De overgang naar het winteruur komt toch hard aan. Amper halfzes in de vooravond en Antwerp traint al volop onder kunstlicht. László Bölöni laat het niet aan zijn hart komen. De weg naar succes loopt via harde arbeid, tot diep in de avond. Als halverwege het partijtje een speler aan de zijkant van een dood moment profiteert om even te drinken, zegt hij tegen een ploegmaat 'dood te zitten'. Ze wisselen een blik van verstandhouding, maar knokken vervolgens verder. Terwijl een halfuurtje later het gros naar binnen mag, moeten er nog een paar nablijven. Er moeten nog wat varianten op corners worden ingeoefend.
...

De overgang naar het winteruur komt toch hard aan. Amper halfzes in de vooravond en Antwerp traint al volop onder kunstlicht. László Bölöni laat het niet aan zijn hart komen. De weg naar succes loopt via harde arbeid, tot diep in de avond. Als halverwege het partijtje een speler aan de zijkant van een dood moment profiteert om even te drinken, zegt hij tegen een ploegmaat 'dood te zitten'. Ze wisselen een blik van verstandhouding, maar knokken vervolgens verder. Terwijl een halfuurtje later het gros naar binnen mag, moeten er nog een paar nablijven. Er moeten nog wat varianten op corners worden ingeoefend. Te midden van de grote fysieke weerbaarheid die Antwerp op het veld brengt, zit er een mooie parel die op het eerste gezicht niet direct past bij de rest: Ivo Rodrigues (22). Portugees van afkomst, een winger. Geen frêle voetballer, zijn loopvermogen is groot en taakgericht is hij ook, maar toch anders. Opgeleid bij FC Porto en voor één seizoen aan Antwerp uitgeleend. Hij kwam tijdens de stage in Nederland vlak voor de start van de competitie, bleef de eerste drie speeldagen nog op de bank, maar was daarna niet uit de ploeg weg te denken. Met drie doelpunten, waarvan twee werden bekroond tot de goal van de speeldag, en twee assists valt hij op bij een ploeg die het vooral van eenheid en verdedigen moet hebben. Zijn eerste indrukken zijn genuanceerd positief. Eerlijk ook, soms verrassend, de clichés doorbrekend. Rodrigues: 'Algemeen? Ik vind Antwerpenaars zeer rustige mensen. De stad ook, de buurt waar ik woon. 's Avonds niemand op straat, iedereen blijft in zijn huis. Shopping. Alles vroeg dicht, niemand die 's avonds kan gaan winkelen. Helemaal anders dan in Portugal. Het klimaat valt mee. Men had me verteld dat het hier koud zou zijn en het is ook kouder, maar minder erg dan ik verwachtte. O, komt die nog? We zullen zien. 'Het voetbal is helemaal anders. Soms niet al te intelligent, vind ik. Zeer fysiek en véél sneller dan in Portugal, absoluut. Met minder intelligent bedoel ik dat er geen pauzes in het spel zijn. Hier stopt het nooit. Ik zie dat bij alle ploegen. De grotere ploegen doen het beter, maar het blijft me opvallen, elk weekend weer. Er zijn maar twee teams, Anderlecht en Genk, die erin slagen hun wil op te dringen en het spel af en toe te manipuleren, het ritme te vertragen en dan weer te versnellen. Bij de rest is het negentig minuten lopen. Het technisch niveau is overal ongeveer hetzelfde, er steekt niet één ploeg bovenuit. Er zijn hier geen ploegen zo sterk als Benfica, Porto of Sporting. Anderlecht is sterk, Genk ook, maar ze komen niet aan het niveau van de groten in Portugal. De rest, het niveau van Antwerp en van de ploegen die in onze omgeving voor de punten strijden, is van het niveau van Braga, net onder de top.' Het hoeft na die analyse niet te verbazen dat zijn aanpassing in de eerste plaats een fysieke was. En dan vooral aan het voetballen in de duels. Daar blijft hij liever weg. Of het daarom was dat hij in het begin niet speelde? Rodrigues: 'Ik denk dat de trainer toen van mening was dat ik niet belangrijk kon zijn voor de ploeg. Hij wil alles perfect uitgevoerd zien. Vooral de verdediging, zeker de verdediging, nog meer dan de aanval. Ik heb het gevoel dat het zeer moeilijk is om tegen ons te scoren, we verdedigen heel goed. We zijn ook een van de meest combattieve ploegen van eerste klasse. Altijd duels. Hij vraagt dat van ons, voortdurend. Veel concentratie, veel fysiek. Die individuele dekking ook. Ik heb al wat fysieke problemen gehad, maar hoe meer ik train en speel, hoe beter ik alles verteer. Op dat vlak zal ik op het einde van het seizoen een heel andere atleet zijn.' Op training zagen we hem net vanaf de rechterkant staan. In Moeskroen, zijn minste wedstrijd tot dusver - de interlandbreak lijkt welkom - liep hij een beetje overal, maar meestal voetbalt hij vanaf de linkerkant. Rodrigues: 'Dat is ook mijn lievelingspositie. Het centrum vind ik leuk, maar ik weet niet of dat hier in België een goeie keuze zou zijn. Zoals