessen uit getrokken, maar dat wil niet zeggen dat ik de volgende keer zal twijfelen. Risico's nemen hoort bij mijn spel.'

Opgewonden baasje

Ben jij het soort aanvoerder van wie de jonge garde schrik heeft?

TREBEL: ( lacht) 'Neen, van mij moeten de jonkies niet bang zijn. Ik klaag wel constant en dat dateert niet van gisteren. Ik kwam bij Nantes op mijn elfde en alle trainers die ik er tegenkwam noemden mij een zagevent. Op Anderlecht weet iedereen intussen dat ik een potje kan zeuren. Als een speler de tactische richtlijnen niet respecteert, dan is het mijn taak om hem daarop aan te spreken, maar ik ben niet iemand die schreeuwt of bevelen uitdeelt. Op dat vlak neem ik een voorbeeld aan Kara - hij zal tijdens de match nooit een ploegmaat afblaffen. Zelfs toen we tegen PSG met 0-3 achter stonden, bleef hij elk van ons aanmoedigen. Dat is in feite wat een coach van zijn leiders verwacht. Van mij mogen - of moeten - jonge spelers evengoed hun verantwoordelijkheden opnemen. Als Amuzu iets te zeggen heeft, dan moet hij dat zeker doen.'

Wat zeg jij als kapitein tegen iemand als Ognjen Vranjes, die al twee keer rood pakte?

TREBEL: 'Wat moet je zeggen? We wisten op voorhand dat Ognjen een opgewonden baasje is en dat hij zijn onstuimigheid nauwelijks kan bedwingen. Over zijn rode kaarten valt er niet te discussiëren. In Griekenland was hij misschien weggekomen met geel - de scheidsrechters laten daar blijkbaar doorspelen zoals in de Premier League - maar hij moet inzien dat Belgische arbiters minder toegeeflijk zijn. Hij moet zich aanpassen aan de competitie en niet andersom. Doet hij dat niet, dan zal hij zichzelf buitenspel zetten.'

Eind augustus dook jij samen met Kara op bij Nantes. Hij stond toen op het punt een contract te tekenen bij die Franse club.

TREBEL: 'Het kwam goed uit, want we hadden twee dagen vrij. Ik ben langs geweest bij mijn voormalig gastgezin, ik heb een paar trainers teruggezien en ik heb mijn vrienden bezocht. Ik heb Kara ook bijgestaan toen hij een scan moest laten nemen. Maar daar bleef het bij. Denk nu niet dat ik mee aan de onderhandelingstafel zat. Daar heb ik geen zaken mee.'

Welke rol heb jij dan gespeeld in Kara's transfer naar jouw ex-club?

TREBEL: ( laat een stilte vallen) 'Behalve wat informatie doorspelen aan enkele journalisten en mijn jeugdtrainers heb ik niets gedaan. Ik wil niet de indruk wekken dat Kara zijn transfer naar Nantes aan mij te danken heeft, want dat klopt niet. Op een morgen is Kara bij mij gekomen. ' Adri, Anderlecht is voor mij een aflopend verhaal. Ze zijn niet overtuigd dat het goed komt met mijn knie. Nantes heeft mij gecontacteerd en ik zou graag wat extra informatie willen over de club.' Ik heb hem aangeraden om te gaan, omdat de club en de stad perfect bij hem passen. Ik wist ook dat de medische staf zijn knieproblemen goed zou opvolgen. Voor hem was het belangrijk om naar een club te gaan waar ze honderd procent vertrouwen zouden hebben in hem. Omgekeerd had Nantes een verdediger als Kara nodig. Hij is vandaag héél blij met zijn keuze.'

© BELGAIMAGE - CHRISTOPHE KETELS

Citytrip naar Moskou

Anderlecht mist op dit moment een patron als Kara in de verdediging, maar het elftal kan ook een creatieve speler genre Alejandro Pozuelo of Hans Vanaken gebruiken.

TREBEL: 'We hebben onze nieuwe spelverdeler onlangs gevonden: Bakkali. Allez, wij noemen hem Zico. Hij kan de rol van nummer 10 aan. Intern hebben ze hem trouwens gezegd dat hij Hanni zou moeten vervangen. Al is hij op zijn best als hij vanop de flank op volle snelheid naar binnen kan komen. Van zodra hij heeft aangezet, kan niemand hem volgen. Geef hem nog wat tijd om er conditioneel bovenop te komen. Hij heeft hard gewerkt om terug te komen - de coach lastte zelfs extra trainingen in voor hem - maar je wist twee jaar zonder regelmatig te spelen niet zomaar uit. Aan zijn motivatie zal het niet liggen.'

