Om de analyse te maken hebben we drie categorieën verzameld: 1) het aantal Belgische debutanten van 21 jaar of jonger uit de eigen jeugdopleiding en het percentage van hun speelminuten op het totale aantal minuten van hun club in de eerste acht speeldagen van de Jupiler Pro League, 2) dezelfde criteria, maar dan voor het volledige vorige seizoen 2019/20 (over 29 speeldagen, tot de coronalockdown) en 3) het totale aantal jeugdspelers (21 of jonger), los van het tijdstip van hun debuut, en de verhouding van hun speelminuten in de eerste acht speeldagen van deze voetbaljaargang.
...

Om de analyse te maken hebben we drie categorieën verzameld: 1) het aantal Belgische debutanten van 21 jaar of jonger uit de eigen jeugdopleiding en het percentage van hun speelminuten op het totale aantal minuten van hun club in de eerste acht speeldagen van de Jupiler Pro League, 2) dezelfde criteria, maar dan voor het volledige vorige seizoen 2019/20 (over 29 speeldagen, tot de coronalockdown) en 3) het totale aantal jeugdspelers (21 of jonger), los van het tijdstip van hun debuut, en de verhouding van hun speelminuten in de eerste acht speeldagen van deze voetbaljaargang. Opvallendste vaststelling: coronatijden met minder inkomende transfers en minder inkomsten hebben voorlopig amper kansen gecreëerd voor nieuwe jongeren uit de eigen jeugd. In totaal hebben er in het competitiebegin slechts zeven gedebuteerd in het eerste elftal, van wie twee bij KRC Genk ( Luca Oyen, 17 jaar, 288 minuten en Elias Sierra, 19, 9 minuten) en twee bij Standard ( Damjan Pavlovic, 19 jaar, 62 minuten en Michel-Ange Balikwisha, 19, 148 minuten). Verder alleen nog bij KAA Gent ( Matisse Samoise, 18 jaar, 16 minuten), Eupen ( Marciano Aziz, 19 jaar, 15 minuten), en Club Brugge ( Thomas Van den Keybus, 19 jaar, 4 minuten). Behalve voor Oyen en Balikwisha waren die eerste speelkansen ook niet meer dan 'proevertjes': 1% van het totaal aantal speelminuten voor de zeven jonge nieuwkomers bij die vijf clubs. En als je dat opentrekt naar de 18 JPL-ploegen (waarvan er 13 tot dusver dus géén eigen jeugdspelers lieten debuteren), dan kom je uit op amper 0,4%. Ter vergelijking: vorig seizoen maakten, weliswaar over 29 speeldagen, 25 eigen jeugdspelers hun debuut. Maar toen waren die nieuwe jongeren nog goed voor 2,3% van het totale aantal minuten van de toen zestien eersteklassers. Weliswaar in grote mate te danken aan Anderlecht, waar liefst zeven nieuwelingen ( Sardella, El Kababri, Lutonda, Kana, Dewaele, Ait El Hadj, Colassin) 14,5% van de totale speeltijd bij paars-wit voor hun rekening namen. En zelfs 40% van alle minuten van de 25 debutanten in de Jupiler Pro League. Alleen KRC Genk kwam toen enigszins in de buurt, dankzij vooral de vele minuten voor doelmannen Maarten Vandevoordt en Gaëtan Coucke. Dezelfde trends zijn ook te merken bij het totale aantal eigen jeugdspelers (21 of jonger) en hun minuten in de eerste acht JPL-speeldagen, los van het tijdstip waarop ze voor het eerst deel uitmaakten van het A-elftal. Bij Anderlecht zijn er dat negen (onder meer Yari Verschaeren en de intussen getransfereerde Jérémy Doku). Samen kregen zij 27,5% van alle speeltijd bij paars-wit. Opvallend: alleen nog bij KV Oostende eisten drie jeugdspelers - Anton Tanghe, Jelle Bataille en Robbie D'haese - meer dan een vijfde van alle minuten op (22,4%), gevolgd door Standard (17,3%) met vier opgestelde voetballers uit de eigen academie (naast Pavlovic en Balikwisha ook Zinho Vanheusden en Nicolas Raskin). Verder namen alleen bij Cercle Brugge (16%, met Thibo Somers, Robbe Decostere, Charles Vanhoutte) en Zulte Waregem (13,4%, met Ewoud Pletinckx en Jannes Van Hecke) de eigen jeugdspelers meer dan 10% van het totaal aantal minuten voor hun rekening. Voor alle 18 Jupiler Pro Leagueclubs is dat percentage amper 6,4%. Zelfs in coronatijden is er van een grote doorstroming vanuit de eigen opleiding dus (nog) geen sprake.