'Mijn tweede match in de hoogste klasse, begin augustus 2016, thuis tegen Zulte Waregem. Na een uur, bij 0-1, mocht ik invallen. Omdat ik zo opgenaaid was, kreeg ik binnen de twintig minuten twee terechte gele kaarten voor twee wilde tackles - ik ging wel voor de bal, maar nam de man mee. Toen ik dat rode karton zag, dacht ik: I'm finished. Mijn hele wereld leek in te storten. Een van de triestigste dagen in mijn leven. Die nacht heb ik zeer slecht geslapen, want ik voelde me verantwoordelijk voor de nederlaag ( het werd na Ampomahs uitsluiting nog 0-2, nvdr). Kijk, ik heb de foto van de ref die me de rode kaart geeft nog op mijn smartphone. Waarom ik die bewaar? Om mezelf eraan te herinneren hoe ver ik het gebracht heb, hoeveel ik sindsdien veranderd ben, en geleerd heb uit mijn fouten.

In Ghana bestaat er een spreekwoord: 'Degene die je ontmoet wanneer je de ladder beklimt, kom je ook weer tegen wanneer je naar beneden moet komen.'

Nana Ampomah

'In die eerste weken bij Waasland-Beveren, zelfs maanden, wilde ik te rap gaan, me té veel bewijzen. Ik dacht: op mijn 35e is mijn carrière voorbij, dus moet ik er nú alles uit halen. Daardoor forceerde ik tijdens een match, speelde ik krampachtig, begon ik te veel te piekeren na een mislukte dribbel. En als je negatief denkt, doe je ook verkeerde dingen, hé. Ik mocht nochtans alleen soms kort invallen, maar toch was ik telkens bijzonder nerveus - zeker voor de thuiswedstrijden, voor eigen supporters. Stilletjes zat ik op mijn stoel, met trillende handen en benen. Ja, echt tríllen. Ik zie mijn ploegmaats nog met grote ogen naar mij kijken. ( lacht) Van mijn tegenstander was ik nochtans niet bang, en zodra ik op het veld stapte, verdwenen die zenuwen wel. Alleen wisselde ik die in voor verkramptheid.

'Die druk dat ik, als voetballer in Europa, móést slagen kwam alleen uit mezelf. Niet van mijn familie, in tegenstelling tot andere Afrikanen. Sommigen zijn de enige hoop voor hun gezin om aan de armoede te ontsnappen. Ik groeide echter op in een relatief bemiddeld gezin. Thuis hadden we een boerderij met veel dieren. Mijn ouders zijn niet rijk, maar we hebben nooit honger geleden. Voetbal was zelfs allerminst optie nummer één voor mijn vader. School, dát telde. Zoals mijn zus nu economie studeert aan de universiteit van Leicester in Engeland. En mijn grote broer aan de unief van Cleveland in de VS - hij wordt oogarts, een topper in zijn vak trouwens.

'Voor mij telde echter al van jongs af slechts één ding: voetbal. Toen mijn vader zag hoe ik me daarin vastbeet, heeft hij me honderd procent gesteund. Hij is geen liefhebber, maar kwam wel naar mijn wedstrijden kijken. Omdat hij wilde dat ik gelukkig was. Een verlammende druk heb ik van hem, of mijn broer en zus dus nooit ervaren. Toen ik naar België vertrok, zeiden ze alleen dat ik voor mezelf moest zorgen, dat ze elke dag zouden bidden opdat God me de kracht zou geven om mijn droom waar te maken. Zelfs toen ik in mijn eerste maanden bij KV Mechelen, weliswaar toen nog bij de U21, en vorig seizoen bij Waasland-Beveren weinig speelde, zijn ze altijd in mij blijven geloven. Hebben ze me ook genoeg ruimte gegeven zodat ik mij vanuit mezelf kon ontwikkelen.'

