Het is zaterdag iets over elven 's avonds wanneer ze eerst de Belgische supporters in het Mapei Stadium gaan groeten, om daarna te gaan douchen en hun familie op te zoeken die buiten het stadion wacht. Voor hen zit het leven als Jonge Rode Duivel erop. De reden? Hun leeftijd. Het simpele feit dat ze geboren zijn voor 1 januari 1998, de geboortedatum waarna spelers niet meer in aanmerking komen voor het komende Euro U21 dat in 2021 gehouden wordt in Hongarije en Slovenië. Een toernooi dat voor de eerste keer doorgaat met zestien ploegen, en waarin de kwalificaties voor België aartsmoeilijk wordt, met Duitsland in dezelfde groep. Die loting houdt in dat België serieus rekening zal moeten houden met het spelen van barrages tegen de andere nummers twee van de overige groepen.

Met verder nog Wales, Bosnië-Herzegovina en Moldavië moet die tweede plaats haalbaar zijn, maar de vraag is: met welke spelers? Van de 23 Jonge Duivels die in Italië nooit belachelijk werden gemaakt maar wel zonder punten achterbleven trekken er vijftien definitief een streep onder hun beloftenstatus. Als ze in de toekomst nog voor de nationale ploeg willen uitkomen, zal dat met de Rode Duivels zijn, of een Afrikaans land waar ze familiale roots hebben.

Shortlist van 35 à 40 namen

'De spelers die bij mij blijven hebben in de voorbije week op dit EK fantastisch veel ervaring opgedaan', meent bondscoach Johan Walem voor hij de laatste Italiaanse nacht ingaat, alvorens naar België terug te keren. Walem hoopte stiekem op deelname aan de Olympische Spelen volgend jaar, maar wist ook dat dat een quasi onmogelijke opgave zou worden, in zo'n zware groep. Tegen voetballers die bijna wekelijks uitblinken in topcompetities als La Liga en de Serie A miste de Belgische selectie ervaring op topniveau, en misschien ook gewoon kwaliteit.

Voor de komende opdracht op 6 september 2019, de verplaatsing naar Wales, kan Walem nog rekenen op Sebastiaan Bornauw, Wout Faes, Alexis Saelemaekers, Orel Mangala en Yari Verschaeren, de jongste speler op het hele toernooi, en maker van één van de mooiste goals, tegen Italië. Verschaeren kan gezien zijn leeftijd nog twee edities mee (2021 en 2023). Wanneer hij over hem praat, spaart Walem zijn lof niet, terwijl de flaters van zijn verdedigers en de missers van zijn spitsen hem hoog zitten. Alles is te herdoen, de Belgische beloften zijn een bouwwerf die bijna vanaf de grond moet heropgebouwd worden. Dat kan aan de hand van een shortlist van 35 à 40 namen.

Johan Walem troost Francis Amuzu. De aanvaller is nog maar negentien en kan er dus op het EK 2021 opnieuw bij zijn., BELGAIMAGE
Johan Walem troost Francis Amuzu. De aanvaller is nog maar negentien en kan er dus op het EK 2021 opnieuw bij zijn. © BELGAIMAGE

Mile Svilar

Twee van de drie doelmannen haken af: Nordin Jackers, die in de fout ging in de openingsmatch, en Ortwin De Wolf, die sterk presteerde tegen Spanje en Italië, zijn te oud. Jens Teunckens van Antwerp blijft beschikbaar. Arnaud Bodart, neef van ex-Rode Duivel Gilbert Bodart, maakt al deel uit van de kern van Standard en behoort ook tot de uitgebreide kern van de nationale beloften, waar ook de piepjonge Nick Shinton, net als Verschaeren geboren in 2001, deel van uitmaakt. Op die lijst staan ook twee keepers van Genk: Gaëtan Coucke, die vorig jaar uitgeleend werd aan Lommel waar hij tot beste doelman van 1B werd uitgeroepen, en Maarten Vandevoordt, van wie op fluistertoon gezegd wordt dat hij beter is dan Thibaut Courtois op die leeftijd. Maar tijdens een babbel op het terras van het spelershotel nabij Sassuolo tempert Jean-François Remy dat verwachtingspatroon. 'Nieuwe Courtois, nieuwe Hazards, nieuwe Kompany's zijn er al zo veel geweest. Je mag dat soort vergelijkingen nooit maken. Laten we zien wat het wordt.'

