Veel vroeger dan voorzien begon ex-international Bernd Thijs (35) vorige week bij de Buffalo's aan zijn trainersloopbaan. Vader Albert (68) was jarenlang de duivel-doet-het-al bij Wellen SK en kent de geplogenheid van die stiel, maar heeft er - in een exclusief dubbelgesprek voor Sport/Voetbalmagazine - een goed oog in voor zijn zoon.

"Bernd is een pietje-precies", oppert Albert Thijs. "Hij zal wel snel zeggen waar het op staat en waar ze zich moeten aan houden. (lacht) Wie buiten de lijnen loopt, riskeert een en ander... Dat garandeer ik je nu al. Onze Bernd is koppig en rechtuit. Alleen zo kom je ver, zeker tegenwoordig. Ik herinner me ooit nog een titel in Sport/Foot Magazine, waar stond 'tête de rouille', want toenmalig trainer Robert Waseigehamerde sterk op zijn ijzeren kracht en vond het prachtig wanneer Bernd zich kwaad maakte op training. Als de mannen er de kantjes aflopen, daar kan hij niet tegen, hé. (grijnst) Iedereen moet voor hem individueel honderd procent in orde zijn. Anders kun je het collectief schade toebrengen."

"Ik denk nog altijd in functie van het ploegbelang", oppert Bernd. "Als de opdracht is dat je bij het lopen rond de kegel of het paaltje moet aan de hoekschopvlag, dan doe je dat gewoon en snij je niet af. Bij mijn eerste training in Trabzonspor moesten we zo versnellingen doen van de ene hoek naar de andere. Ongeveer 250 meter aan een goede snelheid, maar de meeste van die Turken begonnen op vijf meter al af te ronden. Ik vertikte het dat te doen, met als resultaat dat ik als eerste was vertrokken en juist als laatste toekwam. Zo ben ik gewoon niet opgevoed. Je kunt dan zeggen dat ik een muggenzifter ben, maar als je vandaag vijf meter geeft, dan zijn dat er binnen twee weken tien. Je kent dat wel, het verhaal van de hand en de arm. Ik hoop zoiets wel te kunnen afdwingen bij de huidige generatie, al ben ik een realist. Het wordt hen soms allemaal iets te gemakkelijk in de schoot geworpen. De voetbalwereld is geen mooie wereld, dat weet ik ook wel. Je probeert altijd het goede op te zoeken en het meest positieve na te streven. Alleen ben en blijf ik even correct als mijn vader: onrecht kan niet, dan stopt het ook voor mij."

Veel vroeger dan voorzien begon ex-international Bernd Thijs (35) vorige week bij de Buffalo's aan zijn trainersloopbaan. Vader Albert (68) was jarenlang de duivel-doet-het-al bij Wellen SK en kent de geplogenheid van die stiel, maar heeft er - in een exclusief dubbelgesprek voor Sport/Voetbalmagazine - een goed oog in voor zijn zoon."Bernd is een pietje-precies", oppert Albert Thijs. "Hij zal wel snel zeggen waar het op staat en waar ze zich moeten aan houden. (lacht) Wie buiten de lijnen loopt, riskeert een en ander... Dat garandeer ik je nu al. Onze Bernd is koppig en rechtuit. Alleen zo kom je ver, zeker tegenwoordig. Ik herinner me ooit nog een titel in Sport/Foot Magazine, waar stond 'tête de rouille', want toenmalig trainer Robert Waseigehamerde sterk op zijn ijzeren kracht en vond het prachtig wanneer Bernd zich kwaad maakte op training. Als de mannen er de kantjes aflopen, daar kan hij niet tegen, hé. (grijnst) Iedereen moet voor hem individueel honderd procent in orde zijn. Anders kun je het collectief schade toebrengen.""Ik denk nog altijd in functie van het ploegbelang", oppert Bernd. "Als de opdracht is dat je bij het lopen rond de kegel of het paaltje moet aan de hoekschopvlag, dan doe je dat gewoon en snij je niet af. Bij mijn eerste training in Trabzonspor moesten we zo versnellingen doen van de ene hoek naar de andere. Ongeveer 250 meter aan een goede snelheid, maar de meeste van die Turken begonnen op vijf meter al af te ronden. Ik vertikte het dat te doen, met als resultaat dat ik als eerste was vertrokken en juist als laatste toekwam. Zo ben ik gewoon niet opgevoed. Je kunt dan zeggen dat ik een muggenzifter ben, maar als je vandaag vijf meter geeft, dan zijn dat er binnen twee weken tien. Je kent dat wel, het verhaal van de hand en de arm. Ik hoop zoiets wel te kunnen afdwingen bij de huidige generatie, al ben ik een realist. Het wordt hen soms allemaal iets te gemakkelijk in de schoot geworpen. De voetbalwereld is geen mooie wereld, dat weet ik ook wel. Je probeert altijd het goede op te zoeken en het meest positieve na te streven. Alleen ben en blijf ik even correct als mijn vader: onrecht kan niet, dan stopt het ook voor mij."