Anthony Van Loo: 'Tijdens de rust kwamen de spelers en trainers in de kleedkamer tot bij mij en ik zei: 'Hier stopt het voor mij.' In een hoekje zat ik te wenen als een klein kind. Het was al in de vierde minuut gebeurd en bijna de hele wedstrijd ben ik daar blijven zitten met mijn voetbaluitrusting aan. Ik dacht dat de hartspecialisten mij zouden verbieden om nog te voetballen. Ook het vooruitzicht dat ik sowieso weer van nul zou moeten beginnen, maakte mij triest. Tenslotte was ik nog maar enkele weken weer aan het spelen na een knieoperatie.
...

Anthony Van Loo: 'Tijdens de rust kwamen de spelers en trainers in de kleedkamer tot bij mij en ik zei: 'Hier stopt het voor mij.' In een hoekje zat ik te wenen als een klein kind. Het was al in de vierde minuut gebeurd en bijna de hele wedstrijd ben ik daar blijven zitten met mijn voetbaluitrusting aan. Ik dacht dat de hartspecialisten mij zouden verbieden om nog te voetballen. Ook het vooruitzicht dat ik sowieso weer van nul zou moeten beginnen, maakte mij triest. Tenslotte was ik nog maar enkele weken weer aan het spelen na een knieoperatie. 'Mijn vrouw zat in Parijs voor haar werk en is met spoed teruggekeerd. Mijn ouders waren op vakantie vertrokken en net geland in Spanje. Ze wilden meteen terugvliegen. Maar dat raadde ik hen af: ze konden niets voor mij doen. De clubdokter was bij mij geweest en had vastgesteld dat alles onder controle was. Mijn hartslag was weer normaal. Ik belde vanuit de kleedkamer ook direct met dokter Brugada, mijn cardioloog in het UZ Brussel, en die stelde mij helemaal gerust: zelfs al zou ik meteen weer hartritmestoornissen krijgen, dan nog zou zelfs een ambulancier niets voor mij kunnen doen. De defibrillator regelt alles vanzelf. Ik moest dus ook niet naar het ziekenhuis. Net voor het einde van de wedstrijd ben ik met een vriend naar huis vertrokken, om niet tussen het volk te geraken én om de pers niet tegen te komen.' 'Het was angstaanjagend om die beelden terug te zien. Nu was het anders dan negen jaar geleden. Toen kreeg ik die schok van 700 Volt van mijn defibrillator pas op het moment dat ik al bewusteloos op het veld lag. Dit keer was ik bij bewustzijn, stond ik nog recht en ging ik juist door de shock neer. Ik voelde ook eerst enkele stroomstootjes van de elektroden op mijn hart alvorens de grote slag kwam. Bleek dat mijn hart toen meer dan driehonderd keer per minuut sloeg. In 2009 was het zelfs meer dan vierhonderd geweest. Slaan is dat in feite niet meer. Mijn hart trilde, waardoor het ook niet meer pompt. 'Het was niet de eerste keer dat ik dit bewust meemaakte. Bij KV Mechelen gebeurde het al eens tijdens een fysieke test. Ik had mijn medicatie niet genomen omdat ik mijn echte waarden eens wou kennen en ik met mijn bètablokkers amper aan hartslag 170 geraak. Maar ik wist niet dat ik bij 180 à 190 slagen per minuut een waarschuwingsschok zou krijgen. Dat hadden de dokters mij niet verteld. Dat was dus schrikken. 'Maar deze shock, tegen Moeskroen, was veel harder. Ik vind het afschuwelijk. Het is precies alsof ze met een voorhamer op je hart slaan. Die keer met Roeselare tegen Antwerp, toen ik al op de grond lag, zag je goed de kracht ervan: mijn lichaam wipte ervan omhoog. Dat doet echt heel veel pijn aan je hart.' 'De dokters adviseerden mij nu een operatie om de kern van het littekenweefsel op mijn rechterhartkamer, dat voor de stoornissen zorgde, weg te branden. Doe je dat niet, dan is de kans groter dat het weer gebeurt en daar heb ik helemaal geen zin in. Die shock van 700 Volt in mijn hart wil ik niet meer meemaken. 