Begin maart dit jaar mocht Stefan Gabriëls het samengaan aankondigen van KRC Bambrugge en FC Mere, onder de noemer Erpe-Mere United of kortweg EM United. Bovendien werd toen via een intentieverklaring aangegeven dat het de bedoeling is dat SK Aaigem en KFC Burst vanaf het seizoen 2022/23 mee in het project stappen. 'We spreken over een echte sportieve fusie, geen opslorping', beweert de leraar wetenschappen aan de derde graad op een school in Aalst die voor half april - de deadline voor fusies van de Belgische voetbalbond RBFA - zijn dossier moest inleveren.

'Ik ben blij dat er door deze beslissing enthousiasme is', vervolgt hij. 'Tof dat een jong bestuurslid zich aansloot, een 23-jarige boekhouder. Ook op dat vlak biedt de fusie voordelen. We zijn een magneet voor jeugd, enige nadeel is dat onze opleiding vol zit qua volume en capaciteit en we heel wat jongeren moeten weigeren. Natuurlijk is dit op termijn te verhelpen; we zijn positief gestemd. Ik durf te stellen dat we bezig zijn met een succesverhaal, ook al zullen we nog worden geconfronteerd met groeipijnen of kinderziekten. Vooral onze oudere supporters kennen wat aanpassingsproblemen. Toch lijkt de gewenningsperiode stilaan voorbij. Voor hen was het soms surrealistisch, om de geel-zwarte of rood-zwarte kleuren te zien veranderen naar oranje-zwart-wit en een volledig nieuw logo.'

Katalysator

KRC Bambrugge, een dorp in de Denderstreek met iets meer dan 1500 inwoners, vierde vorig seizoen zijn zeventigste verjaardag. Om stand te houden op nationaal niveau bleek sportieve schaalvergroting noodzakelijk, zegt Gabriëls, die straks zeven jaar voorzitter is. 'Door corona is de fusie versneld, want financieel en wat betreft de inzet van vrijwilligers hebben de meeste clubs het niet meer zo eenvoudig als enkele seizoenen geleden', vertelt de man die nooit zelf voetbalde, maar door zijn vader en ooms van kleins af aan mee werd gezogen naar het lokale terrein dat op amper honderd meter van de ouderlijke woonst lag. 'En we moeten ook durven toegeven dat qua infrastructuur en accommodatie in Erpe-Mere zo goed als alles tot op de naad versleten is. Het gemeentebestuur kan maar moeilijk voor alle clubs iets nieuw zetten. Dan leek het me logisch elkaar te vinden en een groter maar ook sterker geheel te maken. De bedoeling is dat we vanaf 2024 de beschikking krijgen over een gloednieuw sportcomplex.'

Een pijnpunt momenteel is het hoofdveld aan de Lindekouter in Bambrugge, zo geeft Gabriëls grif toe. 'Ons terrein voldoet qua breedte niet aan de regels, waardoor we een uitstel kregen van twee jaar', vervolgt de voorzitter. 'Het gaat om meer dan vijf meter. We zitten daardoor nu wel wat gevangen en zijn gedwongen te verhuizen. In de hogere regionen keken ze wél eens wat door de vingers wat betreft licentievoorwaarden, zoals voor 1B-club KMSK Deinze. Onze huidige locatie heeft zeker zijn charme. Het is er klein maar gezellig. En we kunnen nog altijd rekenen op voldoende belangstelling, ook met een trein van kleinere sponsors. Bij thuisduels zitten we toch vaak aan 250 tot 300 betalenden, inclusief leuke feesten achteraf. Bovendien beschikken we over een groep van een dertigtal vrijwilligers waar we nagenoeg altijd op kunnen terugvallen, ook al stijgt de gemiddelde leeftijd wel. We mogen dus zeker niet klagen. De verbondenheid en de jarenlange vriendschappen, die blijven uniek.'

Erpe-Mere United
© Erpe-Mere United

Opborrelen

Vanaf de basis binnen de clubwerking merkt Gabriëls alvast een andere vibe en nieuwe dynamiek bij Erpe-Mere United. 'Nu zitten we aan ongeveer 350 jeugdspelers op gewestelijk en provinciaal niveau. Het is de bedoeling dat we bij de volgende audit, over twee jaar, het interprovinciaal label halen. Maar bij onze jongste spelers en hun ouders begint het te kriebelen, wat ons gelukkig stemt. Vanaf het begin was het onze intentie elk spelertje van binnen de regio rond Erpe-Mere de kans te geven om aan te sluiten, ongedacht het niveau. Voetbal moet nog altijd plezier blijven. Iedereen is welkom. Maar wij werken uiteraard ook aan de kwaliteit.'

Veel eigen jeugdproducten zitten er op dit moment niet in de A-kern. 'Daarom ook de keuze voor FC Mere als opportuniteit, die over provinciale jongeren beschikt', zegt Gabriëls. 'Maar ook dat willen we stelselmatig bevorderen. We zitten momenteel op onze plaats in derde nationale. We ambiëren, zeker door de handicap van onze huidige accommodatie, voorlopig geen promotie.'