Van Hanni gesproken: hij zou je gecontacteerd hebben om terug te komen naar Anderlecht.

TREBEL: ( lacht) 'We horen elkaar elke dag. We praten over zijn leven in Moskou, over zijn dochter en zijn vrouw, over zijn vakantieplannen... Maar hij heeft mij niet gecontacteerd over Anderlecht. Hij staat nog achter zijn keuze voor Spartak Moskou. Ik zal niet zeggen dat hij de bladzijde Anderlecht definitief heeft omgedraaid, maar als hij zich ergens in smijt, dan gaat hij door tot het einde. Hij is niet het type dat na zes maanden terugkeert omdat het even tegenzit. Mochten ze bij Spartak niet meer op hem rekenen, dan zou hij eventueel een terugkeer overwegen. Maar op dit moment is daar geen sprake van.'

We zullen hem in januari dus niet op Anderlecht terugzien?

TREBEL: 'De voetbalwereld is natuurlijk zo onvoorspelbaar dat alles mogelijk is. Sofiane wordt door veel clubs gevolgd. Zit een comeback bij Anderlecht er niet in, dan kan hij elders aan de slag. Misschien zie ik hem voor het einde van het jaar. Ik ken Sofiane al van bij Nantes en voor mij is hij meer dan een voetbalkameraad. Ik ben echt gehecht aan hem en zijn familie. Hij heeft mij bij Anderlecht wegwijs gemaakt en toen ik nog op hotel zat, mocht ik elke avond bij hem eten. Ik wil hem dus sowieso eens gaan opzoeken in Rusland.'

© BELGAIMAGE - CHRISTOPHE KETELS

' Mogi is nog steeds een vriend'

Bij je contractverlenging in augustus werd een foto gepubliceerd waarop Luc Devroe, je makelaar Nicolas Onissé, Mogi Bayat en jij poseren met een brede glimlach. Heb je achteraf gezien geen spijt van die foto?

TREBEL: 'Omdat Mogi Bayat erop staat? Luister: Mogi is niet mijn zaakwaarnemer, maar met de jaren zijn we close geworden. Daarom stoort die foto mij niet. Ik zal mijn standpunt over Mogi niet veranderen en ik ben ook niet van plan om onze vriendschap te verloochenen. Ik beschouw hem nog steeds als een vriend. Het is gedeeltelijk dankzij hem dat ik zover ben geraakt. Uiteindelijk heeft hij mij bij Anderlecht geïntroduceerd.'

Je moet over veel ruggengraat beschikken om Mogi Bayat openlijk een vriend te noemen ondanks alles wat hem verweten wordt.

TREBEL: 'Veel mensen hebben een oordeel over Mogi klaarliggen terwijl ze hem niet kennen. Wie met hem omgaat, weet dat hij een goede inborst heeft. Er werden veel lelijke dingen over Mogi verteld - dat steekt, omdat ik hem apprecieer - maar ik heb vooral te doen met zijn vrouw en vier jonge kinderen. Ik trek mij hun lot fel aan. Zij moeten het nu even alleen proberen te redden en dat maakt mij verdrietig. Maar ik weet dat de prioriteit van Mogi het welzijn van zijn gezin is.'

Kun je als vriend toegeven dat hij fouten heeft gemaakt?

TREBEL: 'Hij heeft wellicht fouten gemaakt, maar om hem nu met alle zonden te overladen... Als ik de media mag geloven, heeft zijn arrestatie alles te maken met de fiscus. Oké, maar dan moet je mannen als Cristiano Ronaldo en Lionel Messi ook naar de gevangenis sturen. We kunnen nu niet anders dan het gerecht zijn werk laten doen. Maar Mogi blijft de king. Wat hij in het voetbalmilieu heeft klaargespeeld, hebben weinigen hem voorgedaan.'

