De kracht van de twaalfde man. Het is altijd eigen geweest aan Club Brugge. Voor de verhuis naar de huidige locatie, in 1974, leek die ambiance zelfs nog bruisender. Club speelde toen op de mythische Klokke, waar het publiek tot tegen het veld geplakt stond. Als het stadion helemaal vol zat, moest er een koord langs de zijlijn gespannen worden, anders bestond het gevaar dat de toeschouwers op het terrein vielen. De spelers voelden de adem van de supporters in hun nek. Het had zijn weerslag op het spel van Club Brugge. Blauw-zwart was onweerstaanbaar en haast onverslaanbaar in eigen stadion, maar het verloor de helft van zijn mogelijkheden buitenshuis. Het had ook te maken met de puur aanvallende manier van voetballen. Pas toen de Nederlander Leo Canje...

De kracht van de twaalfde man. Het is altijd eigen geweest aan Club Brugge. Voor de verhuis naar de huidige locatie, in 1974, leek die ambiance zelfs nog bruisender. Club speelde toen op de mythische Klokke, waar het publiek tot tegen het veld geplakt stond. Als het stadion helemaal vol zat, moest er een koord langs de zijlijn gespannen worden, anders bestond het gevaar dat de toeschouwers op het terrein vielen. De spelers voelden de adem van de supporters in hun nek. Het had zijn weerslag op het spel van Club Brugge. Blauw-zwart was onweerstaanbaar en haast onverslaanbaar in eigen stadion, maar het verloor de helft van zijn mogelijkheden buitenshuis. Het had ook te maken met de puur aanvallende manier van voetballen. Pas toen de Nederlander Leo Canjels in 1971 trainer werd, ging de ploeg behoudender en economischer voetballen. Het resulteerde in 1973 in een luid bejubelde titel, de eerste in 53 jaar. Nu zindert ook het Jan Breydelstadion op zijn grondvesten. Zoals zondag in de spektakelmatch tegen Standard waarin Club in een sfeer van almaar opborrelend enthousiasme bij vlagen met overrompelend voetbal uitpakte. Club blijft beschikken over een hondstrouwe aanhang die de spelers zelden uitfluit. Dit seizoen is dat slechts één keer gebeurd en dan nog buitenshuis, toen Club na de Europese uitschakeling met 2-1 in Moeskroen verloor en een deel van de aanhang zich tegen Ivan Leko keerde. Intussen is de trainer door iedereen in de armen gesloten. Op een natuurlijke manier want de Kroaat doet er niets aan om zichzelf in de etalage te plaatsen. Heel anders is dat bij Ricardo Sá Pinto. De trainer van Standard weet dat hij volgend seizoen allicht niet meer op Sclessin zal werken, maar het tast zijn passie niet aan. Er staat bij Standard een blok, met spelers die met een enorme overgave voetballen en voor elkaar door het vuur gaan. Standard is op dit moment wellicht het beste team van België, gedragen door Mehdi Carcela en vooral Edmilson junior. Die gretigheid is, na het veroveren van de beker en het daaraan verbonden Europees ticket, opmerkelijk en komt ook de trainer toe. Ricardo Sá Pinto weet zich verzekerd van de steun van de spelers die niet nalaten te benadrukken dat ze achter hem staan. Dat moet vervelend zijn voor voorzitter Bruno Venanzi die wacht op de toezegging van Michel Preud'homme, maar niet ten onrechte van mening is dat de trainer zijn club dit seizoen te vaak in een negatief klimaat bracht. Een uithangbord voor de Rouches was de Portugees met zijn grillige escapades inderdaad niet. Maar dat zelfs een monument als Erik Gerets vindt dat Sá Pinto best aan boord wordt gehouden, is niettemin zeer opmerkelijk. Wat als Standard straks tweede eindigt en zich plaatst voor de voorrondes van de Champions League? Kan je dan Sá Pinto zo maar opzijschuiven? Die tweede plaats blijft ook de ambitie van Anderlecht. Dat voorzitter Marc Coucke na twee opeenvolgende uitnederlagen wees naar de tegenvallende wintertransfers en zo weer een sneer gaf aan de vroegere manager Herman Van Holsbeeck is pijnlijk. Het hoort niet bij de stijl van Anderlecht om met dat soort excuses te komen. Maar het zit ingebakken in het karakter van Coucke die zegt wat hij denkt en kennelijk niet de gewoonte heeft de weg van de diplomatie te bewandelen. Veel interessanter is het niettemin om na te gaan waarom wisselvalligheid het spel van Anderlecht kenmerkt en het bij vlagen uitstekende spel tegen Club Brugge niet op Standard en KRC Genk kon worden doorgetrokken. Na dit seizoen kunnen Marc Coucke en sportief directeur Luc Devroe echt hun accenten leggen. Ze zullen onder meer op de transferpolitiek worden afgerekend. Door vraagtekens te plaatsen bij het verleden zetten ze zichzelf nu al onder druk.