Ontmoeting met Neymar

'Hoe ik me over die moeilijke tijd heen heb gezet? Dankzij dit hier ( stroopt zijn mouw op, nvdr): mijn levensmotto, getatoeëerd op mijn arm: Tudo Passa - Portugees voor: alles in het leven passeert, gaat voorbij. Dezelfde tattoo als Neymar, want op mijn 17e heb ik een goed jaar bij het opleidingsteam van zijn ex-club Santos FC gespeeld, in Brazilië. Neymar zelf heb ik er één keer de hand geschud. Een onvergetelijk moment, want hij is een van mijn idolen. Vandaar dus de tatoeage, die ik telkens kus als ik scoor. En dus in het Portugees, want dat valt meer op dan wanneer er in het Engels zou staan: everything passes. Dan zou niemand daar op letten, terwijl mensen me nu vaak vragen: 'Hé, tudo passa, wat betekent dat?' Dan leg ik uit dat je niet te lang bij negatieve zaken mag blijven stilstaan. Na een slechte tijd komt er altijd een moment dat het zal keren. Pijn duurt nooit voor eeuwig.

'Dat heb ik me altijd ingepompt, waardoor ik nooit dagenlang depressief geweest ben of gehuild heb. Omdat ik ook besefte dat anderen veel hardere dingen meemaken dan als voetballer een seizoen op de bank zitten. Ik was perfect gezond, kon altijd trainen, kreeg elke maand een mooi salaris om mijn hobby te beoefenen. Hoeveel mensen in de wereld kunnen dat zeggen? Als je kanker hebt, als je kreupel of blind bent, als je - zoals in Syrië - elke dag moet vrezen dat er een bom op je hoofd kan vallen: dát is hard. Natuurlijk was ik ontgoocheld toen ik niet speelde, maar dat heeft nooit mijn levensgeluk weggenomen. Of op training mijn goesting doen verminderen. In tegenstelling tot in een match speelde ik daar trouwens wel vrijuit en heb ik me elke keer voluit gegeven. Met het idee: als ik dit blijf doen, krijg ik ooit mijn kans. Ik moet me alleen wat tijd gunnen.

Nana Ampomah: 'Ondanks mijn doorbraak dit seizoen blijf ik met mijn voeten op de grond. Want niet alleen slechte tijden passeren, ook aan goeie komt ooit een einde.', belgaimage - kristof van accom
Nana Ampomah: 'Ondanks mijn doorbraak dit seizoen blijf ik met mijn voeten op de grond. Want niet alleen slechte tijden passeren, ook aan goeie komt ooit een einde.' © belgaimage - kristof van accom

'Het kantelpunt kwam er in het laatste play-off 2-duel van vorig seizoen, tegen Union. Mijn eerste basisplaats, meteen goed voor twee goals, én de zege: 1-3! Al de critici die zeiden dat ik het niveau niet aankon, had ik in één klap hun ongelijk bewezen. Dat krikte het geloof in mezelf enorm op, waardoor ik in Ghana extra hard getraind heb om topfit te zijn voor het nieuwe seizoen.

'Toen ik na de break terugkeerde, heerste er ook een heel andere atmosfeer in de groep, onder de nieuwe coach Philippe Clement. Hij gaf me meteen veel vertrouwen en pushte me naar mijn grenzen. Vooral door op me in te praten: 'Wees niet bang van je tegenstander of om acties te maken. Go on the field and kill him. De bal verliezen is niet erg. Zolang je maar direct vecht om hem weer te veroveren.' Ik moet Clement, en ook Sven Vermant, bedanken voor de steun, net als mijn ploeggenoten Merveille Goblet, Laurent Jans, Niels De Schutter, Rudy Camacho... Dankzij hen kon ik dit seizoen eindelijk mezelf zijn op het veld: veel relaxter, maar toch taakgericht(er) mijn kwaliteiten uitspelen. Weg was de vrees om fouten te maken. Met succes, want in de eerste vier matchen gaf ik twee assists en scoorde ik tweemaal. Al moest de mooiste week dan nog volgen, in november, toen ik thuis tegen Mouscron de beslissende 2-0 maakte en een week later mijn eerste interland mocht spelen.' ( zie kader)

God als gids

'Ondanks mijn doorbraak dit seizoen blijf ik met mijn voeten op de grond. Want niet alleen slechte tijden passeren, ook aan goeie komt ooit een einde. En dan ben je vlug weer vergeten. Als kind was Ronaldinho mijn idool, toen de beste speler ter wereld. Daarna kwamen echter Messi en Ronaldo en nu kent niemand nog Ronaldinho - zo rap gaat dat. Daarom ben ik voor iedereen altijd vriendelijk, zal ik nooit op iemand neerkijken of iemand als vuil behandelen. In Ghana bestaat er een spreekwoord: 'Degene die je ontmoet wanneer je de ladder beklimt, kom je ook weer tegen wanneer je naar beneden moet komen.' Ik zal dan ook nooit iemand opzettelijk proberen te kwetsen. Een tegenspeler die maanden langs de kant staat omdat ik hem omver geschopt heb? Ik zou er niet mee kunnen leven. God zou er mij zelfs voor straffen.