Enkele minuten voor de start van het interview vergaapt Adrien Trebel zich nog aan de supercup van 1978, die Anderlecht over twee duels won tegen het grote Liverpool van Graeme Souness, Kenny Dalglish, Alan Hansen en Ray Clemence. Trebels eigen trofeekast kan wat extra zilverwerk gebruiken. Een beker met Standard, een landstitel en een Belgische supercup met Anderlecht, dat is het . Op het einde van het seizoen zal Trebel, als zijn buikspieren mee willen, de kaap van de 300 profwedstrijden ronden. Bijeengeraapt met Nantes in de Ligue 1 en Ligue 2, Standard en Anderlecht. 'Wat ik mij nog meer kan wensen? Dat ik om de zoveel tijd vooruitgang blijf boeken. Ik wil Anderlecht iets teruggeven, ik wil aan de voorzitter tonen dat ik zijn vertrouwen waard ben. En als de kans zich voordoet, hoop ik hogerop te geraken.' Eind augustus heb je een contractverlenging tot 2023 getekend. Hebben de ploegen die geïnteresseerd waren jou niet kunnen overtuigen? ADRIEN TREBEL: 'Aan de voorstellen lag het zeker niet, want die bleven maar binnenstromen. Vanuit Engeland, Duitsland en Spanje. En had ik echt veel geld willen verdienen, dan speelde ik nu in een of andere Golfstaat. Ik was klaar voor een nieuwe uitdaging. Op voorwaarde dat ik bij een club zou terechtkomen die minstens op hetzelfde niveau staat als Anderlecht. Dat wil zeggen: voor de titel spelen en elk jaar in Europa actief zijn. Maar ik kreeg enkel aanbiedingen van middenmoters en clubs die zich in de onderste regionen van het klassement ophouden. Anderlecht bood mij een nieuw project aan in een vertrouwde omgeving. De coach en het bestuur geloven in mij en ik heb een goede feeling met mijn ploegmaats. Waarom zou ik dan absoluut moeten vertrekken? Aan Olivier Deschacht heb ik ooit gevraagd waarom hij nooit is vertrokken. Hij zei: 'Ik heb opportuniteiten gehad om Anderlecht te verlaten, maar ik kon mij sportief niet verbeteren. Dan kun je evengoed blijven.' Ik geef hem geen ongelijk.' Van het nieuwe Anderlechtbestuur kreeg je de toestemming om te onderhandelen met andere ploegen. Daar lag het dus niet aan. TREBEL: 'In een van mijn eerste gesprekken met Marc Coucke kreeg ik de garantie dat de directie mij niet zou tegenhouden. Zijn argumentatie was duidelijk: 'Wij willen dat je blijft, maar als jij je niet meer honderd procent voelt op Anderlecht, dan is het beter dat je vertrekt.' Met Herman Van Holsbeeck was er afgesproken dat ik mijn transfer zou krijgen en Coucke stond erop om de beloftes van het vorige bestuur te respecteren. Ik weet niet of elke nieuwe clubeigenaar hetzelfde gedaan zou hebben. Hij heeft mij niet aan het lijntje gehouden en dat heeft mij geraakt.' Stoort het jou dat de media schreven dat je de best betaalde speler bent van Anderlecht? TREBEL: 'Neen. Ze schrijven wat ze willen. Ik trek mij daar niets van aan. Ik spreek enkel over het sportieve - de rest laat ik aan anderen over.' Je sukkelt al weken met een buikspierblessure, maar tot voor Lokeren bleef je gewoon spelen. Hoe moet het verder? TREBEL: 'Ik ben op consultatie geweest bij verschillende specialisten en die vertelden allemaal min of meer hetzelfde. Er is een kans dat de blessure zomaar weggaat, maar ze kan ook lang blijven duren. Gelukkig riskeer ik niets: het is geen spier en ik kan dus niets afscheuren. Met de medische staf doen we er alles aan om de blessure onder controle te houden. Dat wil zeggen: zorgen dat ik de pijn zo weinig mogelijk voel. Sommige dagen gaat het goed en denk ik dat ik er vanaf ben. De dag erna sta ik op met hevige pijnscheuten.' Ben je je lichaam niet tot de limiet aan het pushen? TREBEL: 'Ik sleep die blessure al mee van in mijn laatste seizoen bij Standard. Ik vraag mij nu nog af hoe ik dat seizoen heb uitgespeeld. Om uit bed te geraken moest ik soms mijn benen met mijn twee handen opheffen. Mijn dagelijkse leven bestond uit pijnstillers, ontstekingsremmers, buik-en-rugspieroefeningen, acupunctuur, yoga... Toen ik bij Anderlecht aankwam, had ik geen last meer van mijn blessure. Sinds de match tegen Mouscron is de pijn helaas terug. ' Je begon de laatste weken vaak met 120 kilometer per uur aan een wedstrijd en na een uur zakte je weg. Is dat ook een