'Het verbaast mij niet dat er de laatste weken zoveel problemen zijn geweest met Alejandro Pozuelo.' In het timbre van Albert Stuivenberg valt geen zweem van rancune of leedvermaak te bespeuren. De bekentenis van de Nederlander echoot in een van de foyers in het Van der Valk Hotel Eindhoven, maar verdampt vliegensvlug door het rumoer van de andere gasten. Zijn turbulente relatie met Pozuelo zou voer kunnen zijn voor een thriller. Maar mocht hij ooit een boek uitbrengen - de voorlopige werktitel is De voetbalfilosofie van Albert Stuivenberg - dan zou het eerder een samenraapsel zijn van nota's die hij over de jaren heeft verzameld, zijn inzichten over teamprocessen en ideeën over de aanwervingsprocedure van trainers. 'Ik verbaas mij er vaak over hoe een club en een coach bij elkaar zijn gekomen', zegt Stuivenberg. 'Vanuit mijn zienswijze moet een club zich eerst goed bewust zijn van zijn eigen DNA. Wie zijn we? Waar staan we voor? Waar willen we naartoe? Als je dat hebt afgebakend, kan je een profielschets maken van de trainer die je wil. Die man moet passen binnen de bedrijfscultuur. Je kan geen trainer halen omdat hij het elders 'aardig' heeft gedaan.'
...