Bijna een standbeeld in Beveren, een standbeeld voor zijn titel in Genk, vorig seizoen kampioen in Brugge: het leek de voorbije drie jaar wel of alles wat Philippe Clement aanraakte, in goud veranderde. Of toch bijna alles: twee bekerfinales, eentje met Genk en eentje met Club Brugge, gingen verloren.
...

Bijna een standbeeld in Beveren, een standbeeld voor zijn titel in Genk, vorig seizoen kampioen in Brugge: het leek de voorbije drie jaar wel of alles wat Philippe Clement aanraakte, in goud veranderde. Of toch bijna alles: twee bekerfinales, eentje met Genk en eentje met Club Brugge, gingen verloren. Een toptrainer was geboren: Trainer van het Jaar in 2019 en winnaar van de Trofee Raymond Goethals in 2018 en 2019, de eerste die zichzelf opvolgde op die nog jonge erelijst. En samen met Ivan Leko (Antwerp) en Marc Brys (OHL) is Clement opnieuw genomineerd. De uitreiking vindt plaats na Nieuwjaar, in december is er nog een tweede stemronde. Club weer aan een Europese overwintering helpen kan na de verloren bekerfinale een laatste duwtje geven, maar gezien het spel en de aanzwellende kritiek lijkt het onwaarschijnlijk. De nieuwe halfgod onder de Belgische trainers krijgt tegenwind. Dat vraagt om uitleg. Razend ambitieus, een beetje nijdig en met een ongelooflijke werkijver: zo presenteerde hij zich in Beveren bij het begin van het seizoen 2017/18. Niet meer piep, al 43, maar klaar om zelf zijn verhaal als hoofdtrainer te schrijven na periodes als linietrainer en beloftecoach onder Adrie Koster en assistent van Georges Leekens, Juan Carlos Garrido en Michel Preud'homme, die hem gaandeweg meer verantwoordelijkheden gaf. Intense scouting vooraf gaf hem inzage in de kwaliteiten van de Waaslanders. Clement gaf de ploeg een nieuwe smoel en zijn stijl: zo aanvallend mogelijk. Toen al zag je waar hij als hoofdtrainer naartoe wilde: veel snelheid en diepgang op de flanken ( Ampomah en Boljevic), op het middenveld een regisseur die de ballen exact kon neerleggen waar hij dat wilde ( Morioka) en voorin een targetspits die een bal kon bijhouden en de ploeg kon laten aansluiten, of naar wie je in tijden van nood een bal kon gooien die hij met de kop verwerkte. In een eerste fase Zinho Gano en toen die werd verkocht aan KV Oostende werd dat Kiese Thelin. Onthoud dat, want het komt telkens terug. Zijn manier van aanpakken: de belangrijke spelers een aai over de bol en veel vertrouwen geven, positivisme uitstralen en de zaken heel duidelijk stellen. Sleutelwoorden als commando's. Nog steeds doet hij dat zo, gaf hij onlangs aan in een interview over zijn werkmethode in De voetbaltrainer. Clement in oktober 2020: 'Bij mijn voetbalvisie hoort de laatste tijd ( hij deed het dus ook al in Beveren, nvdr) ook de ontwikkeling van een tactisch voetbalvocabulaire. Korte termen (één woord) die ervoor zorgen dat er in het veld heel snel tactische keuzes kunnen worden aangegeven. Elke term is gekoppeld aan een andere spelsituatie. Die termen zijn allemaal in het Engels, want dat is onze voertaal in de kleedkamer en op het veld. 'Als we in ondertal zijn en de tegenstander aan een counter begint, gebruiken we bijvoorbeeld de term fall back. Dan weten onze verdedigers dat ze remmend moeten wijken en achterwaarts moeten bewegen om het tempo eruit te halen, zodat medespelers de kans krijgen snel terug te komen. Met het roepen van dat ene woord weet dus elke speler wat van hem in die specifieke situatie wordt verlangd. Zo hebben we alle belangrijke wedstrijdsituaties gekoppeld aan een term. Dat is absoluut een verbetering van de coaching in het veld.' In Beveren leerde hij Jonas Ivens en Johan Van Rumst kennen, nu allebei in Brugge. Eerder zat Van Rumst ook al in Genk. Het creëert het beeld dat Clement met een vast team rond zich werkt, maar dat is een foute perceptie. Toen hij in de winter van 2017 onverwacht opstapte in Beveren om in Genk Albert Stuivenberg op te volgen, bleven Van Rumst en Ivens in het Waasland. Van Rumst werd pas in de zomer van 2018 zijn rechterhand in Limburg, Ivens volgde pas in de zomer van 