Het werd voor de bezoekers een feestmatch, het veld op komen tussen een erehaag van spelers van de thuisploeg. Genieten. Nog even ook tijdens de beginfase, met een heerlijke goal van Pedersen. En dan putten in het krachtenarsenaal, om het eindsignaal te halen. Vervolgens de stad in, voor een feestje onder supporters. Het Gentse centrum kleurde blauw en wit.

Anderlecht gebruikte zijn laatste thuiswedstrijd voor een interessant experiment: een aanval met twee centrumspitsen. Aaron Leya Iseka werd aan Aleksandar Mitrovic gekoppeld. Iseka stond meestal rechts, Mitrovic links, al waaierde de Servische topschutter ook naar de flanken uit of haakte hij af, als op die flanken een verdediger diep infiltreerde. Want dat deed Hasi ook, uitpakken met twee zeer offensieve flankspelers: rechts Najar, links Acheampong. Op het middenveld een vierkant, zoals Anderlecht ook in de bekerfinale Club voor de rust wat weg tikte. Toen nog met Marín, nu stonden Praet (de diepste), Defour (rechts), Tielemans (links) en Dendoncker (op zes) samen te voetballen. Het bracht veel beweging, ook al was het warm, agressie, een bij tijd en wijlen goeie balcirculatie en veel meer volk in de zestien. Iseka kreeg een handvol kansen, maar moet nog stappen zetten in de afwerking, Mitrovic kreeg er ook. En Praet kon een paar keer dreigen, één van zijn infiltraties leverde uiteindelijk de aanzet tot de 2-1 op.

Waar miste Anderlecht de titel?

Een interessant experiment, ook al leden de Brusselaars aan het euvel van de andere wedstrijden in de play-offs: te veel kansen die de nek werden omgewrongen. Achterin hielden Mbemba en Deschacht de boel makkelijk gesloten. Voor de Congolees was het ongetwijfeld zijn afscheid aan het Park. Net als Kouyaté mag Mbemba zeggen dat hij klaar is voor een stap hogerop. De enige Brusselaar, al denken er dat nog wel een paar.

Waar miste Anderlecht de titel? Hasi zal terecht zeggen dat de pijnpunten achterin lagen, op spelhervattingen, en dat Iseka nog stappen moet zetten in toppers die er wél toe doen (dit was een vriendenmatch) voor hij een basisplaats kan claimen en deze variant kan worden gebruikt. En ook dat Anderlecht dit seizoen in de play-offs meer scoorde dan vorig jaar (18 vs 17) terwijl ze nu veel minder punten haalden (17 vs 22), aan het offensieve alleen lag het niet.

Gent sloot zijn play-offs af met een logische nederlaag, de benen wilden nog, maar hadden slechts energie voor een uur. Het werd kampioen met 20 op 30 in de play-offs, dat is één van de beste prestaties in deze eindronde, zoals die sinds het seizoen 2009-2010 wordt gespeeld. In 2010 pakte kampioen Anderlecht 24 op 30. In 2011 werd Genk kampioen met 19 op 30 (Standard was toen veruit de beste met 28 op 30, maar had te veel achterstand bij de start). In 2012 werd Anderlecht kampioen met 18 op 30 in de play-offs, in 2013 zelfs met 15 op 30, evenveel als Zulte-Waregem. Vorig jaar was er dan die 22 op 30, nu haalde Gent er twee minder.

Vice-kampioen Club Brugge haalde in de play-offs één keer 19 punten (in 2013), één keer 17 (in 2012, toen het ook vice-kampioen werd), één keer 15 punten (in 2010) en drie keer 16 punten (2015, 2014 en 2011).

Het werd voor de bezoekers een feestmatch, het veld op komen tussen een erehaag van spelers van de thuisploeg. Genieten. Nog even ook tijdens de beginfase, met een heerlijke goal van Pedersen. En dan putten in het krachtenarsenaal, om het eindsignaal te halen. Vervolgens de stad in, voor een feestje onder supporters. Het Gentse centrum kleurde blauw en wit.Anderlecht gebruikte zijn laatste thuiswedstrijd voor een interessant experiment: een aanval met twee centrumspitsen. Aaron Leya Iseka werd aan Aleksandar Mitrovic gekoppeld. Iseka stond meestal rechts, Mitrovic links, al waaierde de Servische topschutter ook naar de flanken uit of haakte hij af, als op die flanken een verdediger diep infiltreerde. Want dat deed Hasi ook, uitpakken met twee zeer offensieve flankspelers: rechts Najar, links Acheampong. Op het middenveld een vierkant, zoals Anderlecht ook in de bekerfinale Club voor de rust wat weg tikte. Toen nog met Marín, nu stonden Praet (de diepste), Defour (rechts), Tielemans (links) en Dendoncker (op zes) samen te voetballen. Het bracht veel beweging, ook al was het warm, agressie, een bij tijd en wijlen goeie balcirculatie en veel meer volk in de zestien. Iseka kreeg een handvol kansen, maar moet nog stappen zetten in de afwerking, Mitrovic kreeg er ook. En Praet kon een paar keer dreigen, één van zijn infiltraties leverde uiteindelijk de aanzet tot de 2-1 op. Een interessant experiment, ook al leden de Brusselaars aan het euvel van de andere wedstrijden in de play-offs: te veel kansen die de nek werden omgewrongen. Achterin hielden Mbemba en Deschacht de boel makkelijk gesloten. Voor de Congolees was het ongetwijfeld zijn afscheid aan het Park. Net als Kouyaté mag Mbemba zeggen dat hij klaar is voor een stap hogerop. De enige Brusselaar, al denken er dat nog wel een paar.Waar miste Anderlecht de titel? Hasi zal terecht zeggen dat de pijnpunten achterin lagen, op spelhervattingen, en dat Iseka nog stappen moet zetten in toppers die er wél toe doen (dit was een vriendenmatch) voor hij een basisplaats kan claimen en deze variant kan worden gebruikt. En ook dat Anderlecht dit seizoen in de play-offs meer scoorde dan vorig jaar (18 vs 17) terwijl ze nu veel minder punten haalden (17 vs 22), aan het offensieve alleen lag het niet.Gent sloot zijn play-offs af met een logische nederlaag, de benen wilden nog, maar hadden slechts energie voor een uur. Het werd kampioen met 20 op 30 in de play-offs, dat is één van de beste prestaties in deze eindronde, zoals die sinds het seizoen 2009-2010 wordt gespeeld. In 2010 pakte kampioen Anderlecht 24 op 30. In 2011 werd Genk kampioen met 19 op 30 (Standard was toen veruit de beste met 28 op 30, maar had te veel achterstand bij de start). In 2012 werd Anderlecht kampioen met 18 op 30 in de play-offs, in 2013 zelfs met 15 op 30, evenveel als Zulte-Waregem. Vorig jaar was er dan die 22 op 30, nu haalde Gent er twee minder. Vice-kampioen Club Brugge haalde in de play-offs één keer 19 punten (in 2013), één keer 17 (in 2012, toen het ook vice-kampioen werd), één keer 15 punten (in 2010) en drie keer 16 punten (2015, 2014 en 2011).