Praten met Alexander Blessin (47) levert eigenlijk maar één probleem op: je moet zeer alert zijn om tussen zijn woordenvloed door een vraag te kunnen stellen. De Duitse trainer is echt gebiologeerd door het spelletje. 'Als ik met mijn vrouw ergens op bezoek ga en er wordt over voetbal begonnen, dan weet ze dat we laat thuis gaan zijn', zegt Blessin. Ook in een interview probeert hij zijn passie over te brengen. 'Bedankt dat u naar mij hebt willen luisteren', zegt hij na afloop. En trekt zich vervolgens met zijn vier assistenten terug om de volgende wedstrijd voor te bereiden.
...

Praten met Alexander Blessin (47) levert eigenlijk maar één probleem op: je moet zeer alert zijn om tussen zijn woordenvloed door een vraag te kunnen stellen. De Duitse trainer is echt gebiologeerd door het spelletje. 'Als ik met mijn vrouw ergens op bezoek ga en er wordt over voetbal begonnen, dan weet ze dat we laat thuis gaan zijn', zegt Blessin. Ook in een interview probeert hij zijn passie over te brengen. 'Bedankt dat u naar mij hebt willen luisteren', zegt hij na afloop. En trekt zich vervolgens met zijn vier assistenten terug om de volgende wedstrijd voor te bereiden. Alexander Blessin: 'Ik heb zelf nooit op een hoog niveau gevoetbald, ik was gewoon niet goed genoeg. In de Bundesliga speelde ik zeven wedstrijden voor VfB Stuttgart, dat toen in één jaar vijf trainers versleet. Dat is dodelijk voor een jonge speler. Bovendien kreeg je in die tijd als jonge voetballer niet snel een kans, de hiërarchie was goed afgebakend. Ik lag eens op de massagetafel toen international Thomas Berthold binnenkwam: 'Wie moet er hier gemasseerd worden, een jonge speler of een wereldkampioen?' Ik maakte dus snel plaats voor hem. 'Later kwam er in Duitsland meer aandacht voor de jeugd, er werd geïnvesteerd in trainers en in centra, de kwaliteit ging omhoog. Tot het nu weer tot een stilstand komt. Ik vraag me wel eens af of de jongeren nog hongerig genoeg zijn. Ze krijgen al heel vroeg veel geld, ze moeten niets doen, als ze een brief dienen te versturen, vragen ze naar waar ze moeten gaan? Daar wordt nu in Duitsland veel over gepraat: hoe ga je te werk om die mentaliteit in de verschillende leeftijdsreeksen weer beter te maken? 'Julian Nagelsmann, de trainer van RB Leipzig, zei het vorige week nog: dat hij niet het gevoel heeft dat een speler die uit de U19 komt echt de drang heeft om zich te bewijzen. Het evenwicht tussen kwaliteit en mentaliteit zit scheef. Terwijl in de jeugdcategorieën de mentaliteit op een gegeven moment de kwaliteit overvleugelt.'U hebt acht jaar bij de jeugd van RB Leipzig gewerkt. Blessin: 'Nadat ik eerst twee jaar assistent was. Ik had in die acht jaar de verschillende jeugdploegen onder mijn hoede: van U16 tot U19. Eigenlijk wilde ik na mijn actieve carrière iets anders doen, maar ik voelde me zo verbonden met het voetbal dat dit niet ging. Op dat moment ontmoette ik Ralf Rangnick onder wie ik nog in Stuttgart had gewerkt. Hij had een aanbieding van Everton en kon ook een overeenkomst aangaan met het imperium van Red Bull. Hij koos voor het laatste en zag daarin voor mij een rol weggelegd. 