'Hij is mijn gids, ja. Ik leg mijn lot in zijn handen, want met zijn steun kan ik alles bereiken. Daarom bid ik voor elke match, in de kleedkamer. Opdat God mij zou zegenen, mij voor blessures zou behoeden. Dan lees ik een stukje uit de Bijbel. Zoals deze psalm van David: ( leest voor nadat hij een bijbel uit zijn slaapkamer heeft gehaald, nvdr) ' Blessed be the lord, my rock, who trains my hands for war, and my fingers for battle....My stronghold and my deliverer...'

'Daarnaast maak ik me klaar voor die battle via muziek. Als enige van de ploeg doe ik mijn bluetoothspeaker mee, en laat ik Afrikaanse liedjes of rap door de kleedkamer knallen. Dat mag van de coach, en ook van mijn medespelers - die vinden het zelfs leuk. Niemand heeft me toch al gezegd dat ik de speaker moet afleggen. ( lacht) Muziek helpt me te relaxen. En om niet meer te beven. ( lacht)

'Om de focus aan te scherpen, probeer ik te visualiseren. Dan beeld ik me in dat ik vijf spelers dribbel op weg naar een doelpunt, of dat ik de keeper lob vanop dertig meter. Daar denk ik vaak aan sinds het me eens lukte bij de reserven van KV Mechelen, tegen... Waasland-Beveren. Dit seizoen heb ik het geprobeerd tegen Eupen, maar hun keeper ( Hendrik Van Crombrugge, nvdr) was net op tijd terug in zijn doel. Het zal me binnenkort weleens lukken, hoop ik. Al zullen de keepers, als ze dit lezen, nu misschien voorzichtiger zijn. ( lacht)

In het spoor van Touré

'Wat ik ook blijf proberen is dribbelen ( liefst 4,6 stuks per match in de reguliere competitie, nvdr). Van Clement, en nu ook van Vermant, krijg ik de vrijheid om mijn mannetje op te zoeken. Toppers als Neymar, Marco Reus, Alexis Sánchez, die ook vanaf links naar binnen komen, bestudeer ik heel aandachtig. Zo'n wapen moet je immers blijven aanscherpen, hé. Ik moet het alleen meer omzetten in goals en assists, nog efficiënter worden voor doel ook. Dit seizoen heb ik zeven keer gescoord, terwijl ik misschien het dubbel aantal doelpunten had kunnen maken. Als ik op dat vlak nog progressie boek, zal ik zeker in het oog van de grote Europese clubs lopen. Samen met ooit een eigen jeugdacademie in Ghana oprichten - uit dankbaarheid voor de gaven en de kansen die God mij gegeven heeft - is dat toch mijn droom: ooit aan de absolute top spelen, binnen een jaar of vijf.

'Realistisch voor een voetballer van Waasland-Beveren? Waarom zou ik niet in de voetsporen van Yaya Touré van Manchester City kunnen treden? Die heeft toch ook voor Beveren gespeeld? Behalve vliegen als een vogel is voor een mens niets onmogelijk. Je moet - zoals mijn broer altijd benadrukt - er alleen in geloven, het écht willen. Vijf jaar geleden leek het ook een verre droom dat ik ooit in Europa en voor de Ghanese nationale ploeg zou spelen, hé. Maar ik ben er wel geraakt. Daar ben ik erg trots op en ik ben ervan overtuigd dat het daar niet bij zal blijven.'

