Net geen 20.000 (19.800) tickets per club kregen Antwerp en Club Brugge. In West-Vlaanderen konden ze al een tijdje het bordje uitverkocht voor het raam hangen - ze hebben er meer abonnementen dan vrije tickets voor die finale op zondag 22 maart, vandaar. Op Antwerp komt dat bordje er ook. De verkoop daar startte op 20 februari, maar echt vrij was die niet: abonnees en leden van de supportersclubs kregen voorrang. In de loop van deze week zal alles de deur uit zijn, denken ze bij de Great Old. Het wordt feest in Brussel en dat feest wil niemand missen.

Decompressie?

Voor het eerst sinds 6 februari en de return in de halve finale op Kortrijk (0-1) kon Antwerp zaterdag nog eens winnen: 3-1 tegen KV Oostende, drie goals van Dieumerci Mbokani, wiens kanon droog leek te staan. Zijn laatste veldgoal dateerde tot voor zaterdag van 21 november 2019. Nadien maakte hij wel nog een goal in de beker (heen tegen Kortrijk) en zette hij twee strafschoppen om. Tegen Charleroi miste hij er eentje.

Geen winst meer sinds de plaatsing voor de beker tegen Kortrijk, geen goals meer voor Mbokani sinds de Gouden Schoen: voor wie het allemaal van ver bekijkt, lijkt het wat op decompressie. Bij de ene een persoonlijke ontgoocheling, bij de ander misschien wat ontlading - in Antwerpen zijn de fans al wéken bezig met de bekerfinale.

Feit: het is de tweede moeilijke periode van Antwerp dit seizoen. Na een sterke start ging het tussen speeldag 9 en speeldag 15, in de maand oktober, ook niet vlotjes: met een zes op achttien tuimelde de ploeg toen van plaats twee naar plaats vier. Een zege tegen Club - voor de leider tot dusver de enige nationaal - luidde de ommekeer in. Volgden negen ongeslagen competitiewedstrijden op een rij en een plaatsing voor de bekerfinale. Aan die goeie reeks kwam begin februari in Brugge een eind.

Ondersteuning nodig

Er zijn meer verschillen dan parallellen met het heden: in die eerste periode moesten wat nieuwe spelers worden ingepast, en hun plaats in de kern zoeken. Hun gebrek aan ritme gekoppeld aan meer zenuwachtigheid rond de fratsen van Didier Lamkel Zé maakte dat de trainer in vraag werd gesteld. Dat was bij dip nummer twee - tegen sterke tegenstanders als Club, Charleroi, Genk en Standard resulteerde dat in een 2 op 12 -veel minder, omdat de terugval iets minder diep was. Alleen na het verlies op Standard kwam László Bölöni weer even onder vuur te liggen. Lamkel Zé schitterde niet zoveel meer, maar ontspoorde evenmin. Dat heeft te maken met een vrijwel dagelijkse begeleiding. De Kameroener, die de preselectie van het nationale elftal van zijn land niet haalde, is overigens niet de enige die hulp krijgt: ook Koji Miyoshi (enkel Japans) en Aurélio Buta (enkel Portugees) hebben ondersteuning nodig.

Bölöni is in juni 2020 einde contract. De club zegt niet van plan te zijn om zich te laten opjagen in het dossier van de verlenging ervan. Luciano D'Onofrio is fan. Winst in de beker versterkt ongetwijfeld zijn dossier. Goeie prestaties in play-off 1 ook. Zich laten opjagen wil Antwerp ook niet in het mediadossier, waar ze als laatste akkoord moeten gaan met het nieuwe contract. Er lopen gesprekken, maar meer communicatie is er (nog) niet.

Brengt de winst tegen KV Oostende de sportieve heropstanding? Dat zullen we zaterdag zien. Kortrijk uit is altijd moeilijk, ze willen er revanche voor de bekeruppercut. Vorig seizoen plaatste Antwerp zich op hetzelfde moment als nu voor play-off 1. Bölöni ging roteren, spaarde wat mensen met schorsingsgevaar, en Antwerp eindigde met 0 op 6 (onder meer met verlies op Kortrijk). Het schoof nog achteruit in de stand en haalde via barrages nipt een Europees ticket.

Dat moet nu anders. De 50 punten tot dusver is alvast één punt meer dan vorig seizoen op hetzelfde moment. En met één wedstrijd per week tot de bekerfinale zou rotatie niet moeten. Er is geen reden om een winnende tandem als Mbokani-Refaelov (twee keer afwezig bij de nederlagen op Club en Standard) nog eens uit elkaar te halen. Maar de wegen van een trainer zijn ondoorgrondelijk.

