In de jaren 70 van de vorige eeuw heetten de makelaars (ze werden toen managers genoemd) Beres, Barin of Bekeffy. Die laatste was de huismakelaar van Anderlecht. De zaakwaarnemers kregen in het voetbal echter pas echt macht na het Bosmanarrest, toen de clubs de greep op hun spelers kwijtraakten.
...

In de jaren 70 van de vorige eeuw heetten de makelaars (ze werden toen managers genoemd) Beres, Barin of Bekeffy. Die laatste was de huismakelaar van Anderlecht. De zaakwaarnemers kregen in het voetbal echter pas echt macht na het Bosmanarrest, toen de clubs de greep op hun spelers kwijtraakten. In 1984 legde een onderzoek naar zwart geld in het voetbal de omkoopaffaire Standard-Waterschei bloot. De Rouches moesten hun laatste match van het seizoen tegen Waterschei (de helft van het huidige KRC Genk) winnen om kampioen te worden. Om zeker te zijn van de titel en blessures te voorkomen - Standard speelde vier dagen later de finale van Europacup II in en tegen Barcelona - werden de spelers door trainer Raymond Goethals aangespoord of verplicht hun wedstrijdpremie van 30.000 frank (omgerekend 400 euro) af te staan aan de spelers van de Limburgers. Speeltuinwerk vergeleken met wat er nu allemaal gebeurt en Raymond Goethals is zelfs een cultfiguur gebleven. De geschiedenis herhaalt zich voortdurend, alleen de namen veranderen. Bij ieder schandaal wordt er geroepen dat de stal moet uitgemest worden, maar verder dan wat cosmetische ingrepen komt het nooit en is het wachten op een nieuw ontluisterend verhaal. Van de voetbalbond en de Pro League moeten we geen heil verwachten. Zij zijn onbekwaam zichzelf te reguleren. Anders hadden ze het al lang gedaan. De politiek moet een soort van regeringscommissaris aanduiden en hem verstrekkende bevoegdheden geven. Het moet wel iemand zijn die weet hoe de voetbalwereld in elkaar steekt, want de voorbije dagen kwam weer het ene na het andere dwaze idee voorbij. Er werd nog maar eens gepleit voor het afschaffen van het transfersysteem. Nochtans gebeurde dit al in 1995 na het Bosmanarrest, maar beide partijen ervoeren al snel dat dit ook niet de oplossing was. De clubs incasseerden niets meer wanneer een speler vertrok, maar de spelers riskeerden elke zomer zonder club te zitten en in geval van een ernstige blessure zonder inkomen. Voetballers tekenen nu een contract voor maximaal vier jaar en mogen transfervrij vertrekken als de overeenkomst afloopt. Dat niemand ons komt vertellen dat er niet nog beroepen zijn waarin dit gebeurt. Wat zou er gebeuren als het transfersysteem wordt geschrapt? Spelers die een zwak seizoen achter de rug hebben, zullen met een veel lager salaris moeten vrede nemen. De jacht op de succesrijke jongens zal alleen verhevigen. En wie zal voor hen onderhandelen? Een makelaar. In plaats van een transfersom te betalen zal geëist worden dat het zogenaamde tekengeld opgetrokken wordt, omdat de clubs geen transferbedrag meer moeten betalen. Kortom, spelers en makelaars zullen nog meer geld opslokken en het zal van kwaad naar erger gaan in het voetbal. Zonder transferbedragen of opleidingsvergoedingen zal geen enkele club nog geld stoppen in zijn jeugdopleiding. Wat gelijk staat met het einde van het voetbal in de kleinere landen. Hun clubs leven immers van wat de topcompetities voor hun spelers betalen. Nog een kinky voorstel: een makelaar mag niet meer dan tien spelers in zijn portefeuille hebben. Wat is er mis met een makelaar die correcte commissies aanrekent om de belangen van modale voetballers te behartigen? Hij zal niet rijk worden als hij slechts tien klanten mag representeren en het valt te vrezen dat hij snel op het verkeerde pad geraakt. Voor de integriteit van de sport is het aantal spelers dat een makelaar beheert totaal irrelevant. Wel belangrijk is hoeveel spelers hij bij een club heeft. In de ideale wereld zitten per vereniging maximaal drie spelers in dezelfde portefeuille en behoort de trainer tot een ander kamp. Alleen zo kan de macht van een makelaar gebroken worden. Hoe dit in de praktijk te regelen, is een andere zaak. Het zou al een hele stap vooruit zijn als we zouden weten wie bij wie hoort, zodat we kunnen weten hoe de lijntjes lopen en wat de connecties zijn. Kortom, meer, veel meer transparantie. Vincent Kompany pleitte er al voor om de lonen bekend te maken, maar dat volstaat niet. Van elke transfer moet aangegeven worden wie wat incasseert en clubs, die overheidsgeld krijgen, moeten hun volledige boekhouding openbaar maken. Alleen complete transparantie kan het voetbal redden.