Bloed vergoten voor Ghana

'Nooit ben ik trotser geweest als op 12 november 2017, toen ik het volkslied van Ghana hoorde voor de WK-kwalificatiematch tegen Egypte. Met mij als een van de elf Black Stars, voor mijn allereerste interland. Als Afrikaan je land en je 30 miljoen landgenoten vertegenwoordigen, in een stadion met 40.000 toeschouwers, daar gaat niets boven. Ook omdat mijn ouders, mijn familie, al mijn vrienden er present tekenden - sommigen hadden zelfs een truitje van Waasland-Beveren aan. ( toont een foto op zijn smartphone, nvdr)

'Mijn vader en moeder waren tot tranen toe ontroerd dat God me die kans gaf. Ondanks al die toeschouwers was ik zelfs niet eens nerveus. Dat zou bij de Nana Ampomah van vorig seizoen anders geweest zijn. Maar die Nana zou het nooit tot bij de nationale ploeg geschopt hebben. ( lacht)

'Hoewel ik een nieuweling was, bleek iedereen bijzonder vriendelijk. Ik voelde me meteen thuis in de groep. Daarom is het ook zo jammer dat mijn debuut zo'n zure nasmaak had. Al na 41 - volgens de pers veelbelovende - minuten moest ik immers naar de kant met een hevig bloedende hoofdwonde. Gelukkig zonder erge gevolgen, al waren mijn ouders doodongerust toen ik op die draagberrie lag. Maar ik kan nu toch zeggen dat ik letterlijk bloed voor mijn land vergoten heb.' ( lacht)

Profiel

2 januari 1996

1m75, 68 kg

2006-2013

Prisco Minis (Ghana)

2013-2015

Santos Academy (Brazilië)

2015-01/2016

FC Bravo Bravo (Ghana)

01/2016-06/2016

KV Mechelen U21

06/2016-...

Waasland-Beveren (contract tot 2019)

