Als vijfdejaarsscholier kantoor aan de Topsportschool in Leuven combineert Aster Vranckxnog minstens een jaar zijn studies met profvoetbal. Zijn stage doet hij bij... KV Mechelen. Elke woensdagnamiddag in de ticket- en fanshop. 'Bestellingen afhandelen, tickets printen, de juiste maten halen van kledij die fans bestellen. Ik vind het niet zo leuk, maar het moet nu eenmaal', zegt de jonge Vlaams-Brabander.

Hij legt uit waarom hij dan toch voor die richting koos: 'ASO was te moeilijk - ik deed weinig voor school. Dan ben ik naar TSO gegaan, maar wiskunde ligt me niet, dus dan kun je daar ook moeilijk in verder. De volgende stap was BSO, kantoor, omdat dat de enige optie was om te combineren met de topsportschool. Hoe sneller het achter de rug is, hoe beter. Ik heb tegen mijn ouders altijd gezegd dat mijn ambities niet op school liggen. Voetbal is mijn ding. Daarmee wil ik iets bereiken. Maar je moet een diploma hebben, natuurlijk.'

Het was trouwens aan de Topsportschool dat KV Mechelen hem oppikte. Vranckx: 'Ik was veertien en een docent daar vroeg me of ik naar KV Mechelen wilde gaan. Ik vond Mechelen wel een mooie club en dus stemde ik in. Zo simpel was het.'

Boksfamilie

De jonge Malinwaspeler groeide op met een liefde voor de bokssport, doorgegeven langs vaders kant. Samen met zijn broers keek hij naar de topkampen. 'Van Rico Verhoeven, Badr Hari of Floyd Mayweather', knikt Vranckx. 'Soms boks ik zelf nog, met mijn broers in de club. Gewoon wat oefenen tegen een bal of een kussen, niet in de ring. Dat gebeurt nu minder dan vroeger omdat ik zoveel trainingen heb bij KV Mechelen.'

Zijn vader houdt niet van voetbal, omdat hij er te weinig fair play in terugvindt, maar zelf heeft Aster daar minder last van. 'Mijn vader begrijpt die geniepige handelingen - aan het truitje trekken bijvoorbeeld - in het voetbal niet omdat hij nooit zelf voetbalde', legt hij uit. 'Maar ik heb er geen probleem mee. Als ik iemand moet neerhalen om een doelpunt te vermijden, doe ik dat gewoon. Al zal ik niet snel bij scheidsrechters reclameren: ik ben jong, dan moet je je koest houden. Ik heb geen zin in een negatieve reputatie.'

Hij is het ook niet helemaal eens met de stelling dat boksen een meer faire sport is dan voetbal. 'Iemand die bijna knock-out gaat, krijgt soms nog een mep. Zo fair play vind ik dat niet', lacht Vranckx.

Lees het volledige interview met Aster Vranckx in Sport/Voetbalmagazine van 4 maart.

Als vijfdejaarsscholier kantoor aan de Topsportschool in Leuven combineert Aster Vranckxnog minstens een jaar zijn studies met profvoetbal. Zijn stage doet hij bij... KV Mechelen. Elke woensdagnamiddag in de ticket- en fanshop. 'Bestellingen afhandelen, tickets printen, de juiste maten halen van kledij die fans bestellen. Ik vind het niet zo leuk, maar het moet nu eenmaal', zegt de jonge Vlaams-Brabander. Hij legt uit waarom hij dan toch voor die richting koos: 'ASO was te moeilijk - ik deed weinig voor school. Dan ben ik naar TSO gegaan, maar wiskunde ligt me niet, dus dan kun je daar ook moeilijk in verder. De volgende stap was BSO, kantoor, omdat dat de enige optie was om te combineren met de topsportschool. Hoe sneller het achter de rug is, hoe beter. Ik heb tegen mijn ouders altijd gezegd dat mijn ambities niet op school liggen. Voetbal is mijn ding. Daarmee wil ik iets bereiken. Maar je moet een diploma hebben, natuurlijk.'Het was trouwens aan de Topsportschool dat KV Mechelen hem oppikte. Vranckx: 'Ik was veertien en een docent daar vroeg me of ik naar KV Mechelen wilde gaan. Ik vond Mechelen wel een mooie club en dus stemde ik in. Zo simpel was het.'De jonge Malinwaspeler groeide op met een liefde voor de bokssport, doorgegeven langs vaders kant. Samen met zijn broers keek hij naar de topkampen. 'Van Rico Verhoeven, Badr Hari of Floyd Mayweather', knikt Vranckx. 'Soms boks ik zelf nog, met mijn broers in de club. Gewoon wat oefenen tegen een bal of een kussen, niet in de ring. Dat gebeurt nu minder dan vroeger omdat ik zoveel trainingen heb bij KV Mechelen.'Zijn vader houdt niet van voetbal, omdat hij er te weinig fair play in terugvindt, maar zelf heeft Aster daar minder last van. 'Mijn vader begrijpt die geniepige handelingen - aan het truitje trekken bijvoorbeeld - in het voetbal niet omdat hij nooit zelf voetbalde', legt hij uit. 'Maar ik heb er geen probleem mee. Als ik iemand moet neerhalen om een doelpunt te vermijden, doe ik dat gewoon. Al zal ik niet snel bij scheidsrechters reclameren: ik ben jong, dan moet je je koest houden. Ik heb geen zin in een negatieve reputatie.' Hij is het ook niet helemaal eens met de stelling dat boksen een meer faire sport is dan voetbal. 'Iemand die bijna knock-out gaat, krijgt soms nog een mep. Zo fair play vind ik dat niet', lacht Vranckx. Lees het volledige interview met Aster Vranckx in Sport/Voetbalmagazine van 4 maart.