'Voor de operatie ben ik nog even op vakantie geweest om mijn gedachten te verzetten, maar dat lukte niet. Ik dacht er constant aan. Voetbal was op dat moment bijzaak, het ging in de eerste plaats om mijn gezondheid en je weet maar nooit wat er gebeurt. Ik was ook gewaarschuwd dat het om een heel pijnlijke ingreep ging waarop ik mij moest voorbereiden. Ik wist bovendien wat mij te wachten stond. In 2009 zag ik ook serieus af, toen ze die defibrillator onder mijn ribben moesten steken. Dat gebeurde met een draad die van mijn buikspieren langs de zijkant omhoog liep, tot aan mijn hart. Enkele jaren geleden moesten ze die kabel, die intussen ingegroeid was, trouwens weer weglaseren en een nieuwe steken omdat het contact niet goed meer bleek te zijn en er een storing op zat. 'Ik ben voor zulke dingen helemaal geen held. Op het veld ben ik hard en agressief, maar zelfs voor een spuitje ben ik nog steeds niet op mijn gemak. Van klein af al zit ik daarvoor met een angst en die gaat niet weg. Ik kan zelfs niet blijven kijken wanneer er bij iemand anders een naald in de arm wordt geprikt. Dat vind ik vies en ik keer mij daarvan af. Wanneer ik zie dat Topdokters bezig is, zet ik de tv uit. In de operatiekamer ben ik altijd heel blij wanneer ze met dat masker afkomen om mij te verdoven en ze zeggen: 'Adem eens diep in...' Ik wil niet meemaken wat ze allemaal met mij doen.' 'Na de operatie moest ik twee weken in bed blijven. Ik had heel veel pijn en ik sliep ook amper. Met zes insnijdingen lag mijn lijf aan de linkerkant bijna helemaal open. Dat vraagt tijd om te genezen. Vooral mijn linkerlong bezorgde mij moeilijkheden. Ze hadden die helemaal plat moeten leggen om de doorgang vrij te maken en de buis tussen mijn ribben te kunnen steken, om zo aan mijn hart te geraken en het littekenweefsel te kunnen wegbranden. 'De eerste vier, vijf dagen lag ik met een zuurstofmasker aan omdat mijn ademhaling problematisch was. Ik kon niet praten zonder naar adem te happen. Daarna ben ik beginnen trainen op mijn buikademhaling om die long weer te laten functioneren. Nu is dat al veel beter. 'Ze verplaatsten ook mijn defibrillator: ze haalden hem weg vanonder mijn ribben en staken hem onder mijn linkerschouder. Al een tijd bezorgde hij mij zelfs in het dagelijks leven last en vooral pijn aan de buikspieren, wanneer ik nog maar uit bed kroop, in de tuin werkte of mijn kinderen optilde bijvoorbeeld. Tijdens de operatie zagen ze dat hij was losgekomen en vier centimeter was gezakt. 'Destijds stopten ze hem onder mijn ribbenkast omdat hij daar veiliger zat om te voetballen. Nu, onder mijn schouder, is dat momenteel nog heel gevoelig, maar ze vertelden mij dat dat steviger zal worden en ik zelfs van een ellenboogstoot weinig zal voelen. Tenzij ik echt een patat krijg natuurlijk. Het houdt mij alleszins niet tegen om nog te proberen te blijven voetballen.' 'Eind juli mocht ik op gesprek bij de hartspecialisten. Ze gaven mij groen licht onder bepaalde voorwaarden: heel rustig opbouwen en maandelijks op controle komen om te zien hoe mijn hart reageert op de inspanningen. Ook zeiden ze mij dat het niet de bedoeling is dat ik nog tien jaar aan topsport doe. Tijdens de operatie bekeken ze mijn hart van nabij en ze zagen een groot verschil tussen mijn linker- en rechterkamer. Mijn hartspier aan de rechterkant is verzwakt en dat zal er niet op verbeteren. Een hart trekt normaal samen in één mooie lijn, maar van mij gebeurt het rechts op drie plaatsen. Daar moet ik dus mee opletten en een beetje aanvoelen. 'Het littekenweefsel dat voor de hartritmestoornissen zorgde, was ontstaan door de zwakte van de spier in de rechterkamer. De kern ervan is weggenomen en komt al zeker niet terug in de eerste vijf jaar. Of het daarna zal terugkeren, en zo ja wanneer, kan niemand mij zeggen. Deze operatie doen ze nog maar vijf jaar en sindsdien is er nog niemand teruggekomen met klachten. 