Toppers onderscheiden zich van de middelmaat door hun mentaliteit. Onder druk presteren ze net béter. Bas Dost (31) is daar een mooi voorbeeld van. Eind december door Club Brugge voor een fikse som - vier miljoen euro - bij Eintracht Frankfurt gehaald om eindelijk de leemte diep in de spits in te vullen. De Nederlander leverde meteen: hij scoorde in zijn eerste vier wedstrijden.
...

Toppers onderscheiden zich van de middelmaat door hun mentaliteit. Onder druk presteren ze net béter. Bas Dost (31) is daar een mooi voorbeeld van. Eind december door Club Brugge voor een fikse som - vier miljoen euro - bij Eintracht Frankfurt gehaald om eindelijk de leemte diep in de spits in te vullen. De Nederlander leverde meteen: hij scoorde in zijn eerste vier wedstrijden. 'Stress? Neen man, ik kick daar op! Men mag van mij verwachten dat ik goals maak, dat ik presteer. Dat geeft me net een enorme drive. In die zin verraste het mij ook niet dat ik in die eerste wedstrijden telkens scoorde', vertelt de rijzige en ranke spits over die wittebroodsweken in Brugge, zijn nieuwe thuishaven. We zitten in een van de vergaderruimtes op het fonkelende Belfius Base Camp in Knokke. Een eerste lentezonnetje valt door het groot raam binnen, pal op zijn kortgeschoren kruin. Zijn brede glimlach gaat er nog net dat tikje meer door glimmen. Bas Dost praat met een kordate, luide stem - vandaar ook de vele uitroeptekens in dit interview. Een kwinkslag ontvangt hij met een stevige lach. Aan alles merk je: deze man weet wie hij is. Deze man geniet. Al is dat ooit, nog niet zo heel lang geleden trouwens, anders geweest. Maar daarover later meer. Eerst de actualiteit... Voor de eerste keer in je carrière ga je play-offs voor de titel spelen: kriebelt het? Bas Dost: 'Ik heb in Nederland wel eens play-offs gespeeld, met Heracles Almelo, maar dat was voor een Europees ticket. Bij mijn aankomst hier werd mij het concept uitgelegd: ik vond het best, Genk stond toen nog dicht bij ons. Tot we vervolgens een serieuze voorsprong namen op de concurrentie en de gedachte aan play-offs me kwaad maakte. ( lacht) Ik besefte plots: onze punten worden straks gehalveerd, hoe oneerlijk is dat!' 'Het is nu zo, dus moet je er vol mee aan de slag, want die mooie voorsprong van ons betekent straks niets meer als we enkele keren verliezen. Voor de koploper is dit een mindere formule, terwijl het voor de vierde natuurlijk wel leuk is dat ze nog kunnen klimmen en Champions League halen. Ik zal je achteraf nog laten weten hoe ik het vond, goed?' Ook een landstitel winnen zou voor jou een primeur betekenen. Dost: 'Klopt. Daarvoor ben ik naar Club Brugge gekomen. Dat, én omdat ik nog eens Champions League wil spelen.' Daarvoor moeten jullie wel het niveau weer opkrikken, gaf je zelf al aan. Vooral de impact van de coronacrisis op jullie vormcurve wordt wel eens onderschat, voegde je daaraan toe. Dost: 'Een zware periode. Elke dag viel er wel iemand anders uit. Bovendien heel onze technische staf... dan kun je moeilijk werken. De mensen van het belofteteam hebben dat uitstekend gedaan hoor, maar het is toch anders. En elke dag waren er die coronatesten, waarbij je constant de angst voelde om de volgende te zijn. Een drama! Die uitschakeling in beker en Europa League was nooit gebeurd zonder corona, daar ben ik van overtuigd.' Blijft dat een frustratie of heb je die knop omgedraaid? Dost: 'Ik baalde toen als een stekker, maar ik ben daar overheen gestapt. Het was pure overmacht. Dan kan je elke ochtend chagrijnig wakker worden, maar daar heb je niets aan, terwijl we wel nog een landstitel voor het grijpen hebben. Pakken we die, dan mogen we toch spreken van een mooi seizoen.' Je staat momenteel met acht goals en twee