gevolg van jouw kwaaltjes? TREBEL: 'In het begin van het seizoen kon ik gemakkelijk 90 minuten aan. Van zodra mijn blessure weer opspeelde, was het laatste halfuur een beproeving. Na een tijdje voelde het aan alsof iemand met een gewicht van vijf kilo mijn buikspieren plat drukte. Tijdens de match moest ik de coach op de hoogte houden en indien mogelijk hield hij daar rekening mee. Tegen Cercle, bijvoorbeeld, deed ik teken dat het tijd was om mij te wisselen, maar Zakaria Bakkali was moe en ik heb de match moeten uitspelen.' En nu? TREBEL: 'Ik besef dat ik mijn lichaam niet mag mishandelen - uiteindelijk is dat het enige werkinstrument dat je hebt als voetballer - en ik weet dat een Kayembe en Sambi Lokonga klaar staan om mij te vervangen.' Sven Kums en jij speelden enkele weken samen. Waarom werd er gezegd dat het moeilijk was om jullie beiden in de basisploeg in te passen? TREBEL: 'Mensen denken dat we hetzelfde profiel hebben. We spelen zogezegd op dezelfde manier: we vragen de bal en verleggen het spel. Vroeger had je met Leander Dendoncker en Youri Tielemans twee totaal verschillende types. Dendoncker was een zuivere 6 en Tielemans een 8. Dat is blijven hangen. Sven en ik willen aan iedereen tonen dat we op het veld wél een goed duo kunnen vormen.' Van jou wordt er veel verwacht. Onder René Weiler was je de pitbull die zich enkel met de balrecuperatie moest bezighouden. Ondertussen verlangen de fans van jou dat je scoort, assists geeft, het spel maakt en ballen verovert. TREBEL: 'Weet je waarom de verwachtingen hoger liggen? Omdat Sofiane Hanni er niet meer is. Ik moest bij wijze van spreken niets meer doen dan de bal afpakken en Sofiane aanspelen... Kijk: de supporters mogen veel van mij eisen. Van de druk die mij wordt opgelegd, krijg ik zelfs een adrenalinestoot. Maar niemand mag van mij verwachten dat ik zoals Hanni tien spelers dribbel en de bal proper in doel leg. Ik ben ook geen Bakkali die op snelheid een halve ploeg kan uitschakelen. Ik moet de ploeg doen draaien, het ritme aangeven, de ruimte vinden tussen de linies en de link vormen tussen middenveld en aanval. Waar ik dringend aan moet werken zijn mijn statistieken.' Moet je het ook niet soberder houden? TREBEL: 'Klopt. Ik neem risico's in zones waar je gewoonlijk de meest voor de hand liggende oplossing moet zoeken. Maar de coach verwacht ook van mij dat ik situaties creëer die het blok van de tegenstander in tweeën kunnen breken. Ik las ooit een interview met Andrés Iniesta waarin hij letterlijk zei: 'Ik ben een speler die veel risico's neemt in stroken waar het niet hoeft. Maar als ik eruit kom, blijven er in het algemeen slechts vier verdedigers meer over.' Voilà!' Negen keer op de tien red je het ook. Maar tegen Cercle lag je met balverlies in de as van het veld aan de basis van het tweede tegendoelpunt. TREBEL: ( knikt) 'Op die plek verlies ik zelden een bal, maar ik had beter moeten weten. Het stond 4-1. De match was zo goed als gespeeld. Met mijn actie heb ik het team in de problemen gebracht en ik vond het vooral sneu voor Thomas Didillon. Ik weet nog dat iedereen naar mij keek en dat er wat over en weer werd geroepen. En terecht. Mocht niemand iets gezegd hebben, zou ik dat abnormaal gevonden hebben. Ik heb er lessen uit getrokken, maar dat wil niet zeggen dat ik de volgende keer zal twijfelen. Risico's nemen hoort bij mijn spel.' Ben jij het soort aanvoerder van wie de jonge garde schrik heeft? TREBEL: ( lacht) 'Neen, van mij moeten de jonkies niet bang zijn. Ik klaag wel constant en dat dateert niet van gisteren. Ik kwam bij Nantes op mijn elfde en alle trainers die ik er tegenkwam noemden mij een zagevent. Op Anderlecht weet iedereen intussen dat ik een potje kan zeuren. Als een speler de tactische richtlijnen niet respecteert, dan is het mijn taak om hem daarop aan te spreken, maar ik ben niet iemand die schreeuwt of bevelen uitdeelt. Op dat vlak neem ik een voorbeeld aan Kara - hij zal tijdens de match nooit een ploegmaat afblaffen. Zelfs toen we tegen PSG met 0-3 achter stonden, bleef hij elk van ons aanmoedigen. Dat is in feite wat een coach van zijn leiders verwacht. Van mij mogen - of moeten - jonge spelers evengoed