Enkele weken geleden raakte bekend dat het aantal voetbalscheidsrechters in Vlaanderen een dieptepunt heeft bereikt. Het tekort resulteert week na week in tientallen tot honderden wedstrijden die zonder officiële scheidsrechter moeten doorgaan, een praktijk die almaar couranter lijkt te worden. Zo waren er op het einde van vorige seizoen nog kleine 3500 voetbalscheidsrechters actief in Vlaanderen, terwijl dit aantal tien jaar eerder nog op 4225 stond. In absolute cijfers lijkt deze daling nog wel mee te vallen, maar procentueel bekeken gaat het om een daling met bijna een vijfde. Het ziet er bovendien niet naar uit dat hier in de nabije toekomst verbetering in zal komen - bij de start van het seizoen 2016-2017 zijn we weer een heel deel refs kwijtgespeeld.

Hoe kan deze daling in het aantal voetbalscheidsrechters worden verklaard? Een toegenomen tijdsinvestering en een nog steeds relatief geringe financiële vergoeding spelen hierbij zeker een rol, maar de belangrijkste factor kan worden gevonden in het toenemende disrespect voor scheidsrechters. Op het hoogste niveau uit dit zich vooral in publiekelijke kritiek door spelers, trainers en in bepaalde gevallen zelfs bestuursleden. Zo werd scheidsrechter Alexandre Boucaut, die na Club Brugge - AA Gent van enkele weken geleden zijn al dan niet correcte beslissing om de bezoekende ploeg geen strafschop toe te kennen bleef verdedigen, door de technisch directeur van de bezoekende ploeg vergeleken met een moordenaar die geen schuld bekent. Dit gaat er wel heel ver over, denkt u niet, meneer Louwagie?

Het dient niet te verwonderen dat een dergelijke attitude aan de top van het Belgische voetbal, waarbij het in vraag stellen van de autoriteit van de scheidsrechter vandaag de dag bijna schering en inslag is, zich doorzet in de lagere reeksen en jeugdreeksen. Disrespect uit zich hier echter vaak niet enkel in het in vraag stellen van de autoriteit van de scheidsrechter, maar ook in verbale of in bepaalde gevallen zelfs fysieke agressie.

Dat laatste blijkt ook uit een wetenschappelijke studie die ik enkele jaren geleden samen met Prof. Dr. Geert Vervaeke en Dr. Emma Jaspaert van de KU Leuven heb gevoerd. Hieruit bleek dat 79.2 procent van de Vlaamse scheidsrechters reeds te maken kreeg met verbale agressie door spelers, trainers of toeschouwers - verwacht kan worden dat er door de respondenten zelfs ondergerapporteerd werd - en maar liefst 33.2 procent van hen ooit al fysiek werd aangevallen tijdens of na een wedstrijd.

Opgemerkt dient te worden dat onze pogingen om financiering te verkrijgen om de ernst en omvang van agressie ten aanzien van scheidsrechters - en de impact daarvan op hen - verder te onderzoeken, tot op heden helaas geen succes bleken te hebben. Meestal met de motivering dat dergelijk onderzoek niet prioritair is. Ik blijf er echter van overtuigd dat het noodzakelijk is om hier verder onderzoek naar te verrichten, niet alleen om het praktische gevolg (tekort aan scheidsrechters) te kunnen counteren, maar ook slachtoffers beter te kunnen bejegenen en hen niet het gevoel te geven dat ze hun slachtofferervaring helemaal alleen moeten verwerken.

Als we nu verder inzoomen op de verantwoordelijkheid voor het disrespect voor scheidsrechters, kunnen we stellen dat niet enkel spelers, trainers en toeschouwers met de vinger gewezen dienen te worden. Een belangrijke rol lijkt ook te zijn weggelegd voor de Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB). Het feit dat sinds vorig seizoen een onderdeel psychologische begeleiding werd toegevoegd aan de basisopleiding van nieuwe scheidsrechters om hen beter te wapenen tegen agressie, is op zich alleen maar toe te juichen, maar lijkt wel al uit te gaan van een logica dat agressie iets is wat deel uitmaakt van scheidsrechters hun taak en zij dit maar moeten aanvaarden. Bovendien worden veel incidenten van verbale agressie vaak zeer licht tot licht bestraft door de bevoegde commissies of comités, iets wat scheidsrechters niet het gevoel geeft serieus te worden genomen door de KBVB.

De KBVB moedigt clubs wel aan om een 'Referee Ambassador' aan te stellen om de bij hen aangesloten scheidsrechters te begeleiden en ondersteunen enerzijds en binnen de club een positief klimaat voor scheidsrechters te creëren anderzijds. Dit project is een eerste stap in de goede richting, maar lijkt na vier jaar jammer genoeg nog steeds in zijn kinderschoenen te staan. Bovendien lijkt de KBVB hiermee ook een stuk de hete aardappel te willen doorschuiven naar de clubs.

Clubs spelen natuurlijk wel een cruciale rol bij de bestrijding van agressie en het vergroten van respect voor scheidsrechters. Clubbeleid zou erop moeten gericht zijn om disrespect voor scheidsrechters systematisch af te keuren en te bestraffen. Bijvoorbeeld door ploegafgevaardigden onrespectvolle toeschouwers systematisch van het terrein te laten verwijderen en trainers te verplichten om onrespectvolle spelers onmiddellijk van het veld te halen (hiervoor dient de KBVB wel bepaalde regelementen aan te passen). Voorwaarde sine qua non is natuurlijk wel dat ploegafgevaardigden en trainers zelf te allen tijden respect hebben voor scheidsrechters, iets waar het clubbestuur nauwlettend over dient te waken.

Het feit dat ook spelers en toeschouwers een rol te vervullen hebben in het vergroten van respect voor scheidsrechters, lijkt evident. Ze zouden zich echter niet mogen beperken tot het zelf respectvol bejegenen van scheidsrechters, maar zouden ook onrespectvol gedrag van anderen op en naast het veld systematisch moeten afkeuren, iets wat vandaag de dag zelden tot nooit gebeurt.

Het lijkt met andere woorden pas mogelijk om de daling in het aantal scheidsrechters te doorbreken als het respect voor hen toeneemt, iets wat van alle betrokken actoren een mentaliteitswijziging vergt. Eenieder die betrokken is bij het voetbalgebeuren, gaande van spelers, trainers, toeschouwers, clubs en de KBVB, dient scheidsrechters met het nodige respect te behandelen, hetgeen dezen zal toelaten om als scheidsrechter te groeien. Is deze kleine moeite te veel gevraagd? Laat ons hopen van niet...