Neerpede draait sinds kort opnieuw op volle toeren. Anderhalf jaar lang rolden er geen nieuwe modellen van de band - de productielijn lag bijna stil. René Weiler had het niet zo begrepen op jonge spelers. Hij had perfecte machines nodig, geen half afgewerkt tuig waar hij zelf nog aan moest sleutelen. Vandaag zouden Dodi Lukebakio, Orel Mangala en Samuel Bastien wellicht in aanmerking komen voor een basisplaats, maar ze moesten op de vlucht voor Weiler. Het was wachten tot Hein Vanhaezebrouck uit pure noodzaak de assemblageband weer opstartte en jeugdspelers Alexis Saelemaekers, Albert Sambi Lokonga en Francis Amuzu afleverde. Bouwjaar: 1999. En vooral: spelers van wie verwacht werd dat ze pas komende zomer voor het eerst mee op stage zouden gaan.
...

Neerpede draait sinds kort opnieuw op volle toeren. Anderhalf jaar lang rolden er geen nieuwe modellen van de band - de productielijn lag bijna stil. René Weiler had het niet zo begrepen op jonge spelers. Hij had perfecte machines nodig, geen half afgewerkt tuig waar hij zelf nog aan moest sleutelen. Vandaag zouden Dodi Lukebakio, Orel Mangala en Samuel Bastien wellicht in aanmerking komen voor een basisplaats, maar ze moesten op de vlucht voor Weiler. Het was wachten tot Hein Vanhaezebrouck uit pure noodzaak de assemblageband weer opstartte en jeugdspelers Alexis Saelemaekers, Albert Sambi Lokonga en Francis Amuzu afleverde. Bouwjaar: 1999. En vooral: spelers van wie verwacht werd dat ze pas komende zomer voor het eerst mee op stage zouden gaan. Volgend seizoen zal pas blijken hoe erg Vanhaezebrouck begaan is met de jeugd. Maar dat hij het lef had om jeugdspelers te introduceren, wordt op Neerpede op applaus onthaald. HVH heeft op een paar maanden tijd meer voor het opleidingscentrum van Anderlecht gedaan dan zijn drie voorgangers samen. De timing kon eigenlijk niet beter: in het voorjaar beslissen ouders - en bij uitbreiding ook de makelaars - waar hun zoon volgend seizoen zal voetballen. 'Het is elk jaar een gevecht om de beste spelers te houden', aldus Stéphane Stassin, trainer van de U19 op Anderlecht. 'In de gesprekken met de ouders komt vaak dezelfde vraag terug. Ze willen weten of er perspectieven zijn om in de eerste ploeg te geraken. Ze zeggen dan: 'Oké, de club heeft een mooi project uitgewerkt voor mijn zoon. Maar waarom zouden we blijven? Met deze trainer zal mijn zoon geen kans krijgen.' De bekommernis van de ouders vat het probleem op Neerpede goed samen: Anderlecht is voor de doorstroming van zijn jeugdspelers te afhankelijk van de sportieve baas in het Vanden Stockstadion. De club slaagde er de voorbije jaren niet in om zijn visie over de inpassing van zelf opgeleide jongens op te dringen aan een nieuwe coach. Laat staan dat er een duidelijke beleidslijn was uitgestippeld waar de trainer zich aan moet houden. 'Er is veel geld verspild aan spelers die het niet waard waren om voor Anderlecht te spelen en die zomaar de plaats inpikten van de eigen jeugd. Er is talent zat. De club zou moeten zeggen: dit zijn de talenten, wees er geduldig mee, en zet ze aan het werk. Het zou een voorwaarde moeten zijn om hoofdtrainer te kunnen worden op Anderlecht.' Mauves Army, de ultras van Anderlecht, hebben er hun slagzin van gemaakt: In youth we trust. Soms werd de leuze gebruikt als statement tegen het (transfer)beleid van Herman Van Holsbeeck. Even vaak wilde de harde kern benadrukken waar RSCA voor staat en hoe het DNA-materiaal van de club is opgebouwd. En dat heeft Marc Coucke ook begrepen. De nieuwe sterke man van Anderlecht nodigde zichzelf vorige dinsdag uit in de kleedkamer van de U21 en vuurde voor de aftrap tegen Lokeren een speech af die indruk maakte op de spelers. 'Wij geloven in de jeugd en in het opleidingscentrum', was de boodschap van Coucke. 