Wanneer het over de doelmannen gaat, diept de assistent van Walem nog een andere naam op: die van Mile Svilar. Een paar jaar geleden werd de zoon van de legendarische Antwerpdoelman nog aangekondigd als the next big thing bij Anderlecht, maar toen dat niet meteen doorging trok hij ongeduldig naar Benfica. Dat was niet meteen een groot succes, maar zijn naam is op de radar gebleven: 'Voor jonge spelers die in het buitenland vastzitten is er maar één weg: ze moeten aanvaarden dat ze een stap achteruit moeten zetten, en speelminuten maken. Het vergt moed om een stap terug te zetten. Landry Dimata en Zinho Vanheusden hebben het wel gedurfd. Bij Wolfsburg en Inter zaten ze bij topclubs, maar het was pas na hun terugkeer naar België dat ze hun carrière opnieuw konden lanceren.'

Het zijn niet toevallig die twee namen die de T2 laat vallen. De twee besten van hun generatie hadden het toernooi in Italië moeten dragen, maar waren er door blessures niet bij. Hun afwezigheid werd cash betaald. Voor Dimata zit het erop bij de beloften, Vanheusden (geboren in 1999) komt nog in aanmerking, als hij niet sneller doorgeschoven wordt naar de A-ploeg.

Paars-witte kern?

Het kan dat de nieuwe lichting Jonge Rode Duivels flink paars-wit kleurt. Van de acht spelers die in Italië het toernooi afwerkten en nog altijd in de goeie leeftijdscategorie zitten voor de komende uitdaging, zijn er vier spelers van Anderlecht: Bornauw, Saelemaekers, Verschaeren en Francis Amuzu. Volgens de technische staf is het niet uitgesloten dat een aantal clubgenoten zich straks bij hen voegen voor de kwalificatiematchen. Daarbij valt de naam van Albert Sambi Lokonga, de jongere broer van Paul-José Mpoku, en van Jérémy Doku die allebei al speelminuten verzamelden met de A-ploeg van paars-wit. Als ze die lijn doortrekken, worden ze gegarandeerd opgeroepen voor de beloften. Walem en zijn staf letten ook op twee andere jonge voetballers van Sporting die de juiste leeftijd hebben: Sieben Dewaele (geboren in 1999), die speeltijd kan krijgen bij KV Kortrijk, en de piepjonge Mathis Suray, de zoon van ex-Anderlechtverdediger Olivier die even oud is als Verschaeren en nog twee campagnes kan meemaken.

Het meest logisch zou zijn dat Wout Faes Siebe Schrijvers opvolgt als kapitein.

François Remy, T2

De grote namen

Het grote deel van de toekomstige kern komt voor tachtig procent uit de spelers geboren in 1998 en 1999. Wie jonger is en in aanmerking wil komen, moet al een groot talent zijn, genre Verschaeren. Walem houdt er zo een aantal in het oog. Als ze bij hun respectieve clubs aan spelen toekomen, zullen ze er straks bij zijn. Een naam die telkens opnieuw opduikt wanneer de vernieuwing ter sprake komt, is die van Dante Rigo. Rigo was dé vedette van de nationale ploeg U17 die in 2015 de halve finale van het EK bereikte, en later derde werd op het WK in Chili. Hij kreeg quasi heel zijn voetbalopleiding bij PSV, waar hij afgelopen seizoen zijn eerste minuten maakte in de A-ploeg. Een debuut dat afgeremd werd door een blessure. Een uitleenbeurt aan Sparta Rotterdam moet hem toelaten meer ervaring op te doen.

Een andere speler die het duo Walem/Remy volgt, is Mechelaar Laurent Lemoine die vorig seizoen in 1B debuteerde. Ook hij was een van de sterkhouders van die fameuze lichting op het jeugd-WK in Chili.

Nog voetballers van die sterke lichting zijn: Matthias Verreth, ook een PSV-jeugdproduct dat bij de Eindhovense club een profcontract onderschreef; Dante Vanzeir, die met Genk in eerste klasse debuteerde en het afgelopen seizoen vaak meespeelde met Beerschot; Jorn Vancamp, nog een Beerschotspeler; Christophe Janssens, die ook bij Genk opgeleid werd en nu bij Westerlo voetbalt. Allemaal kandidaten voor een selectie, op voorwaarde dat ze bij hun clubs speeltijd krijgen. Twee jonge Bruggelingen die op de rand van de doorbraak staan kunnen zich bij hen voegen: Cyril Ngonge, die ook al van het eersteklassevoetbal mocht proeven maar die vooral opviel in de Youth League, en Loïs Openda, die al een stuk verder staat in zijn ontwikkeling en die er ei zo na al bij was op dit EK. Ook Louis Verstraete, een jeugdproduct van KAA Gent maar die een opvallend seizoen aflegde met Waasland-Beveren, behoorde tot de preselectie voor dit EK maar werd uiteindelijk niet weerhouden.

