Antwerp-T2 Wim De Decker: 'Ik zit 20 jaar in het profvoetbal en deze aanpak heb ik nog nooit gezien'

  • Bijgewerkt op

Wim De Decker loodste R. Antwerp FC in 2017 weer naar eerste klasse. Ondertussen is hij daar al twee jaar de assistent van Laszlo Bölöni en geeft hij in Sport/Voetbalmagazine uitleg bij de steile opmars van The Great Old.

Wim De Decker © Belgaimage

Wim De Decker over...

... opnieuw T2 worden na een titel in tweede klasse:

'Ergens wilde de familie Gheysens dat ik T1 zou blijven, maar aan de andere kant beseften ze dat het moeilijk zou worden, omdat de club op het punt stond om enorm te groeien. Als ik voor mezelf de puzzel legde, merkte ik dat mijn voetbalvisie er wel al was, maar dat ik nog geen tijd had gehad om die echt uit te werken op praktisch vlak. Toen ik in november 2016 trainer was geworden, had ik daar geen ruimte voor gekregen: het moest zó snel gaan, we moesten week na week winnen om nog een kans te maken op de titel. Maar een volledig jaar voor een groep staan is nog iets anders. Dan kom je bij vragen als: hoeveel tactiek geef ik mee in de week? Hoe kan ik het fysieke luik onderbouwen? Iets waar ik in 1B de middelen nog niet voor had. Om dat allemaal te bedenken had ik tijd nodig. Die kon ik krijgen door een andere functie op te nemen. In die zin voelde T2 worden voor mij niet aan als een degradatie, maar als een verrijking, omdat het mij de ruimte bood om die praktische uitwerking te finetunen.'

... de ambitie van voorzitter Paul Gheysens:

'De club groeide nóg sneller dan ik verwachtte. Ik zit nu twintig jaar in het profvoetbal en deze aanpak, waarbij ineens zó veel mogelijk is, heb ik nooit eerder gezien. In Gent maakte ik als speler ook een groei mee waarvan ik dacht: chapeau, maar dit is van een ander kaliber. We komen van niets, hé. De plannen die de familie vooropstelde, zijn uniek in België, zeker op de lange termijn. Het Antwerp van vandaag is maar een tussenstap. De familie gelooft bijvoorbeeld heel erg in statistieken, in iets wat veel verder gaat dan de gewone scouting. Ze zien het ruimer dan het louter meten van fysieke parameters: het gaat dan over het helemáál screenen van voetballers, ook mentaal. Als ik daarnaast zie hoeveel mensen er al zijn bijgekomen in de omkadering en als ik de plannen hoor over de jeugdwerking, denk ik dat we aan het begin staan van een enorm mooi, heel professioneel verhaal.'

... samenwerken met Laszlo Bölöni:

'Op tv zei hij eens dat hij ons heel gelijkaardig vindt. Toen begon ik erop te letten en dacht ik: verdoeme, hij heeft een punt. We zeggen allebei rechtuit dat iets zus of zo is. Vrij hard, misschien. Al doen we dat niet helemaal op dezelfde manier. Ik zeg evengoed waar het op staat, maar ik hou er ook rekening mee dat je niet weet hoe de kaarten over een paar weken liggen. Ik probeer mijn rol als T2 in te vullen zoals ik als T1 zou willen dat mijn assistent functioneert. Ik kan er gek van worden als ik een assistent hoor sakkeren over zijn hoofdtrainer. Ik vind dat absurd, zelfs wanneer het terecht is. Dan kan het huis toch niet sterk staan? Want zulke dingen komen spelers ter ore. En een spelersgroep kan maar zo sterk staan als de trainersstaf.'

Lees het volledige interview met Wim De Decker in onze +zone of in Sport/Voetbalmagazine van woensdag 13 maart.