'Deze titel doet mij extra plezier want het is mijn eerste met Anderlecht.' RSCA plukt nu de vruchten van een scoutingsysteem dat vanaf 2010 door Urbain Haesaert, hoofd van de jeugdscouting bij Anderlecht, geperfectioneerd werd. Onder het bewind van Hasaert werd een strategie beraamd om de grootste talenten zo vroeg mogelijk te detecteren en naar Neerpede te halen. Het doel? Hen op een jonge leeftijd kneden - hoe jonger, hoe kneedbaarder - en hen opleiden tot de perfecte Anderlechtspeler. Een Youri Tielemans zeg maar, die lang voor zijn tiende verjaardag op Anderlecht neerstreek en uitgroeide tot een sierlijke voetballer die met zijn beide voeten een perfecte pass kan geven. Hasaert implementeerde min of meer dezelfde methodiek als bij zijn vorige werkgever Ajax. 'Ik heb meestal aan een kwartier genoeg om een speler te analyseren', beweert Haesaert. 'Techniek en spelintelligentie zijn al een eerste aanwijzing. Maar daar stopt het niet. Ik kijk naar tal van zaken. Is hij aanspeelbaar ? Hoe is zijn balaanname? Speelt hij de bal precies door? Is hij goed in de lucht? Kan hij een individuele actie maken? Hoe is zijn balrecuperatie? Werkt hij mee in balverlies? Ik laat de speler door een andere scout volgen en dan ga ik nog eens doorscouten. We leven in een digitale wereld - straks zullen trainers achter hun computerscherm een wedstrijd leiden - maar ik heb niets liever dan de geur van een kleedkamer.' De voorbije jaren is de aanwervingspolitiek lichtjes veranderd. Vroeger werd bijna uitsluitend gezocht naar instinctspelers met een oogverblindende techniek. Nu worden er al sneller spelers aangetrokken met iets minder puur talent, die afwijken van het typische Anderlechtprofiel, maar met hun kwaliteiten de gebreken van hun technisch onderlegde ploegmaats moeten compenseren. Stassin: 'Als ik kon, zou ik elf Tielemansen opstellen, maar op Anderlecht beginnen we te beseffen dat voetbal meer en meer richting fysiek en tactiek opschuift. Dat merken we vooral als we tegen Club Brugge en Standard voetballen. En dus rekruteren we spelers die vroeger nooit in aanmerking kwamen.' Op termijn wil Anderlecht zelf diepe spitsen opleiden. Het is de knelpuntpositie bij uitstek op Neerpede. Aan flankaanvallers geen gebrek, maar de laatste tien jaar haalden slechts vier spitsen minstens de bank: Romelu Lukaku, Nathan Kabasele, Aaron Leya Iseka en Jorn Vancamp. Kabasele speelt nu bij Union in 1B, terwijl Leya Iseka en Vancamp, verhuurd aan Zulte Waregem en Roda JC, geen toekomst lijken te hebben bij Anderlecht. 'Op tornooien winnen we vaak de trofee voor beste doelschutter', aldus Stassin. 'Waarom krijgen we die jongens dan niet in de eerste ploeg? Het is een probleem waar we ons over moeten buigen.' Anderlecht zou ook meer moeten profiteren van zijn centrale ligging in België om de beste Brusselaars naar Neerpede te halen. Een utopie, zo blijkt. 'Brussel is een ongelofelijke kweekvijver van voetbaltalent, maar je kan ze niet allemaal nemen. Je moet keuzes maken en daardoor verlies je al eens jongens aan Standard, Club Brugge, Genk', klinkt het op Neerpede. Er valt te horen dat veel Brusselaars uit gezinnen met een zwakke socio-economische situatie sneller aangetrokken zijn door financiële argumenten. Een vijftal jaar geleden was een trainer getuige van een gesprek tussen twee spelers van de U17. Een van de twee, een Brusselaar, gaf toe dat hij meer verdiende dan zijn moeder. Bij de U21 zijn er op dit moment spelers die het hele gezin onderhouden met hun loon. Niet verwonderlijk aangezien het maandsalaris kan variëren van 1800 euro tot 10.000 euro. Aan de andere kant zijn er ook jongeren die enkel voordelen in natura ontvangen. Een speler die zich enkele jaren geleden bij de U13 aansloot, werd vrijgesteld van het lidgeld van 260 euro en de kosten voor de zomerstage die opliepen tot 100 euro. Bovendien versierde hij via Jean Kindermans, directeur van de jeugdschool, een sponsorcontract bij Adidas. Een bewijs dat Anderlecht niet meer meedoet aan de opbodpolitiek? Ondanks de serieuze financiële en sportieve inhaalbeweging die Genk en Club Brugge aan het maken zijn, blijft Anderlecht dé referentie op het vlak van jeugdwerking. De U21 zijn al kampioen en van de zes andere ploegen die een officieel kampioenschap spelen, staat zeker de helft op een zucht van de titel. Enkel de U19, volgens veel mensen op Neerpede de lichting met het minste talent, konden zich niet mengen in het titeldebat. 