Drie weken geleden op stage in het Spaanse Cádiz was het zover: Benson Manuel trakteerde zijn ploegmaats op zijn versie van de wereldhit I believe I can fly van R. Kelly. Een liedje dat de 21-jarige Lokeraar er niet lukraak had uitgepikt. 'Ik ben bijlange niet zo groot als onze aanvaller Frantzdy Pierrot', zegt Benson. 'Die gast is bijna twee meter... ( lacht) Volgens mijn teamgenoten compenseer ik het hoogteverschil door te vliegen. Vandaar dat liedje.'
...

Drie weken geleden op stage in het Spaanse Cádiz was het zover: Benson Manuel trakteerde zijn ploegmaats op zijn versie van de wereldhit I believe I can fly van R. Kelly. Een liedje dat de 21-jarige Lokeraar er niet lukraak had uitgepikt. 'Ik ben bijlange niet zo groot als onze aanvaller Frantzdy Pierrot', zegt Benson. 'Die gast is bijna twee meter... ( lacht) Volgens mijn teamgenoten compenseer ik het hoogteverschil door te vliegen. Vandaar dat liedje.' Zijn ontgroening had eigenlijk bij zijn aankomst eind augustus moeten plaatsvinden, maar toen leidde Benson iedereen om de tuin. Naar de zin van trainer Bernd Storck was de nieuwkomer in zijn begindagen bij Moeskroen te speels. Storck liet Benson, zoon van een ex-profvoetballer, bijgevolg geen moment gerust.'Ik heb altijd trainers gehad die mij op de huid zitten. Eric Van Meir, Philippe Clement en nu Storck. Soms is het echt nodig dat ze mij stalken. Ik kan op training al eens mijn man laten lopen. Maar hoe langer ik met een coach werk, hoe meer ze begrijpen hoe ik functioneer. Ik zal niet zeggen dat Storck accepteert dat ik minder actief ben op training dan de rest - dat zou niet fair zijn ten opzichte van de andere spelers - maar hij zal mij niet kwaad aankijken als ik tien of vijftien meter minder loop. Hij let op de intensiteit van en de focus tijdens de training.' Je gaf dit seizoen zelf toe dat je soms mentaal afwezig bent op training. BENSON MANUEL: 'Er wordt gezegd dat ik van het luie type ben... Ik weet wat iedereen bedoelt: om op het hoogste level te geraken moet je elke training tonen dat je je plaats verdient. Maar ik ben gewoon niet het type dat op training zal tackelen. En je moet niet op mij schreeuwen om mee te verdedigen. In de wedstrijd draai ik een knop om. Dan ga ik er honderd procent voor.' In honderd matchen kreeg je twee keer geel. Dat zegt toch iets over je persoonlijkheid op een voetbalveld? BENSON: 'Ik zal nooit vol doorgaan op iemand. Ik ontwijk net de duels en daar word ik op afgerekend door de trainers. Storck leert mij hoe ik van de duels moet houden.' Je had het aanvankelijk moeilijk bij Mouscron. Je kwam er pas eind oktober door en in december volgde de climax tegen Anderlecht. Hoe schat je je eigen prestaties in? BENSON: 'Bij Genk had ik gedurende meer dan een jaar amper gespeeld en na mijn transfer naar Mouscron stond ik meteen twee keer na elkaar in de basis. Ik kwam ritme te kort en dat had Storck, die na mijn eerste twee matchen voor Mouscron had overgenomen, door. Hij zal toen gedacht hebben: die jongen kan ik niet gebruiken. Ik heb een tijdje moeten bezinnen op de bank. Maar in de weken voor de winterstop ging het alleen maar bergopwaarts.' Er is in oktober wel een moment geweest dat je tevreden moest zijn met een invalbeurt van een minuut tegen Standard en twee minuten tegen Zulte Waregem. BENSON: 'Op zich is bankzitten vervelend. Je zit daar en je hoopt al na enkele minuten te mogen invallen. Naarmate de tijd wegtikt, weet je dat het aantal speelminuten kleiner en kleiner wordt. Als je zoals ik een minuut krijgt, blijf je met een héél slecht gevoel achter. En met tal van vragen. Waarom had de trainer mij vandaag niet nodig? Rekent hij wel op mij? Ik heb mij rustig gehouden, twee jaar geleden had ik ongetwijfeld anders gereageerd. Ik zou gepast hebben voor een invalbeurt in de laatste minuut en ik had daarna mijn hoofd laten hangen. Maar ik heb uit mijn fouten geleerd.' Je werd door Mouscron gehaald om voor meer gevaar te zorgen rond de zestien. Je scoorde al en gaf een aantal assists. Ben je tevreden over je inbreng? BENSON: 'Op collectief vlak hebben we de sprong gemaakt van slechtste aanval in eerste klasse naar een team dat drie keer kan scoren tegen Gent en Anderlecht. Mijn cijfers vallen niet op, maar ik was vaak betrokken bij een doelpunt. Enig minpunt: ik had meer moeten scoren. Bij het herbekijken van mijn wedstrijden merk ik dat ik te weinig naar doel trap. Ik maak een actie en ik wil per se