Besnik Hasi concludeerde zondagavond na het gelijkspel tegen Standard dat Anderlecht de titel op stilstaande fases had verloren. Nou ja, verloren. Hij hield nog wel vol dat het mathematisch nog kan, maar de Luikse gelijkmaker zat hem stevig dwars. Ezekiel kopte een vrije trap van Carcela ongehinderd binnen. Anderlecht incasseerde al vaker doelpunten uit een standaardsituatie.

Hasi had het over spelers die bleven staan en over een keeper die niet uitkwam. Dat was wel heel hard voor Mitrovic, Najar en Proto. Wat Hasi er niet bij zei, was dat Van Damme een omtrekkende beweging maakte die Mbemba uit de tweede zone weglokte, en dat De Camargo een blok plaatste waardoor Mitrovic en Najar tegen elkaar opbotsten en Ezekiel vrij kon inkoppen.

Ingestudeerd nummer

Met andere woorden: Anderlecht werd geklopt door een ingestudeerd nummer waarop het zelf geen antwoord had. Hasi had het over afspraken en concentratie en noemde de standaardfases voor Anderlecht wat de aanvangsminuten in deze PO1 zijn geweest voor Club Brugge: zijn kwetsbare plek. Ter verdediging van zijn spelers riep hij wel in dat zijn elftal niet erg gestalterijk is. Een nogal vreemd excuus bij de vaststelling dat het Ezekiel (1m70) was die scoorde met het hoofd - en niet pakweg De Camargo of Van Damme.

Moneytime was aangebroken. Anderlecht zou een versnelling hoger schakelen en op ervaring op zijn vierde opeenvolgende titel afstevenen. Dat ongeveer was de teneur voor de komst van Club Brugge een week geleden. Anderlecht won en bevond zich voor het eerst in de situatie dat het zijn lot in eigen handen had. Drie keer winnen en de titel was binnen. Bij de eerste gelegenheid liep het dus al mis: 1-1 tegen Standard.

Gouden Schoen

Anderlecht diste in deze PO1 van zijn beste voetbal op. Uit bij Club en AA Gent benaderde het bij momenten Champions Leagueniveau, maar keerde het met lege handen naar Brussel terug. Zondag tegen Standard, nu het van móéten was, speelde het een teleurstellende partij. Op een kleine periode in het begin van elke helft na was het voetbal niet goed. Anderlecht raakte amper aan doelkansen en kwam op het eind nog twee keer goed weg. Ook tegen Club Brugge draaide het al niet lekker, ondanks de 3-1-winst toen.

Hasi had het zondagavond ook over de vele blessures waarmee zijn selectie dit seizoen te kampen heeft gehad. De vraag dan is: vanwaar die hoge blessurelast? Spelers bleken ook minder fris te zijn dan aanvankelijk gedacht, of toch minstens gehoopt. Dennis Praet slaagt er nu al een hele PO1 niet in zijn stempel te drukken op de ploeg. Lang geblesseerd geweest, en toch niet fris nu om een leidersrol te vervullen: misschien vat de Gouden Schoen nog het best samen waarom Anderlecht zijn titelkansen na één week al niet meer in eigen handen heeft.

Besnik Hasi concludeerde zondagavond na het gelijkspel tegen Standard dat Anderlecht de titel op stilstaande fases had verloren. Nou ja, verloren. Hij hield nog wel vol dat het mathematisch nog kan, maar de Luikse gelijkmaker zat hem stevig dwars. Ezekiel kopte een vrije trap van Carcela ongehinderd binnen. Anderlecht incasseerde al vaker doelpunten uit een standaardsituatie. Hasi had het over spelers die bleven staan en over een keeper die niet uitkwam. Dat was wel heel hard voor Mitrovic, Najar en Proto. Wat Hasi er niet bij zei, was dat Van Damme een omtrekkende beweging maakte die Mbemba uit de tweede zone weglokte, en dat De Camargo een blok plaatste waardoor Mitrovic en Najar tegen elkaar opbotsten en Ezekiel vrij kon inkoppen. Met andere woorden: Anderlecht werd geklopt door een ingestudeerd nummer waarop het zelf geen antwoord had. Hasi had het over afspraken en concentratie en noemde de standaardfases voor Anderlecht wat de aanvangsminuten in deze PO1 zijn geweest voor Club Brugge: zijn kwetsbare plek. Ter verdediging van zijn spelers riep hij wel in dat zijn elftal niet erg gestalterijk is. Een nogal vreemd excuus bij de vaststelling dat het Ezekiel (1m70) was die scoorde met het hoofd - en niet pakweg De Camargo of Van Damme.Moneytime was aangebroken. Anderlecht zou een versnelling hoger schakelen en op ervaring op zijn vierde opeenvolgende titel afstevenen. Dat ongeveer was de teneur voor de komst van Club Brugge een week geleden. Anderlecht won en bevond zich voor het eerst in de situatie dat het zijn lot in eigen handen had. Drie keer winnen en de titel was binnen. Bij de eerste gelegenheid liep het dus al mis: 1-1 tegen Standard.Anderlecht diste in deze PO1 van zijn beste voetbal op. Uit bij Club en AA Gent benaderde het bij momenten Champions Leagueniveau, maar keerde het met lege handen naar Brussel terug. Zondag tegen Standard, nu het van móéten was, speelde het een teleurstellende partij. Op een kleine periode in het begin van elke helft na was het voetbal niet goed. Anderlecht raakte amper aan doelkansen en kwam op het eind nog twee keer goed weg. Ook tegen Club Brugge draaide het al niet lekker, ondanks de 3-1-winst toen.Hasi had het zondagavond ook over de vele blessures waarmee zijn selectie dit seizoen te kampen heeft gehad. De vraag dan is: vanwaar die hoge blessurelast? Spelers bleken ook minder fris te zijn dan aanvankelijk gedacht, of toch minstens gehoopt. Dennis Praet slaagt er nu al een hele PO1 niet in zijn stempel te drukken op de ploeg. Lang geblesseerd geweest, en toch niet fris nu om een leidersrol te vervullen: misschien vat de Gouden Schoen nog het best samen waarom Anderlecht zijn titelkansen na één week al niet meer in eigen handen heeft.