Wie na Schrijvers?

Voor Siebe Schrijvers is het hoofdstuk bij de beloften eveneens definitief voorbij. Dus moet Walem op zoek naar een nieuwe kapitein. 'Het meest logisch zou zijn dat Wout Faes hem opvolgt', meent François Remy. 'Hij was een sleutelspeler die erbij was in de halve finales met de U17 op het EK en in de ploeg die derde werd op het WK: iemand met persoonlijkheid, charisma, die ook erg veeleisend is voor zichzelf. Iemand die ook nog een flinke progressiemarge heeft. Misschien heeft dit EK hem de ervaring opgeleverd om de volgende stap te zetten. Hij had tenminste de moed om Anderlecht te ruilen voor Nederland en later Oostende, waar hij een volwaardig eersteklassespeler is geworden. Tegen Spanje toonde hij dat hij een groot potentieel heeft. Volgens mij ligt zijn toekomst in het buitenland.'

De outsiders

Nicolas Raskin (Standard)

De eerste nieuwe millennial die in de Belgische eerste klasse speelminuten kreeg, toen hij op zijn 16e met KAA Gent debuteerde. Toen Gent niet meer in hem geloofde, keerde hij in de winter terug naar Standard waar hij zijn opleiding kreeg.

Rubin Seigers (KRC Genk)

Debuteerde afgelopen seizoen met Genk in de hoogste klasse en speelde zijn eerste volledige wedstrijd op de laatste speeldag van play-off 1 tegen Standard.

Kino Delorge (Lierse Kempenzonen)

Opgeleid bij Genk, ietwat verloren gelopen in Roemenië en de afgelopen maanden op het Lisp bij Lierse.

Dennis Van Vaerenbergh (Dender)

International van bij de U15. Een jaar bij Club Brugge, nu een beetje in de vergetelheid bij Dender.

Thibault De Smet (KAA Gent)

Maakte afgelopen seizoen zijn eerste doelpunt in de hoogste afdeling, tegen KV Kortrijk.

Daam Foulon (Waasland Beveren)

Speelde met Anderlecht in 2017/18 de Youth League, debuteerde later met Waasland-Beveren in play-off 2 in eerste klasse. Zit al aan een twintigtal eersteklassematchen.

Thibaud Verlinden (Stoke City)

Ex-jeugdproduct van Standard en zoon van voormalig Clubmonument Dany Verlinden. Een beetje van de radar verdwenen in Engeland.

Xian Emmers (Inter)

Zoon van ex-international Marc Emmers en afgelopen seizoen door Inter uitgeleend aan de Italiaanse tweedeklasser Cremonese.

Théo Leoni (Anderlecht)

Eén van de vier jongeren die Vincent Kompany naar de A-kern overhevelde.

Thierry Lutonda (Anderlecht)

Hetzelfde parcours als Leoni.

Adrien Bongiovanni (AS Monaco)

Ruilde Standard op zijn zestiende voor Monaco dat hem afgelopen seizoen uitleende aan Cercle Brugge.

Ewoud Pletinckx (Zulte Waregem)

Speelde zo'n vijftien matchen op het hoogste niveau afgelopen seizoen.

Brandon Baiye (Club Brugge)

Authentiek Clubproduct, dat afgelopen seizoen debuteerde in 1A.