'Mijn tweede match in de hoogste klasse, begin augustus 2016, thuis tegen Zulte Waregem. Na een uur, bij 0-1, mocht ik invallen. Omdat ik zo opgenaaid was, kreeg ik binnen de twintig minuten twee terechte gele kaarten voor twee wilde tackles - ik ging wel voor de bal, maar nam de man mee. Toen ik dat rode karton zag, dacht ik: I'm finished. Mijn hele wereld leek in te storten. Een van de triestigste dagen in mijn leven. Die nacht heb ik zeer slecht geslapen, want ik voelde me verantwoordelijk voor de nederlaag ( het werd na Ampomahs uitsluiting nog 0-2, nvdr). Kijk, ik heb de foto van de ref die me de rode kaart geeft nog op mijn smartphone. Waarom ik die bewaar? Om mezelf eraan te herinneren hoe ver ik het gebracht heb, hoeveel ik sindsdien veranderd ben, en geleerd heb uit mijn fouten. 'In die eerste weken bij Waasland-Beveren, zelfs maanden, wilde ik te rap gaan, me té veel bewijzen. Ik dacht: op mijn 35e is mijn carrière voorbij, dus moet ik er nú alles uit halen. Daardoor forceerde ik tijdens een match, speelde ik krampachtig, begon ik te veel te piekeren na een mislukte dribbel. En als je negatief denkt, doe je ook verkeerde dingen, hé. Ik mocht nochtans alleen soms kort invallen, maar toch was ik telkens bijzonder nerveus - zeker voor de thuiswedstrijden, voor eigen supporters. Stilletjes zat ik op mijn stoel, met trillende handen en benen. Ja, echt tríllen. Ik zie mijn ploegmaats nog met grote ogen naar mij kijken. ( lacht) Van mijn tegenstander was ik nochtans niet bang, en zodra ik op het veld stapte, verdwenen die zenuwen wel. Alleen wisselde ik die in voor verkramptheid. 'Die druk dat ik, als voetballer in Europa, móést slagen kwam alleen uit mezelf. Niet van mijn familie, in tegenstelling tot andere Afrikanen. Sommigen zijn de enige hoop voor hun gezin om aan de armoede te ontsnappen. Ik groeide echter op in een relatief bemiddeld gezin. Thuis hadden we een boerderij met veel dieren. Mijn ouders zijn niet rijk, maar we hebben nooit honger geleden. Voetbal was zelfs allerminst optie nummer één voor mijn vader. School, dát telde. Zoals mijn zus nu economie studeert aan de universiteit van Leicester in Engeland. En mijn grote broer aan de unief van Cleveland in de VS - hij wordt oogarts, een topper in zijn vak trouwens. 'Voor mij telde echter al van jongs af slechts één ding: voetbal. Toen mijn vader zag hoe ik me daarin vastbeet, heeft hij me honderd procent gesteund. Hij is geen liefhebber, maar kwam wel naar mijn wedstrijden kijken. Omdat hij wilde dat ik gelukkig was. Een verlammende druk heb ik van hem, of mijn broer en zus dus nooit ervaren. Toen ik naar België vertrok, zeiden ze alleen dat ik voor mezelf moest zorgen, dat ze elke dag zouden bidden opdat God me de kracht zou geven om mijn droom waar te maken. Zelfs toen ik in mijn eerste maanden bij KV Mechelen, weliswaar toen nog bij de U21, en vorig seizoen bij Waasland-Beveren weinig speelde, zijn ze altijd in mij blijven geloven. Hebben ze me ook genoeg ruimte gegeven zodat ik mij vanuit mezelf kon ontwikkelen.' 'Hoe ik me over die moeilijke tijd heen heb gezet? Dankzij dit hier ( stroopt zijn mouw op, nvdr): mijn levensmotto, getatoeëerd op mijn arm: Tudo Passa - Portugees voor: alles in het leven passeert, gaat voorbij. Dezelfde tattoo als Neymar, want op mijn 17e heb ik een goed jaar bij het opleidingsteam van zijn ex-club Santos FC gespeeld, in Brazilië. Neymar zelf heb ik er één keer de hand geschud. Een onvergetelijk moment, want hij is een van mijn idolen. Vandaar dus de tatoeage, die ik telkens kus als ik scoor. En dus in het Portugees, want dat valt meer op dan wanneer er in het Engels zou staan: everything passes. Dan zou niemand daar op letten, terwijl mensen me nu vaak vragen: 'Hé, tudo passa, wat betekent dat?' Dan leg ik uit dat je niet te lang bij negatieve zaken mag blijven stilstaan. Na een slechte tijd komt er altijd een moment dat het zal keren. Pijn duurt nooit voor eeuwig. 'Dat heb ik me altijd ingepompt, waardoor ik nooit dagenlang depressief geweest ben of gehuild heb. Omdat ik ook besefte dat anderen veel hardere dingen meemaken dan als voetballer een seizoen op de bank zitten. Ik was perfect gezond, kon altijd trainen, kreeg elke maand een mooi salaris om mijn hobby te beoefenen. Hoeveel mensen in de wereld kunnen dat zeggen? Als je kanker hebt, als je kreupel of blind bent, als je - zoals in Syrië - elke dag moet vrezen dat er een bom op je hoofd kan vallen: dát is hard. Natuurlijk was ik ontgoocheld toen ik niet speelde, maar dat heeft nooit mijn levensgeluk weggenomen. Of op training mijn goesting doen verminderen. In tegenstelling tot in een match speelde ik daar trouwens wel vrijuit en heb ik me elke keer voluit gegeven. Met het idee: als ik dit blijf doen, krijg ik ooit mijn kans. Ik moet me alleen wat tijd gunnen. 