Een beetje verrassend kon je in de algemene voorbeschouwingen op play-off 1 bij KAA Gent en Anderlecht lezen dat ze droomden van meer. Een heel seizoen lang hadden beide clubs geharkt om erbij te zijn, slechts een perfect parcours in de allerlaatste rechte lijn tegen niet altijd de sterkste tegenstand bracht zekerheid. Enige bescheidenheid was er meer op zijn plaats.
...

Een beetje verrassend kon je in de algemene voorbeschouwingen op play-off 1 bij KAA Gent en Anderlecht lezen dat ze droomden van meer. Een heel seizoen lang hadden beide clubs geharkt om erbij te zijn, slechts een perfect parcours in de allerlaatste rechte lijn tegen niet altijd de sterkste tegenstand bracht zekerheid. Enige bescheidenheid was er meer op zijn plaats. Hard is dan nu ook de confrontatie met de realiteit van play-off 1, al is de ene 0 op 9 de andere niet. KAA Gent ging na een vroege rode kaart nog duidelijk met de billen bloot in Brugge, maar herpakte zich tegen Standard en was zelfs een hele tijd de betere in het hol van de competitieleider, dat werd gered door een paar geniale bevliegingen van Roeslan Malinovski. Hoe anders wroet Anderlecht zich door deze play-offs. Weggespeeld in Genk, waar het gebrek aan snelheid soms pijnlijk was. Weggezet door Club in eigen huis, halfweg de eerste helft moest het tactische strijdplan al overboord. Nog wel fel teruggevochten na de rust, maar vervolgens die lijn nooit kunnen doortrekken tegen Antwerp. De nederlaag van zondagavond werd voltrokken door Dieumerci Mbokani. Dat er stemmen opgaan om hem terug te halen naar Brussel, is onbegrijpelijk. Dieu is na een moeilijk seizoen met fysieke pijntjes bezig aan zijn indian summer, ingegeven door eerzucht maar ook door de nood aan een nieuw contract. Hebben de Brusselaars niet meer aan een spits in volle zomerbloei, om lentekind Landry Dimata te assisteren? En hebben ze daar ook niets geleerd uit de veel te dure contractverlenging van Adrien Trebel? Net als Roland Duchâtelet maakt Marc Coucke nu kennis met de andere kant van de medaille. Op het moment dat ze een topclub overnamen die meer paste bij hun verlangen om ook in voetballand iets te betekenen, ging het fout. Grondig en gepaard gaand met (streng te veroordelen) supportersgeweld. Het protest doet wat terugdenken aan de opstand tegen Bart Verhaeghe in diens beginjaren bij Club Brugge. Ook toen struikelde een zakenman in zijn haast om de club naar zijn hand te zetten. Gelukkig viel Verhaeghe, gesteund door Vincent Mannaert, snel terug op het DNA van zijn club en iets meer rust in de aanpak. Zo werd Club na een paar jaar in de doldrums een vast baken van succes met straks misschien een derde titel in vier jaar. Duchâtelet vond in Luik nooit zijn Mannaert. Was hij er even emotioneel intelligent geweest als zakelijk en had hij na de overname een tandem gevormd met Luciano D'Onofrio, zijn Luiks avontuur had er wellicht heel anders uitgezien. Op dat vlak getuigde Paul Gheysens (al even bereid tot geld spenderen als Coucke, maar intern wél afgeremd) met Antwerp van meer inzicht. Met rasse schreden groeit aan de Oude Bosuilbaan een topclub, als straks de bouwplannen kunnen verzoend worden met de inkleuring van de lokale groen- en recreatiezone, wordt de G5 een G6. In Brussel is het afwachten of Coucke zijn rechterhand vond in de figuur van Michael Verschueren. Is die bereid om de komende pakweg tien jaar 60, 70 uur van zijn werkweek op te offeren aan zijn club? Het moet ook nog blijken of Frank Arnesen en Pär Zetterberg bakens zijn waarop Coucke kan varen. Anderlecht zou dit seizoen best uit de Europese pot kunnen vallen, de nederlaag zondag was al de twaalfde tegen andere Belgische ploegen. Vorig seizoen verloor het dertien keer, waarvan toen ook al zes van de tien duels in play-off 1. De klad zit er al veel langer in, Anderlecht was de voorbije jaren te veel kiekenkot zonder visie. Maar geen paniek: het geld is er, het talent ook. Zaak is nu om de nostalgie te bannen (weg met de gedachte aan Mbokani) en de blik te richten op de toekomst. Met bijvoorbeeld een jonge frisse van het Brusselse DNA doordrongen trainer.