Eupen: -9 miljoen euro. Anderlecht: -6,4 miljoen. Antwerp: -4 miljoen. STVV: -2,8 miljoen. Standard en Mouscron: -1,4 miljoen. KV Kortrijk: -1,2 miljoen. KV Oostende: -501.000 euro. De jaarrekeningen van 8 op 15 eersteklassers (alleen die van Lokeren is nog niet bekend) kleurden vorig seizoen rood tot donkerrood - met die nuance dat de financiële activiteiten van sommige clubs onderverdeeld worden onder verschillende vennootschappen en het bekendgemaakte financiële plaatje niet altijd een volledig beeld geeft.

Niettemin is zeker bij Anderlecht het grote verlies opvallend. Bovendien bedroeg de schuldenlast op 30 juni 2018 ruim 83 miljoen euro, 2 miljoen meer dan het seizoen ervoor, en ruim het dubbele van vijf jaar ervoor. Met onder meer een kapitaalsverhoging van 30 miljoen euro door minderheidsaandeelhouders en voorzitter Marc Coucke (die nu 64% procent van de aandelen in handen heeft) werden de financiële fundamenten flink verstevigd.

Nodig voor het licentiedossier van paars-wit, want dat wordt, net als van de 24 andere profclubs, dezer dagen onder de loep genomen. Op 18 of 19 maart krijgen ze een advies van licentiemanager Nils Van Brantegem, waarna de clubs tot 3 april nog ontbrekende of onvolledige stukken bij hun dossier kunnen voegen.

Sowieso zullen Anderlecht en de andere profclubs er vanaf nu voor moeten waken dat ze hun jaarrekeningen niet met grote verliezen afsluiten. Vanaf deze voetbaljaargang is immers het Belgisch Financial Fair Play-reglement van kracht. Dat bepaalt dat clubs over een periode van drie seizoenen een zogenaamd aanvaardbaar verlies van maximaal 5 miljoen euro mogen maken op relevante, voetbalgerelateerde activiteiten. Daarbij worden wel enkele kosten uitgesloten, zoals investeringen in de jeugdopleiding, infrastructuur, community- en sociale werking en vrouwenvoetbal.

Bij de eerste beoordeling van de licentiecommissie, in het voorjaar van 2021, zal echter rekening gehouden worden met slechts twee seizoenen: deze voetbaljaargang 2018/19 en die van 2019/20. Clubs die dat wensen kunnen wel het seizoen 2017/18 in aanmerking laten nemen bij de beoordeling, of tot 2022/23 zelfs de laatste vijf boekjaren, vanaf 2017/18. Gezien de verliezen van vorig jaar zal dat voor veel clubs echter geen optie zijn.

Het aanvaardbaar verlies kan ook verhoogd worden met een eventuele uitgevoerde kapitaalsverhoging, of met de sancties voor het te laat indienen van het licentiedossier (2500 euro per dag). Wanneer de licentiecommissie in 2021 een eerste overtreding vaststelt, wordt de club het seizoen erop 3 punten afgetrokken en mag die club nog maximaal 23 spelers ouder dan 21 jaar in zijn A-kern hebben. Bij een eventuele tweede overtreding wordt dat een aftrek van 6 punten, met nog maximaal 21 spelers ouder dan 21 jaar. En bij een derde overtreding moet de club met 9 punten minder aan het seizoen erop starten, met ook maximaal 21 plus 21-jarigen. Bovendien wordt dan een boete opgelegd van minimaal 50% tot maximaal 100% van de tv-rechten uitgekeerd door de Pro League. Dat zou het meeste pijn doen, maar dat kan dus pas voor de eerste keer opgelegd worden in 2023. De clubs hebben dus nog even de tijd om financieel orde op zaken te stellen.

Eupen: -9 miljoen euro. Anderlecht: -6,4 miljoen. Antwerp: -4 miljoen. STVV: -2,8 miljoen. Standard en Mouscron: -1,4 miljoen. KV Kortrijk: -1,2 miljoen. KV Oostende: -501.000 euro. De jaarrekeningen van 8 op 15 eersteklassers (alleen die van Lokeren is nog niet bekend) kleurden vorig seizoen rood tot donkerrood - met die nuance dat de financiële activiteiten van sommige clubs onderverdeeld worden onder verschillende vennootschappen en het bekendgemaakte financiële plaatje niet altijd een volledig beeld geeft. Niettemin is zeker bij Anderlecht het grote verlies opvallend. Bovendien bedroeg de schuldenlast op 30 juni 2018 ruim 83 miljoen euro, 2 miljoen meer dan het seizoen ervoor, en ruim het dubbele van vijf jaar ervoor. Met onder meer een kapitaalsverhoging van 30 miljoen euro door minderheidsaandeelhouders en voorzitter Marc Coucke (die nu 64% procent van de aandelen in handen heeft) werden de financiële fundamenten flink verstevigd. Nodig voor het licentiedossier van paars-wit, want dat wordt, net als van de 24 andere profclubs, dezer dagen onder de loep genomen. Op 18 of 19 maart krijgen ze een advies van licentiemanager Nils Van Brantegem, waarna de clubs tot 3 april nog ontbrekende of onvolledige stukken bij hun dossier kunnen voegen. Sowieso zullen Anderlecht en de andere profclubs er vanaf nu voor moeten waken dat ze hun jaarrekeningen niet met grote verliezen afsluiten. Vanaf deze voetbaljaargang is immers het Belgisch Financial Fair Play-reglement van kracht. Dat bepaalt dat clubs over een periode van drie seizoenen een zogenaamd aanvaardbaar verlies van maximaal 5 miljoen euro mogen maken op relevante, voetbalgerelateerde activiteiten. Daarbij worden wel enkele kosten uitgesloten, zoals investeringen in de jeugdopleiding, infrastructuur, community- en sociale werking en vrouwenvoetbal. Bij de eerste beoordeling van de licentiecommissie, in het voorjaar van 2021, zal echter rekening gehouden worden met slechts twee seizoenen: deze voetbaljaargang 2018/19 en die van 2019/20. Clubs die dat wensen kunnen wel het seizoen 2017/18 in aanmerking laten nemen bij de beoordeling, of tot 2022/23 zelfs de laatste vijf boekjaren, vanaf 2017/18. Gezien de verliezen van vorig jaar zal dat voor veel clubs echter geen optie zijn. Het aanvaardbaar verlies kan ook verhoogd worden met een eventuele uitgevoerde kapitaalsverhoging, of met de sancties voor het te laat indienen van het licentiedossier (2500 euro per dag). Wanneer de licentiecommissie in 2021 een eerste overtreding vaststelt, wordt de club het seizoen erop 3 punten afgetrokken en mag die club nog maximaal 23 spelers ouder dan 21 jaar in zijn A-kern hebben. Bij een eventuele tweede overtreding wordt dat een aftrek van 6 punten, met nog maximaal 21 spelers ouder dan 21 jaar. En bij een derde overtreding moet de club met 9 punten minder aan het seizoen erop starten, met ook maximaal 21 plus 21-jarigen. Bovendien wordt dan een boete opgelegd van minimaal 50% tot maximaal 100% van de tv-rechten uitgekeerd door de Pro League. Dat zou het meeste pijn doen, maar dat kan dus pas voor de eerste keer opgelegd worden in 2023. De clubs hebben dus nog even de tijd om financieel orde op zaken te stellen.