'Mij zal je niet horen zeggen dat we de beste opleiding van het land hebben', aldus Noureddine Moukrim, coach van de U14. 'Het verschil met de andere topclubs zit hem in de details. De kwaliteit van de trainingen, ons streven om de spelers tweevoetig te maken en het feit dat creativiteit hier aangemoedigd wordt. Kinderen mogen hun verbeelding laten botvieren.' Het is ook geen toeval dat Anderlecht elk jaar op de meest prestigieuze internationale tornooien wordt uitgenodigd. De U14 stapten afgelopen vrijdag nog het vliegtuig op richting Japan om er deel te nemen aan het Tokio U14 International Youth Tournament. Op die buitenlandse tornooien stoten de Brusselaars vaak door tot de laatste vier. Maar de Brusselaars maken ook indruk met hun manier van werken. Een trainer van FC Nantes, een club met een uitstekende reputatie inzake jeugdopleiding, was stomverbaasd over het aantal trainingen dat spelertjes van de U10 van Anderlecht krijgen. 'Wij hebben twintig jaar achterstand op jullie', liet de man zich ontvallen. 'Jongens van 18 jaar hebben bij Nantes drie trainingen per week en met een beetje geluk kunnen ze een half uur met een fysiektrainer werken.' Een speler die in het Purple Talent-circuit zit, haalt bij Anderlecht al snel zeven trainingen per week. Vier keer op de club en drie sessies op maandag, dinsdag en donderdag op school. Met de ingebruikname van het Neerpede Training Centrum, het nieuwe trainingscomplex voor het eerste elftal en alle jeugdploegen vanaf de U15, heeft Anderlecht sinds 2011 een geweldig instrument in handen om de doorstroming te verzekeren. De bouw van het gloednieuwe oefencentrum ging wel ten koste van de RSCA Foot Academy, de locatie waar alle teams tot de U14 trainen en spelen. De huidige accommodatie met haar synthetische veld, grasveld en indoorhal is ruim ontoereikend voor een club als Anderlecht én is dringend aan vernieuwing toe. Het synthetische veld komt geregeld blank te staan omdat de afwatering versleten is en het grasveld kan de opeenvolging van trainingen en wedstrijden niet meer aan. Trainers pleiten al jaren voor een uitbreiding van de site - iets wat er zit aan te komen gezien de recente expansiedrang van de club - en een herinrichting van de gebouwen. Er wordt terecht opgemerkt dat de honderdduizenden euro's die onlangs gespendeerd werden aan de aankoop van nieuw materiaal voor de fitnessruimte op Neerpede gebruikt hadden kunnen worden om het hoofdgebouw van de RSCA Foot Academy op te frissen en een vergader- of kinéruimte op te trekken. Het zou een extra argument zijn om spelers te overtuigen om een inschrijvingskaart te tekenen bij Anderlecht. Stassin: 'Nu moeten wij een jong gastje rondleiden en ietwat genegeerd zeggen: 'Hier ga je de komende jaren trainen.' Stel je voor dat die jongen ook contacten heeft met Genk en Standard. Ik kan begrijpen dat ouders na een bezoek aan ons trainingscentrum hun zoon naar onze concurrenten sturen. Gewoon omdat de trainingsfaciliteiten daar beter zijn.' Verschillende mensen zijn bij Coucke aan het lobbyen om een masterplan uit te werken voor de hele site. Een grondige renovatie en de bouw van een stadionnetje met een vijfhonderdtal plaatsen waar de beloften hun wedstrijden kunnen spelen is een optie. Of alles platgooien en van nul herbeginnen. Het is wachten tot het nieuwe bestuur officieel zijn langetermijnplan met de jeugd lanceert. Stabiliteit in de jeugdwerking is altijd de kracht geweest van Anderlecht. Iedereen vraagt zich nu af of Coucke bereid is om meer middelen in te zetten om de research op Neerpede verder te ontwikkelen.