Om te beginnen: een groep met Besiktas, Sporting Clube en Borussia Dortmund is toch nog wat anders dan eentje met Manchester City, PSG en RB Leipzig, signaleert een gesprekspartner. In die zin is het sportief een beetje unfair om het Europese parcours van Club Brugge met dat van Ajax te vergelijken. Maar het streven om de ploeg achterna te gaan siert de West-Vlamingen. Of het realistisch was, zullen we nooit weten, maar Club durfde alvast bij de loting te dromen van overwinteren in de Champions League. Dat getuigt van ambitie.
...

Om te beginnen: een groep met Besiktas, Sporting Clube en Borussia Dortmund is toch nog wat anders dan eentje met Manchester City, PSG en RB Leipzig, signaleert een gesprekspartner. In die zin is het sportief een beetje unfair om het Europese parcours van Club Brugge met dat van Ajax te vergelijken. Maar het streven om de ploeg achterna te gaan siert de West-Vlamingen. Of het realistisch was, zullen we nooit weten, maar Club durfde alvast bij de loting te dromen van overwinteren in de Champions League. Dat getuigt van ambitie. In een wereld van giganten met ruime budgetten vechten beide clubs met - min of meer - gelijke middelen. Het omzetcijfer van het laatste boekjaar van Club, afgesloten in juni, klokte af op 102 miljoen euro, een kwart minder dan het vorige seizoen. Daar had corona veel mee vandoen, amper drie wedstrijden werden mét publiek gespeeld, de rest zonder. Het omzetcijfer van het beursgenoteerde Ajax in het coronajaar van de Nederlanders ligt niet zo ver weg: 125 miljoen. Vergeleken met het seizoen voordien is dat ook min 37 miljoen. Ook daar heeft corona voor ruim een kwart minder inkomsten gezorgd. De afwezigheid van publiek hakte er zelfs nog wat zwaarder in de cijfers, logisch met een toeschouwersgemiddelde van boven de 52.000. De capaciteit van de ArenA is het dubbele van Jan Breydel. De 13 miljoen euro minder inkomsten uit wedstrijddagen bij Club Brugge in dat coronajaar (18 werden er nog 5,5) waren er bij Ajax haast 40 miljoen. U begrijpt meteen waarom Club achter de bouw van een nieuw stadion zit. Qua infrastructuur heeft blauw-zwart een grote inhaalbeweging te maken. Eén van ruim twintig jaar, want de Johan Cruiff ArenA werd gebouwd halverwege de jaren negentig naar aanleiding van EURO 2000. Het is al sinds 1996 de thuisbasis van Ajax.Naast hun omzet uit wedstrijden hebben beide clubs nog twee diepe bronnen van inkomsten: de Champions League en transfers. Mediarechten en deelname aan de Champions League leverde Club in vorig boekjaar 43,7 miljoen euro op. Bij Ajax was dat een vergelijkbare 43,6. Daarvan stond de ploeg 3 miljoen euro af aan de rest van de Eredivisie, een solidariteitsbijdrage die te verdelen viel onder de niet-Europees spelende clubs. Eenzelfde bijdrage werd in de zomer van 2020 ook van Club Brugge geëist. Blauw-zwart stond 1,75 miljoen euro af aan de Pro League, een percentage van zijn startgeld in Europa. Europees kregen beide clubs deze zomer hetzelfde startgeld: 15,64 miljoen euro. Dat Ajax hoger staat (17e) op de Europese coëfficiëntenlijst voor clubs dan Club Brugge (37e) levert de Amsterdammers wel een concurrentieel voordeel op. Ajax kreeg hiervoor 20,466 miljoen euro, Club Brugge 8 miljoen. Als je dan, zoals vorige zomer, voor dezelfde speler de transfermarkt op gaat (de 19-jarige Deen Mohamed Daramy van FC Kopenhagen) geeft dat (naast sportieve uitstraling) financieel al een duwtje. Club Brugge haalde Europees tot dusver 4 punten, goed voor 3,73 miljoen euro (2,8 voor winst, 0,93 miljoen euro voor een gelijkspel) aan premies. Ajax haalde dit seizoen al een 12 op 12, dat is goed voor 11,2 miljoen. Omdat het al zeker is van de volgende fase in de Champions League, komt daar nog eens 9,6 miljoen euro bij. U begrijpt meteen waarom ze bij Club Brugge van Europees overwinteren (in de Champions League) een doel maakten. Het geld geeft je de mogelijkheid om wat zwaarder te investeren in de kwaliteit van de spelersgroep. Dat is wat Ajax, dat in 2019 ook al een keer overwinterde en toen tot in de halve finale raakte, de voorbije jaren met zijn centen deed. Is de recordtransfer van Club Brugge momenteel Kamal Sowah, met 9 miljoen euro, dan ging Ajax daar al fors boven: Sébastien Haller kostte 22,5 miljoen euro, David Neres 22 miljoen, Daley Blind 16 miljoen euro, en de dit jaar ontplofte Braziliaan Antony 15,75 miljoen. Ajax kan vanwege zijn uitstraling ook duurder onderhandelen bij uitgaande transfers. De uitgaande recordtransfer van Club Brugge met een eerder aangekochte speler is Wesley met 25 miljoen euro. De uitgaande recordtransfer van een aangekochte speler bij Ajax is Davinson Sánchez, met 42 miljoen euro. Wie van Ajax komt, kan gemiddeld duurder worden verkocht, ook al zijn de beide competities vergelijkbaar. Nog groter is het verschil bij de uitgaande transfers van zelf opgeleide spelers. In de zomer van 2019 verzilverde Ajax zijn Europese halve finale: Frenkie