FC Pepingen-Halle is in deze reeks een twijfelgeval. Want Pepingen, waar de club tot vorig seizoen voetbalde, is een dorp, Halle een eeuwenoude stad in Vlaams-Brabant, ooit grensstad tussen Brabant en Henegouwen.

Het huidige stamnummer van de club, 7741, is dat van FC Pepingen, de kleuren zijn die van de beide vroegere clubs samen (het geel-zwart van Pepingen plus het geel-blauw van SK Halle maakt geel-blauw-zwart) en het stadion waarin werd gespeeld was afwisselend dat van Halle aan de Ninoofsesteenweg (Lamme Guiche) en dat van FC Pepingen aan het Vroembos in Pepingen. Sinds vorige maand is de thuishaven de nieuwe accommodatie aan het Kruisveld in Halle.

Bewogen derby's

Het is vier jaar geleden dat de clubs de handen in mekaar sloegen; een stap die vanuit beide tegelijk gezet werd, waarna het stamnummer 87 van SK Halle verdween. 'In het begin was dat water en vuur', zegt Hans Vanderheyden, sinds een jaar voorzitter van de club. Voor de fusie maakte hij deel uit van FC Pepingen, maar als jeugdspeler van SK Halle maakte hij nog mee hoe daar tot 800 à 900 man naar de thuiswedstrijden kwam.

Vandaag zijn dat er 200 à 250, en dat is veel meer dan beide clubs apart hadden in de laatste jaren voor de fusie, zegt Vanderheyden. In het begin liep het samengaan moeilijk, herinnert hij zich: 'Dat waren de oude tegenstellingen. De heren van 't stad tegen de boerkes van den buiten. Nu loopt dat goed. Met de inbreng van nieuwe mensen van buitenaf, die vaak ook jonger zijn, hebben we nu een prima mix waarmee alles in de juiste plooi valt. Vandaag ben ik blij dat we de fusie gedaan hebben. Ik zou zelfs durven zeggen: het is iets waar meer clubs zouden moeten aan denken - en niet alleen denken. Ze zouden er beter van worden, net als wij, daar ben ik zeker van. Maar je weet hoe dat gaat: aarzelen, naar mekaar kijken. Mijn raad? Gewoon doen.'

Een fusie is iets waar meer clubs zouden moeten aan denken - en niet alleen denken.'

Hans Vanderheyden, voorzitter SK Pepingen-Halle

In een vorig leven was de biotoop van Pepingen tweede provinciale, hoewel de club in 2013 naar vierde klasse promoveerde. Dat was vier jaar voor de fusie met SK Halle, dat - op één jaar in derde klasse na begin jaren '50 - vooral pendelde tussen eerste provinciale en vierde klasse, al herinnert de huidige voorzitter van de fusieclub zich ook bewogen derby's tussen de twee clubs in tweede provinciale.

Tering naar de nering zetten

Eén jaar na de fusie verhuisde de club naar Pepingen dorp, omdat de cvba die het stadion in Halle uitbaatte plots de huur verviervoudigde. Vorige maand werd het nieuwe complex in Halle ingehuldigd, waar de beide gemeentebesturen aan meewerkten. Dat is opmerkelijk, want Pepingen in het Pajottenland is geen deelgemeente van het naburige Halle, een stad met 40.000 inwoners, maar een zelfstandige entiteit die samen met de deelgemeenten amper 4500 toeschouwers telt. Voor Pepingen dorp zelf zijn dat er amper 1500.

De club hoort thuis in de tweede nationale amateur, meent de voorzitter. Tijdens de covidperiode leerde ook Pepingen-Halle de tering naar de nering zetten en schroefde de spelerscontracten terug. 'FC Pepingen heeft nooit financiële problemen gehad, maar vorig jaar hebben we tijdens de lockdown wel voor het eerst de bodem van de kas gezien', geeft de voorzitter toe.

Met de terugkeer naar de stad Halle hoopt men meer inkomsten aan sponsoring te kunnen halen, al blijft hét grote bedrijf van Halle, Colruyt, niet meteen geïnteresseerd in voetbalsponsoring. Waar Vanderheyden het meest trots op is, naast het verzoenen van water en vuur, is dat de jeugdwerking vruchten afwerkt en dat de club op die manier is uitgegroeid tot één van de grootste in Vlaams-Brabant, met 650 aangesloten spelers. 'Dat er acht zelf opgeleide spelers bij het eerste elftal spelen, daar ben ik fier op. Ons streefdoel is om dat percentage nog flink omhoog te krijgen.'

Intussen heeft de club, die op amper 15 kilometer van Anderlecht ligt, ook een samenwerkingsakkoord met OH Leuven. 'OHL was daarbij de vragende partij en onze trainers steken er veel van op. Door dat akkoord en een samenwerkingsverband met provincialer Huizingen kunnen wij aan elke voetballer speelgelegenheid aanbieden op zijn niveau.'