'Die jaren zijn voor mij een leerproces geweest, het waren onschatbare ervaringen. Ik behaalde mijn trainersdiploma en probeerde me steeds verder te ontwikkelen. Je vraagt je bijvoorbeeld af hoe je statistieken in je aanpak kunt verwerken, je gebruikt data, je zoekt naar nieuwe mogelijkheden waardoor je beter kunt werken; je dompelt je onder in alle facetten van het voetbal. Je denkt out of the box. En zo kom je uiteindelijk tot een bepaalde filosofie. De omkadering bij de jeugd van Leipzig was zeer professioneel. Bij de U19 hadden we in de trainersstaf een team van acht man. Allemaal fulltime in dienst. Hier werk ik met vijf man.' In die periode bij de jeugd werd uw visie gevormd. Blessin: 'Ja, omdat je daar ook de kans kreeg om fouten te maken. Ook al was de druk in Leipzig bij de jeugd groot; er moest gewonnen worden. Ik heb in die periode heel veel van gedachten gewisseld met Ralf Rangnick. Baloriëntatie bijvoorbeeld, daar besteedde hij veel aandacht aan, daarop was een groot deel van zijn oefenstof afgestemd. En hij speelde met vier verdedigers op een lijn, in een tijd dat niemand in Duitsland dat deed. 'Franz Beckenbauer zei dat hij in de nationale ploeg niet zo kon spelen omdat niemand weet waar hij naartoe moet lopen. Het uitgangspunt van Rangnick was: voetballen tegen de bal. Dat heb ik voor een deel meegenomen en vervolgens overgoten met eigen inzichten. Ik wil niet kopiëren, maar een eigen stijl creëren. Het is belangrijk dat je als trainer op een gegeven moment beslist welke richting je wil uitgaan. Ook als herkenningspunt naar de spelers. Anders hebben ze geen houvast.' Met die filosofie bent u ook bij KV Oostende aan het werk gegaan. Waarbij Gegenpressing, pressing over het hele veld, centraal staat. Blessin: 'Ik ben een grote basketbalfan en heb altijd een uitspraak van Michael Jordan goed onthouden. Ze vroegen hem eens waarom iemand als hij, die zoveel punten maakt en assists geeft, ook verdedigend zo sterk was. Jordan antwoordde dat hij altijd zo snel mogelijk de bal moest hebben om er iets creatiefs mee te doen. Maar om die bal te veroveren, zei hij, moet je goed kunnen verdedigen. 'En daar gaat het inderdaad om: via een goede compactheid zo snel mogelijk die bal krijgen. Het is heel moeilijk om tegen een compacte verdediging te spelen. Daarom moet je van de omschakelmomenten optimaal gebruikmaken. Een tegenstander in balbezit staat iets verder opgesteld, als je dan snel de bal recupereert zijn er meer mogelijkheden. 'Ik heb er als speler al van gehouden om pressingsituaties te herkennen en dan met weinig balcontacten aan de goal van de tegenstander te komen. Het is eigenlijk heel simpel: of je speelt met de bal, of je speelt tegen de bal. Ik probeer de spelers situaties te leren zien: ze moeten niet veel lopen, maar clever lopen. Door bij balverlies bijvoorbeeld te proberen de ruimtes af te snijden. Maar áls iemand loopt, dan moet iedereen lopen. Het is een synchrone beweging. Je moet niet solo achter een bal jagen. In elke training doen we oefeningen hoe we met balverlies moeten omgaan.' Hebben ze die ideeën bij KV Oostende snel opgepikt? Blessin: 'Je hebt daarvoor tijd nodig, zeker als er in het verleden op een andere manier is gevoetbald. De uitvoering in ons spel is heel anders. Er zit bijvoorbeeld veel interval in en die ritmewisselingen zijn toch iets anders dan dat je altijd tegen hetzelfde tempo loopt. Het lichaam moet zich daaraan aanpassen. 'Toen ik hier aankwam heb ik meteen gezegd dat een voorbereiding van zes weken niet zou volstaan. Ik had acht weken nodig en dat is ook gebleken. Alleen zaten in die acht weken de eerste twee competitiewedstrijden, die we verloren. We zaten nog in volle voorbereiding. Maar die nederlagen interesseerden me niet. Ik heb tegen de spelers gezegd: het gaat erom dat we deze manier van voetballen verinnerlijken. En de ene maakt zich dat natuurlijk sneller eigen dan de andere. Het punt is: alle schakels moeten in elkaar passen, anders functioneert het niet. 