Het is zaterdag iets over elven 's avonds wanneer ze eerst de Belgische supporters in het Mapei Stadium gaan groeten, om daarna te gaan douchen en hun familie op te zoeken die buiten het stadion wacht. Voor hen zit het leven als Jonge Rode Duivel erop. De reden? Hun leeftijd. Het simpele feit dat ze geboren zijn voor 1 januari 1998, de geboortedatum waarna spelers niet meer in aanmerking komen voor het komende Euro U21 dat in 2021 gehouden wordt in Hongarije en Slovenië. Een toernooi dat voor de eerste keer doorgaat met zestien ploegen, en waarin de kwalificaties voor België aartsmoeilijk wordt, met Duitsland in dezelfde groep. Die loting houdt in dat België serieus rekening zal moeten houden met het spelen van barrages tegen de andere nummers twee van de overige groepen. Met verder nog Wales, Bosnië-Herzegovina en Moldavië moet die tweede plaats haalbaar zijn, maar de vraag is: met welke spelers? Van de 23 Jonge Duivels die in Italië nooit belachelijk werden gemaakt maar wel zonder punten achterbleven trekken er vijftien definitief een streep onder hun beloftenstatus. Als ze in de toekomst nog voor de nationale ploeg willen uitkomen, zal dat met de Rode Duivels zijn, of een Afrikaans land waar ze familiale roots hebben. 'De spelers die bij mij blijven hebben in de voorbije week op dit EK fantastisch veel ervaring opgedaan', meent bondscoach Johan Walem voor hij de laatste Italiaanse nacht ingaat, alvorens naar België terug te keren. Walem hoopte stiekem op deelname aan de Olympische Spelen volgend jaar, maar wist ook dat dat een quasi onmogelijke opgave zou worden, in zo'n zware groep. Tegen voetballers die bijna wekelijks uitblinken in topcompetities als La Liga en de Serie A miste de Belgische selectie ervaring op topniveau, en misschien ook gewoon kwaliteit. Voor de komende opdracht op 6 september 2019, de verplaatsing naar Wales, kan Walem nog rekenen op Sebastiaan Bornauw, Wout Faes, Alexis Saelemaekers, Orel Mangala en Yari Verschaeren, de jongste speler op het hele toernooi, en maker van één van de mooiste goals, tegen Italië. Verschaeren kan gezien zijn leeftijd nog twee edities mee (2021 en 2023). Wanneer hij over hem praat, spaart Walem zijn lof niet, terwijl de flaters van zijn verdedigers en de missers van zijn spitsen hem hoog zitten. Alles is te herdoen, de Belgische beloften zijn een bouwwerf die bijna vanaf de grond moet heropgebouwd worden. Dat kan aan de hand van een shortlist van 35 à 40 namen. Twee van de drie doelmannen haken af: Nordin Jackers, die in de fout ging in de openingsmatch, en Ortwin De Wolf, die sterk presteerde tegen Spanje en Italië, zijn te oud. Jens Teunckens van Antwerp blijft beschikbaar. Arnaud Bodart, neef van ex-Rode Duivel Gilbert Bodart, maakt al deel uit van de kern van Standard en behoort ook tot de uitgebreide kern van de nationale beloften, waar ook de piepjonge Nick Shinton, net als Verschaeren geboren in 2001, deel van uitmaakt. Op die lijst staan ook twee keepers van Genk: Gaëtan Coucke, die vorig jaar uitgeleend werd aan Lommel waar hij tot beste doelman van 1B werd uitgeroepen, en Maarten Vandevoordt, van wie op fluistertoon gezegd wordt dat hij beter is dan Thibaut Courtois op die leeftijd. Maar tijdens een babbel op het terras van het spelershotel nabij Sassuolo tempert Jean-François Remy dat verwachtingspatroon. 'Nieuwe Courtois, nieuwe Hazards, nieuwe Kompany's zijn er al zo veel geweest. Je mag dat soort vergelijkingen nooit maken. Laten we zien wat het wordt.' Wanneer het over de doelmannen gaat, diept de assistent van Walem nog een andere naam op: die van Mile Svilar. Een paar jaar geleden werd de zoon van de legendarische Antwerpdoelman nog aangekondigd als the next big thing bij Anderlecht, maar toen dat niet meteen doorging trok hij ongeduldig naar Benfica. Dat was niet meteen een groot succes, maar zijn naam is op de radar gebleven: 'Voor jonge spelers die in het buitenland vastzitten is er maar één weg: ze moeten aanvaarden dat ze een stap achteruit moeten zetten, en speelminuten maken. Het vergt moed om een stap terug te zetten. Landry Dimata en Zinho Vanheusden hebben het wel gedurfd. Bij Wolfsburg en Inter zaten ze bij topclubs, maar het was pas na hun terugkeer naar