Hij laat niemand onverschillig, Benson Hedilazio Manuel. Velen halen zijn voor- en familienaam door elkaar maar anderen, zij die hem goed kennen, weten vooral dat hij heel gevoelig is. Hij is nu gelukkig bij Antwerp, maar aan andere momenten in zijn carrière houdt hij pijnlijke herinneringen over. Benson vertelt er zonder schroom over.
...

Hij laat niemand onverschillig, Benson Hedilazio Manuel. Velen halen zijn voor- en familienaam door elkaar maar anderen, zij die hem goed kennen, weten vooral dat hij heel gevoelig is. Hij is nu gelukkig bij Antwerp, maar aan andere momenten in zijn carrière houdt hij pijnlijke herinneringen over. Benson vertelt er zonder schroom over. Er was een periode waarin we dachten dat je nooit zou doorbreken bij een Belgische topclub. De eerste vier maanden van dit seizoen heb je de criticasters de mond gesnoerd. Waarom nu, waarom pas op je 24e? Benson Manuel: 'De komst van Brian Priske als trainer heeft alles veranderd voor mij. Bij z'n aanstelling heeft hij me onmiddellijk gecontacteerd om me te overtuigen bij Antwerp te blijven. Hij legde me uit dat hij me vorig jaar gevolgd had toen ik uitgeleend werd en in Nederland voetbalde ( bij PEC Zwolle, van januari tot juni, nvdr) en dat het hem beviel wat hij van mij zag. Hij zei me dat, als ik zou presteren zoals ik dat vorig seizoen tegen Ajax en PSV deed, ik een belangrijke speler kon worden voor zijn ploeg. Vanaf ons eerste gesprek heeft hij al zijn energie en zijn vertrouwen op mij overgebracht. Dat is het moment waarop het voor mij allemaal begonnen is.' Denk je dat je zonder dat gesprek met Brian Priske in Nederland zou gebleven zijn? Manuel: 'Zeker en vast, want Nederland bevalt me. Ik apprecieer de Nederlandse mentaliteit en vooral de manier van voetballen bij onze noorderburen. Aanvankelijk dacht ik dus niet dat ik nog zou terugkeren naar Antwerp. Ik heb altijd veel respect gehad voor deze club, maar voor dit seizoen kende ik hier nog maar weinig gelukkige momenten. Het voetbal onder Bölöni en Vercauteren - het was anders met Ivan Leko - paste niet bij mijn kwaliteiten. Er werd de hele tijd gehamerd op een oorlogsmentaliteit, vechtvoetbal en veel verticaliteit. Daar had ik het moeilijk mee, want dat is niet mijn voetbal. Toen ik dat vertelde aan Brian Priske, begreep die mij volledig. Hij antwoordde dat hij het met mij eens was en dat hij meer mijn voetbalvisie deelde dan die van zijn voorgangers. Hij beloofde me dat we op balbezit zouden spelen, sprak over een 4-3-3 en het belang van vleugelaanvallers. Ik was meteen overtuigd.' ( lacht)Je gaf aan dat het anders was met Ivan Leko. Waarom lukte het dan niet om je door te zetten toen hij trainer van Antwerp was? Manuel: 'Hij had geen voetballer met mijn profiel nodig in zijn team. Ik paste niet in zijn systeem en ik kan hem dat zelfs niet kwalijk nemen. Hij verkoos spelers die de hele flank afdweilden en dat is een rol waarin ik mezelf moeilijker zie functioneren. Na verloop van tijd - toen de trainer opmerkte dat ik hard werkte op training - probeerde hij me toch uit en kreeg ik meer speelgelegenheid. Op dat moment raakte ik echter geblesseerd en toen ik weer fit was, had Ivan Leko de club al verlaten. Daarom besloot ik om dat ook te doen.' Omdat Frank Vercauteren niet meer op jou rekende? Manuel: 'Ik vond het nogal vaag. Hij zei me dat ik niet in zijn plannen paste, maar hij voegde eraan toe dat als ik vertrok, ze een vervanger nodig hadden. Ik leidde daaruit af dat ik geen prioriteit was voor Vercauteren en koos ervoor om mijn kans te wagen in Nederland. Ik beschouwde dat niet zozeer als toegeven dat ik gefaald had, maar ik had zo'n situatie al meegemaakt onder Bölöni en had geen zin om weer in hetzelfde straatje te belanden. Ik wilde