De kracht van de twaalfde man. Het is altijd eigen geweest aan Club Brugge. Voor de verhuis naar de huidige locatie, in 1974, leek die ambiance zelfs nog bruisender. Club speelde toen op de mythische Klokke, waar het publiek tot tegen het veld geplakt stond. Als het stadion helemaal vol zat, moest er een koord langs de zijlijn gespannen worden, anders bestond het gevaar dat de toeschouwers op het terrein vielen. De spelers voelden de adem van de supporters in hun nek. Het had zijn weerslag op het spel van Club Brugge. Blauw-zwart was onweerstaanbaar en haast onverslaanbaar in eigen stadion, maar het verloor de helft van zijn mogelijkheden buitenshuis. Het had ook te maken met de puur aanvallende manier van voetballen. Pas toen de Nederlander Leo Canje...