België dat ze hun carrière opnieuw konden lanceren.' Het zijn niet toevallig die twee namen die de T2 laat vallen. De twee besten van hun generatie hadden het toernooi in Italië moeten dragen, maar waren er door blessures niet bij. Hun afwezigheid werd cash betaald. Voor Dimata zit het erop bij de beloften, Vanheusden (geboren in 1999) komt nog in aanmerking, als hij niet sneller doorgeschoven wordt naar de A-ploeg. Het kan dat de nieuwe lichting Jonge Rode Duivels flink paars-wit kleurt. Van de acht spelers die in Italië het toernooi afwerkten en nog altijd in de goeie leeftijdscategorie zitten voor de komende uitdaging, zijn er vier spelers van Anderlecht: Bornauw, Saelemaekers, Verschaeren en Francis Amuzu. Volgens de technische staf is het niet uitgesloten dat een aantal clubgenoten zich straks bij hen voegen voor de kwalificatiematchen. Daarbij valt de naam van Albert Sambi Lokonga, de jongere broer van Paul-José Mpoku, en van Jérémy Doku die allebei al speelminuten verzamelden met de A-ploeg van paars-wit. Als ze die lijn doortrekken, worden ze gegarandeerd opgeroepen voor de beloften. Walem en zijn staf letten ook op twee andere jonge voetballers van Sporting die de juiste leeftijd hebben: Sieben Dewaele (geboren in 1999), die speeltijd kan krijgen bij KV Kortrijk, en de piepjonge Mathis Suray, de zoon van ex-Anderlechtverdediger Olivier die even oud is als Verschaeren en nog twee campagnes kan meemaken. Het grote deel van de toekomstige kern komt voor tachtig procent uit de spelers geboren in 1998 en 1999. Wie jonger is en in aanmerking wil komen, moet al een groot talent zijn, genre Verschaeren. Walem houdt er zo een aantal in het oog. Als ze bij hun respectieve clubs aan spelen toekomen, zullen ze er straks bij zijn. Een naam die telkens opnieuw opduikt wanneer de vernieuwing ter sprake komt, is die van Dante Rigo. Rigo was dé vedette van de nationale ploeg U17 die in 2015 de halve finale van het EK bereikte, en later derde werd op het WK in Chili. Hij kreeg quasi heel zijn voetbalopleiding bij PSV, waar hij afgelopen seizoen zijn eerste minuten maakte in de A-ploeg. Een debuut dat afgeremd werd door een blessure. Een uitleenbeurt aan Sparta Rotterdam moet hem toelaten meer ervaring op te doen. Een andere speler die het duo Walem/Remy volgt, is Mechelaar Laurent Lemoine die vorig seizoen in 1B debuteerde. Ook hij was een van de sterkhouders van die fameuze lichting op het jeugd-WK in Chili. Nog voetballers van die sterke lichting zijn: Matthias Verreth, ook een PSV-jeugdproduct dat bij de Eindhovense club een profcontract onderschreef; Dante Vanzeir, die met Genk in eerste klasse debuteerde en het afgelopen seizoen vaak meespeelde met Beerschot; Jorn Vancamp, nog een Beerschotspeler; Christophe Janssens, die ook bij Genk opgeleid werd en nu bij Westerlo voetbalt. Allemaal kandidaten voor een selectie, op voorwaarde dat ze bij hun clubs speeltijd krijgen. Twee jonge Bruggelingen die op de rand van de doorbraak staan kunnen zich bij hen voegen: Cyril Ngonge, die ook al van het eersteklassevoetbal mocht proeven maar die vooral opviel in de Youth League, en Loïs Openda, die al een stuk verder staat in zijn ontwikkeling en die er ei zo na al bij was op dit EK. Ook Louis Verstraete, een jeugdproduct van KAA Gent maar die een opvallend seizoen aflegde met Waasland-Beveren, behoorde tot de preselectie voor dit EK maar werd uiteindelijk niet weerhouden. Voor Siebe Schrijvers is het hoofdstuk bij de beloften eveneens definitief voorbij. Dus moet Walem op zoek naar een nieuwe kapitein. 'Het meest logisch zou zijn dat Wout Faes hem opvolgt', meent François Remy. 'Hij was een sleutelspeler die erbij was in de halve finales met de U17 op het EK en in de ploeg die derde werd op het WK: iemand met persoonlijkheid, charisma, die ook erg veeleisend is voor zichzelf. Iemand die ook nog een flinke progressiemarge heeft. Misschien heeft dit EK hem de ervaring opgeleverd om de volgende stap te zetten. Hij had tenminste de moed om Anderlecht te ruilen voor Nederland en later Oostende, waar hij een volwaardig eersteklassespeler is geworden. Tegen Spanje toonde hij dat hij een groot potentieel heeft. Volgens mij ligt zijn toekomst in het buitenland.'