die laatste pass geven. Zolang het de ploeg geen punten kost, zal ik daar niet slecht van slapen. Met de jaren zal ik het spel beter lezen en ook efficiënter worden voor doel.' Het Nieuwsblad rekende half november uit dat je de meest bedrijvige dribbelaar bent van de competitie. Je zat aan 11,75 dribbels per match en dat zijn er meer dan Mehdi Carcela en Nana Ampomah. BENSON: 'Leuk om te horen. Maar eerlijk? Ik doe alles op instinct. En wat mij betreft moet je enkel dribbelen om uit een hachelijke situatie te komen of omdat het de ploeg iets kan opleveren. De Jupiler Pro League is geen plek om filmpjes van YouTube na te bootsen. Ik zal dus nooit zomaar show verkopen of iemand uitdagen. Dat is vragen om problemen. Je moet dan niet versteld staan dat een speler jou naar het ziekenhuis tackelt.' Je begrijpt dus dat verdedigers jou afstoppen door constant fouten te maken? BENSON: 'Ik weet wat er vroeger gezegd werd over mij: als je Benson aanpakt, dan verdwijnt hij uit de match. Dat klopt dus niet meer. Zolang ik overeind kom, zal ik altijd in mijn match zitten. Ik erger mij niet langer aan verdedigers die mij vanaf de eerste minuut op de hielen zitten of mij zwaar aanpakken terwijl de bal niet meer bespeelbaar is. Ik ben al lang blij als ik levend het veld mag verlaten. Bij sommige acties weet ik: had ik mijn voet gezet of was ik doorgelopen, dan was het gedaan met mij.' Dribbelen is niet alleen een kwestie van snelheid maken en schijnbewegingen uitvoeren. De psyche speelt ook een rol. Wanneer weet je dat je op mentaal vlak de bovenhand hebt gehaald op je tegenstander? BENSON: 'Als hij begint te twijfelen, veel fouten maakt of je net iets meer ruimte geeft. Dan moet je hem blijven bestoken. Maar het belangrijkste is hoe je jezelf voelt. Ben ik honderd procent, dan maakt het niet uit of mijn verdediger al dan niet in vorm is.' Jouw passage in Genk was tot nu toe geen succes. Je noemde de match tegen Waasland-Beveren zelfs een zwarte vlek in jouw carrière. BENSON: 'De hele voorbereiding was perfect verlopen. Ik speelde tegen Ajax en Everton en naar mijn gevoel was mijn aanpassingsperiode aan het hogere niveau achter de rug. Maar in mijn eerste officiële wedstrijd tegen Waasland-Beveren werd ik aan de rust terecht gewisseld: ik had vijftig tot zestig procent van mijn ballen verloren. Er spookte van alles door mijn hoofd. Ik heb lang met de gedachte rondgelopen dat eerste klasse misschien iets te hoog gegrepen was voor mij. Ik weet dat Clement mij soms een plaats op de bank gaf om mij te motiveren, maar ik wist op voorhand dat ik niet zou invallen. Gezien mijn vorm en mijn conditie kon ik geen aanspraak maken op meer. Aan veel zaken merk je ook dat je niet meetelt. Clubs die voorheen interesse toonden, haakten een beetje af.' Maar het zat vooral tussen je oren? BENSON: ( knikt) 'Als het in het hoofd niet goed zit, kan je niet presteren. Dat zindert na op het veld. Ik gebruikte toen maximaal vijftig procent van mijn capaciteiten.' Je zei dat het pijn deed hoe het op het einde gelopen is bij Genk. BENSON: 'Ik zat echt niet lekker in mijn vel. Ik meed het centrum van Genk en ik had geen zin om in het stadion te zitten. Ik voelde mij daar niet op mijn plaats. Het was de eerste keer dat ik zo verloren liep - het is mij daarna niet meer overkomen. Eigenlijk praat ik er niet graag over, maar ik heb er lessen uit getrokken. Ik merk het aan de manier waarop ik omga met een slechte match: van zodra er afgefloten is, denk ik enkel aan de volgende opdracht. Ik kan het sneller loslaten. Ik mag van geluk spreken dat ik zo vroeg in mijn carrière geconfronteerd ben geweest met tegenslag. Ik weet nu hoe het is om zo diep te zitten.' Je moest mentaal opgelapt worden. Wie waren jouw mental coaches in die moeilijke momenten? BENSON: 'Mijn ouders, mijn vriendin en mijn makelaars YounousOumouri en PatrickDe Koster. Zij hebben mij erdoor gesleurd. Ik wilde mij vooral afsluiten van mensen die van ver of dichtbij iets te maken hadden met voetbal.' Kreeg je van Genk de garantie dat je mag terugkeren? BENSON: 'In het voetbal krijg je nooit garanties. Ik weet alleen dat Genk nog in mij gelooft. Na elke wedstrijd nemen ze contact met mij op voor een briefing over mijn wedstrijd. Zou Genk tijd in mij steken mochten ze niet met mij inzitten? Ik moet nu tonen dat mijn huurperiode in Moeskroen mij iets heeft bijgebracht en dat ik binnen enkele jaren een meerwaarde kan zijn voor Genk.'