De jaarrekeningen van de Belgische profvoetbalclubs sijpelen binnen. Hoe presteerde onze voetbalsector financieel tussen 1 juli 2019 en 30 juni 2020? Dat tijdens het precoronaboekjaar 2018/19 alle profclubs samen 87 miljoen euro verlies leden (zes clubs winstgevend en achttien verlieslatend ), voorspelt weinig goeds.

Uitzonderingen op de regel zijn opnieuw Club Brugge en KRC Genk, die over het jongste boekjaar een recordnettowinst van respectievelijk 24 en 29 miljoen euro en recordomzetten van 137 en 127 miljoen euro realiseerden. De laatste twee campagnes in de Champions League leverden blauw-zwart 37 en 35 miljoen euro en lucratieve transfersaldi van 13 en 52 miljoen euro op.

Anderlecht en Standard daarentegen investeerden in te veel transfers, huurovereenkomsten, lonen en spelers om de goudmijnen van die Champions League aan te boren. Dat betalen ze nu cash in alarmerende exploitatietekorten en torenhoge schulden. Beide clubs hebben dringend vers geld nodig.

De daling van de btw-aangiften met 80 procent tijdens de drie startmaanden van het lopende voetbalboekjaar 2020/21 lijkt een voorbode van nog meer financiële miserie. Maar dit zal onze topteams niet tegenhouden om te blijven overinvesteren om Europees te scoren en transferjackpots te winnen. Zwakkere teams zullen sportieve en financiële risico's blijven nemen om niet in het economische kerkhof van 1B te belanden. Wie stopt deze systeemfouten?

Alle Europese voetbalcompetities, ook de Belgische, moeten de Spaanse weg inslaan en de tering naar de nering zetten. La Liga verplicht clubs tot een loonplafond op basis van verwachte televisie-, sponsor- en wedstrijddaginkomsten enerzijds en transferinkomsten van de drie jongste jaren anderzijds. De loonmassa omvat ook makelaarsvergoedingen en blijkt juridisch te kunnen worden afgedwongen. Het Spaanse profvoetbal moet 610 miljoen euro loonmassa besparen, in de lijn van de verwachte minderontvangsten. Het noodlijdende Barcelona, met in 2019/20 een exploitatieverlies van bijna 100 miljoen euro, moet 274 miljoen euro loonkosten besparen. Bij Real en Atlético Madrid gaat het om respectievelijk 172 en 96 miljoen euro.

Zo kan de verschroeiende coronacrisis op lange termijn louterend werken. De koppeling van loonkosten aan clubinkomsten is een eerlijk en helder instrument om voetbalclubs beter te wapenen tegen nieuwe schokken.

De jaarrekeningen van de Belgische profvoetbalclubs sijpelen binnen. Hoe presteerde onze voetbalsector financieel tussen 1 juli 2019 en 30 juni 2020? Dat tijdens het precoronaboekjaar 2018/19 alle profclubs samen 87 miljoen euro verlies leden (zes clubs winstgevend en achttien verlieslatend ), voorspelt weinig goeds. Uitzonderingen op de regel zijn opnieuw Club Brugge en KRC Genk, die over het jongste boekjaar een recordnettowinst van respectievelijk 24 en 29 miljoen euro en recordomzetten van 137 en 127 miljoen euro realiseerden. De laatste twee campagnes in de Champions League leverden blauw-zwart 37 en 35 miljoen euro en lucratieve transfersaldi van 13 en 52 miljoen euro op. Anderlecht en Standard daarentegen investeerden in te veel transfers, huurovereenkomsten, lonen en spelers om de goudmijnen van die Champions League aan te boren. Dat betalen ze nu cash in alarmerende exploitatietekorten en torenhoge schulden. Beide clubs hebben dringend vers geld nodig. De daling van de btw-aangiften met 80 procent tijdens de drie startmaanden van het lopende voetbalboekjaar 2020/21 lijkt een voorbode van nog meer financiële miserie. Maar dit zal onze topteams niet tegenhouden om te blijven overinvesteren om Europees te scoren en transferjackpots te winnen. Zwakkere teams zullen sportieve en financiële risico's blijven nemen om niet in het economische kerkhof van 1B te belanden. Wie stopt deze systeemfouten? Alle Europese voetbalcompetities, ook de Belgische, moeten de Spaanse weg inslaan en de tering naar de nering zetten. La Liga verplicht clubs tot een loonplafond op basis van verwachte televisie-, sponsor- en wedstrijddaginkomsten enerzijds en transferinkomsten van de drie jongste jaren anderzijds. De loonmassa omvat ook makelaarsvergoedingen en blijkt juridisch te kunnen worden afgedwongen. Het Spaanse profvoetbal moet 610 miljoen euro loonmassa besparen, in de lijn van de verwachte minderontvangsten. Het noodlijdende Barcelona, met in 2019/20 een exploitatieverlies van bijna 100 miljoen euro, moet 274 miljoen euro loonkosten besparen. Bij Real en Atlético Madrid gaat het om respectievelijk 172 en 96 miljoen euro.Zo kan de verschroeiende coronacrisis op lange termijn louterend werken. De koppeling van loonkosten aan clubinkomsten is een eerlijk en helder instrument om voetbalclubs beter te wapenen tegen nieuwe schokken.