spelen. Twaalf kilometer in een bos lopen om de coach tevreden te stellen, dat vond ik niet erg. Dat deed ik een jaar lang onder Bölöni. Ik werkte keihard, vocht en deed wat van me gevraagd werd. Mij aanpassen is nooit een probleem geweest. Maar toen Vercauteren kwam, had ik toch nood aan iets anders.' Onafhankelijk van de trainerswissels, veranderde ook de entourage van de club deze zomer. Heeft het vertrek van Luciano D'Onofrio en zijn medewerkers veel veranderd? Manuel: 'Absoluut. Toen ik hier toekwam, in de zomer van 2019, was dit echt een andere club. Antwerp is warmer, hartelijker geworden. Alles is eenvoudiger, de mensen zijn gemoedelijker en relaxter. Dat komt ook wel doordat we nu met een jongere groep zitten. Als je op je 22e bij een club terechtkomt waar de trainer luistert naar de naam László Bölöni, de sportief directeur Luciano D'Onofrio heet en je ploegmaats onder meer Mirallas, Defour, Refaelov, Bolat en Mbokani zijn, dan is het niet onlogisch dat je wat geïntimideerd raakt. Dat gold des te meer voor mij omdat ik toen een moeilijke periode meemaakte. Ik had niet het gevoel dat ik echt open met iemand kon praten in die groep, omdat het mij leek alsof ik niet het recht had om te twijfelen. Al die mannen die ik opsomde, gaven alleszins de indruk daar geen last van te hebben. Dat was ook wel normaal, want ze hadden allemaal al zoveel meegemaakt. Twee en een half jaar later zijn de zaken wel veranderd. Ook al omdat de club nu werkt met een mental coach, maar vooral omdat ik zelf beter omga met de omstandigheden dan toen.' Iets meer dan vier jaar geleden, tijdens het seizoen 2017/18, speelde je je eerste wedstrijd voor KRC Genk onder Albert Stuivenberg. Twintig maanden later kroonde Genk zich tot landskampioen, terwijl jij het behoud vierde met RE Mouscron. Wat ontbeerde je nog om door te breken bij een topclub als Genk? Manuel: 'Dat komt neer op hetzelfde dan wat ik zei over mijn eerste seizoen bij Antwerp. Ik was er mentaal niet klaar voor. Ik was er niet klaar voor om te doen wat me gevraagd werd zodat we alle wedstrijden konden winnen. Ik kon die druk nog niet aan. Die wedstrijd waarover je spreekt, mijn debuut bij Genk dus, kan ik me nog goed voor de geest halen. Het was op de eerste speeldag van het seizoen en ik was nieuw bij de club. Omdat ik een goeie voorbereiding speelde, had ik het vertrouwen van de trainer gekregen. We voetbalden thuis tegen Waasland-Beveren ( op 29 juli 2017, uitslag 3-3, nvdr), maar ik was die dag nergens. Ik speelde misschien wel de slechtste wedstrijd van mijn hele leven. Het is te zeggen: de slechtste eerste helft van mijn leven, want de coach wisselde me bij de rust. Logisch. Ik miste al mijn balcontroles, mijn passes kwamen niet aan en mijn dribbels mislukten. Ik voelde me slap en verlamd.' Door de stress? Manuel: 'Dat is moeilijk te zeggen. Een week voordien speelden we een vriendschappelijke wedstrijd tegen Everton, met onder meer Wayne Rooney in de ploeg. Ik stond in de basis en deed het uitstekend. Dan zou je denken dat de zenuwen geen rol speelden. En vervolgens, tegen Waasland-Beveren, verlies ik na drie minuten de bal en gaat het licht uit. Na de wedstrijd bleef ik extra lang in de kleedkamer om er zeker van te zijn dat alle toeschouwers al uit het stadion vertrokken waren. Ik durfde niemand onder ogen te komen omdat ik me zo schaamde voor mijn slechte match. De volgende dag had ik een gesprek met de coach. Hij analyseerde heel kalm en helder wat er gebeurd was. 