Op dinsdag 23 november keurde het Europees parlement in plenaire zitting zijn beleidsplan over sport goed. Het parlement overweegt dat sport een almaar groeiende sector is die bijdraagt tot groei en jobs in de EU en daardoor tot de creatie van welvaart, maar ook dat de coronacrisis een nefaste economische en sociale impact heeft gehad op de sportsector.

Opvallend is dat het parlement aandringt op ondersteuning van de sportsector in de nasleep van de coronacrisis, onder meer door overheidsondersteuning. Landen die al actie ondernamen om sport op die manier te helpen, worden geprezen.

Ondertussen zit in België de hervorming van de fiscaliteit en parafiscaliteit van de topsport in de laatste rechte lijn. Zoals bekend, is de bedoeling om de ondersteuning voor topsport terug te schroeven en daarmee 43 miljoen euro op te halen.

België doet daarmee exact het tegenovergestelde van wat Europa bepleit: op het moment dat de steun het hoogst nodig is, die verminderen. Overgangsmaatregelen ontbreken. De pil moet meteen worden doorgeslikt.

België gaat met fiscale hervorming profvoetbal tegen Europa in.

De Belgische hervormingsplannen lijken gedreven door een aantal motieven: het gevoelen dat de sector (vooral het profvoetbal) te weinig bijdraagt aan de schatkist, het staatssteunbestendig worden en de aanpak van excessieve makelaarsvergoedingen.

Een vaststelling is dat de Belgische fiscale ondersteuning van de profsport zich in de buik van het Europese peloton bevindt: nagenoeg alle landen met (sub)topcompetities in Europa ondersteunen het profvoetbal.

Uniek voor België: wij hebben een herinvesteringsplicht. Het fiscaal voordeel moet mee worden ingezet voor jeugdopleiding. In de andere landen met fiscale voordelen verdwijnt het voordeel in de zakken van de speler zelf.

De Belgische sturing van het fiscaal voordeel naar jeugdopleiding levert een sterk argument op in de staatssteundiscussie: indien sectorale overheidssteun namelijk het algemeen belang dient, zoals opleiding van jeugd, is te argumenteren dat dit met het staatssteunrecht verenigbare steun is.

Het staatssteunspook houdt de Belgische hervormingsplannen nu te veel in een houdgreep: de noodzaak tot hervorming is niet zoals die wordt opgediend, de hervorming die op tafel ligt bevat bestedingsvoorwaarden voor de fiscale steun die het staatssteunrecht niet oplegt, en de Europese focus ligt momenteel zelf op de ondersteuning van de sector.

Neem de tijd om een grondig debat te voeren over de maatschappelijke rol van het profvoetbal. Urgentie voor de hervorming is er niet.

Daarmee is niet gezegd dat de besteding van het fiscaal voordeel niet nog meer kan worden georiënteerd naar het algemeen belang. Doe dat evenwel na grondig debat over de maatschappelijke rol van het profvoetbal en oriënteer de bestedingsplicht in functie daarvan.

Neem daarvoor de tijd. Zonder afbreuk te willen doen aan het regeerakkoord: urgentie voor de hervorming is er niet en wordt nu ook tegengesproken in Europese gremia.

Gebruik die tijd ook om een grondig debat te voeren over de echte oplossing voor het profvoetbal: het opkrikken van het niveau van goed (financieel) bestuur, met aandacht voor de Europese en mondiale context van het profvoetbal. Zo'n preventieve aanpak zal op termijn leiden tot een gezondere winstgevende profvoetbalsector, die netto een beter resultaat kan opleveren dan fiscale steekvlamwetgeving gericht op de korte termijn.

Gezond profvoetbal is winstgevend; en die winst kan worden belast.

Dat vergt de invoering van een performant licentiesysteem voor profclubs en makelaars, door Europa geopereerd. Daar zal ook de overheid wel bij varen. Hoe beter clubs (financieel) worden geleid en hoe beter het toezicht daarop is, hoe (financieel) gezonder het profvoetbal wordt.

Voor de overheid betekent een gezond profvoetbal, een profvoetbal dat winstgevend is; winst die kan worden belast. Deze oplossing is constructief, zowel voor de sector als de overheid. Zij vergt een blik op de langere termijn en moed, beleidsmatig en sectoraal. Vanuit België, thuisland van de nummer 1 op de FIFA-ranglijst, kunnen we het voortouw nemen.