'Ik wil in ieder geval altijd agressief aanvallen. Met de bal, maar ook tegen de bal. Dat staat in mijn voetbalbijbel. Ik wil actief zijn. En natuurlijk moeten we creatief zijn in balbezit, plezier hebben. Maar belangrijk is dat we altijd waken over een goede positionering. Ik noem het altijd: zwemmen in verschillende posities, ruimtes dichten, ruimtes maken. Om zo de tegenstander voor verschillende uitdagingen te stellen. En om druk op de bal te zetten. Dan zorg je voor stress bij de tegenstander. ' U hield ook vast aan die filosofie nadat de competitiestart stroef verliep: twee nederlagen en dan twee keer een draw, twee punten op twaalf. Blessin: 'In feite werk ik hier zoals bij de jeugd van Leipzig, met dezelfde klemtonen. Ik ben overtuigd van mijn manier van werken, ik neem de spelers mee in dat verhaal. Daarom zou ik het ook niet aanvaard hebben indien iemand zich over die manier van voetballen negatief zou uitgelaten hebben. Wat dat betreft ben ik resoluut. Voor mij bestaat er geen grijze zone. Niemand mag zich boven de ploeg stellen. 'Maar in zo'n ontwikkelingsproces helpt het natuurlijk wel als je dan op een gegeven moment ook eens wint. Het vreemde is dat dit voor de eerste keer gebeurde in de slechtste wedstrijd die we tot dan toe speelden, tegen KV Mechelen. Maar het werkte wel bevrijdend. Anderzijds is er in die eerste weken van bovenaf geen enkele druk op mij uitgeoefend. Ook al niet omdat ik met CEO Gauthier geregeld praatte over de manier waarop ik het zag.' Gauthier Ganaye heeft u uiteindelijk ook gehaald. Hij was overtuigd van uw aanpak. Blessin: 'Hij heeft zich kennelijk goed over mij geïnformeerd. Toen Gauthier me voor de eerste keer belde vroeg ik of ik mijn cv moest sturen. Hij zei dat dit niet nodig was; dat ze alles over me wisten. Terwijl ik bij de jeugd van Leipzig eigenlijk toch in de anonimiteit werkte. Anderzijds was ik in Duitsland toch een beetje bekend, ik had een paar titels gewonnen. Nadat ik twee jaar bij de U19 werkte, was ik in Duitsland in ieder geval een beetje aan het einde van mijn traject; naar de U23 kon ik niet, die categorie was afgemeld. 'Ik heb met verschillende tweede- en derdeklassers gesproken, maar nergens had ik zo'n goed gevoel als in Oostende. Terwijl ik de club niet kende. Ik moest zelfs op de kaart kijken om te zien waar het lag. Belangrijk voor mij was dat de club mijn zienswijze deelde. Want je weet hoe dat vaak gaat, je verliest vier keer na elkaar en ze vragen je om je visie te herzien. Dus zei ik: 'Jullie weten wat jullie in huis halen.' Ik voelde dat ik bij KV Oostende in de praktijk zou kunnen omzetten wat ik had geleerd. Ik was van de hele club overtuigd. Terwijl ze uiteindelijk toch een risico namen door een jeugdtrainer te nemen zonder ervaring.'Staat de ploeg op dit moment daar waar u had verwacht? Blessin: 'Dat is een interessante vraag. Kijk, voor ik begon had ik op video veel wedstrijden bekeken van KV Oostende. Ik ben natuurlijk geen magiër, maar ik zag toch mogelijkheden. Neem bijvoorbeeld onze verdediging, met Arthur Theate en Anton Tanghe in het centrum, die hebben nog nooit op het hoogste niveau gespeeld en nog nooit naast elkaar. Dan moet je als trainer moedig zijn en hen een kans geven. Zoals ik dat ook deed met Jelle Bataille, ook al moet je daarvoor leergeld betalen. Maar ze hebben het snel onder de knie gekregen en dat is natuurlijk fantastisch: als je beloond wordt omdat je op een gegeven moment moedig bent geweest. Ook wat dat betreft houden we aan een visie vast: wij willen met jonge spelers aan de toekomst werken. Ongeacht wat er gebeurt. 