assists achter je naam, in dertien wedstrijden. Ben je tevreden van je eerste maanden in Brugge? Dost: 'Ik ben hier naartoe gekomen met het idee zoveel mogelijk doelpunten te maken en de titel te pakken. Op dat vlak kan ik best tevreden zijn, zeker gezien de omstandigheden. Maar het kan uiteraard nog beter, bijvoorbeeld inzake samenspel met de ploegmaats en elkaars kwaliteiten leren benutten. Dit is een hartstikke leuk team, met goeie jongens, ik ben hier van meet af perfect opgevangen. En je voelt dat de anderen je het succes gunnen, dat voelt gewoon prettig. Bovendien train je hier elke dag in een oefencomplex dat professionaliteit uitstraalt. 'Het enige was ik mis, zijn de fans. Ik heb nog steeds geen wedstrijd gespeeld voor publiek, waardoor ik ook nog geen band met hen kon opbouwen... Dat mis ik zo enorm. Zeker als je scoort, is er niets fijner dan die emotie te kunnen delen.' Nochtans valt op dat jij ook zonder fans al behoorlijk uitbundig viert... ook als andere scoren trouwens. Dost: 'Jazeker! Daarom vind ik het zo absurd dat je een boete krijgt als je met je ploegmaats viert. ( windt zich op) Kom op, zeg! Je traint hier elke dag op patronen, als zoiets dan lukt in de wedstrijd, dan ben je heel blij. Dan wil je samen dat moment vieren. Als groep kan je echt groeien door die authentieke emoties te delen. Dat heb ik bij mijn vorige clubs vaak genoeg gezien. Daarvoor speel je voetbal. Zonder die emotie vind ik er weinig aan. Je weet ook wat er achter schuilt, welk werk, of welke persoonlijke problemen. Ik snap die regel wel vanuit preventief oogpunt, maar dan nog: ik knal elke keer in duel met de tegenstander of er hijgt de hele tijd een verdediger in mijn nek, dat is toch niet anders? 'Ik weet nog toen ik mijn eerste doelpunt maakte, op aangeven van Charles ( De Ketelaere, nvdr), ik rende spontaan op hem af en hij maar teken doen: neen, neen, blijf weg. Ik snapte er niets van. Wat krijgen we nou?! Die regel bestond niet in Duitsland, dus ik stond er niet bij stil. Nadien legde Charles me uit dat we een boete riskeerden.' Heb je eigenlijk al een boete gekregen voor dat juichen? Dost: 'Niet dat ik weet. Maar misschien heeft Charles die betaald.' ( lacht) In je eerste weken merkte je meteen dat je belangrijk kon zijn. Waaraan zag je dat? Dost: 'Dat heeft veel te maken met de trainer. Die je met een bepaald idee haalt en dat ook tijdens de trainingen benoemt. Heel de tijd: 'Nu naar Bas spelen!' Dat geeft natuurlijk een fijn gevoel. In een wedstrijd kan de tegenstander zich daar wel op instellen, en met dubbele dekking op mij gaan spelen, maar dan komen er ploegmaats vrij, dus voor mij even goed.' Begrijpen je ploegmaats je al voldoende? Dost: 'In het begin wel, maar door de coronatoestanden is dat een beetje verloren gegaan, merkte ik. Dat is voor mezelf ook een werkpunt: ik moet dat terug in handen nemen en meer aangeven bij hen. Misschien ben ik daar zelf ook wat in gaan verslappen.' Wat vond je van het niveau van de groep die je hier aantrof? Dost: 'Ik kende een aantal spelers al - Mignolet, Vanaken, Vormer - dus die verrasten me niet met hun niveau, maar iemand als Charles kende ik niet en daarvan had ik snel door dat hij zeer getalenteerd is. Ook een aantal jongens uit het belofteteam, amper 17 à 18 jaar, toonden enorme kwaliteiten. Die pikten meteen aan bij de A-kern, ook al zijn ze fysiek nog niet volgroeid. Heel knap om te zien.' Dat wil wat zeggen, want je speelde bij Sporting Lissabon, befaamd vanwege zijn jeugdacademie. Dost: 'Bij Sporting Lissabon tref je een ander soort jeugdspelers: technischer, die meestal in de bal komen. Bij Club hebben de jeugdspelers ook diepte en werkkracht. Dat ziet er echt goed uit, hoor.' Bij Club verwacht men