FC Pepingen-Halle is in deze reeks een twijfelgeval. Want Pepingen, waar de club tot vorig seizoen voetbalde, is een dorp, Halle een eeuwenoude stad in Vlaams-Brabant, ooit grensstad tussen Brabant en Henegouwen.Het huidige stamnummer van de club, 7741, is dat van FC Pepingen, de kleuren zijn die van de beide vroegere clubs samen (het geel-zwart van Pepingen plus het geel-blauw van SK Halle maakt geel-blauw-zwart) en het stadion waarin werd gespeeld was afwisselend dat van Halle aan de Ninoofsesteenweg (Lamme Guiche) en dat van FC Pepingen aan het Vroembos in Pepingen. Sinds vorige maand is de thuishaven de nieuwe accommodatie aan het Kruisveld in Halle.Het is vier jaar geleden dat de clubs de handen in mekaar sloegen; een stap die vanuit beide tegelijk gezet werd, waarna het stamnummer 87 van SK Halle verdween. 'In het begin was dat water en vuur', zegt Hans Vanderheyden, sinds een jaar voorzitter van de club. Voor de fusie maakte hij deel uit van FC Pepingen, maar als jeugdspeler van SK Halle maakte hij nog mee hoe daar tot 800 à 900 man naar de thuiswedstrijden kwam. Vandaag zijn dat er 200 à 250, en dat is veel meer dan beide clubs apart hadden in de laatste jaren voor de fusie, zegt Vanderheyden. In het begin liep het samengaan moeilijk, herinnert hij zich: 'Dat waren de oude tegenstellingen. De heren van 't stad tegen de boerkes van den buiten. Nu loopt dat goed. Met de inbreng van nieuwe mensen van buitenaf, die vaak ook jonger zijn, hebben we nu een prima mix waarmee alles in de juiste plooi valt. Vandaag ben ik blij dat we de fusie gedaan hebben. Ik zou zelfs durven zeggen: het is iets waar meer clubs zouden moeten aan denken - en niet alleen denken. Ze zouden er beter van worden, net als wij, daar ben ik zeker van. Maar je weet hoe dat gaat: aarzelen, naar mekaar kijken. Mijn raad? Gewoon doen.'In een vorig leven was de biotoop van Pepingen tweede provinciale, hoewel de club in 2013 naar vierde klasse promoveerde. Dat was vier jaar voor de fusie met SK Halle, dat - op één jaar in derde klasse na begin jaren '50 - vooral pendelde tussen eerste provinciale en vierde klasse, al herinnert de huidige voorzitter van de fusieclub zich ook bewogen derby's tussen de twee clubs in tweede provinciale.Eén jaar na de fusie verhuisde de club naar Pepingen dorp, omdat de cvba die het stadion in Halle uitbaatte plots de huur verviervoudigde. Vorige maand werd het nieuwe complex in Halle ingehuldigd, waar de beide gemeentebesturen aan meewerkten. Dat is opmerkelijk, want Pepingen in het Pajottenland is geen deelgemeente van het naburige Halle, een stad met 40.000 inwoners, maar een zelfstandige entiteit die samen met de deelgemeenten amper 4500 toeschouwers telt. Voor Pepingen dorp zelf zijn dat er amper 1500.De club hoort thuis in de tweede nationale amateur, meent de voorzitter. Tijdens de covidperiode leerde ook Pepingen-Halle de tering naar de nering zetten en schroefde de spelerscontracten terug. 'FC Pepingen heeft nooit financiële problemen gehad, maar vorig jaar hebben we tijdens de lockdown wel voor het eerst de bodem van de kas gezien', geeft de voorzitter toe.Met de terugkeer naar de stad Halle hoopt men meer inkomsten aan sponsoring te kunnen halen, al blijft hét grote bedrijf van Halle, Colruyt, niet meteen geïnteresseerd in voetbalsponsoring. Waar Vanderheyden het meest trots op is, naast het verzoenen van water en vuur, is dat de jeugdwerking vruchten afwerkt en dat de club op die manier is uitgegroeid tot één van de grootste in Vlaams-Brabant, met 650 aangesloten spelers. 'Dat er acht zelf opgeleide spelers bij het eerste elftal spelen, daar ben ik fier op. Ons streefdoel is om dat percentage nog flink omhoog te krijgen.' Intussen heeft de club, die op amper 15 kilometer van Anderlecht ligt, ook een samenwerkingsakkoord met OH Leuven. 'OHL was daarbij de vragende partij en onze trainers steken er veel van op. Door dat akkoord en een samenwerkingsverband met provincialer Huizingen kunnen wij aan elke voetballer speelgelegenheid aanbieden op zijn niveau.'