Wie zaterdagavond de wedstrijd van Anderlecht op Eupen en de daarop volgende persconferentie bijwoonde, wist na afloop waar de klasse van het huidige paars-wit zich bevindt.
...

Wie zaterdagavond de wedstrijd van Anderlecht op Eupen en de daarop volgende persconferentie bijwoonde, wist na afloop waar de klasse van het huidige paars-wit zich bevindt. Tijdens de wedstrijd is dat langs de zijlijn, nadien achter een tafel met een naambordje waarop staat: Vincent Kompany. Heerlijk, zoals die na bijna tien minuten vragen over steriel voetbal en gebrek aan verticaliteit, terwijl thuistrainer Stefan Krämer er voor spek en bonen bijzat, zich in perfect Duits verontschuldigde: 'Sorry dat ik de hele tijd aan het woord ben, maar zo gaat dat nu eenmaal. Alleen als ik win, krijg ik maar twee vragen.' Het charisma van Kompany is samen met de onuitputtelijke bron van jong talent uit de jeugdacademie van Jean Kindermans, één van de weinige overlevenden van het ancien régime, en de clubkleuren zowat het enige wat de paars-witte fans nog weerhoudt van de totale wanhoop. Toen Kompany twee en een half jaar geleden besliste om in plaats van een chique jacht te kopen om daarmee ergens te gaan ronddobberen op de Middellandse Zee, zijn oude club weer op de kaart te helpen zetten, zal hij geen moment gedacht hebben dat hij na twee en een half jaar amper een stap verder zou staan in ' the process'. Vandaag heeft Kompany nog steeds niet de kwaliteit in de kern om het voetbal te spelen dat wil brengen. Dus probeert hij het met kleine stapjes, zoals zaterdagavond op Eupen waar paars-wit na de pijnlijke thuisnederlaag tegen stadsgenoot Union allereerst achterin beterschap wilde zien. Het startte met drie verdedigers, maar dat werden er al snel vijf toen rechtshalf Amir Murillo en linkshalf Sergio Gómez zich lieten terugzakken om de opschuivende flankspelers van de thuisploeg ( Andreas Beck en Konan N'Dri) op te vangen. In een niet zo ver verleden had Anderlecht die twee spelers van een bescheiden tegenstander gewoon laten lopen om zijn eigen ding te doen, denkende: ' We are Anderlecht!' Vandaag niet meer. Lees verder onder de samenvatting van Eupen - Anderlecht.'Of we nu met vijf, vier of drie verdedigers aantreden, maakt niet uit', legde Kompany na de wedstrijd uit: 'Wat ook onze opstelling is, onze filosofie is altijd dezelfde. En na vorige week, toen we zelf in de fout gingen, wilde ik in de eerste plaats stabiliteit in de verdediging. Dat is gelukt. Dit is een ploeg die stap voor stap moet groeien.' Wesley Hoedt leidde zaterdag de verdediging als de patron. Voor hem tikten de spelers meer dan aardig de bal rond. En rond. En rond. Het ging van links naar het midden, naar rechts, terug naar het midden, weer naar links, dan even naar achter, naar.... Geeuw... Bent u er nog? Af en toe werd de bal wél diep gestuurd, maar meestal op het verkeerde moment en niet wanneer Murillo, Gómez of Benito Raman de diepte in spurtten. Pas toen Gouden Schoen Lior Refaelov twintig minuten voor tijd werd ingebracht, legde Anderlecht meer inspiratie in zijn aanvallend spel. Alleen stopte het daar tien minuten voor tijd mee, om de bal rustig rond te spelen, hopend dat na het laatste fluitsignaal de bordjes bij de jury hen de beste score zou geven voor mooi spel én balbezit. Maar in voetbal gaat het niet om waarderingscijfers, wel om doelpunten. Schrijnend was het dat paars-wit in de laatste tien minuten niet eens meer probeerde om vol voor winst te gaan. Gelukkig gelooft Kompany zelf op dit moment nog in zijn project, al fronsen stilaan niet alleen de analisten en journalisten de wenkbrauwen. De dag dat ook hij niet meer in het verhaal gelooft, is het boeken toe op Anderlecht. Alleen moet dringend het beetje hoop flink aangeblazen worden. De Anderlechtfans, decennialang gewend aan dominantie en succes, hebben het héél moeilijk met dit jaarlijks herbeginnen zonder veel vooruitgang. Het huidige paars-wit is erger dan de processie van Echternach. Die zet na elke stap achteruit er tenminste twee vooruit. Zo ver is Anderlecht nog lang niet. Elke club kent in zijn geschiedenis pieken en dalen, maar zelfs in de moeilijke jaren na de overname wisten Bart Verhaeghe en Vincent Mannaert Club elk jaar in de top drie te droppen. Ze veranderden tal van andere dingen, maar aan de ziel van blauw-zwart raakten ze niet. Integendeel. Ze maakten daar, met de slogans No Sweat, No Glory en Bluv'n Goan een nog sterker merk van. Bij Anderlecht zijn zelfs de chique clubkostuums uit de traditie weggegomd. Ook op het veld blijft paars-wit ter plaatse trappelen. De schuld daarvoor nu nog op Herman Van Holsbeeck of Luc Devroe steken, zou pathetisch zijn. De laatste jaren hebben hun opvolgers ook spelers gehaald die miljoenen gekost hebben. Passanten veelal, met als resultaat dat men dit jaar nog meer eens moet herbeginnen. Dat gaven ook de eigen spelers tussen de lijnen door zaterdag. Benito Raman: 'Aanvallend kan het nog veel beter. Het is nog een beetje zoeken voor iedereen waar de ballen moeten gegeven worden.' Doelman Hendrik Van Crombrugge: 'Het doel was progressie maken. Ons grootste werkpunt blijft dat we tot een bepaald punt goed voetballen en dan niet meer verder kunnen.' Heeft Anderlecht eigenlijk niet precies dezelfde werkpunten als een jaar geleden? Van Crombrugge: 'Die vergelijking gaat niet op, ook omdat je weer een groot verloop van spelers hebt, dit seizoen net als vorig seizoen.' Thuisspeler Jens Cools vond het heel anders voetballen tegen Club dan tegen Anderlecht: 'Club heeft veel meer diepgang, voetbalt verticaal. Tegen Anderlecht hebben we veel meer horizontaal moeten lopen, van links naar rechts schuiven, maar aan de zestien meter stopt het. Anderlecht kon net iets minder druk zetten op ons doel, dat maakte het mentaal minder zwaar voor ons.' Morgen/donderdag treft Anderlecht Europees een tegenstander uit Albanië waarvan niemand ooit gehoord had. Toch durft anno 2021 niemand zijn hand in het vuur te steken dat paars-wit die lage horde neemt. Op de vraag of die match voor druk zorgt, rondde Kompany met een klasseflits af: 'Op Anderlecht rust altijd druk. Dat moet ook niet veranderen. Het is gewoon een kwestie om daarmee om te kunnen gaan.' Hij kan dat wel. De vraag is: kan de rest van de club dat ook?