naast doelpunten en leiderschap ook dat je de jonge talenten onder je vleugels neemt: collega-spitsen Youssouph Badji en Daniel Pérez bijvoorbeeld. Dost: 'Zoiets moet van twee kanten komen. Je kunt dingen aanreiken, maar ze moeten er ook naar durven vragen of ermee aan de slag gaan. Ik wil me ook niet profileren als een goeroe die alles beter weet, ik leer nog elke dag. Als het minder goed is, is het aan de coach om op te treden, vind ik, maar ervaren spelers mogen best wat positieve feedback geven. Dat heeft mij in mijn carrière veel bijgebracht. Bij Heracles bijvoorbeeld, waar ik als twintigjarige veel opstak van Antoine van der Linden, een 35-jarige verdediger. Of Birger Maertens, die daar toen ook speelde. Zij zagen het potentieel bij mij. Ik heb ook spelers meegemaakt die alleen maar het negatieve benadrukken, alleen maar lopen te zeuren wanneer je eens een bal verliest... Dat helpt niet.' Had je al vroeg door dat in de afwerking je grootste kwaliteit lag? Je bent immers opgeleid als nummer tien. Dost: 'Ik had wel al jong door dat ik goed kon afwerken, heel gefocust. De juiste keuze maken op het juiste moment. Zoals Kevin De Bruyne in zijn passing, weet ik heel goed hoe ik me moet plaatsen en hoe ik een bal moet raken. Als ik echt in topvorm ben, schiet ik een bal heel bewust in een hoek. Een doelman tegenvoets pakken, daar kan ik van genieten. Maar dat is training, elke dag weer op datzelfde oefenen.' Met welk gevoel rijdt Bas Dost naar huis wanneer hij niet gescoord heeft? Dost: 'Als we een wedstrijd winnen met 4-0, en ik heb lekker gespeeld maar niet gescoord, knaagt er toch iets. Maar verliezen we met 3-2 en ik scoor twee keer, dan rijd ik toch niet even chagrijnig naar huis als wanneer we 3-2 verliezen en ik niet scoorde. Daar moet ik eerlijk in zijn. Natuurlijk zal ik het vervelend vinden dat we verloren hebben, maar een spits hoort te scoren. That's part of the job. Ik eis van mezelf dat ik scoor, zelfs als ik niet in de wedstrijd zit. Door gefocust te blijven toch dat ene moment verzilveren. Dat vind ik net het mooie aan spits zijn.' Wanneer je zo'n seizoen als in 2017 bij Sporting Lissabon beleeft, toen je met 34 goals zelfs tweede eindigde in de Europese Golden Boot, na Messi, leef je dan een heel seizoen op een wolk? Dost: 'Totaal niet, ik wil dan enkel maar meer. Ik denk dat dat mijn kracht is. Wanneer je een hattrick lukt, is de volgende wedstrijd de moeilijkste. Om er dan weer te staan. Want de verleiding is heel groot om dan te gaan denken: kijk eens, ik ben hier het mannetje, wat ben ik goed. Neen! Je moet gewoon weer herbeginnen. Eén keer vier goals maken en dan weken droog staan, dat vind ik helemaal niets. Ik kijk nu al zo uit naar volgend seizoen, dat ik er dan vanaf het eerste moment bij ben en voor die topschutterstitel kan gaan. Dat is voor mij altijd een doelstelling. Zeker bij een ploeg als Club Brugge, die voor de titel speelt.' Nederland heeft een traditie van topspitsen. Welke waren jouw voorbeelden of spitsen naar wie je uitkeek? Dost: ' Ruud van Nistelrooy, een geweldige spits, en Klaas-Jan Huntelaar ook wel. Huntelaar heeft ook een beetje wat ik heb: gevaarlijk zijn in de zestien. Robin van Persie bijvoorbeeld, is een heel ander type, heel technisch, met een geweldige linker.' Maakt die lange traditie het lastiger voor jou? Alles wordt afgemeten aan die illustere namen. Te beginnen met Marco van Basten, het toppunt van elegantie. Dost: 'Daar heb je helemaal gelijk in. Dat is heel oneerlijk, want soms heb je andere types nodig in een elftal. Terwijl dat stijlvolle, technische type wel de norm is in Nederland. Ik ben langer, dan oogt alles sowieso minder elegant. Maar een grote speler die het maximum uit zijn kwaliteiten