de Jong trok voor 86 miljoen euro naar Barcelona, Matthijs de Ligt voor 85,5 miljoen euro naar Juventus. Een jaar later volgde Donny van de Beek, voor 39 miljoen naar Manchester United. Dat is samen grosso modo 200 miljoen euro, gecreëerd door investeringen in De Toekomst. Ter vergelijking: de duurste uitgaande transfer van een eigen opgeleide speler bij Club Brugge is die van Björn Engels, voor wie Olympiacos in 2018 4,5 miljoen euro betaalde. In afwachting van de bouw van een nieuw stadion zodat de commerciële opbrengsten vergroten zit dáár voor Club Brugge het grootste verschil met de Amsterdammers en de grootste marge om de kloof te dichten: een achterstand van een paar decennia ophalen in de jeugdwerking. Een stadion stuwt je inkomsten omhoog, goeie transfers kunnen - indien dat uitstalraam van de Champions League blijft - ook veel meerwaarde creëren, maar inzetten op eigen jeugd is een enorme bron van welvaart. Ajax, waar de laatste tijd wel meer en meer buitenlanders aan de bak komen, vaart er een stevige winnende koers op. De nieuwe zilvervloot, juichen volgers, naar het beeld van de Amsterdamse Gouden Eeuw. Die kloof dichten, daar zette Club de voorbije jaren vol op in. Was de conclusie tot een jaar of vier, vijf geleden nog dat blauw-zwart vooral opleidde voor andere ploegen in de Jupiler Pro League, dan moet dat door investeringen in het Base Camp weldra veranderen. Charles De Ketelaere kan hier een motor zijn. Stel dat die was opgeleid bij Ajax, zegt ons een insider, dan was die twee keer zoveel waard op de transfermarkt. Maar hij zal ook nu voor veel geld van club wisselen. In zijn spoor moeten er nog volgen. De verhuis van de hele bovenbouw naar Knokke-Heist is in deze centraal. Niet langer werken aan het lichaam in de donkere krochten van de fitness in de kelder van Jan Breydel, zonder ramen of veel ventilatie, maar met zicht op groen. Achter glas, uitkijkend over de polders. In een topsportcultuur, waar de jongeren quasi alle dagen de gevestigde waarden kruisen en geregeld meetrainen met hen. Naast De Ketelaere, vaste waarde, speelde de voorbije weken ook Ignace Van Der Brempt mee met het eerste elftal, en toonde Noah Mbamba (16) zich. Na De Ketelaere wordt veel verwacht van Cisse Sandra, 17 en al een eerste keer in actie tijdens het bekerduel tegen Deinze. A-spelers zagen al jongeren uit 2005 tegenover zich op training: nieuwkomer Antonio Nusa, die sterker acteert op training dan in wedstrijden met de Brugse jeugd, en Kyriani Sabbe, die in de zomer van 2020 nog het hof werd gemaakt door... Ajax. Sabbe is een vaardige flankverdediger die met Club NXT nog scoorde tegen Manchester City in de Youth League. Tijdens de voorbije interlandbreak trainde hij mee met de A-ploeg en viel hij allerminst uit de toon. Met Lynt Audoor (zoon van ex-prof Yves en tweelingbroer van Sem die ook bij Club NXT speelt), Arne Engels, Cisse Sandra, Noah Mbamba en Lukas Mondele had Club vijf spelers die vorige week met de U19 tegen Spanje op het wedstrijdblad stonden. De eerste vier kregen van bondscoach Wesley Sonck een basisplaats. Het zijn zij die in de Youth League mee hun ploeg naar 8 punten en een gedeelde leidersplaats met PSG loodsen. En onlangs nog bij City gingen winnen met 3-5, nadat het eerder thuis 1-1 werd. Een probleem voor Club blijft de excentrische positie in ons land. Daar heeft Anderlecht en op termijn een Antwerpse club die in jeugd investeert, het grote voordeel van een metropool. De beste jeugd van het land zit nog lang niet in Knokke. Wat Ajax en zijn opleiding zo sterk maakt is, naast traditie, reputatie en hoge kwaliteit, ook het gegeven dat nagenoeg de beste jeugd van heel Nederland wél naar Amsterdam komt en daar gedurende een hele lange periode wordt opgeleid. Mééstal lang, nuanceert een gesprekspartner, ze durven er ook doorselecteren. Het gebeurt dat een halve U15 wordt bedankt als het seizoen onvoldoende blijkt. In België valt dat minder voor, al wisselen ook goeie jeugdspelers op het moment van hun eerste contracten van club. Dat is overigens in Nederland de kritiek op de Ajaxopleiding van zij die wat meer huiverachtig tegenover het model staan: tegenover elke 5 procent die bij Ajax slaagt en de media halen met grootse prestaties in rood en wit en later elders in Europa, staat ook 95 procent die faalt. Sommigen geven op, anderen komen via een andere weg alsnog aan de top. Een ander nadeel is de afwezigheid van de Amsterdamse mentaliteit in West-Vlaanderen. Goochem noemen ze dat daar: bijdehands, clever, geslepen. Borst vooruit. Wij zijn Ajax, staat het stoer in het jaarverslag van de Amsterdammers. Dat klinkt anders dan de Brugse baseline: no sweat, no glory. Ajax noemt het zijn missie om 'miljoenen mensen van over de hele wereld te vermaken met onze manier van voetballen waarbij we de sterren van morgen opleiden'. In West-Vlaanderen doen ze liever osan deure. Maar stilaan, zie Charles, toch met meer branie en flair.