Dinsdagavond kreeg Marc Noé in de auto op de terugweg van een wedstrijd in Lokeren telefoon van technisch coördinator Sander Van Praet. Of hij bij Beerschot kon depanneren, aangezien de club een streep trok onder het verhaal Peter Maes? Daarvoor moest Noé eerst toestemming vragen van Voetbal Vlaanderen, zijn werkgever als opleider aan de Topsportschool, een voltijdse job die hij combineert met die van jeugdcoördinator bij Beerschot.
...

Dinsdagavond kreeg Marc Noé in de auto op de terugweg van een wedstrijd in Lokeren telefoon van technisch coördinator Sander Van Praet. Of hij bij Beerschot kon depanneren, aangezien de club een streep trok onder het verhaal Peter Maes? Daarvoor moest Noé eerst toestemming vragen van Voetbal Vlaanderen, zijn werkgever als opleider aan de Topsportschool, een voltijdse job die hij combineert met die van jeugdcoördinator bij Beerschot. Zo zat hij afgelopen zaterdag op de bank bij Beerschot. Dat was al geleden van zondag 9 mei 1999, toen Beerschot voor 4000 toeschouwers zijn laatste wedstrijd met 1-2 van Rita Berlaar verloor. Het eindigde toen als derde laatste in derde klasse, deed de boeken toe en ging op in Germinal Ekeren. Noé begeleidde destijds als trainer de laatste jaren, maanden, weken en dagen van de club met stamnummer 13. Hij voetbalde zelf nooit voor de Ratten, maar stond vanaf zijn negende op Beerschot achter de goal. 'Ik ben een supporter die door omstandigheden trainer werd', zei hij toen. Hij bleef als een van de weinige Beerschotmensen na 1999 op het Kiel, de laatste jaren als jeugdcoördinator. Zaterdag zag hij Beerschot zichzelf op Oostende in de voet schieten door met twee vroege fouten al na zes minuten de wedstrijd weg te geven. Toch bracht Noé, voor eeuwig door iedereen op het Kiel gerespecteerd, in die paar dagen een positieve vibe over, en gaf als erfenis mee 'dat er nog teamgeest in de kern zit'. Het hoofdstuk Peter Maes bleek een volledige miscast bij een groep die de voorbije twee jaar succes kende met een heel andere aanpak onder positief coachende trainers die uit de club zelf kwamen. Maar Maes is niet de enige verantwoordelijke voor de 1 op 24 bij een ploeg die een jaar geleden in de heenronde dé revalidatie was in 1A. Al in de tweede helft van vorig seizoen bleken de pijnpunten op het veld. Aan een gebrek aan voetballend vermogen en verdedigende kracht achterin, waardoor het veel tegengoals pakte, is niet verholpen. Daar kwam in de terugronde nog een tweede probleem bij: gebrek aan scorend vermogen. Tel die twee samen, en je staat in geen tijd stijf onderin. Via het internationale netwerk van Jan Van Winckel, die sportief aan de knoppen zit bij de vijf clubs uit het netwerk van de hoofdaandeelhouder van de club, de Saudische prins Abdullah bin Mosaid Al Saud, werden in het verleden ook goeie spelers gehaald. Raphael Holzhauser kwam gratis over toen de club in 1B speelde, en blijft ook nu een van de schaarse lichtpunten op het veld. Marius Noubissi (kostprijs: 50.000 euro) blijft sukkelen met blessures. Tarik Tissoudali is weg. Vooral dat wéégt op het aanvallende rendement, want vorig jaar toonden Tissoudali en Holzhauser zich erg complementair. Onbegrijpelijk dat de club een speler met zo'n impact op het sportief rendement van de ploeg einde contract liet komen, waardoor het in de winter nog blij moest zijn met de 750.000 euro van KAA Gent. Zelf deed Beerschot de flankspeler een te laag bod. Toen de speler al op weg was naar Gent, werd dat onderweg via de telefoon nog flink verhoogd. Het liet Tissoudali bij aankomst in Gent toe nog betere voorwaarden af