onze ploeg speelt, is voetballen in het centrum meer fysiek. Wij spelen soms met lange ballen en dan is het knokken voor balbezit. Dan ben ik beter aan de buitenkanten.' Zijn jeugd omschrijft hij als normaal. Ma, pa, nog een zus en een broer, hij de middelste van een gelukkig gezinnetje. Geboren en getogen in Porto. Geen sportieve familie, het was pas toen op school bleek dat hij goed kon voetballen en altijd de beste was dat zijn vader hem bij een klein clubje inschreef. Daar haalden de scouts van Porto hem op zijn tiende weg, waarna hij er alle jeugdcategorieën doorliep en vaak ook aanvoerder was. Ook bij de nationale jeugd speelde hij alles, vanaf U16, in totaal 39 jeugdinterlands. Met Portugal was hij op het EK U19 in Hongarije en, omdat ze daar in de finale pas het hoofd bogen voor Duitsland, plaatste de ploeg zich ook voor het WK U20 in Nieuw-Zeeland een jaar later. Daar werd hij uitgeschakeld door Brazilië, met onder meer Gabriel Jesus. Rodrigues: 'Het is een goeie generatie, de onze. André Silva, Gelson Martins, Marcus Lopes. De jeugdwerking in Portugal blijft sterk, vind ik. Kijk maar naar de laatste resultaten van de EK's en WK's.' Dat Sporting de beste jeugdopleiding zou hebben, noemt hij een fabeltje. Rodrigues: 'De drie groten zijn elkaar waard. Wat er gebeurt, zeker bij Porto, is dat de ploeg vooral koopt en verkoopt. En wie wordt gekocht, moet spelen. Benfica was vroeger ook zo, maar is nu wat van politiek aan het veranderen. Sporting heeft vanouds minder geld en steunt op de opleiding. Maar beter is die niet. In dat geval zouden ze in de jeugdreeksen altijd kampioen moeten zijn, maar dat is niet zo.' Hij had het probleem dat ook veel jongeren bij Anderlecht hebben: doorbreken. Tot de B-ploeg ging alles goed, maar die laatste stap... Rodrigues: 'Zoals ik net zei: wie wordt gekocht, moet spelen, je moet al iets heel speciaals hebben, wil je een kansje krijgen. Eentje. Geen twee. Bij Sporting ga je er twee krijgen, of drie, vier... En vaak ben je dan vertrokken. Ik stak heel jong de neus aan het venster, rond mijn achttiende, negentiende. Ik was prof bij de B-ploeg en het ging heel goed, ik scoorde vaak, was aanvoerder, de weg lag open. De hoofdtrainer liet me een keer meespelen, in een niet zo belangrijke match, maar dat viel tegen. Ik speelde slecht, raakte bovendien ook nog geblesseerd en moest eruit. Daarna niks meer. In januari vroegen ze of ik niet naar Guimaraes wilde. Ik zei: ja. Guimaraes is een ploeg die altijd meestreed voor de Europese plaatsen. Maar het was te vroeg, bleek achteraf. Ik speelde niet of amper, twee wedstrijdjes, meer niet. Daarna kwam de Mundial, waarvoor ik werd geselecteerd op basis van vroeger, na zes maanden zonder spelen. Op het EK was ik belangrijk voor de ploeg, in Nieuw-Zeeland niet meer. Ik zat een beetje apart.' Daarop pakte hij het anders aan. Naar een kleine ploeg wilde hij, Arouca werd dat. Rodrigues: 'Normaal doen die het niet goed, maar dat seizoen wel. We eindigde vijfde, ik was belangrijk, speelde altijd, was top. Porto gaf me opnieuw een kans, maar opnieuw raakte ik geblesseerd aan de teen.' Volgde een tweede uitleenbeurt, bij Paços. Rodrigues: 'Daar speelde ik niet goed. Ik hielp de ploeg niet en de ploeg mij niet. Ik was slecht, zeer slecht. Ik startte behoorlijk veel, maar slechts één goaltje en veel slechte wedstrijden. Porto ging me na zo'n seizoen echt geen kans meer geven, en terecht.' Deze zomer dacht hij veel na. Hij koos voor een radicaal nieuwe start. Weg uit Portugal, weg van de vrienden, de meisjes, zijn stad. Er waren wat contacten in Spanje en in Duitsland, maar uiteindelijk belandde hij in Antwerpen. Rodrigues: 'Het land interesseerde me eigenlijk niet, als het weg van Portugal was. Eerlijk gezegd: ik had er een naam. Rodrigues, van hem dacht iedereen: goeie voetballer, maar het laatste jaar had hij er niks van gebakken. Hier kan ik anders denken, me maximaal concentreren op mijn werk, mijn voetbal. Eigenlijk is dat de reden waarom ik naar hier kwam: er eens als prof voor leven. In Porto was dat voor mij niet zo makkelijk, snap je. Het leven, de vrienden. Hier kan dat honderd procent, hier heb ik mijn meisje en verder niks. Zij zit veel alleen thuis en werkt niet, daarom proberen we elke week wel iets leuks te doen. Een keer iets gaan eten, wat wandelen, andere steden bezoeken of Antwerpen zelf. Zonder de focus te verliezen, want het voetbal blijft het belangrijkste.' En daarna ziet hij wel. Hij mist de familie, heeft nog een contract bij Porto tot 2019, mét een afkoopclausule van 30 miljoen euro, maar zijn toekomst ziet hij er niet. Rodrigues: 'Weggaan bij Porto is de bedoeling, ja.'