Op dinsdag 23 november keurde het Europees parlement in plenaire zitting zijn beleidsplan over sport goed. Het parlement overweegt dat sport een almaar groeiende sector is die bijdraagt tot groei en jobs in de EU en daardoor tot de creatie van welvaart, maar ook dat de coronacrisis een nefaste economische en sociale impact heeft gehad op de sportsector.Opvallend is dat het parlement aandringt op ondersteuning van de sportsector in de nasleep van de coronacrisis, onder meer door overheidsondersteuning. Landen die al actie ondernamen om sport op die manier te helpen, worden geprezen.Ondertussen zit in België de hervorming van de fiscaliteit en parafiscaliteit van de topsport in de laatste rechte lijn. Zoals bekend, is de bedoeling om de ondersteuning voor topsport terug te schroeven en daarmee 43 miljoen euro op te halen. België doet daarmee exact het tegenovergestelde van wat Europa bepleit: op het moment dat de steun het hoogst nodig is, die verminderen. Overgangsmaatregelen ontbreken. De pil moet meteen worden doorgeslikt.De Belgische hervormingsplannen lijken gedreven door een aantal motieven: het gevoelen dat de sector (vooral het profvoetbal) te weinig bijdraagt aan de schatkist, het staatssteunbestendig worden en de aanpak van excessieve makelaarsvergoedingen.Een vaststelling is dat de Belgische fiscale ondersteuning van de profsport zich in de buik van het Europese peloton bevindt: nagenoeg alle landen met (sub)topcompetities in Europa ondersteunen het profvoetbal. Uniek voor België: wij hebben een herinvesteringsplicht. Het fiscaal voordeel moet mee worden ingezet voor jeugdopleiding. In de andere landen met fiscale voordelen verdwijnt het voordeel in de zakken van de speler zelf. De Belgische sturing van het fiscaal voordeel naar jeugdopleiding levert een sterk argument op in de staatssteundiscussie: indien sectorale overheidssteun namelijk het algemeen belang dient, zoals opleiding van jeugd, is te argumenteren dat dit met het staatssteunrecht verenigbare steun is. Het staatssteunspook houdt de Belgische hervormingsplannen nu te veel in een houdgreep: de noodzaak tot hervorming is niet zoals die wordt opgediend, de hervorming die op tafel ligt bevat bestedingsvoorwaarden voor de fiscale steun die het staatssteunrecht niet oplegt, en de Europese focus ligt momenteel zelf op de ondersteuning van de sector.Daarmee is niet gezegd dat de besteding van het fiscaal voordeel niet nog meer kan worden georiënteerd naar het algemeen belang. Doe dat evenwel na grondig debat over de maatschappelijke rol van het profvoetbal en oriënteer de bestedingsplicht in functie daarvan.Neem daarvoor de tijd. Zonder afbreuk te willen doen aan het regeerakkoord: urgentie voor de hervorming is er niet en wordt nu ook tegengesproken in Europese gremia. Gebruik die tijd ook om een grondig debat te voeren over de echte oplossing voor het profvoetbal: het opkrikken van het niveau van goed (financieel) bestuur, met aandacht voor de Europese en mondiale context van het profvoetbal. Zo'n preventieve aanpak zal op termijn leiden tot een gezondere winstgevende profvoetbalsector, die netto een beter resultaat kan opleveren dan fiscale steekvlamwetgeving gericht op de korte termijn. Dat vergt de invoering van een performant licentiesysteem voor profclubs en makelaars, door Europa geopereerd. Daar zal ook de overheid wel bij varen. Hoe beter clubs (financieel) worden geleid en hoe beter het toezicht daarop is, hoe (financieel) gezonder het profvoetbal wordt. Voor de overheid betekent een gezond profvoetbal, een profvoetbal dat winstgevend is; winst die kan worden belast. Deze oplossing is constructief, zowel voor de sector als de overheid. Zij vergt een blik op de langere termijn en moed, beleidsmatig en sectoraal. Vanuit België, thuisland van de nummer 1 op de FIFA-ranglijst, kunnen we het voortouw nemen.