Net geen 20.000 (19.800) tickets per club kregen Antwerp en Club Brugge. In West-Vlaanderen konden ze al een tijdje het bordje uitverkocht voor het raam hangen - ze hebben er meer abonnementen dan vrije tickets voor die finale op zondag 22 maart, vandaar. Op Antwerp komt dat bordje er ook. De verkoop daar startte op 20 februari, maar echt vrij was die niet: abonnees en leden van de supportersclubs kregen voorrang. In de loop van deze week zal alles de deur uit zijn, denken ze bij de Great Old. Het wordt feest in Brussel en dat feest wil niemand missen. Voor het eerst sinds 6 februari en de return in de halve finale op Kortrijk (0-1) kon Antwerp zaterdag nog eens winnen: 3-1 tegen KV Oostende, drie goals van Dieumerci Mbokani, wiens kanon droog leek te staan. Zijn laatste veldgoal dateerde tot voor zaterdag van 21 november 2019. Nadien maakte hij wel nog een goal in de beker (heen tegen Kortrijk) en zette hij twee strafschoppen om. Tegen Charleroi miste hij er eentje. Geen winst meer sinds de plaatsing voor de beker tegen Kortrijk, geen goals meer voor Mbokani sinds de Gouden Schoen: voor wie het allemaal van ver bekijkt, lijkt het wat op decompressie. Bij de ene een persoonlijke ontgoocheling, bij de ander misschien wat ontlading - in Antwerpen zijn de fans al wéken bezig met de bekerfinale. Feit: het is de tweede moeilijke periode van Antwerp dit seizoen. Na een sterke start ging het tussen speeldag 9 en speeldag 15, in de maand oktober, ook niet vlotjes: met een zes op achttien tuimelde de ploeg toen van plaats twee naar plaats vier. Een zege tegen Club - voor de leider tot dusver de enige nationaal - luidde de ommekeer in. Volgden negen ongeslagen competitiewedstrijden op een rij en een plaatsing voor de bekerfinale. Aan die goeie reeks kwam begin februari in Brugge een eind. Er zijn meer verschillen dan parallellen met het heden: in die eerste periode moesten wat nieuwe spelers worden ingepast, en hun plaats in de kern zoeken. Hun gebrek aan ritme gekoppeld aan meer zenuwachtigheid rond de fratsen van Didier Lamkel Zé maakte dat de trainer in vraag werd gesteld. Dat was bij dip nummer twee - tegen sterke tegenstanders als Club, Charleroi, Genk en Standard resulteerde dat in een 2 op 12 -veel minder, omdat de terugval iets minder diep was. Alleen na het verlies op Standard kwam László Bölöni weer even onder vuur te liggen. Lamkel Zé schitterde niet zoveel meer, maar ontspoorde evenmin. Dat heeft te maken met een vrijwel dagelijkse begeleiding. De Kameroener, die de preselectie van het nationale elftal van zijn land niet haalde, is overigens niet de enige die hulp krijgt: ook Koji Miyoshi (enkel Japans) en Aurélio Buta (enkel Portugees) hebben ondersteuning nodig. Bölöni is in juni 2020 einde contract. De club zegt niet van plan te zijn om zich te laten opjagen in het dossier van de verlenging ervan. Luciano D'Onofrio is fan. Winst in de beker versterkt ongetwijfeld zijn dossier. Goeie prestaties in play-off 1 ook. Zich laten opjagen wil Antwerp ook niet in het mediadossier, waar ze als laatste akkoord moeten gaan met het nieuwe contract. Er lopen gesprekken, maar meer communicatie is er (nog) niet. Brengt de winst tegen KV Oostende de sportieve heropstanding? Dat zullen we zaterdag zien. Kortrijk uit is altijd moeilijk, ze willen er revanche voor de bekeruppercut. Vorig seizoen plaatste Antwerp zich op hetzelfde moment als nu voor play-off 1. Bölöni ging roteren, spaarde wat mensen met schorsingsgevaar, en Antwerp eindigde met 0 op 6 (onder meer met verlies op Kortrijk). Het schoof nog achteruit in de stand en haalde via barrages nipt een Europees ticket. Dat moet nu anders. De 50 punten tot dusver is alvast één punt meer dan vorig seizoen op hetzelfde moment. En met één wedstrijd per week tot de bekerfinale zou rotatie niet moeten. Er is geen reden om een winnende tandem als Mbokani-Refaelov (twee keer afwezig bij de nederlagen op Club en Standard) nog eens uit elkaar te halen. Maar de wegen van een trainer zijn ondoorgrondelijk.