hun verantwoordelijkheden opnemen. Als Amuzu iets te zeggen heeft, dan moet hij dat zeker doen.' Wat zeg jij als kapitein tegen iemand als Ognjen Vranjes, die al twee keer rood pakte? TREBEL: 'Wat moet je zeggen? We wisten op voorhand dat Ognjen een opgewonden baasje is en dat hij zijn onstuimigheid nauwelijks kan bedwingen. Over zijn rode kaarten valt er niet te discussiëren. In Griekenland was hij misschien weggekomen met geel - de scheidsrechters laten daar blijkbaar doorspelen zoals in de Premier League - maar hij moet inzien dat Belgische arbiters minder toegeeflijk zijn. Hij moet zich aanpassen aan de competitie en niet andersom. Doet hij dat niet, dan zal hij zichzelf buitenspel zetten.' Eind augustus dook jij samen met Kara op bij Nantes. Hij stond toen op het punt een contract te tekenen bij die Franse club. TREBEL: 'Het kwam goed uit, want we hadden twee dagen vrij. Ik ben langs geweest bij mijn voormalig gastgezin, ik heb een paar trainers teruggezien en ik heb mijn vrienden bezocht. Ik heb Kara ook bijgestaan toen hij een scan moest laten nemen. Maar daar bleef het bij. Denk nu niet dat ik mee aan de onderhandelingstafel zat. Daar heb ik geen zaken mee.' Welke rol heb jij dan gespeeld in Kara's transfer naar jouw ex-club? TREBEL: ( laat een stilte vallen) 'Behalve wat informatie doorspelen aan enkele journalisten en mijn jeugdtrainers heb ik niets gedaan. Ik wil niet de indruk wekken dat Kara zijn transfer naar Nantes aan mij te danken heeft, want dat klopt niet. Op een morgen is Kara bij mij gekomen. ' Adri, Anderlecht is voor mij een aflopend verhaal. Ze zijn niet overtuigd dat het goed komt met mijn knie. Nantes heeft mij gecontacteerd en ik zou graag wat extra informatie willen over de club.' Ik heb hem aangeraden om te gaan, omdat de club en de stad perfect bij hem passen. Ik wist ook dat de medische staf zijn knieproblemen goed zou opvolgen. Voor hem was het belangrijk om naar een club te gaan waar ze honderd procent vertrouwen zouden hebben in hem. Omgekeerd had Nantes een verdediger als Kara nodig. Hij is vandaag héél blij met zijn keuze.' Anderlecht mist op dit moment een patron als Kara in de verdediging, maar het elftal kan ook een creatieve speler genre Alejandro Pozuelo of Hans Vanaken gebruiken. TREBEL: 'We hebben onze nieuwe spelverdeler onlangs gevonden: Bakkali. Allez, wij noemen hem Zico. Hij kan de rol van nummer 10 aan. Intern hebben ze hem trouwens gezegd dat hij Hanni zou moeten vervangen. Al is hij op zijn best als hij vanop de flank op volle snelheid naar binnen kan komen. Van zodra hij heeft aangezet, kan niemand hem volgen. Geef hem nog wat tijd om er conditioneel bovenop te komen. Hij heeft hard gewerkt om terug te komen - de coach lastte zelfs extra trainingen in voor hem - maar je wist twee jaar zonder regelmatig te spelen niet zomaar uit. Aan zijn motivatie zal het niet liggen.' Van Hanni gesproken: hij zou je gecontacteerd hebben om terug te komen naar Anderlecht. TREBEL: ( lacht) 'We horen elkaar elke dag. We praten over zijn leven in Moskou, over zijn dochter en zijn vrouw, over zijn vakantieplannen... Maar hij heeft mij niet gecontacteerd over Anderlecht. Hij staat nog achter zijn keuze voor Spartak Moskou. Ik zal niet zeggen dat hij de bladzijde Anderlecht definitief heeft omgedraaid, maar als hij zich ergens in smijt, dan gaat hij door tot het einde. Hij is niet het type dat na zes maanden terugkeert omdat het even tegenzit. Mochten ze bij Spartak niet meer op hem rekenen, dan zou hij eventueel een terugkeer overwegen. Maar op dit moment is daar geen sprake van.' We zullen hem in januari dus niet op Anderlecht terugzien? TREBEL: 'De voetbalwereld is natuurlijk zo onvoorspelbaar dat alles mogelijk is. Sofiane wordt door veel clubs gevolgd. Zit een comeback bij Anderlecht er niet in, dan kan hij elders aan de slag. Misschien zie ik hem voor het einde van het jaar. Ik ken Sofiane al van bij Nantes en voor mij is hij meer dan een voetbalkameraad. Ik ben echt gehecht aan hem en zijn familie. Hij heeft mij bij Anderlecht wegwijs gemaakt en toen ik nog op hotel zat, mocht ik elke avond bij hem eten. Ik wil hem dus sowieso eens gaan opzoeken in Rusland.'