Het bestuur van Erpe Mere United bestaat hoofdzakelijk uit mensen van KRC Bambrugge. 'Spijtig genoeg bestond er vanuit FC Mere minder interesse', oppert de voorzitter. 'We zijn en blijven een financieel gezonde club. Onze lonen zijn vrij matig, omdat wij zeer goed onze eigen mogelijkheden kennen. Elke euro wordt hier een paar keer omgedraaid, vooraleer we hem uitgeven. Alleen zo kan je standhouden.'

frédéric vanheule

Begin maart dit jaar mocht Stefan Gabriëls het samengaan aankondigen van KRC Bambrugge en FC Mere, onder de noemer Erpe-Mere United of kortweg EM United. Bovendien werd toen via een intentieverklaring aangegeven dat het de bedoeling is dat SK Aaigem en KFC Burst vanaf het seizoen 2022/23 mee in het project stappen. 'We spreken over een echte sportieve fusie, geen opslorping', beweert de leraar wetenschappen aan de derde graad op een school in Aalst die voor half april - de deadline voor fusies van de Belgische voetbalbond RBFA - zijn dossier moest inleveren.'Ik ben blij dat er door deze beslissing enthousiasme is', vervolgt hij. 'Tof dat een jong bestuurslid zich aansloot, een 23-jarige boekhouder. Ook op dat vlak biedt de fusie voordelen. We zijn een magneet voor jeugd, enige nadeel is dat onze opleiding vol zit qua volume en capaciteit en we heel wat jongeren moeten weigeren. Natuurlijk is dit op termijn te verhelpen; we zijn positief gestemd. Ik durf te stellen dat we bezig zijn met een succesverhaal, ook al zullen we nog worden geconfronteerd met groeipijnen of kinderziekten. Vooral onze oudere supporters kennen wat aanpassingsproblemen. Toch lijkt de gewenningsperiode stilaan voorbij. Voor hen was het soms surrealistisch, om de geel-zwarte of rood-zwarte kleuren te zien veranderen naar oranje-zwart-wit en een volledig nieuw logo.'KRC Bambrugge, een dorp in de Denderstreek met iets meer dan 1500 inwoners, vierde vorig seizoen zijn zeventigste verjaardag. Om stand te houden op nationaal niveau bleek sportieve schaalvergroting noodzakelijk, zegt Gabriëls, die straks zeven jaar voorzitter is. 'Door corona is de fusie versneld, want financieel en wat betreft de inzet van vrijwilligers hebben de meeste clubs het niet meer zo eenvoudig als enkele seizoenen geleden', vertelt de man die nooit zelf voetbalde, maar door zijn vader en ooms van kleins af aan mee werd gezogen naar het lokale terrein dat op amper honderd meter van de ouderlijke woonst lag. 'En we moeten ook durven toegeven dat qua infrastructuur en accommodatie in Erpe-Mere zo goed als alles tot op de naad versleten is. Het gemeentebestuur kan maar moeilijk voor alle clubs iets nieuw zetten. Dan leek het me logisch elkaar te vinden en een groter maar ook sterker geheel te maken. De bedoeling is dat we vanaf 2024 de beschikking krijgen over een gloednieuw sportcomplex.'Een pijnpunt momenteel is het hoofdveld aan de Lindekouter in Bambrugge, zo geeft Gabriëls grif toe. 'Ons terrein voldoet qua breedte niet aan de regels, waardoor we een uitstel kregen van twee jaar', vervolgt de voorzitter. 'Het gaat om meer dan vijf meter. We zitten daardoor nu wel wat gevangen en zijn gedwongen te verhuizen. In de hogere regionen keken ze wél eens wat door de vingers wat betreft licentievoorwaarden, zoals voor 1B-club KMSK Deinze. Onze huidige locatie heeft zeker zijn charme. Het is er klein maar gezellig. En we kunnen nog altijd rekenen op voldoende belangstelling, ook met een trein van kleinere sponsors. Bij thuisduels zitten we toch vaak aan 250 tot 300 betalenden, inclusief leuke feesten achteraf. Bovendien beschikken we over een groep van een dertigtal vrijwilligers waar we nagenoeg altijd op kunnen terugvallen, ook al stijgt de gemiddelde leeftijd wel. We mogen dus zeker niet klagen. De verbondenheid en de jarenlange vriendschappen, die blijven uniek.'Vanaf de basis binnen de clubwerking merkt Gabriëls alvast een andere vibe en nieuwe dynamiek bij Erpe-Mere United. 'Nu zitten we aan ongeveer 350 jeugdspelers op gewestelijk en provinciaal niveau. Het is de bedoeling dat we bij de volgende audit, over twee jaar, het interprovinciaal label halen. Maar bij onze jongste spelers en hun ouders begint het te kriebelen, wat ons gelukkig stemt. Vanaf het begin was het onze intentie elk spelertje van binnen de regio rond Erpe-Mere de kans te geven om aan te sluiten, ongedacht het niveau. Voetbal moet nog altijd plezier blijven. Iedereen is welkom. Maar wij werken uiteraard ook aan de kwaliteit.'Veel eigen jeugdproducten zitten er op dit moment niet in de A-kern. 'Daarom ook de keuze voor FC Mere als opportuniteit, die over provinciale jongeren beschikt', zegt Gabriëls. 'Maar ook dat willen we stelselmatig bevorderen. We zitten momenteel op onze plaats in derde nationale. We ambiëren, zeker door de handicap van onze huidige accommodatie, voorlopig geen promotie.'Het bestuur van Erpe Mere United bestaat hoofdzakelijk uit mensen van KRC Bambrugge. 'Spijtig genoeg bestond er vanuit FC Mere minder interesse', oppert de voorzitter. 'We zijn en blijven een financieel gezonde club. Onze lonen zijn vrij matig, omdat wij zeer goed onze eigen mogelijkheden kennen. Elke euro wordt hier een paar keer omgedraaid, vooraleer we hem uitgeven. Alleen zo kan je standhouden.'frédéric vanheule