'We kunnen als ploeg natuurlijk nog vooruitgang boeken, het kost nu eenmaal tijd om een structuur op poten te zetten. Ik moet zeggen dat er in het begin redelijk snel vorderingen te zien waren, maar dat het daarna wat stagneerde. Vervolgens was er weer een grote stap en dan weer kleine stapjes. Eigenlijk moet je veel herhalen. Voetballers vergeten heel snel. Als je bijvoorbeeld een trainingspartijtje inlast en ze mogen de bal twee keer raken, dan doen ze dat, maar wanneer je ze vervolgens vrijheid geeft, zijn ze dat twee keer raken alweer vergeten. Je dient zo ver te komen dat je de principes altijd in het spel terugziet.' Wat kan er nog beter? Blessin: 'Wij slagen er nog niet in om ons spel 90 minuten lang op te dringen. We zouden zo ver moeten komen dat we, als we balbezit hebben, soms wat kunnen uitrusten. Zoals Barcelona dat doet met zijn tikitaka. Dat is natuurlijk een kwaliteit: even rusten en je voorbereiden om in een volgende fase weer Vollgas te geven. Maar zo ver zijn we nog niet. Het is wel mijn job om het zo ver te laten komen.' U hebt al veel lof gekregen voor uw aanpak. Zelfs van Vincent Kompany, die KV Oostende een spectaculaire ploeg noemde. Blessin: 'Wat wilt u dat ik daarover zeg? Het laat me niet onberoerd, maar ik ga daardoor mijn gevoel voor realisme niet verliezen. Dat zeg ik ook tegen de spelers: je mag nooit tevreden zijn, je moet altijd hongerig blijven en de voeten op de grond houden. Teren op een bepaalde roem uit het verleden is het ergste wat er is. Ik ga niet veranderen omdat we, voor onze nederlaag op Standard, zeven keer na elkaar niet hebben verloren. Als mensen naar mijn ambities vragen, dan zeg ik dat ik niet naar boven kijk. Maar naar onder.' Deze manier van voetballen kost veel kracht. Traint u hard? Blessin: 'Dat moet u aan de spelers vragen. Het was de laatste maanden in ieder geval niet gemakkelijk om die intensiteit van de trainingen te bepalen. Uiteindelijk kwamen ze uit een periode waarin er drie maanden niet was gevoetbald. Maar we liepen tot dusver amper spierblessures op. Dat stelt me toch gerust.' U praat meer als een voetballeraar dan als een trainer. Blessin: 'Ik ben ook een voetballeraar. Die van 's morgens vroeg tot 's avonds laat met voetbal bezig is. Ik moet erover waken dat ik mezelf niet voorbijloop. Terwijl ik mezelf nooit als trainer zag toen ik nog actief speelde. Als ik over voetbal begin, dan zou ik de hele dag doorpraten. Niet in zo'n interview natuurlijk. U stelt de vragen en ik antwoord. Dat is een stuk gemakkelijker.' U hebt uw de stap naar Oostende nog niet beklaagd? Blessin: 'Nog geen moment. Al moet je familiaal natuurlijk iets opofferen: mijn vrouw en drie kinderen zijn in Duitsland gebleven, ze wonen in Stuttgart, dat is zo'n 650 kilometer. Maar ze komen geregeld naar hier en zijn enthousiast over Oostende. En over Brugge, mijn kinderen trainen daar in een atletiekclub als ze hier zijn. Het pendelen ben ik eigenlijk gewoon, ik deed dat ook al toen ik in Leipzig werkte. Terwijl ik eigenlijk een echte familieman ben.' Een familieman die zijn principes niet verloochent. Blessin: 'Dat is zo. Overal waar ik kom zal ik dat op deze manier doen. Anders begin ik er niet aan. Ik ben blij dat ik hier mijn speelstijl mag introduceren. En dat de club in die manier van voetballen een continuïteit ziet.'