Dankbaar was het altijd om Arie Haante mogen interviewen. Als voetballer en als trainer. Aan verbaal vermogen heeft het de Nederlander nooit ontbroken. Aan zelfvertrouwen al evenmin. Het maakte hem niet altijd even populair. Sommigen vinden hem arrogant en berekend, anderen bestempelen hem als idealistisch en goudeerlijk. Eigenlijk had Haan, opgegroeid in het meedogenloze klimaat van Ajax, zelden problemen met de vaak bijtende en hier en daar zelfs vernederende kritiek.
...

Dankbaar was het altijd om Arie Haante mogen interviewen. Als voetballer en als trainer. Aan verbaal vermogen heeft het de Nederlander nooit ontbroken. Aan zelfvertrouwen al evenmin. Het maakte hem niet altijd even populair. Sommigen vinden hem arrogant en berekend, anderen bestempelen hem als idealistisch en goudeerlijk. Eigenlijk had Haan, opgegroeid in het meedogenloze klimaat van Ajax, zelden problemen met de vaak bijtende en hier en daar zelfs vernederende kritiek.In zijn autobiografie haalt Arie Haan nu uit naar Roger Vanden Stock die hem ooit een trainer voor het vrouwenvoetbal noemde. Het is geen nieuw verhaal. In het meest opmerkelijke interview dat we ooit met Haan maakten, zei hij dat je met Pär Zetterberg en Enzo Scifo nooit op topniveau kon spelen. Daarvoor misten ze alle twee te veel. En die mankementen bleken vooral als je hen samen opstelde. Volgens hem moest een van de twee dus weg. Voor Haan was dat Zetterberg. Daar werd over gestemd. Vijf mensen gingen akkoord, alleen Roger Vanden Stock was tegen. Dus bleef Zetterberg. Het begin van een moeilijke periode voor Haan. Een inbraak bij hem thuis, een homejacking, het was een dusdanig trauma dat hij pas ging slapen toen het licht werd. Haan had het moeilijk. De spelers voelden dat. Het is toen dat Roger Vanden Stock hem een trainer voor het dameselftal noemde. Hoewel Haan goed kan incasseren, heeft dat altijd diep gezeten.Heel vaak heeft Arie Haan in zijn carrière de moeilijke weg gezocht. Hoewel hij altijd beweerde iemand te zijn die harmonie nodig heeft. Maar daarmee, zei hij, kom je er niet. Daarom heeft hij er vaak stellingen uitgegooid en zich dikwijls tegen bepaalde dingen afgezet. Als trainer was hij niet bang om de confrontatie met de spelers te zoeken. Het trainersvak heeft hem niettemin altijd geboeid. Ook al kwam hij vaak terecht in een slangenkuil. Op de hem eigen wijze heeft Haan het voetbalgebeuren altijd vergeleken met een toneelstuk. Als trainer moet je proberen de regie in handen te krijgen. Maar als je niet weet waarover het stuk gaat, ben je kansloos.De afgelopen jaren is Arie Haan tot rust gekomen. Hij woont in het aan Winschoten grenzende Finsterwolde. Sport/Voetbalmagazine ging hem vorig jaar interviewen en constateerde dat Haan nog altijd even bevlogen en helder over voetbal praat. Het voetbal bekeek hij anders dan vroeger. Hij zei bijvoorbeeld dat hij het voetbal van Barcelona niet leuk vond. Het is te perfect, te machinaal. De aantrekkelijkheid van het spel lag volgens hem in de fouten. Je moet niet bang zijn om die te maken.Arie Haan, die in november 70 jaar wordt, leek zich toen te koesteren in de luwte. Tot hij nu met zijn boek weer volop de publiciteit haalt.