2019 zijn ex-hoofdcoach naar Brugge. Tot 'team Clement' behoort sinds 2019 ook David Bombeke, nog een oude bekende uit zijn Waaslandse periode. Hij coördineert het Brugse medische departement. Het was vorige zomer een van de redenen waarom kinesist Jan Van Damme na negen jaar Club inruilde voor Antwerp. Als uitstekend analist bleken Clements presentaties aan de spelersgroep, in elkaar gebokst door Van Rumst, al van bij aanvang top. Duidelijke looplijnen, aangeven waar de ruimtes liggen, elke fase minutieus voorbereiden met veel info over de tegenstander. Zoals hij het zelf nodig had als speler. Hij was niet de meest wendbare, niet de meest getalenteerde, alleen door hard werk wist hij zich twintig jaar staande te houden. Hij verlangt het als trainer ook van zijn spelers, elke dag. Vermoedend dat Beveren in januari 2018 zou worden leeggeroofd, sprong hij in december op de Genkse trein. Het project in Beveren, dat in januari uiteen zou vallen, strookte niet meer met zijn persoonlijke ambities. De voordelen van Genk: een rijke kern (beter dan die van het ook geïnteresseerde Gent) en het huis dat hij kende. De start was niet goed, met opeenvolgend thuisverlies tegen KV Kortrijk en Anderlecht. Dat zette de kwalificatie voor play-off 1 op losse schroeven. Uiteindelijk lukte dat toch, op speeldag 25 dook Genk de top zes binnen. Hoe rijk en diep de kern er was, mag blijken uit het wedstrijdblad van de bekerfinale tegen Standard op 17 maart. Samatta, Trossard, Maehle, Dewaest: zij die Genk het seizoen daarop mee kampioen zouden maken, zaten die avond in het Koning Boudewijnstadion op de bank. Jere Uronen (gepasseerd) en Sander Berge (geblesseerd) haalden niet eens het wedstrijdblad. De manier van werken was dezelfde: vertrouwen geven, een knuffel, en veel duidelijkheid. Het bekerverlies was een tegenvaller, maar uiteindelijk kon Genk zich via een barragewedstrijd tegen Zulte Waregem voor Europees voetbal plaatsen. Met weer een 'nieuwe' groep ging hij op het elan door. Trossard, na een moeilijk seizoen bij de start van de play-offs in de basis geraakt en daar een revelatie, kreeg nu het volle vertrouwen. Samatta werd 'bevrijd' van Karelis, Maehle van Mata, Uronen van Nastic, Malinovski en Pozuelo kregen Berge als stofzuiger achter zich, terwijl Dewaest het gat van vertrekker Colley (naar Sampdoria) mocht opvullen. Kortom: in een jaar tijd moest Clement drie keer herprogrammeren (nadeel), maar (voordeel) drie keer kreeg hij jonge, enthousiaste veulens voor zich die open stonden voor zijn professionele manier van coachen en verticaal, dominant voetbal. Ze vonden het heerlijk. Zes maanden later moest Clement een vierde herstart maken, toen Pozuelo richting MLS vertrok. Wat iedereen vreesde - Genk zakt in elkaar - gebeurde niet. Integendeel. Genk werd scherper. Trossard kreeg nieuwe verantwoordelijkheden, met Junya Ito kwam snelheid op de rechterflank en het opstellen van Heynen bevrijdde Malinovski. Een targetspits die snel was, scoorde en met het hoofd ballen raakte, gekoppeld aan snelle flanken en op het middenveld iemand die de bal perfect kon neerleggen: het was er vanaf dag één in Beveren en het bleef tot het eind in Genk, waar hij opnieuw op het juiste moment vertrok. Naast de lokroep van dat oud lief was er ook het besef dat een nieuw jaar Genk, met spelers die er wilden vertrekken, gevaarlijk kon worden. De start van zijn eerste volledige seizoen in Genk was adembenemend: van juli tot eind december speelde Genk 33 wedstrijden en op één Europese uitschuiver (Sarpsborg) en een andere in eigen land (Cercle Brugge) na bleef Genk overeind zonder averij. Daar (en later bij een 15 op 15 in de play-offs) legde Genk de basis voor zijn titel. Hetzelfde gebeurde in Brugge, nieuwe bezems vegen uitstekend: dertig wedstrijden van eind juli tot eind december en alleen verlies tegen Europese toppers (2 x PSG en 1 x Real Madrid) en slechts één keer in eigen land, bij Antwerp. Net als in Genk bewees Clement ook in Brugge dat hij kon omgaan met een druk programma en heel snel een nieuwe groep naar zijn