te dwingen dan hij anders had gekregen. Het is één van de fouten die op het Kiel de voorbije jaren bij de transfers werden gemaakt, net zoals toen men een belangrijke pilaar als Jan Van den Bergh gratis naar Gent liet gaan om hem een jaar later voor 500.000 euro terug te kopen. Kan gebeuren als je vijf clubs tegelijk moet leiden, wat Van Winckel doet met Beerschot, Al Hilal (Saudi Arabië), Sheffield United (Engeland), LB Châteauroux (Frankrijk) en Kerala United (India), allemaal verenigd in United World, met hoofdkwartier in het Zwitserse Genève. Bij zoveel over en weer gereis mist men in moeilijke momenten een sterk lokaal management, dat knopen kan doorhakken en vertrouwd is met de club, de stad en het hinterland. Maar de realiteit op het Kiel is dat Van Winckel de portefeuille van de prins beheert, waardoor er voor alle sportieve ingrepen naar hem gekeken wordt. Dat is het logische gevolg van de evolutie in de aandelenstructuur de laatste jaren. De Vlaamse verankering waar men altijd op hamerde, bedraagt nog maar 25 procent. Twee jaar geleden was dat nog 100 procent, maar toen begreep voorzitter Francis Vrancken dat hij met zijn bouwbedrijf DCA alleen geen club op 1A-niveau financieel leefbaar kon houden. Bij de opeenvolgende budgetverhogingen bouwde hij zijn aandelenpakket af van 100 naar 12,5 procent (de andere 12,5 procent is in handen van Philippe Verellen van Wolf Oil). Zo geraken de fans op het Kiel steeds meer gefrustreerd. Van die aangekondigde sterke Vlaamse verankering blijft weinig over, van de plannen voor een nieuw stadion en trainings- en jeugdcomplex wordt nog amper iets vernomen, en ook het voornemen om in de toekomst met minstens één derde zelf opgeleide spelers aan te treden is nog niet voor morgen of zelfs overmorgen. Zonder eigen scoutingapparaat werd deze zomer de Belgische spelersmarkt compleet genegeerd en mikte men op jong buitenlands talent uit de hele wereld dat over een paar jaar met flinke winst verkocht moet worden. De vraag is alleen in welke afdeling Beerschot tegen dan speelt, en hoeveel die spelers nog zullen opbrengen als deze negatieve lijn niet snel omgebogen wordt. Zonder eigen jeugd en omdat men de afgelopen mercato spelers uit alle hoeken van de wereld naar het Kiel haalde, is er nu ineens een acuut tekort aan Belgische spelers. Dus moest afgelopen weekend de 19-jarige Mohamed Amine Belhadj uit de jeugd mee naar Oostende om aan zes volwaardige Belgen te geraken op het scheidsrechtersblad. Vreemd voor een club waar Belgen vorig seizoen nog de meeste speelminuten kregen na KV Mechelen en Standard. De voorbije jaren liet de aanwezigheid van voldoende cultuurbewakers, Belgische spelers en jongens die al lang bij de club waren, de buitenlandse nieuwkomers in een warm nest belanden. Dat zorgde voor een sfeer en samenhorigheid in de spelersgroep die je meestal alleen nog in het amateurvoetbal aantreft. Dat is nu, met achttien nationaliteiten (Belgen inbegrepen), niet meer het geval. En dat terwijl de Beerschotsupporters de vorige jaren graag lachten met het vreemdelingenlegioen bij hun aartsrivalen in Deurne-Noord. De nieuwe trainer op het Kiel wacht een immense taak met meer kans op gezichtsverlies dan succes. Afgelopen weekend werd nog bij ex-trainer Will Still, intussen als assistent-trainer aan de slag in Frankrijk, gepolst of hij niet terug wilde keren. De nieuwe coach moet al een Rattenvanger zoals die van Hamelen zijn, om met een goed en compact verhaal iedereen op het Kiel in zijn zog mee te krijgen en te vermijden dat het sprookje van de voorbije jaren eindigt op een sisser.