'In elk geval: de stoornissen kunnen zich overal voordoen, ook terwijl je in je zetel zit. Maar de kans is natuurlijk groter dat het gebeurt wanneer je fysieke inspanningen levert, vermoeid bent of onder stress staat. 'Ik wil het zeker een kans geven, want dit is niet de manier waarop ik afscheid wil nemen van het veld. Mijn vrouw was heel ongerust en in de war, maar is intussen ook gerustgesteld. Ze vroeg de dokters onder meer of ik minder lang zou leven mocht ik blijven voetballen. Het antwoord was neen.' 'De revalidatie is ontzettend zwaar. Ik lag tenslotte twee à drie maanden stil en ook die verdoving in mijn lichaam deed mij geen goed, maar vooral die long speelt mij parten. Het komt goed, maar er is veel tijd voor nodig. Ik doe nu gewoon wat cardiotraining in het revalidatiecentrum Callewaert-Wemel in Waregem en probeer mijn ademhaling verder te verbeteren en mijn hartslag en mijn conditie beetje bij beetje omhoog te krijgen. Maar ik neem geen risico's. Krijg ik wat pijn in de borst of geraak ik in ademnood, dan zeg ik: voor vandaag is het genoeg. 'Ze rekenen zes maanden om weer topfit te geraken, dus rond Nieuwjaar, mocht ik elke maand groen licht krijgen van de dokters. Wat de toekomst brengt, is voor mij op dit moment een groot vraagteken. Maar ik moet proberen zo positief mogelijk te blijven. 'Momenteel leef ik een heel ander leven. Ik ben vandaag voor het eerst naar de club geweest en als je daar dan die gasten naar de training ziet vertrekken, wil je meegaan. Ik verlang ernaar om weer bij de groep te zijn. Maar ik leg mezelf geen druk op. We zien wel waar we komen, dag na dag, maand na maand.' 'Je leert ermee leven, maar het heeft wel impact op je leven. Het is niet hetzelfde als struikelen op weg naar de bakker natuurlijk. Ik voelde wat het is om dicht bij het einde te staan, je weet dat het snel gedaan kan zijn en dat doet iets met een mens. Ik geniet meer van de kleine dingen nu, zoals van een lach van mijn dochter. Dat is goud waard, terwijl ik dat vroeger misschien normaal gevonden zou hebben. Mijn kijk op het leven is positiever geworden. Het maakte mij volwassener. 'Ik onderging ook al twee kruisband- en twee meniscusoperaties, waarvan één met complicaties, en dat waren allemaal teleurstellingen. Misschien was ik anders wel nog hoger geraakt in het voetbal. Maar telkens er in de sport iemand doodvalt, denk ik: wat is een gescheurde kruisband in vergelijking daarmee?! Dan is de conclusie altijd: amai, wat heb ik veel geluk gehad! Geluk dat ik bij een profclub speelde, dat er ontdekt werd dat er een probleem was met mijn hart en dat er bij mij een defibrillator werd ingeplant. Voetbalde ik bij een amateurclub dan was ik er al lang niet meer geweest. Daarom vind ik dat in elke sportvereniging, op eender welke niveau, iedereen verplicht gescreend zou moeten worden. Ik wil mij daar graag achter zetten om dat erdoor te krijgen. Elk mensenleven dat je kunt redden, is het waard om dat te verplichten.' 'Mijn hartaandoening is erfelijk, maar het is bizar dat er bij mijn ouders niets van werd teruggevonden. En toen de afwijking bij mijn oudere broer werd vastgesteld, werd ik ook getest en vonden ze bij mij niets. Pas een paar jaar later bleek er bij mij een probleem te zijn. Ook bizar, hé? 'Negen jaar geleden was de genetica nog niet zo ver dat ze het gen konden opsporen om te kunnen verklaren waar de ziekte vandaan komt, maar nu blijkbaar wel. Er werd bloed afgenomen van mij en mijn broer en we wachten op de resultaten van het onderzoek. Dat kan een half jaar duren. Het is ook belangrijk voor de kindjes. Mocht er ook bij hen iets zijn, dan zullen ze er zeker vroeg bij zijn en heel goed opgevolgd worden. Ik hoop alleszins dat zij de pijn en alles wat erbij komt kijken niet zullen moeten meemaken.'