hand kan zetten. Ook dat hij tactisch soepel was. Tot zijn periode bij Genk ging hij meestal uit van een 4-3-3. Zo startte hij ook in Brugge, tot hij, na overleg met de sterkhouders, concludeerde dat de spelersgroep beter gebaat was bij een 3-5-2. Duidelijke looplijnen, goeie PowerPoints, veel snelheid en creativiteit op de flank ( Diatta, Dennis) en in de spits ( Okereke): Club ontplofte in die eerste weken. Het enige wat ontbrak was een targetspits met de rug naar doel, want de tegenstander zou zich gaan instellen en inzakken, vermoedde Clement. Rezaei bleek dat niet, dus kwam Diagne. Die bleek niet te coachen. Net als na het verdwijnen van Pozuelo stelde Clement zich daarop in. Hij liet het centrum soms leeg, liet veel opbouwen vanaf de rechterkant (Diatta, Vormer en Mata konden daar combineren), zodat Vanaken kon infiltreren en scoren. In januari werd dat bijgesteld met de komst van Krmencik. Die had weken niet gespeeld, kwam met een achterstand (en overgewicht) aan en toen was er corona, dat alles stillegde en de lacunes verbloemde die een rol konden spelen in de play-offs. Wat je toen hoorde was dat Clement bij de herstart met vers bloed - daar is hij goed in - het nieuwe kampioenschap zou kunnen aanvatten. Maar de anciens bleven en dus zat je met een déjà vu. Een aantal jongens weet na een jaar samenwerken waar ze in de ogen van hun coach staan. Okereke hoopte in juli nog dat hij zijn vliegende start van een jaar eerder zou mogen herhalen. Niet dus. Dennis weet ook al langer dan voor Dortmund dat zijn coach zich ergert aan zijn gedrag en zijn onvoorspelbaarheid. Clement houdt van voetballers à la Mechele of De Ketelaere, jongens die opletten als je tactische besprekingen geeft, harde werkers zoals hij zelf ook was. Dennis, Diatta (ook al scoorde hij al zes keer) en Okereke zijn de teleurstellingen van het nieuwe seizoen. Niet toevallig drie creatieve spelers die nood hebben aan vertrouwen, de aai, de omhelzing, maar wellicht ook aan publiek. Geen machines die in lege stadions boven zichzelf uitstijgen tegen Excel Mouscron of OHL. Krmencik had dit seizoen de oplossing kunnen zijn, maar hij evolueert van slecht naar slechter. Vanaken (al vijf goals en vijf assists) loopt zich te pletter, maar laat het de laatste weken ook vaker afweten. Aan wie moet hij de bal kwijt? Noa Lang, de enige nieuwkomer, komt ook in de bal en kan hoogstens kort combineren. Wat het voetbal van Clement sterk maakte - de targetspits én snelheid op de flanken, of een voetballer met een fantastische actie à la Trossard - heeft dit Club Brugge niet. Dus gaat het breed en traag, is er géén ruimte voor Vormer of Vanaken om in te infiltreren en stokt het spel tegen ploegen die diep inzakken. Dan blijft het 0-0, zoals in Moeskroen. Een groep die zijn hiërarchie kent opnieuw prikkelen, er bubbels aan toevoegen zonder dat die komen van nieuwe spelers of grotere concurrentie: dat is de uitdaging waar Clement zich nu al een paar weken de tanden op stuk bijt. De aai en de arm om de schouder helpen niet meer. Er is verdieping nodig. Er moet al eens bestraft worden (zie Dennis), of harder worden opgetreden (zijn uitval na Mechelen, de preek tegen Antwerp). Het is dus niet dat hij niet probeert - er wordt voortdurend gewisseld van namen, posities, tactiek - en het is ook niet dat er niet hard wordt gewerkt. Er kruipen nog steeds uren in de analyses. Toen hij begin dit seizoen, na de twee nederlagen tegen Beerschot en Charleroi, maar niet uit zijn voetbalbubbel raakte en zelfs een etentje met familie liet schieten, trok zijn vrouw met hem een dag naar zee om te plankzeilen. Het begin verliep moeizaam, maar op het einde van de dag had hij er zelfs plezier in. Plankzeilen in de winter is geen ideaal redmiddel om opnieuw een helikopterview te krijgen, maar het zou niet slecht zijn mocht de ambitieuze perfectionist iets meer geduld kunnen opbrengen voor spelers die anders zijn dan hijzelf. Of is Clement zo'n trainer die slechts in een korte periode het maximum uit een groep kan halen en dan weer verder moet? Dat kan ook.