haalt, vind ik even veel waard als zo'n fijn dribbelende Messi. Zoals die spits van Genk, Paul Onuachu, die speelde een gewéldige wedstrijd tegen ons. Hoe die gozer, twee meter groot, elke bal bij zich hield... fenomenaal. Daar kan ik van genieten.' Hoe sta jij tegenover het idee van een BeNe League? Dost: 'Puur persoonlijk zeg ik neen, laat Nederland en België maar apart hun competitie behouden. Tenzij het betekent dat die competities niet langer levensvatbaar worden. Maar kleinere clubs die toeleven naar die ene wedstrijd tegen een topploeg, zoals wanneer Club Brugge op bezoek komt, dat is toch wat voetbal zo mooi maakt? Ik zou dat niet willen missen, van beide zijden niet.' Dus ook geen Super League voor jou? Dost: 'Ik kan daar alleen maar over zeggen dat ik het goed vind zoals het nu is. Dat kleinere clubs de kans krijgen om tegen de grotere te spelen. En die groten krijgen in een latere fase dan wel de kans om elkaar te bekampen. Ik zit echt niet te wachten op élke week een topaffiche. Zo'n PSG - Man City is enkel maar leuk omdat het zelden voorkomt. Dat is de charme van de Champions League.' Is voetbal te veel business geworden? Je was zelf op een bepaald moment in je carrière het plezier verloren. Dost: 'Dat was bij Sporting Lissabon, toen de spelers werden aangevallen door hun eigen supporters. Dieper kan je niet zinken. Dat was erg heftig. Natuurlijk verlies je dan het plezier in het spelletje. Ik verloor de connectie met het publiek, omdat ik angst voelde voor de eigen fans. Op en naast het veld. Maar het plezier is terug. Ik haal veel vreugde uit de trainingen hier, die zijn heel leuk en gevarieerd.' Je hebt ook steun gezocht bij een sportpsycholoog. Nog steeds? Dost: 'Ik heb dat een eerste keer gedaan toen ik een jaar of twintig was en ik een transfer van Heerenveen naar Ajax afgeblokt zag. Ik wist toen niet goed hoe ik verder moest in de voetbalwereld. Nadien ben ik in periodes blijven gebruikmaken van die psycholoog, tot op vandaag. De gebeurtenissen in Portugal waren natuurlijk het hevigst. Dan is het fijn om iemand te hebben die daarbuiten staat en je toch kan helpen. 'Er gebeuren veel dingen in het voetbal die je moet verwerken, maar ik denk ook niet dat het zo héél anders is dan op een 'normale' werkvloer. Alleen is het bij ons misschien iets extremer. De ene week euforie en de volgende week drama, dat verschil is wel heel groot. Je ziet dat onze maatschappij in zijn geheel veel meer onderhevig is geworden aan burn-out of depressie, er wordt meer druk gelegd. Ook ik ben daar niet ongevoelig voor. Ook ik kan niet alles alleen. En ik vind het net fijn dat ik het niet alleen hoéf te doen.' Dus je landgenoot Tom Dumoulin die plots aankondigt dat hij een tijdje geen zin meer heeft in de fiets, dat begrijp jij? : 'Absoluut. Je weet dat zoiets commentaar zal krijgen, maar ik vind het superknap van zo iemand dat hij aangeeft: ik heb dit nodig, ik moet even iets anders doen. Ik vind dat ontzettend stoer, want je bent dan eerlijk naar jezelf en tegelijkertijd stel je jezelf zeer kwetsbaar op. Ik hoop dat deze beslissing hem helpt. En als hij later beslist definitief te stoppen, dan is dat maar zo: het hoofddoel is toch dat je gelukkig bent met wat je doet.' Jij straalt duidelijk terug spelplezier uit hier. Toch maar snel een contractverlenging tekenen in Brugge tot na 2022? : 'Daar ben ik nog niet mee bezig, ik zit in play-offmodus nu. Ik heb bewust een contract van anderhalf jaar getekend omdat ik eerst wilde zien hoe alles zou verlopen, daarna kunnen we dan nog praten. Maar het gevoel hier is uitstekend. Ook in de stad voel ik me thuis, maar het zou nog beter voelen zodra de fans weer in het stadion zitten en alles weer opengaat in de stad.'