'Dat kan iedereen overkomen, je gaat je herpakken', zei hij. Ik denk dat ik er te veel over nadacht, dat ik me te veel vragen stelde. Ik kreeg het mentaal zwaar en viel psychologisch in een dal. Het duurde heel lang vooraleer ik eruit geraakte. Het hele jaar lang had ik een gebrek aan zelfvertrouwen en bleef ik maar zeuren over die eerste wedstrijd. Ik wilde begrijpen wat er voorgevallen was. Achteraf gezien ben ik tevreden dat ik zo'n periode heb meegemaakt. Ik stelde mezelf in vraag, maar dat was noodzakelijk op dat moment. Ik ben blij dat ik het op zo'n jonge leeftijd beleefde. Ik weet wat het is om in een dal te zitten, ik kan nu eindelijk vooruitkijken.' Het seizoen nadien, 2018/19, hielp je mee het behoud verzekeren bij RE Mouscron. Was het voor jou een déclic om vast te stellen dat je belangrijk kon zijn in de hoogste afdeling? Manuel: 'Toen ik er toekwam, stond Mouscron laatste en had het zijn eerste vijf wedstrijden allemaal verloren. Ik verwachtte me aan een heel moeilijk seizoen, maar toen kwam Bernd Storck en veranderde alles. Zelf voelde ik me opnieuw goed in mijn vel. Ik speelde, amuseerde me op het terrein en kon mijn dribbels weer tonen omdat ik vertrouwen kreeg. Het was weer zoals bij Lierse, de club waarvoor ik mijn debuut maakte in de Jupiler Pro League. Daar haalde ik ook niet elke wedstrijd mijn beste niveau, maar ik stelde me er geen vragen bij als het eens wat minder was. Bij Mouscron kon ik opnieuw werken onder een trainer die in mijn kwaliteiten geloofde. Daardoor herwon ik het mentale evenwicht dat ik was kwijtgeraakt bij KRC Genk.' Je keerde terug naar Genk, dat jou had uitgeleend aan Mouscron, maar andermaal kon je je stempel er niet drukken. Waarom klikte het niet met trainer Felice Mazzu? Manuel: 'Vanaf de eerste dag voelde ik weer die enorme druk op mijn schouders. Het mentale probleem leek nog niet van de baan. Nochtans liep het tijdens de voorbereiding weer vlotjes. We wonnen de supercup en ik begon aan het seizoen als basisspeler. Mazzu vertelde me dat ik op mijn positie als vleugelaanvaller de concurrentie moest aangaan met Bongonda en Ito. Dat vond ik terecht, maar al gauw besefte ik dat het niet ging lukken voor mij. Ik had ook niet langer een klik met de club, er was iets gebroken. Er was interesse van meerdere ploegen en ik heb mijn gevoel gevolgd.' Dat gevoel leidde je naar het Antwerp van Bölöni. Waarom die toch eerder verrassende keuze? Manuel: 'Om eerlijk te zijn: toen ik er tekende ( op 2 september 2019, nvdr), werd mij gezegd dat ze op zoek waren naar een andere trainer. Ze wilden overschakelen naar een 4-3-3 en ze wierven spelers als ik en Mirallas aan om aanvallender voetbal te brengen. Eigenlijk vertelden ze me gewoon wat ik wilde horen. De trainer maakte inderdaad een moeilijke periode door, maar uiteindelijk begon Antwerp te winnen en bleef de trainerswissel uit.' Twee jaar later ben je een sleutelspeler bij een ploeg die meedingt naar de Belgische landstitel. Hoe leg je uit dat Antwerp ongeslagen is in de wedstrijden tegen de traditionele top 5 (Club Brugge, Anderlecht, RC Genk, AA Gent en Standard), maar dat het in de Europa League zo moeizaam gaat? Manuel: 'Volgens mij heeft dat te maken met de manier waarop de tegenstanders aan een wedstrijd tegen Antwerp beginnen, want het voetbal dat we zelf op de mat brengen verschilt nauwelijks, of we nu tegen Anderlecht of Fenerbahçe spelen. In België hebben we de laatste jaren een reputatie opgebouwd. We zijn een solide ploeg, waarvoor toch een zeker angst bestaat. Daarom beginnen ploegen voorzichtig tegen ons, er is eerst een soort studieronde. In Europa kent niemand ons. Voor de clubs met het kaliber van diegene die we dit seizoen treffen in de Europa League, betekent Antwerp nog niet zoveel. We krijgen te maken met een veel hogere pressing dan in de Belgische competitie. We werden enkele keren van bij de aftrap bij de keel gegrepen. Daarnaast verloren we ook punten in de laatste minuten van de wedstrijd. Dat is een leerproces waar we door moeten.'