Bij Cercle Brugge vragen ze zich af hoe ze hun beste jeugdspelers zullen kunnen motiveren om te gaan spelen in omstandigheden die meer met provinciaal voetbal te maken hebben dan met profvoetbal. Ook vragen ze zich af: hoeveel jeugdspelers leenden profclubs de voorbije jaren uit aan amateurclubs en hoeveel keerden er daarvan terug op profniveau? Uit een rondvraag blijkt dat het er weinig of geen zijn geweest.
...

Bij Cercle Brugge vragen ze zich af hoe ze hun beste jeugdspelers zullen kunnen motiveren om te gaan spelen in omstandigheden die meer met provinciaal voetbal te maken hebben dan met profvoetbal. Ook vragen ze zich af: hoeveel jeugdspelers leenden profclubs de voorbije jaren uit aan amateurclubs en hoeveel keerden er daarvan terug op profniveau? Uit een rondvraag blijkt dat het er weinig of geen zijn geweest.François Vitali, de Franse technisch directeur van Cercle Brugge, pleit ervoor om elke profclub de keuze te laten om wel of niet met zijn beloften in de amateurreeksen te gaan spelen."Ik denk dat een goeie oplossing is profclubs de vrijheid te geven om zich in te schrijven in een amateurkampioenschap of niet", zegt hij. "Topclubs met een academie als Club Brugge, Anderlecht en Genk, waarin fors geïnvesteerd is en veel talent zit, moet je de kans bieden om dat vanaf een bepaald niveau te doen. Maar anderzijds is het voor kleinere clubs als Cercle Brugge, in 1A en 1B, niet evident om ook nog eens in zo'n amateurcompetitie te gaan spelen, omdat ze doorgaans niet over pakweg twintig toptalenten beschikken en investeren in een tweede ploeg er veel moeilijker te verantwoorden is. Voor hen is het vaak interessanter om hun beste jeugdspelers uit te lenen aan een profclub in 1B of een geschikte amateurclub."Voorheen werkte François Vitali onder meer voor Rijsel, LOSC Lille, en uiteraard kent hij het Franse voetbal goed. Daar bestaat een beloftecompetitie niet. Beloften spelen er in het tweede elftal op amateurniveau. Maar dat wordt er in vraag gesteld. Sommigen pleiten er voor het creëren van een nationale beloftecompetitie van hoog niveau."In een land als Frankrijk een beloftecompetitie organiseren is door de grote afstanden niet vergelijkbaar met een beloftecompetitie organiseren in België", benadrukt hij. "Voor een beloftewedstrijd tussen Rijsel en Marseille zou je al bijna het vliegtuig moeten nemen, of toch zeker de trein. Het zou veel meer tijd en geld kosten dan hier. Ik denk dat zowel een tweede ploeg op amateurniveau als een beloftecompetitie een interessante formule is, maar het volstaat niet. Ze lossen maar een deel van het probleem op waar clubs die jeugd opleiden mee worden geconfronteerd. Spelers die de jeugdcompetities zijn ontstegen, kunnen de transmissie van jeugdvoetbal naar volwassenenvoetbal maken bij een amateurclub. Maar om progressie te blijven maken, mogen ze daar niet te lang blijven. Na anderhalf jaar zijn ze doorgaans toe aan een volgende stap, maar blijkt meestal dat ze dan nog niet helemaal klaar zijn voor het profniveau. Daarom zoeken profclubs voor hun talenten ook meer en meer een competitie in het buitenland die dichter aanleunt tegen het niveau van hun eigen competitie, zoals AS Monaco dat nu met Cercle Brugge doet."Het grootste discussiepunt in Frankrijk momenteel is om de beperking op het aantal spelers dat uitgeleend mag worden op te trekken, besluit hij. "Bijvoorbeeld uitsluitend voor U21-spelers. Dat zou ook een vooruitgang zijn. Maar een mirakeloplossing bestaat er niet."De topclubs willen met hun belofteploegen het liefst in 1B spelen. Daarvoor zou dus het competitieformat van het profvoetbal weer gewijzigd moeten worden en daar is in de Pro League tachtig procent van de stemmen voor nodig.