'Het kantelpunt kwam er in het laatste play-off 2-duel van vorig seizoen, tegen Union. Mijn eerste basisplaats, meteen goed voor twee goals, én de zege: 1-3! Al de critici die zeiden dat ik het niveau niet aankon, had ik in één klap hun ongelijk bewezen. Dat krikte het geloof in mezelf enorm op, waardoor ik in Ghana extra hard getraind heb om topfit te zijn voor het nieuwe seizoen. 'Toen ik na de break terugkeerde, heerste er ook een heel andere atmosfeer in de groep, onder de nieuwe coach Philippe Clement. Hij gaf me meteen veel vertrouwen en pushte me naar mijn grenzen. Vooral door op me in te praten: 'Wees niet bang van je tegenstander of om acties te maken. Go on the field and kill him. De bal verliezen is niet erg. Zolang je maar direct vecht om hem weer te veroveren.' Ik moet Clement, en ook Sven Vermant, bedanken voor de steun, net als mijn ploeggenoten Merveille Goblet, Laurent Jans, Niels De Schutter, Rudy Camacho... Dankzij hen kon ik dit seizoen eindelijk mezelf zijn op het veld: veel relaxter, maar toch taakgericht(er) mijn kwaliteiten uitspelen. Weg was de vrees om fouten te maken. Met succes, want in de eerste vier matchen gaf ik twee assists en scoorde ik tweemaal. Al moest de mooiste week dan nog volgen, in november, toen ik thuis tegen Mouscron de beslissende 2-0 maakte en een week later mijn eerste interland mocht spelen.' ( zie kader) 'Ondanks mijn doorbraak dit seizoen blijf ik met mijn voeten op de grond. Want niet alleen slechte tijden passeren, ook aan goeie komt ooit een einde. En dan ben je vlug weer vergeten. Als kind was Ronaldinho mijn idool, toen de beste speler ter wereld. Daarna kwamen echter Messi en Ronaldo en nu kent niemand nog Ronaldinho - zo rap gaat dat. Daarom ben ik voor iedereen altijd vriendelijk, zal ik nooit op iemand neerkijken of iemand als vuil behandelen. In Ghana bestaat er een spreekwoord: 'Degene die je ontmoet wanneer je de ladder beklimt, kom je ook weer tegen wanneer je naar beneden moet komen.' Ik zal dan ook nooit iemand opzettelijk proberen te kwetsen. Een tegenspeler die maanden langs de kant staat omdat ik hem omver geschopt heb? Ik zou er niet mee kunnen leven. God zou er mij zelfs voor straffen. 'Hij is mijn gids, ja. Ik leg mijn lot in zijn handen, want met zijn steun kan ik alles bereiken. Daarom bid ik voor elke match, in de kleedkamer. Opdat God mij zou zegenen, mij voor blessures zou behoeden. Dan lees ik een stukje uit de Bijbel. Zoals deze psalm van David: ( leest voor nadat hij een bijbel uit zijn slaapkamer heeft gehaald, nvdr) ' Blessed be the lord, my rock, who trains my hands for war, and my fingers for battle....My stronghold and my deliverer...' 'Daarnaast maak ik me klaar voor die battle via muziek. Als enige van de ploeg doe ik mijn bluetoothspeaker mee, en laat ik Afrikaanse liedjes of rap door de kleedkamer knallen. Dat mag van de coach, en ook van mijn medespelers - die vinden het zelfs leuk. Niemand heeft me toch al gezegd dat ik de speaker moet afleggen. ( lacht) Muziek helpt me te relaxen. En om niet meer te beven. ( lacht) 'Om de focus aan te scherpen, probeer ik te visualiseren. Dan beeld ik me in dat ik vijf spelers dribbel op weg naar een doelpunt, of dat ik de keeper lob vanop dertig meter. Daar denk ik vaak aan sinds het me eens lukte bij de reserven van KV Mechelen, tegen... Waasland-Beveren. Dit seizoen heb ik het geprobeerd tegen Eupen, maar hun keeper ( Hendrik Van Crombrugge, nvdr) was net op tijd terug in zijn doel. Het zal me binnenkort weleens lukken, hoop ik. Al zullen de keepers, als ze dit lezen, nu misschien voorzichtiger zijn. ( lacht) 'Wat ik ook blijf proberen is dribbelen ( liefst 4,6 stuks per match in de reguliere competitie, nvdr). Van Clement, en nu ook van Vermant, krijg ik de vrijheid om mijn mannetje op te zoeken. Toppers als Neymar, Marco Reus, Alexis Sánchez, die ook vanaf links naar binnen komen, bestudeer ik heel aandachtig. Zo'n wapen moet je immers blijven aanscherpen, hé. Ik moet het alleen meer omzetten in goals en assists, nog efficiënter worden voor doel ook. Dit seizoen heb ik zeven keer gescoord, terwijl ik misschien het dubbel aantal doelpunten had kunnen maken. Als ik op dat vlak nog progressie boek, zal ik zeker in het oog van de grote Europese clubs lopen. Samen met ooit een eigen jeugdacademie in Ghana oprichten - uit dankbaarheid voor de gaven en de kansen die God mij gegeven heeft - is dat toch mijn droom: ooit aan de absolute top spelen, binnen een jaar of vijf. 'Realistisch voor een voetballer van Waasland-Beveren? Waarom zou ik niet in de voetsporen van Yaya Touré van Manchester City kunnen treden? Die heeft toch ook voor Beveren gespeeld? Behalve vliegen als een vogel is voor een mens niets onmogelijk. Je moet - zoals mijn broer altijd benadrukt - er alleen in geloven, het écht willen. Vijf jaar geleden leek het ook een verre droom dat ik ooit in Europa en voor de Ghanese nationale ploeg zou spelen, hé. Maar ik ben er wel geraakt. Daar ben ik erg trots op en ik ben ervan overtuigd dat het daar niet bij zal blijven.'